5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.
Jesaja 40:29
Het volk Gods is dikwijls in die staat, dat „het geen kracht heeft”. Al hun kracht schijnt uitgeput en hun sterkte geheel versmolten; de zonde schijnt de overhand over hen te hebben gekregen; het is hun als hadden zij noch de wil, noch het vermogen om de loopbaan te lopen die hun is voorgesteld, of in de weg des Heeren te volharden. En toch hebben zij dan zelfs kracht; want er staat geschreven: „Hij vermenigvuldigt de sterkte.” Er staat niet: Hij geeft, verleent, deelt kracht mede; maar: „Hij vermenigvuldigt de kracht.” Hoe kan dat zijn?
Wij moeten kracht hebben om onze zwakheid te gevoelen. God moet Zijn macht doen blijken om ons in staat te stellen in nietigheid en hulpeloosheid neer te zinken. Daarom staat er: „Hij vermenigvuldigt de sterkte.” Het is als wilde het zeggen: Is juist niet het vermogen om in menselijke zwakheid, hulpeloosheid en nietigheid neer te zinken, sterkte? Zo is het in Gods verborgen wegen. En daarom „vermenigvuldigt Hij de sterkte” aan hen die geen kracht hebben (met andere woorden: aan hen die het in hun eigen consciëntie gevoelen dat zij volstrekt geen kracht hebben, die alle natuurlijke sterkte en wijsheid missen).
De Heere nu „vermenigvuldigt de sterkte” op een zeer geheimzinnige wijze. Dikwijls doet Hij in alle stilte en in het geheim krachten droppelen in de ziel. Wij moeten niet juist altijd grote openbaringen verwachten. Dat is de wijze niet waarop God gewoonlijk de sterkte vermenigvuldigt. Als Hij de ziel bezoekt, openbaart zich dit door vruchten en gevolgen, en meer door het te zien als het voorbij is, dan door een onmiddellijke opwekking. De verleende kracht is gemakkelijker te gevoelen dan de hand te zien die ze verleent. In dit opzicht gelijkt het meer op de nieuwe geboorte, waarvan de Heere zegt: „De wind blaast waarhenen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar hij komt, en waar hij henengaat” (Joh. 3:8).
Gij hebt, o Heer, in ’t dood’lijkst tijdsgewricht
mijn ziel gered, mijn tranen willen drogen.
Psalm 116:5
Aan de lezer…
Wie zich vandaag voelt als iemand die „geen kracht heeft”, kent een zware strijd; misschien is dat ook uw deel. Is het u alsof de zonde de overhand heeft, alsof u noch de wil noch het vermogen bezit om voort te gaan op de weg des Heeren? Wanhoop dan niet aan uzelf, ook al is er in uzelf niets om op te hopen. Juist dat gevoel van zwakheid en hulpeloosheid is geen teken dat de Heere u verlaten heeft; het is Zijn eigen werk, want er is kracht nodig om onze zwakheid recht te gevoelen.
Verwacht ook niet altijd grote openbaringen. Dikwijls laat Hij in alle stilte kracht in de ziel droppelen, en ziet u pas achteraf dat u gedragen bent. U hoort het geluid van de wind, al weet u niet vanwaar hij komt. Zo werkt Hij, Die de sterkte vermenigvuldigt aan hen die geen krachten hebben. Leg dan uw onmacht voor Hem neer; Hij weet wat Hij met zulke armen doen wil.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.
Jesaja 40:29
Het volk van God verkeert vaak in de toestand dat „het geen kracht heeft”. Al hun kracht lijkt uitgeput en hun sterkte helemaal weggesmolten. De zonde lijkt de overhand over hen gekregen te hebben. Het is hun alsof zij noch de wil noch het vermogen hebben om de loopbaan te lopen die hun is voorgesteld, of om op de weg van de Heere te volharden. En toch hebben zij juist dan kracht, want er staat geschreven: „Hij vermenigvuldigt de sterkte.” Er staat niet: Hij geeft, verleent of deelt kracht mee, maar: „Hij vermenigvuldigt de kracht.” Hoe kan dat?
Wij hebben kracht nodig om onze zwakheid te voelen. God moet Zijn macht laten blijken om ons in staat te stellen weg te zinken in nietigheid en hulpeloosheid. Daarom staat er: „Hij vermenigvuldigt de sterkte.” Het is alsof de tekst wil zeggen: is juist het vermogen om weg te zinken in menselijke zwakheid, hulpeloosheid en nietigheid niet sterkte? Zo gaat het in Gods verborgen wegen. En daarom „vermenigvuldigt Hij de sterkte” aan hen die geen kracht hebben (met andere woorden: aan hen die in hun eigen geweten voelen dat zij helemaal geen kracht hebben, en die alle natuurlijke sterkte en wijsheid missen).
De Heere nu „vermenigvuldigt de sterkte” op een zeer geheimzinnige manier. Vaak laat Hij in alle stilte en in het verborgene kracht in de ziel druppelen. Wij moeten niet altijd grote openbaringen verwachten. Zo vermenigvuldigt God gewoonlijk de sterkte niet. Wanneer Hij de ziel bezoekt, blijkt dat uit vruchten en gevolgen, en meer doordat wij het zien als het voorbij is dan door een onmiddellijke opwekking. De verleende kracht is gemakkelijker te voelen dan de hand die haar verleent te zien. In dit opzicht lijkt het op de nieuwe geboorte, waarvan de Heere zegt: „De wind blaast waarhenen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar hij komt, en waar hij henengaat” (Joh. 3:8).
Gij hebt, o Heer, in ’t dood’lijkst tijdsgewricht
mijn ziel gered, mijn tranen willen drogen.
Psalm 116:5
Aan de lezer…
Wie zich vandaag voelt als iemand die „geen kracht heeft”, kent een zware strijd; misschien is dat ook uw deel. Is het u alsof de zonde de overhand heeft, alsof u noch de wil noch het vermogen hebt om verder te gaan op de weg van de Heere? Wanhoop dan niet, ook al is er in uzelf niets om op te hopen. Juist dat gevoel van zwakheid en hulpeloosheid is geen teken dat de Heere u verlaten heeft; het is Zijn eigen werk, want er is kracht nodig om onze zwakheid werkelijk te voelen.
Verwacht ook niet altijd grote openbaringen. Vaak laat Hij in alle stilte kracht in de ziel druppelen, en ziet u pas achteraf dat u gedragen bent. U hoort het geluid van de wind, al weet u niet vanwaar hij komt. Zo werkt Hij, Die de sterkte vermenigvuldigt aan hen die geen krachten hebben. Leg dan uw onmacht bij Hem neer; Hij weet wat Hij met zulke armen wil doen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
To them that have no might He increaseth strength.
Isaiah 40:29
The Lord’s people are often in this state, that they “have no might.” All their power seems exhausted, and their strength completely drained away; sin appears to have gotten the mastery over them; and they feel as if they had neither will nor ability to run the race set before them, or persevere in the way of the Lord. Yet, even then, they have strength; for it says, “He increases strength.” It does not say, ‘He gives, bestows, communicates strength;’ but “He increases strength.” How can this be?
We must have power to feel our weakness. God must put forth His power to enable us to fall down into nothingness and helplessness. It therefore says, “He increases strength.” As though it would imply, ‘Is not the very power to sink down into creature weakness, helplessness, and nothingness, strength?’ It is so in God’s mysterious dealings. And, therefore, “to those who have no might” (in other words, those who are sensible in their own consciences that they have no power at all, who are completely exhausted of nature’s strength and wisdom), to these “He increases strength.”
Now the Lord “increases strength” in a very mysterious way. He often drops strength stilly and secretly into the soul. We are not always to expect very great manifestations. This is not the way in which the Lord usually increases strength. His visits to the soul are often better known by their fruits and effects, and by looking back upon them when they are past, than by any immediate impulse. The strength given is more easily felt than the hand seen which communicates it. In this respect it much resembles the new birth, of which the Lord says, “The wind blows where it wills, and you hear the sound thereof, but can not tell whence it comes, and where it goes” (John 3:8).
To the reader…
Whoever feels today like someone who “has no might” knows a heavy struggle; perhaps that is your portion too. Does it seem to you as if sin has the upper hand, as if you have neither the will nor the ability to go on in the way of the Lord? Then do not despair, even though there is nothing in yourself to hope in. That very sense of weakness and helplessness is no sign that the Lord has forsaken you; it is His own work, for strength is needed to truly feel our weakness.
Do not always expect great manifestations either. Often He lets strength drop quietly into the soul, and only afterwards do you see that you have been carried. You hear the sound of the wind, though you do not know where it comes from. That is how He works, Who increases strength to them that have no might. So lay your helplessness down before Him; He knows what He means to do with such poor ones.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y multiplica las fuerzas al que no tiene ningunas.
Isaías 40:29
El pueblo del Señor se encuentra a menudo en este estado: “no tiene ningunas” fuerzas. Todo su poder parece agotado y su fuerza completamente consumida; el pecado parece haberse enseñoreado de ellos; y sienten como si no tuvieran ni voluntad ni capacidad para correr la carrera que tienen por delante, o para perseverar en el camino del Señor. Sin embargo, aun entonces tienen fuerza; porque dice: “multiplica las fuerzas”. No dice: ‘Él da, otorga, comunica fuerzas’, sino: “Él multiplica las fuerzas”. ¿Cómo puede ser esto?
Necesitamos poder para sentir nuestra debilidad. Dios tiene que desplegar Su poder para capacitarnos para caer en la nada y en la impotencia. Por eso dice: “Él multiplica las fuerzas”. Como si quisiera decir: ‘¿No es fuerza el poder mismo de hundirse en la debilidad, la impotencia y la nada de la criatura?’ Así es en los misteriosos tratos de Dios. Y por tanto, “al que no tiene ningunas” (en otras palabras, a los que son conscientes en su propia conciencia de que no tienen poder alguno, que han quedado completamente vacíos de la fuerza y la sabiduría de la naturaleza), a estos “multiplica las fuerzas”.
Ahora bien, el Señor “multiplica las fuerzas” de una manera muy misteriosa. A menudo deja caer la fuerza en el alma callada y secretamente. No siempre hemos de esperar manifestaciones muy grandes. No es esta la manera en que el Señor suele multiplicar las fuerzas. Sus visitas al alma se conocen a menudo mejor por sus frutos y efectos, y mirando atrás cuando ya han pasado, que por algún impulso inmediato. Se siente con más facilidad la fuerza dada que se ve la mano que la comunica. En esto se parece mucho al nuevo nacimiento, del cual dice el Señor: “El viento de donde quiere sopla, y oyes su sonido; mas ni sabes de dónde viene, ni a dónde vaya” (Juan 3:8).
Al lector…
Quien hoy se siente como alguien que “no tiene ningunas” fuerzas conoce una lucha pesada; quizá esa sea también su porción. ¿Le parece como si el pecado tuviera la ventaja, como si no tuviera ni voluntad ni capacidad para seguir en el camino del Señor? Entonces no desespere, aunque en usted mismo no haya nada en qué esperar. Precisamente ese sentido de debilidad e impotencia no es señal de que el Señor le haya abandonado; es Su propia obra, porque se necesita fuerza para sentir de verdad nuestra debilidad.
Tampoco espere siempre grandes manifestaciones. A menudo Él deja caer la fuerza calladamente en el alma, y solo después ve usted que ha sido sostenido. Oye el sonido del viento, aunque no sabe de dónde viene. Así obra Aquel que multiplica las fuerzas al que no tiene ningunas. Ponga, pues, su impotencia delante de Él; Él sabe lo que quiere hacer con los que son tan pobres.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De gave van Christus
Onze Heere Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader; Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Galaten 1:3-5
Zou dit ontzagwekkende wonder van genade anders dan door de vrije en vrijwillige gave van de Heere van Zichzelf tot stand kunnen zijn gebracht? Wie zou Hem uit de hemel gebracht kunnen hebben? Wie zou Hem gevraagd kunnen hebben naar beneden te komen? Welke engel of serafijn zou het woord daarboven hebben kunnen fluisteren: „Laat de Zoon van God Zichzelf geven voor de schuldige mens”? Welk menselijk hart zou op zo’n gedachte hebben kunnen komen, of welke menselijke tong, als men al op zo’n gedachte was gekomen, zou het woord omhoog hebben kunnen blazen naar de heilige voorhoven: „Laat de Zoon van God afdalen en voor ons verachtelijke, verdorven zondaren bloeden”?
Wat! dat Gods mede-gelijke, mede-eeuwige Zoon, de glans van Zijn Vaders heerlijkheid en het uitgedrukte beeld van Zijn Zelfstandigheid; dat Hij in Wie de Vader eeuwig behagen schiep; Hij Die werd vereerd en bewonderd door legioenen engelen — dat Hij deze hemelse heerlijkheid zou verlaten, naar de aarde zou afdalen, om te worden behandeld als de slechtste misdadiger, om spijkers door Zijn handen en voeten te laten drijven, en aan het kruis in schande en schaamte de laatste adem uit te blazen! Zou een dergelijke gedachte in het gemoed van engelen of mensen kunnen zijn opgekomen? En toch was dit de eeuwige gedachte van God; dit was het hoogste doel van de Drie-enige Heere; en om dit heerlijke plan van eeuwige wijsheid en liefde te verwezenlijken, gaf de Zoon van God Zich uit vrije wil voor onze zonden.
Een prachtig beeld voor deze vrijwillige gave van Zichzelf is het brandoffer waarvan in het eerste hoofdstuk van Leviticus wordt gesproken. Dit offer was geheel vrijwillig van de kant van degene die offerde, en verbrandde als zodanig geheel op het altaar. Zo kwam onze gezegende Heere uit eigen beweging; het was Zijn vrije, vrijwillige daad; en net zoals het brandoffer volledig verteerd werd in de vlammen op het altaar en er niets van overbleef, zo werd onze gezegende Heere geheel verteerd in de vlammen van Gods toorn en ook verteerd in de vlammen van Zijn eigen zelfopofferende liefde. „Hij gaf Zichzelf voor onze zonden.”
Lezen: Leviticus 1
Aan de lezer…
Hebt u, lezer, ooit stilgestaan bij dit wonder: dat niemand Hem dit gevraagd heeft? Geen engel, geen serafijn, geen menselijk hart zou op de gedachte zijn gekomen dat de Zoon van God Zichzelf zou geven voor verachtelijke, verdorven zondaren. Hij, de glans van Zijns Vaders heerlijkheid, kwam uit eigen beweging, en liet spijkers door Zijn handen en voeten drijven.
Misschien twijfelt u of Hij wel iets met u te maken wil hebben. Zie dan naar het brandoffer, dat vrijwillig werd gebracht en geheel op het altaar werd verteerd. Zo gaf de Heere Zichzelf: niet met tegenzin, niet half, maar geheel, in de vlammen van Gods toorn en van Zijn eigen liefde. Een liefde die zo vrij en zo volkomen is, wacht niet tot u haar waard bent. Zij gaf zich voor onze zonden. Laat dat woord uw arme ziel bemoedigen en uw hart tot aanbidding brengen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Onze Heere Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader; Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Galaten 1:3-5
Had dit ontzagwekkende wonder van genade op een andere manier tot stand kunnen komen dan doordat de Heere Zichzelf vrij en vrijwillig gaf? Wie had Hem uit de hemel kunnen halen? Wie had Hem kunnen vragen naar beneden te komen? Welke engel of serafijn had daarboven het woord kunnen fluisteren: „Laat de Zoon van God Zichzelf geven voor de schuldige mens”? Welk menselijk hart had op zo’n gedachte kunnen komen? Of welke menselijke tong had, als iemand al op die gedachte was gekomen, het woord omhoog kunnen zenden naar de heilige voorhoven: „Laat de Zoon van God afdalen en voor ons verachtelijke, verdorven zondaren bloeden”?
Wat! Dat Gods Zoon, aan Hem gelijk en met Hem eeuwig, de afstraling van de heerlijkheid van Zijn Vader en het uitgedrukte beeld van Zijn zelfstandigheid; dat Hij in Wie de Vader van eeuwigheid Zijn welbehagen had; Hij Die door legioenen engelen werd aanbeden en bewonderd, dat Hij deze hemelse heerlijkheid zou verlaten en naar de aarde zou afdalen, om behandeld te worden als de ergste misdadiger, om spijkers door Zijn handen en voeten te laten slaan, en aan het kruis in smaad en schande de laatste adem uit te blazen! Had zo’n gedachte ooit kunnen opkomen in het hart van engelen of mensen? En toch was dit de eeuwige gedachte van God; dit was het hoogste voornemen van de Drie-enige Heere. En om dit heerlijke plan van eeuwige wijsheid en liefde te verwezenlijken, gaf de Zoon van God Zichzelf vrijwillig voor onze zonden.
Een prachtig beeld van deze vrijwillige overgave is het brandoffer waarover het eerste hoofdstuk van Leviticus spreekt. Dit offer werd geheel vrijwillig gebracht door wie het offerde, en het werd als zodanig geheel op het altaar verbrand. Zo kwam ook onze gezegende Heere uit eigen beweging; het was Zijn vrije, vrijwillige daad. En zoals het brandoffer volledig verteerd werd door de vlammen op het altaar en er niets van overbleef, zo werd onze gezegende Heere geheel verteerd in de vlammen van Gods toorn, en ook in de vlammen van Zijn eigen zelfopofferende liefde. „Hij gaf Zichzelf voor onze zonden.”
Lezen: Leviticus 1
Aan de lezer…
Hebt u, lezer, ooit stilgestaan bij dit wonder: dat niemand Hem dit gevraagd heeft? Geen engel, geen serafijn, geen menselijk hart zou op de gedachte zijn gekomen dat de Zoon van God Zichzelf zou geven voor verachtelijke, verdorven zondaren. Hij, de afstraling van de heerlijkheid van Zijn Vader, kwam uit eigen beweging, en liet spijkers door Zijn handen en voeten slaan.
Misschien twijfelt u of Hij wel iets met u te maken wil hebben. Zie dan naar het brandoffer, dat vrijwillig werd gebracht en geheel op het altaar werd verteerd. Zo gaf de Heere Zichzelf: niet met tegenzin, niet half, maar geheel, in de vlammen van Gods toorn en van Zijn eigen liefde. Een liefde die zo vrij en zo volkomen is, wacht niet tot u haar waard bent. Hij gaf Zichzelf voor onze zonden. Laat dat woord uw arme ziel bemoedigen en uw hart tot aanbidding brengen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Our Lord Jesus Christ, Who gave Himself for our sins, that He might deliver us from this present evil world, according to the will of God and our Father: to Whom be glory for ever and ever. Amen.
Galatians 1:3-5
Could this awesome wonder of grace have been brought about in any other way than by the Lord giving Himself freely and voluntarily? Who could have fetched Him from heaven? Who could have asked Him to come down? What angel or seraph could have whispered the word up there: “Let the Son of God give Himself for guilty man”? What human heart could have conceived such a thought? Or what human tongue, had anyone conceived it, could have sent the word up to the holy courts: “Let the Son of God come down and bleed for us vile, depraved sinners”?
What! That God’s Son, equal with Him and co-eternal, the brightness of His Father’s glory and the express image of His Person; that He in Whom the Father had delighted from eternity; He Who was worshipped and adored by legions of angels, should leave this heavenly glory and come down to earth, to be treated as the worst of malefactors, to have nails driven through His hands and feet, and to breathe His last on the cross in reproach and shame! Could such a thought ever have arisen in the heart of angels or of men? And yet this was the eternal thought of God; this was the highest purpose of the Triune Jehovah. And to accomplish this glorious plan of eternal wisdom and love, the Son of God gave Himself voluntarily for our sins.
A beautiful figure of this voluntary surrender is the burnt offering of which the first chapter of Leviticus speaks. This offering was brought entirely of the free will of the one who offered it, and as such it was wholly burnt upon the altar. So too our blessed Lord came of His own accord; it was His free, voluntary act. And as the burnt offering was wholly consumed by the flames upon the altar and nothing of it remained, so our blessed Lord was wholly consumed in the flames of God’s wrath, and also in the flames of His own self-sacrificing love. “He gave Himself for our sins.”
Reading: Leviticus 1
To the reader…
Reader, have you ever paused over this wonder: that no one asked Him to do this? No angel, no seraph, no human heart would have conceived the thought that the Son of God would give Himself for vile, depraved sinners. He, the brightness of His Father’s glory, came of His own accord, and let nails be driven through His hands and feet.
Perhaps you doubt whether He would have anything to do with you. Then look at the burnt offering, which was brought freely and wholly consumed upon the altar. So the Lord gave Himself: not reluctantly, not by halves, but wholly, in the flames of God’s wrath and of His own love. A love so free and so complete does not wait until you are worthy of it. He gave Himself for our sins. Let that word encourage your poor soul and bring your heart to worship.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Nuestro Señor Jesucristo, el Cual se dio a Sí mismo por nuestros pecados para librarnos de este presente siglo malo, conforme a la voluntad de Dios y Padre nuestro; al Cual sea la gloria por siglos de siglos. Amén.
Gálatas 1:3-5
¿Podría esta asombrosa maravilla de la gracia haberse realizado de otra manera que dándose el Señor a Sí mismo libre y voluntariamente? ¿Quién habría podido traerle del cielo? ¿Quién habría podido pedirle que descendiera? ¿Qué ángel o serafín habría podido susurrar allá arriba la palabra: “Dése el Hijo de Dios a Sí mismo por el hombre culpable”? ¿Qué corazón humano habría podido concebir semejante pensamiento? ¿O qué lengua humana, si alguien lo hubiera concebido, habría podido elevar la palabra hasta los atrios santos: “Descienda el Hijo de Dios y derrame Su sangre por nosotros, viles y depravados pecadores”?
¡Cómo! ¡Que el Hijo de Dios, igual a Él y coeterno, el resplandor de la gloria de Su Padre y la misma imagen de Su sustancia; Aquel en Quien el Padre se había deleitado desde la eternidad; Aquel que era adorado y alabado por legiones de ángeles, dejara esta gloria celestial y descendiera a la tierra, para ser tratado como el peor de los malhechores, para que le clavaran clavos en las manos y en los pies, y para exhalar Su último aliento en la cruz, en oprobio y vergüenza! ¿Podría semejante pensamiento haber surgido jamás en el corazón de ángeles o de hombres? Y sin embargo, este era el pensamiento eterno de Dios; este era el más alto propósito del Trino Jehová. Y para llevar a cabo este glorioso plan de eterna sabiduría y amor, el Hijo de Dios se dio voluntariamente a Sí mismo por nuestros pecados.
Una hermosa figura de esta entrega voluntaria es el holocausto del que habla el primer capítulo de Levítico. Esta ofrenda se traía enteramente por la libre voluntad del que la ofrecía, y como tal era quemada por completo sobre el altar. Así también nuestro bendito Señor vino por Su propia voluntad; fue Su acto libre y voluntario. Y así como el holocausto era consumido enteramente por las llamas sobre el altar y nada quedaba de él, así nuestro bendito Señor fue consumido enteramente en las llamas de la ira de Dios, y también en las llamas de Su propio amor abnegado. “Se dio a Sí mismo por nuestros pecados.”
Lectura: Levítico 1
Al lector…
Lector, ¿se ha detenido alguna vez ante esta maravilla: que nadie le pidió que lo hiciera? Ningún ángel, ningún serafín, ningún corazón humano habría concebido el pensamiento de que el Hijo de Dios se diera a Sí mismo por viles y depravados pecadores. Él, el resplandor de la gloria de Su Padre, vino por Su propia voluntad, y dejó que le clavaran clavos en las manos y en los pies.
Quizá duda usted de que Él quiera tener algo que ver con usted. Mire entonces el holocausto, que se traía libremente y era consumido por completo sobre el altar. Así se dio el Señor: no de mala gana, no a medias, sino enteramente, en las llamas de la ira de Dios y de Su propio amor. Un amor tan libre y tan completo no espera hasta que usted sea digno de él. Se dio a Sí mismo por nuestros pecados. Deje que esa palabra anime su pobre alma y lleve su corazón a la adoración.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
En wij hebben het profetisch Woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de morgenster opga in uw harten.
2 Petrus 1:19
„Het Woord der profetie”, dat zeer vast is, is de Geest Gods, geopenbaard in het Woord der waarheid. Dit wordt vergeleken bij een licht, schijnende in een duistere plaats. Deze duistere plaats is het hart des mensen, en een duistere plaats is het. En het licht, schijnende in de duistere plaats, beduidt dat de Geest Gods Zijn eigen hemels licht in het duistere hart doet inschijnen. De Geest van God werkt door het Woord Gods. Hij maakt daartoe gebruik van het Woord der waarheid; door middel van dit gezegend Woord deelt Hij het licht mede.
Er is geen licht in het Woord uit en van zichzelf; het kan niemand onderwijzen tot zijn voordeel; dit is Gods privilege. Het Woord is een dode letter, niets anders dan een samenstel van woorden en lettergrepen; er is niet het minste licht in, dan alleen voor zover de Geest van God het erin legt en Hij daarop schijnt. Ik moge de Schrift vergelijken bij de maan. De maan heeft geen licht van haarzelf, maar zij betrekt al haar licht van de zon. Blus de zon uit en de maan zal ophouden te schijnen.
Of ik moge de Schrift vergelijken bij hetgeen waar Jacobus haar mede vergelijkt: „Want zo iemand een hoorder is des Woords, en niet een dader, die is een man gelijk, welke zijn aangeboren aangezicht bemerkt in een spiegel.” Maar het licht moet schijnen op de spiegel. Van welk gebruik is een spiegel in een donkere nacht? Zij geeft geen beeld terug; zij geeft uw gelijkenis niet weer; gij ziet er niet uw gelaatstrekken in; zij is niets anders dan een eenvoudig meubelstuk. Doch laat er licht in de kamer komen of de zon opgaan en erop schijnen, en uw gedaante wordt er zichtbaar in.
Zo is het met het Woord van God. Het is ten enenmale vruchteloos, totdat de Geest erop schijnt; en als Hij erop schijnt, dan werpt Hij tegelijkertijd een straal van licht in uw hart. En wanneer Hij met deze tweevoudige straal, dus eerst op het Woord en dan in uw ziel, schijnt, weerkaatst Hij vanuit het Woord uw eigen beeltenis en gij ziet uzelf zoals gij zijt. Nu, dit is het licht, schijnende in een duistere plaats; het licht der waarheid Gods schijnt in uw duister hart. Dan wordt het een vast Woord voor u; het geloof wordt in uw hart verwekt om te geloven wat God heeft geopenbaard. Het schijnen van dit licht in de duistere plaats veroorzaakt dat gij gelooft. En gelovende in het licht dat op deze wijze in uw duister hart komt, ontvangt gij het Woord der profetie als een Woord dat zeer vast is.
Aan de lezer…
Leest u de Schrift en blijft zij u soms een gesloten boek, als een spiegel in een donkere nacht? Lieve lezer, wanhoop daarom niet, maar leer er uw armoede in kennen. Het Woord heeft geen licht uit zichzelf, gelijk de maan geen licht heeft dan van de zon. Pas wanneer de Geest erop schijnt en tegelijk een straal in uw duister hart werpt, ziet u uzelf zoals u bent, en wordt het een vast Woord voor u.
Blijf dan acht hebben op dat Woord, ook wanneer het donker is. Lees het met de bede dat de Geest het voor u zal ontsluiten. Hij werkt door het Woord, en Hij kan in de duisterste plaats doen schijnen. Wanneer Hij dat doet, wordt het geloof verwekt om te geloven wat God heeft geopenbaard, en houdt u dat licht vast, totdat de dag aanlicht en de morgenster opgaat in uw hart.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En wij hebben het profetisch Woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de morgenster opga in uw harten.
2 Petrus 1:19
„Het Woord der profetie”, dat zeer vast is, is de Geest van God, geopenbaard in het Woord der waarheid. Dit wordt vergeleken met een licht dat schijnt in een duistere plaats. Die duistere plaats is het hart van de mens, en een duistere plaats is het werkelijk. En het licht dat in de duistere plaats schijnt, betekent dat de Geest van God Zijn eigen hemels licht in het duistere hart laat schijnen. De Geest van God werkt door het Woord van God. Hij gebruikt daarvoor het Woord der waarheid; door middel van dit gezegende Woord deelt Hij het licht mee.
Er is geen licht in het Woord uit en van zichzelf; het kan niemand tot zijn nut onderwijzen; dat is Gods voorrecht. Het Woord is een dode letter, niets anders dan een samenstel van woorden en lettergrepen. Er is niet het minste licht in, behalve voor zover de Geest van God het erin legt en erop schijnt. Ik mag de Schrift vergelijken met de maan. De maan heeft geen eigen licht, maar ontvangt al haar licht van de zon. Doof de zon uit en de maan zal ophouden te schijnen.
Of ik mag de Schrift vergelijken met datgene waarmee Jakobus haar vergelijkt: „Want zo iemand een hoorder is des Woords, en niet een dader, die is een man gelijk, welke zijn aangeboren aangezicht bemerkt in een spiegel.” Maar het licht moet op de spiegel schijnen. Wat heb je aan een spiegel in een donkere nacht? Hij geeft geen beeld terug; hij laat uw gelijkenis niet zien; u ziet er uw gelaatstrekken niet in; hij is niets anders dan een gewoon meubelstuk. Maar laat er licht in de kamer komen of de zon opgaan en erop schijnen, en uw gestalte wordt erin zichtbaar.
Zo is het met het Woord van God. Het is volstrekt vruchteloos totdat de Geest erop schijnt; en wanneer Hij erop schijnt, werpt Hij tegelijk een lichtstraal in uw hart. En wanneer Hij met deze tweevoudige straal schijnt, eerst op het Woord en dan in uw ziel, weerkaatst Hij vanuit het Woord uw eigen beeld en ziet u uzelf zoals u bent. Dit is nu het licht dat in een duistere plaats schijnt: het licht van Gods waarheid schijnt in uw duister hart. Dan wordt het een vast Woord voor u; het geloof wordt in uw hart gewekt om te geloven wat God heeft geopenbaard. Het schijnen van dit licht in de duistere plaats maakt dat u gelooft. En doordat u gelooft in het licht dat zo in uw duister hart komt, ontvangt u het Woord der profetie als een Woord dat zeer vast is.
Aan de lezer…
Leest u de Schrift en blijft zij u soms een gesloten boek, als een spiegel in een donkere nacht? Wanhoop daarom niet, maar leer er uw armoede in kennen. Het Woord heeft geen licht uit zichzelf, zoals de maan geen ander licht heeft dan van de zon. Pas wanneer de Geest erop schijnt en tegelijk een straal in uw duister hart werpt, ziet u uzelf zoals u bent, en wordt het een vast Woord voor u.
Blijf dan acht geven op dat Woord, ook wanneer het donker is. Lees het met het gebed dat de Geest het voor u zal ontsluiten. Hij werkt door het Woord, en Hij kan in de duisterste plaats doen schijnen. Wanneer Hij dat doet, wordt het geloof gewekt om te geloven wat God heeft geopenbaard, en houdt u dat licht vast, totdat de dag aanlicht en de morgenster opgaat in uw hart.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“We have also a more sure word of prophecy; whereunto ye do well that ye take heed, as unto a light that shineth in a dark place, until the day dawn, and the day star arise in your hearts.”
2 Peter 1:19
The “sure word of prophecy” is the mind of God revealed in the Scripture of truth. This is compared to “a light shining in a dark place.” This “dark place” is the heart of man, and a dark place it is; and the light shining in the dark place is when the Spirit of God pours His own heavenly light into the dark heart. The Spirit of God works by the Word of God. He makes use of the Scriptures of truth, by means of these blessed Scriptures to communicate light. There is no light in the Scriptures themselves; they cannot teach a man to profit, that being God’s prerogative. They are a dead letter, nothing but a collection of words and syllables; there is no light in them, no, not a particle, but what the Spirit of God throws upon them when He shines through them.
I might compare the Scriptures to the moon—the moon has no light in herself, but she borrows all her light from the sun—blot out the sun from the sky, and the moon would cease to shine. Or I might compare the Scriptures to what James compares them—“If any be a hearer of the word, and not a doer, he is like unto a man beholding his natural face in a glass.” Here the Scriptures are compared to a mirror, or looking-glass. But light must shine upon the glass. Of what use is a looking-glass in a dark night? It reflects no image; it presents to you no likeness; you discern not your features therein; it might be nothing else but a naked board, as far as any reflection it gives of your face.
But let light come into the room, or let the sun rise and shine upon it, and your countenance is reflected therein. So with the Word of God; it is utterly ineffectual until the Spirit shines upon it; and when He shines upon it, He casts at the same time a ray of light into your heart; and as He shines with this twofold ray, first upon the Word, and then into your soul, He reflects from the Word your very image, and you see yourself just as you are, clearly portrayed.
Now this is the light shining in a dark place; the light of God’s truth shining into your dark heart. This becomes “a sure word” to you; faith is raised up in your heart to credit what God has revealed; the shining in of this light into the dark place causes you to believe; and you, believing in the light which is thus come into your dark heart, receive the word of prophecy as a sure word.
To the reader…
Do you read the Scriptures, and do they sometimes remain a closed book to you, like a mirror on a dark night? Do not despair because of it, but learn your poverty in it. The Word has no light of itself, just as the moon has no light but that of the sun. Only when the Spirit shines upon it and at the same time casts a ray into your dark heart do you see yourself as you are, and it becomes a sure word to you.
Keep on taking heed to that Word, then, even when it is dark. Read it with the prayer that the Spirit may open it to you. He works through the Word, and He can make the darkest place shine. When He does so, faith is raised up to believe what God has revealed, and you hold fast to that light until the day dawns and the day star arises in your heart.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Tenemos también la palabra profética más permanente, a la cual hacéis bien de estar atentos como a una antorcha que alumbra en lugar oscuro hasta que el día esclarezca, y el lucero de la mañana salga en vuestros corazones.”
2 Pedro 1:19
La “palabra profética más permanente” es la mente de Dios revelada en la Escritura de verdad. Esta es comparada a “una antorcha que alumbra en lugar oscuro”. Este “lugar oscuro” es el corazón del hombre, y bien oscuro que es; y la luz que alumbra en el lugar oscuro es cuando el Espíritu de Dios derrama Su propia luz celestial en el corazón oscuro. El Espíritu de Dios obra por la Palabra de Dios. Se sirve de las Escrituras de verdad, comunicando luz por medio de estas benditas Escrituras. No hay luz en las Escrituras mismas; no pueden enseñar a un hombre para su provecho, pues esa es prerrogativa de Dios. Son una letra muerta, nada más que una colección de palabras y sílabas; no hay luz en ellas, no, ni una partícula, sino la que el Espíritu de Dios arroja sobre ellas cuando resplandece a través de ellas.
Podría comparar las Escrituras con la luna: la luna no tiene luz en sí misma, sino que toma prestada toda su luz del sol; borre usted el sol del cielo, y la luna dejaría de brillar. O podría compararlas con aquello a lo que las compara Santiago: “Si alguno oye la palabra, y no la pone por obra, este tal es semejante al hombre que considera en un espejo su rostro natural.” Aquí las Escrituras son comparadas a un espejo. Pero la luz ha de brillar sobre el espejo. ¿De qué sirve un espejo en una noche oscura? No refleja ninguna imagen; no le presenta ninguna semejanza; usted no distingue en él sus facciones; bien podría ser una simple tabla desnuda, en cuanto a reflejar su rostro.
Pero deje que entre la luz en la habitación, o que salga el sol y brille sobre él, y su semblante se refleja en él. Así sucede con la Palabra de Dios; es del todo ineficaz hasta que el Espíritu resplandece sobre ella; y cuando Él resplandece sobre ella, arroja al mismo tiempo un rayo de luz en su corazón; y al resplandecer con este doble rayo, primero sobre la Palabra y luego en su alma, refleja desde la Palabra su misma imagen, y usted se ve a sí mismo tal como es, claramente retratado.
Esta es, pues, la luz que alumbra en lugar oscuro: la luz de la verdad de Dios que brilla en su corazón oscuro. Esto llega a ser para usted una “palabra permanente”; la fe es levantada en su corazón para dar crédito a lo que Dios ha revelado; el resplandor de esta luz en el lugar oscuro le hace creer; y usted, creyendo en la luz que así ha entrado en su corazón oscuro, recibe la palabra profética como una palabra segura.
Al lector…
¿Lee usted las Escrituras, y a veces le siguen siendo un libro cerrado, como un espejo en una noche oscura? No desespere por ello, sino aprenda en ello su pobreza. La Palabra no tiene luz por sí misma, así como la luna no tiene otra luz que la del sol. Solo cuando el Espíritu resplandece sobre ella y al mismo tiempo arroja un rayo en su corazón oscuro, se ve usted tal como es, y ella llega a ser para usted una palabra segura.
Siga, pues, estando atento a esa Palabra, aun cuando esté oscuro. Léala con la oración de que el Espíritu se la abra. Él obra por la Palabra, y puede hacer resplandecer el lugar más oscuro. Cuando lo hace, la fe es levantada para creer lo que Dios ha revelado, y usted se aferra a esa luz hasta que el día esclarezca y el lucero de la mañana salga en su corazón.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl