Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

18 oktober Korenaren uit de volle oogst

Zullen twee tezamen wandelen, tenzij dat ze bijeengekomen zijn?1)
Amos 3:3

Er is een tijd geweest, kind van God, dat de wereld de eerste plaats in uw hart innam. In Gods hart was dat niet zo. U en Hij waren dus met elkaar in strijd. Maar nu bent u door genade zover gekomen dat de eeuwigheid uw voornaamste zorg is. Daarin bent u met God bijeengekomen, het met Hem eens geworden. Want in Gods gedachten weegt de eeuwigheid net zoveel zwaarder dan de tijd als de sterren aan de middernachtelijke hemel zwaarder wegen dan een stofje.

Er was een tijd dat u de wereld en de dingen van de tijd en van de zinnen liefhad, en dat de aarde en het aardse uw element en uw thuis waren. Daarin waren u en God met elkaar in strijd, omdat de Heere zag dat de wereld vol boosheid was, terwijl u vond dat zij vol goeds was. De Heere zag de wereld als liggend onder Zijn vloek, maar u had haar gunsten en haar zegeningen lief. U probeerde dwaas en goddeloos te genieten van wat God had verworpen. Daarom kon u niet met Hem bijeenkomen.

U ziet dus dat wij, om met God eensgezind te zijn, Gods gedachten in ons hart, Gods wegen in onze ziel en Gods liefde in ons gemoed moeten hebben. „Want Mijne gedachten zijn niet ulieder gedachten, en Mijne wegen zijn niet uwe wegen, spreekt de Heere.” Maar zo moet het wel worden. En wanneer Gods gedachten eenmaal onze gedachten en Gods wegen onze wegen worden, wanneer wij eenmaal de Geest van Christus hebben en met Gods ogen zien, dan komen God en wij bijeen, en als wij zo bijeengekomen zijn, kunnen wij samen wandelen.

Wat betekent het samen te wandelen? Het is eenheid, gemeenschap en vriendschap genieten. Zodra wij met God zijn bijeengekomen, wandelen wij met God. Hij heeft daarboven een troon der genade opgericht. Wanneer God en de mens zo bijeenkomen, ontmoeten zij elkaar bij de troon der genade van de Verlosser, die met bloed besprenkeld is en de verbroken tafelen van de wet aan het oog onttrekt. Daar ontmoet God de mens in genadige vriendschap en stelt Hij hem in staat zijn ziel voor Hem uit te storten en Hem zijn moeiten, zijn beproevingen en verzoekingen te vertellen. En af en toe geeft Hij verlichting door hem een genadige belofte toe te fluisteren, een gedeelte van Zijn heilige Waarheid toe te passen en hem aan te moedigen om in Zijn geliefde Zoon te geloven en op Zijn barmhartigheid te hopen.

1) De Engelse tekst geeft voor bijeenkomen: „samenstemmen, overeenstemmen.” Vert.

Ps. 97:7

Aan de lezer…

Deze woorden spreken van twee die samen wandelen. Er was een tijd dat de wereld uw element en uw thuis was, en dat u met God in strijd was zonder het te weten. Ziet u nu met andere ogen? Weegt de eeuwigheid voor u zwaarder dan de tijd, en is wat God verworpen heeft u een last geworden? Dan is dat geen werk van uzelf, maar een teken dat Gods gedachten in uw hart zijn gekomen en dat u met Hem bijeengekomen bent.

Wie zo met God bijeengekomen is, mag met Hem wandelen. Dat is geen koude plicht, maar gemeenschap en vriendschap bij de troon der genade, waar het bloed de verbroken tafelen van de wet bedekt. Daar mag u uw ziel uitstorten en uw moeiten, beproevingen en verzoekingen vertellen. En wordt u dan een genadige belofte toegefluisterd, laat die u dan aanmoedigen om in Zijn geliefde Zoon te geloven en op Zijn barmhartigheid te hopen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

18 oktober 365 dagen met Philpot

Evangelische voorschriften

Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.
Markus 9:24

Er is een heel nauw verband tussen elke genade in de ziel en de geest van het gebed in het gemoed. Het leven van God in het hart van de gelovige daalt en stijgt, ebt weg en vloeit weer binnen, precies naar de mate waarin de Geest van genade en gebed binnenkomt en vertrekt, en geheel daarmee in overeenstemming. Geloof en gebed gaan hand in hand naar de troon en versterken elkaar terwijl ze naar de genadetroon gaan. Hoe meer de geest van het geloof in mij aanwezig is, des te meer is ook de geest van het gebed in mij aanwezig. Het geloof ziet de zegen, het gebed smeekt die te mogen genieten; het geloof geeft het gebed kracht om te vragen, en door het gebed wordt het geloof versterkt.

Door hun vereniging wordt de barmhartigheid persoonlijk bezit: „Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden” (Mark. 11:24). Toen Mozes zijn hand ophief, had Israël de overhand; toen Mozes zijn hand liet zakken, had Amalek de overhand (Ex. 17:11). Maar deze geest van het geloof verflauwt gemakkelijk; zelfs Mozes, de man Gods, kon zijn hand niet lang genoeg opgeheven houden. Daarom hebben wij hopelijk de wijsheid en de barmhartigheid om de dingen te vermijden waarvan we uit vroegere ervaring weten dat ze het geloof verzwakken en het gebed in de weg staan.

Verstrikking in wereldse zaken, voor zover die niet strikt noodzakelijk is, is een van de zekerste belemmeringen voor het leven van God die op ons pad kan komen. Sommige kinderen van God worden zo door zaken of hun dagelijks werk in beslag genomen, dat ze noodzakelijkerwijs veel met de wereld te maken hebben. Maar dit is voor hen geen verleiding en geen zonde, zolang ze niet in de geest ervan verstrikt raken of erdoor bevangen worden. Jozef aan het hof van Farao, en Daniël als de eerste van de drie vorsten aan wie honderdtwintig stadhouders rekenschap gaven, handhaafden niet alleen hun wereldse positie, maar ook hun goddelijke genade.

Niet in de wereld zijn, maar van de wereld zijn: daarin schuilt het gevaar. Houd de wereld op gepaste afstand, en zij zal u geen kwaad doen; laat u door haar omhelzen, en u zult spoedig toegeven aan haar verleidelijke invloed.

Lezen: Daniël 1

Aan de lezer…

U die merkt dat uw gebed verflauwt en uw geloof zwak wordt, vraag u eens eerlijk af wat er tussen u en de genadetroon is gekomen. Geloof en gebed gaan hand in hand; verzwakt het een, dan lijdt het ander. Ook Mozes kon zijn handen niet lang genoeg opgeheven houden, en toen hij ze liet zakken, kreeg Amalek de overhand. Zo gaat het ook met u, wanneer de zorgen en bezigheden van deze wereld u omhelzen en uw hart in beslag nemen.

U hoeft daarom de wereld niet te ontvluchten; Jozef en Daniël stonden midden in haar drukte en bewaarden toch de genade. Maar houd haar op afstand, en laat haar geest uw hart niet bevangen. Zoek de stille plaats bij de troon weer op, en bid met de bekende bede: „Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp.” Wat u biddend begeert en gelooft, zal u gegeven worden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

18 oktober Door Baca’s vallei

Jezus antwoordde en zeide tot hem: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, Die Hij gezonden heeft.
Johannes 6:29

O, hoeveel kinderen van God zijn er niet die wensen in Jezus te geloven en op Zijn heilige Naam te vertrouwen, en het toch niet kunnen, geplaagd en gekweld als zij worden door het opwellen van het inwendig ongeloof. Zo iemand weet dat hij niet zó in Hem gelooft dat hij zich de verlossing kan toe-eigenen. Hij heeft namelijk een inwendig getuigenis in zijn geweten dat, als hij door de kracht van de Heilige Geest in de Heere Jezus geloofde, dit de liefde van God in zijn hart zou brengen, de prikkel van de dood zou wegnemen en hem zou vervullen met blijdschap en vrede. Maar zolang hij zich veroordeeld voelt door de wet en zijn eigen schuldig geweten, heeft hij een inwendig getuigenis dat hij nog steeds het levend geloof in Christus mist, dat hem naar zijn overtuiging zou bevrijden van al zijn schuldige vrees en sombere overleggingen. Daarom jaagt hij naar dit bijzondere, uitnemende geloof in de Heere Jezus, om het te verkrijgen, of liever, dat de Heere het hem in Zijn oneindige barmhartigheid zou willen schenken.

Hier ligt dan de voornaamste werkzaamheid van het geloof: geloven in Jezus Christus, om vergeving, vrede en verlossing te mogen ontvangen. Menige ziel werkt hier hard aan, en toch met een diepe en groeiende overtuiging dat het een werk is dat zij niet kan volbrengen dan alleen door de onmiddellijke kracht van God. Het ongeloof is zo’n machtige vijand, dat zij ondanks al haar pogingen merkt dat zij het niet kan onderwerpen. Zij kan geen korreltje opwekken van het ware geloof waardoor Christus bevindelijk in het hart gebracht wordt. Maar deze strijd of tegenstand toont duidelijk dat er leven van binnen is, een werk van God in de ziel; want deze strijd ontstaat door de bewegingen van Zijn genade en de tegenstand van het vleselijk gemoed.

Wanneer de gezegende Geest dan op Zijn tijd Christus aan zijn oog en hart ontdekt, Zijn verzoenend bloed op zijn geweten sprenkelt, Zijn gerechtigheid tevoorschijn brengt en hem daarmee bekleedt, en de liefde van God in zijn hart uitstort, dan werkt Hij dit bijzondere geloof in de Heere Jezus. Daardoor gaat de ziel op Hem leunen en, als ik deze uitdrukking eens mag gebruiken, haakt zij zich vast aan Zijn Persoon als de Godmens. Hij vertrouwt op het bloed dat reinigt van alle zonden; op Zijn gerechtigheid, die volkomen rechtvaardigt; op Zijn genade, die al het overvloedige kwaad te boven gaat; op Zijn stervende liefde, als een verzachtend hartversterkend middel tegen alle smart en droefheid waardoor hij was omringd. Dat betekent het: geloven in de Zoon van God; geloven in Jezus Christus tot zaligheid van de ziel.

Aan de lezer…

Wanneer u in Jezus wenst te geloven en het toch niet kunt zoals u zou willen, is dat een zware strijd. Voelt u zich nog veroordeeld door de wet en door uw eigen schuldig geweten, en blijven al uw pogingen tegen het ongeloof vergeefs? Denk dan niet dat de strijd een teken is dat er niets in u is. Juist deze tegenstand laat zien dat er leven van binnen is; want een dode ziel strijdt niet, en zij jaagt ook niet naar het geloof in de Zoon van God.

U kunt dat geloof niet in uzelf opwekken; het is het werk van God. Maar Hij kan op Zijn tijd Christus aan uw oog en hart ontdekken, Zijn bloed op uw geweten sprenkelen en Zijn liefde in uw hart uitstorten. Wacht dan op Hem, en blijf vragen. Wanneer Hij dat doet, zal uw ziel op Hem leunen en zich vasthaken aan Zijn Persoon, en dan zult u ervaren dat Zijn genade al uw overvloedig kwaad te boven gaat.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina