Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

18 maart Korenaren uit de volle oogst

Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.
Jesaja 40:29

Het volk van God verkeert vaak in de toestand dat „het geen kracht heeft”. Al hun kracht lijkt uitgeput en hun sterkte helemaal weggesmolten. De zonde lijkt de overhand over hen gekregen te hebben. Het is hun alsof zij noch de wil noch het vermogen hebben om de loopbaan te lopen die hun is voorgesteld, of om op de weg van de Heere te volharden. En toch hebben zij juist dan kracht, want er staat geschreven: „Hij vermenigvuldigt de sterkte.” Er staat niet: Hij geeft, verleent of deelt kracht mee, maar: „Hij vermenigvuldigt de kracht.” Hoe kan dat?

Wij hebben kracht nodig om onze zwakheid te voelen. God moet Zijn macht laten blijken om ons in staat te stellen weg te zinken in nietigheid en hulpeloosheid. Daarom staat er: „Hij vermenigvuldigt de sterkte.” Het is alsof de tekst wil zeggen: is juist het vermogen om weg te zinken in menselijke zwakheid, hulpeloosheid en nietigheid niet sterkte? Zo gaat het in Gods verborgen wegen. En daarom „vermenigvuldigt Hij de sterkte” aan hen die geen kracht hebben (met andere woorden: aan hen die in hun eigen geweten voelen dat zij helemaal geen kracht hebben, en die alle natuurlijke sterkte en wijsheid missen).

De Heere nu „vermenigvuldigt de sterkte” op een zeer geheimzinnige manier. Vaak laat Hij in alle stilte en in het verborgene kracht in de ziel druppelen. Wij moeten niet altijd grote openbaringen verwachten. Zo vermenigvuldigt God gewoonlijk de sterkte niet. Wanneer Hij de ziel bezoekt, blijkt dat uit vruchten en gevolgen, en meer doordat wij het zien als het voorbij is dan door een onmiddellijke opwekking. De verleende kracht is gemakkelijker te voelen dan de hand die haar verleent te zien. In dit opzicht lijkt het op de nieuwe geboorte, waarvan de Heere zegt: „De wind blaast waarhenen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar hij komt, en waar hij henengaat” (Joh. 3:8).

Gij hebt, o Heer, in ’t dood’lijkst tijdsgewricht
mijn ziel gered, mijn tranen willen drogen.

Psalm 116:5

Aan de lezer…

Wie zich vandaag voelt als iemand die „geen kracht heeft”, kent een zware strijd; misschien is dat ook uw deel. Is het u alsof de zonde de overhand heeft, alsof u noch de wil noch het vermogen hebt om verder te gaan op de weg van de Heere? Wanhoop dan niet, ook al is er in uzelf niets om op te hopen. Juist dat gevoel van zwakheid en hulpeloosheid is geen teken dat de Heere u verlaten heeft; het is Zijn eigen werk, want er is kracht nodig om onze zwakheid werkelijk te voelen.

Verwacht ook niet altijd grote openbaringen. Vaak laat Hij in alle stilte kracht in de ziel druppelen, en ziet u pas achteraf dat u gedragen bent. U hoort het geluid van de wind, al weet u niet vanwaar hij komt. Zo werkt Hij, Die de sterkte vermenigvuldigt aan hen die geen krachten hebben. Leg dan uw onmacht bij Hem neer; Hij weet wat Hij met zulke armen wil doen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

18 maart 365 dagen met Philpot

De gave van Christus

Onze Heere Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader; Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Galaten 1:3-5

Had dit ontzagwekkende wonder van genade op een andere manier tot stand kunnen komen dan doordat de Heere Zichzelf vrij en vrijwillig gaf? Wie had Hem uit de hemel kunnen halen? Wie had Hem kunnen vragen naar beneden te komen? Welke engel of serafijn had daarboven het woord kunnen fluisteren: „Laat de Zoon van God Zichzelf geven voor de schuldige mens”? Welk menselijk hart had op zo’n gedachte kunnen komen? Of welke menselijke tong had, als iemand al op die gedachte was gekomen, het woord omhoog kunnen zenden naar de heilige voorhoven: „Laat de Zoon van God afdalen en voor ons verachtelijke, verdorven zondaren bloeden”?

Wat! Dat Gods Zoon, aan Hem gelijk en met Hem eeuwig, de afstraling van de heerlijkheid van Zijn Vader en het uitgedrukte beeld van Zijn zelfstandigheid; dat Hij in Wie de Vader van eeuwigheid Zijn welbehagen had; Hij Die door legioenen engelen werd aanbeden en bewonderd, dat Hij deze hemelse heerlijkheid zou verlaten en naar de aarde zou afdalen, om behandeld te worden als de ergste misdadiger, om spijkers door Zijn handen en voeten te laten slaan, en aan het kruis in smaad en schande de laatste adem uit te blazen! Had zo’n gedachte ooit kunnen opkomen in het hart van engelen of mensen? En toch was dit de eeuwige gedachte van God; dit was het hoogste voornemen van de Drie-enige Heere. En om dit heerlijke plan van eeuwige wijsheid en liefde te verwezenlijken, gaf de Zoon van God Zichzelf vrijwillig voor onze zonden.

Een prachtig beeld van deze vrijwillige overgave is het brandoffer waarover het eerste hoofdstuk van Leviticus spreekt. Dit offer werd geheel vrijwillig gebracht door wie het offerde, en het werd als zodanig geheel op het altaar verbrand. Zo kwam ook onze gezegende Heere uit eigen beweging; het was Zijn vrije, vrijwillige daad. En zoals het brandoffer volledig verteerd werd door de vlammen op het altaar en er niets van overbleef, zo werd onze gezegende Heere geheel verteerd in de vlammen van Gods toorn, en ook in de vlammen van Zijn eigen zelfopofferende liefde. „Hij gaf Zichzelf voor onze zonden.”

Lezen: Leviticus 1

Aan de lezer…

Hebt u, lezer, ooit stilgestaan bij dit wonder: dat niemand Hem dit gevraagd heeft? Geen engel, geen serafijn, geen menselijk hart zou op de gedachte zijn gekomen dat de Zoon van God Zichzelf zou geven voor verachtelijke, verdorven zondaren. Hij, de afstraling van de heerlijkheid van Zijn Vader, kwam uit eigen beweging, en liet spijkers door Zijn handen en voeten slaan.

Misschien twijfelt u of Hij wel iets met u te maken wil hebben. Zie dan naar het brandoffer, dat vrijwillig werd gebracht en geheel op het altaar werd verteerd. Zo gaf de Heere Zichzelf: niet met tegenzin, niet half, maar geheel, in de vlammen van Gods toorn en van Zijn eigen liefde. Een liefde die zo vrij en zo volkomen is, wacht niet tot u haar waard bent. Hij gaf Zichzelf voor onze zonden. Laat dat woord uw arme ziel bemoedigen en uw hart tot aanbidding brengen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

18 maart Door Baca’s vallei

En wij hebben het profetisch Woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de morgenster opga in uw harten.
2 Petrus 1:19

„Het Woord der profetie”, dat zeer vast is, is de Geest van God, geopenbaard in het Woord der waarheid. Dit wordt vergeleken met een licht dat schijnt in een duistere plaats. Die duistere plaats is het hart van de mens, en een duistere plaats is het werkelijk. En het licht dat in de duistere plaats schijnt, betekent dat de Geest van God Zijn eigen hemels licht in het duistere hart laat schijnen. De Geest van God werkt door het Woord van God. Hij gebruikt daarvoor het Woord der waarheid; door middel van dit gezegende Woord deelt Hij het licht mee.

Er is geen licht in het Woord uit en van zichzelf; het kan niemand tot zijn nut onderwijzen; dat is Gods voorrecht. Het Woord is een dode letter, niets anders dan een samenstel van woorden en lettergrepen. Er is niet het minste licht in, behalve voor zover de Geest van God het erin legt en erop schijnt. Ik mag de Schrift vergelijken met de maan. De maan heeft geen eigen licht, maar ontvangt al haar licht van de zon. Doof de zon uit en de maan zal ophouden te schijnen.

Of ik mag de Schrift vergelijken met datgene waarmee Jakobus haar vergelijkt: „Want zo iemand een hoorder is des Woords, en niet een dader, die is een man gelijk, welke zijn aangeboren aangezicht bemerkt in een spiegel.” Maar het licht moet op de spiegel schijnen. Wat heb je aan een spiegel in een donkere nacht? Hij geeft geen beeld terug; hij laat uw gelijkenis niet zien; u ziet er uw gelaatstrekken niet in; hij is niets anders dan een gewoon meubelstuk. Maar laat er licht in de kamer komen of de zon opgaan en erop schijnen, en uw gestalte wordt erin zichtbaar.

Zo is het met het Woord van God. Het is volstrekt vruchteloos totdat de Geest erop schijnt; en wanneer Hij erop schijnt, werpt Hij tegelijk een lichtstraal in uw hart. En wanneer Hij met deze tweevoudige straal schijnt, eerst op het Woord en dan in uw ziel, weerkaatst Hij vanuit het Woord uw eigen beeld en ziet u uzelf zoals u bent. Dit is nu het licht dat in een duistere plaats schijnt: het licht van Gods waarheid schijnt in uw duister hart. Dan wordt het een vast Woord voor u; het geloof wordt in uw hart gewekt om te geloven wat God heeft geopenbaard. Het schijnen van dit licht in de duistere plaats maakt dat u gelooft. En doordat u gelooft in het licht dat zo in uw duister hart komt, ontvangt u het Woord der profetie als een Woord dat zeer vast is.

Aan de lezer…

Leest u de Schrift en blijft zij u soms een gesloten boek, als een spiegel in een donkere nacht? Wanhoop daarom niet, maar leer er uw armoede in kennen. Het Woord heeft geen licht uit zichzelf, zoals de maan geen ander licht heeft dan van de zon. Pas wanneer de Geest erop schijnt en tegelijk een straal in uw duister hart werpt, ziet u uzelf zoals u bent, en wordt het een vast Woord voor u.

Blijf dan acht geven op dat Woord, ook wanneer het donker is. Lees het met het gebed dat de Geest het voor u zal ontsluiten. Hij werkt door het Woord, en Hij kan in de duisterste plaats doen schijnen. Wanneer Hij dat doet, wordt het geloof gewekt om te geloven wat God heeft geopenbaard, en houdt u dat licht vast, totdat de dag aanlicht en de morgenster opgaat in uw hart.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina