En Ik zal Mijn vrees in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.
Jeremia 32:40
Als de vreze Gods opkomt in een gelovige ziel en gevoed en levend gehouden wordt door de invloeden welke komen uit Christus als Bondshoofd, brengt het een bij Hem blijven als vrucht voort. Wij kunnen niet van Hem afwijken door de vreze Gods. Zij wordt daarom genoemd „een fontein des levens, om van de strikken des doods af te wijken.” Indien zij een fontein des levens is, moet zij ook uit Hem, Die Zelf het Leven is, gevoed worden; en daar zij afwijkt van de strikken des doods, hecht zij zich vaster en dichter aan Hem, daar deze strikken zijn verbroken en weggedaan.
Indien wij de bewegingen der vreze Gods in onze harten onderzoeken, zullen wij opmerken dat al haar uitgangen zijn naar het leven en de Bron des levens; naar haat tegen de zonde en liefde tot heiligheid; naar een verlangen naar hemelse genietingen, een onverschilligheid voor de dingen die de tijd en de zinnen betreffen; naar een kennis van Christus in de openbaring van Zichzelf, en een verlangen om meer tot Zijn eer te leven, meer Zijn voetstappen te drukken en meer aan Zijn lijdend beeld gelijkvormig te worden. Daar nu niets van dit alles kan worden voortgebracht dan door vereniging met Christus en een blijven in Hem, zien wij hoe de vreze Gods ons tot Hem brengt en noodzakelijk is om bij Hem te blijven. Want zodra de vreze Gods in de ziel verflauwt, is er een trapsgewijze teruggang en een merkbare vermindering van dit blijven in Christus.
Die zal, door ’s Heeren gunst geleid,
en zegen en gerechtigheid
van God, de God zijns heils ontvangen.
Dit ’s Jakob, dit is ’t vroom geslacht,
dat naar God vraagt, Zijn wet betracht
en zoekt Zijn aanschijn met verlangen.
Ps. 24:3
Aan de lezer…
Hier wordt gesproken tot wie soms vreest eens van de Heere af te wijken; kent u die vrees? Kent u uw eigen hart te goed om op uw voornemens te bouwen? Dan is het een troost dat de Heere niet zegt: zorg u dat u bij Mij blijft, maar: „Ik zal Mijn vrees in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.” Die vrees is geen slaafse angst, maar een fontein des levens, om van de strikken des doods af te wijken.
Onderzoek dan haar bewegingen in uw hart. Is er een haat tegen de zonde, een liefde tot heiligheid, een verlangen om meer tot Zijn eer te leven en Zijn voetstappen te drukken? Dat komt niet uit uzelf voort, maar uit Christus, uit Wie die vrees gevoed wordt. En merkt u dat zij verflauwt, laat dat u dan tot Hem drijven, opdat Hij haar in u levend houdt en u in Hem blijft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Ik zal Mijn vrees in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.
Jeremia 32:40
Wanneer de vreze Gods opkomt in een gelovige ziel, en gevoed en levend gehouden wordt door de invloeden die uit Christus als Verbondshoofd komen, brengt zij als vrucht voort dat wij bij Hem blijven. Door de vreze Gods kunnen wij niet van Hem afwijken. Daarom wordt zij genoemd „een fontein des levens, om van de strikken des doods af te wijken.” Als zij een fontein van leven is, moet zij ook gevoed worden uit Hem Die Zelf het Leven is. En omdat zij afwijkt van de strikken van de dood, hecht zij zich vaster en dichter aan Hem, nu die strikken verbroken en weggedaan zijn.
Als wij de bewegingen van de vreze Gods in ons hart onderzoeken, zullen wij merken dat zij altijd uitgaan naar het leven en de Bron van het leven: naar haat tegen de zonde en liefde tot heiligheid; naar verlangen naar hemelse genietingen en onverschilligheid voor de dingen van de tijd en de zinnen; naar kennis van Christus in de openbaring van Zichzelf, en naar het verlangen om meer tot Zijn eer te leven, meer in Zijn voetstappen te treden en meer aan Zijn lijdend beeld gelijkvormig te worden.
Omdat niets van dit alles kan worden voortgebracht dan door vereniging met Christus en door het blijven in Hem, zien wij hoe de vreze Gods ons tot Hem brengt en noodzakelijk is om bij Hem te blijven. Want zodra de vreze Gods in de ziel verflauwt, is er een geleidelijke achteruitgang en een merkbare vermindering van dit blijven in Christus.
Die zal, door ’s Heeren gunst geleid,
en zegen en gerechtigheid
van God, de God zijns heils ontvangen.
Dit ’s Jakob, dit is ’t vroom geslacht,
dat naar God vraagt, Zijn wet betracht
en zoekt Zijn aanschijn met verlangen.
Ps. 24:3
Aan de lezer…
Hier wordt gesproken tot wie soms vreest ooit van de Heere af te wijken; kent u die vrees? Kent u uw eigen hart te goed om op uw voornemens te bouwen? Dan is het een troost dat de Heere niet zegt: zorg ervoor dat u bij Mij blijft, maar: „Ik zal Mijn vrees in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken.” Die vrees is geen slaafse angst, maar een fontein van leven, om van de strikken van de dood af te wijken.
Onderzoek dan haar bewegingen in uw hart. Is er haat tegen de zonde, liefde tot heiligheid, een verlangen om meer tot Zijn eer te leven en in Zijn voetstappen te treden? Dat komt niet uit uzelf voort, maar uit Christus, uit Wie die vrees gevoed wordt. En merkt u dat zij verflauwt, laat dat u dan tot Hem drijven, zodat Hij haar in u levend houdt en u in Hem blijft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
I will put my fear in their hearts, that they shall not depart from me.
Jeremiah 32:40
As the fear of God springs up in a believing soul, and is maintained and kept alive by the influences which come out of Christ as a covenant Head, it produces, as its effects, an abiding in Him. We cannot depart from Him, because the fear of God is in our heart. It is therefore called “a fountain of life to depart from the snares of death.” If a fountain of life, it must be fed out of Him Who is the life; and as it departs from the snares of death, it cleaves more fully and closely to Him as these snares are broken to pieces and left behind.
If we examine the movements of godly fear in our hearts, we shall see that all its tendencies are toward life and the Source of life; toward hatred of sin and love of holiness; toward a desire after the enjoyment of heavenly realities, and a deadness to the things of time and sense; toward a knowledge of Christ in the manifestation of Himself, and a longing to live more to His praise, to walk more in His footsteps, and to be more conformed to His suffering image.
Now, as none of these things can be produced but by union with Christ and abiding in Him, we see how the fear of God helps forward and is needful to this abiding. For directly that the fear of God burns low in the soul, there is a gradual withdrawing from, and a sensible declining of this abiding in Christ.
To the reader…
These words are for those who sometimes fear they will one day depart from the Lord; do you know that fear? Do you know your own heart too well to build on your good resolutions? Then it is a comfort that the Lord does not say, “See to it that you stay with Me,” but, “I will put My fear in their hearts, that they shall not depart from Me.” That fear is no slavish dread, but a fountain of life, to depart from the snares of death.
Examine, then, its movements in your heart. Is there hatred of sin, love of holiness, a desire to live more to His praise and to walk in His footsteps? That does not come from yourself, but from Christ, out of whom that fear is fed. And if you notice that it is burning low, let that drive you to Him, so that He may keep it alive in you and you may abide in Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y pondré Mi temor en el corazón de ellos, para que no se aparten de Mí.
Jeremías 32:40
Cuando el temor de Dios brota en un alma creyente, y es mantenido y conservado vivo por las influencias que proceden de Cristo como Cabeza del pacto, produce como efecto un permanecer en Él. No podemos apartarnos de Él, porque el temor de Dios está en nuestro corazón. Por eso se le llama “manantial de vida, para apartarse de los lazos de la muerte”. Si es manantial de vida, ha de ser alimentado desde Aquel que es la vida; y al apartarse de los lazos de la muerte, se adhiere más plena y estrechamente a Él, a medida que esos lazos son hechos pedazos y dejados atrás.
Si examinamos los movimientos del temor piadoso en nuestro corazón, veremos que todas sus tendencias van hacia la vida y la Fuente de la vida; hacia el aborrecimiento del pecado y el amor a la santidad; hacia el deseo de gozar de las realidades celestiales y una muerte a las cosas del tiempo y de los sentidos; hacia el conocimiento de Cristo en la manifestación de Sí mismo, y un anhelo de vivir más para Su alabanza, de andar más en Sus pisadas y de ser más conformados a Su imagen sufriente.
Ahora bien, como ninguna de estas cosas puede producirse sino por la unión con Cristo y el permanecer en Él, vemos cómo el temor de Dios ayuda y es necesario para este permanecer. Porque en cuanto el temor de Dios arde débilmente en el alma, hay un gradual alejamiento de este permanecer en Cristo, y un sensible decaer de él.
Al lector…
Estas palabras son para quienes a veces temen que algún día se apartarán del Señor; ¿conoce usted ese temor? ¿Conoce demasiado bien su propio corazón como para edificar sobre sus buenos propósitos? Entonces es un consuelo que el Señor no diga: “Procura quedarte conmigo”, sino: “Pondré Mi temor en el corazón de ellos, para que no se aparten de Mí”. Ese temor no es un pavor servil, sino un manantial de vida, para apartarse de los lazos de la muerte.
Examine, pues, sus movimientos en su corazón. ¿Hay aborrecimiento del pecado, amor a la santidad, deseo de vivir más para Su alabanza y de andar en Sus pisadas? Eso no viene de usted mismo, sino de Cristo, de Quien se alimenta ese temor. Y si nota que arde débilmente, deje que eso le empuje hacia Él, para que Él lo mantenga vivo en usted y usted permanezca en Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl