October 18
Zullen twee tezamen wandelen, tenzij dat ze bijeengekomen zijn?1)
Amos 3:3
Er is een tijd geweest, kind van God, dat de wereld de eerste plaats in uw hart innam. Het was niet zo in Gods hart. Gij en Hij waart dus in strijd. Maar nu zijt gij door genade zover gekomen dat de eeuwigheid uw voornaamste zorg is. Gij en God zijt daarin bijeengekomen of overeengekomen; want in Gods gemoed weegt de eeuwigheid evenveel zwaarder dan de tijd, als de sterren aan de middernachtelijke hemel zwaarder wegen dan een stofje.
Er was een tijd dat gij de wereld en de dingen des tijds en der zinnen liefhadt, en de aarde en het aardse uw element en uw tehuis waren. Hierin waart gij en God in strijd, omdat de Heere zag dat de wereld vol boosheid was, terwijl gij haar vol goed achttet. De Heere beschouwde de wereld onder Zijn vloek, en gij hadt haar gunstbewijzen en haar zegeningen lief; gij zocht dwaselijk en goddeloos te genieten wat God had verworpen; daarom kondt gij niet bijeenkomen.
Gij ziet dus dat wij, om met God eenstemmig te zijn, de gedachten Gods in ons hart, Gods wegen in onze ziel en Gods liefde in ons gemoed moeten hebben. „Want Mijne gedachten zijn niet ulieder gedachten, en Mijne wegen zijn niet uwe wegen, spreekt de Heere.” Maar zij moeten dit worden; en als eenmaal Gods gedachten onze gedachten en Gods wegen onze wegen worden, wanneer wij eens de Geest van Christus hebben en met Gods ogen zien, dan komen God en wij bijeen, en bijeengekomen zijnde, kunnen wij tezamen wandelen.
Wat is het, samen te wandelen? Dat is eenheid, gemeenschap en vriendschap genieten. Zodra wij nu met God zijn bijeengekomen, wandelen wij met God. Hij heeft daarboven een troon der genade opgericht, en wanneer God en de mens zo bijeenkomen, ontmoeten zij elkander bij de troon der genade van de Verlosser, besprengd met bloed, de verbroken tafelen der wet voor het oog verbergende. Daar ontmoet God de mens in genadige vriendschap en stelt hem in staat zijn ziel voor Hem uit te storten en Hem zijn moeiten, zijn beproevingen en verzoekingen te vertellen. En nu en dan geeft Hij verlichting door een genadige belofte toe te fluisteren, een gedeelte van Zijn heilige Waarheid toe te passen en hem aan te moedigen in Zijn lieve Zoon te geloven en op Zijn barmhartigheid te hopen.
1) De Engelse tekst geeft voor bijeenkomen: „samenstemmen, overeenstemmen.” Vert.
Ps. 97:7
Aan de lezer…
Deze woorden spreken van twee die samen wandelen. Er was een tijd dat de wereld uw element en uw tehuis was, en dat u met God in strijd was, zonder het te weten. Ziet u nu met andere ogen? Weegt de eeuwigheid u zwaarder dan de tijd, en is het u een last geworden wat God verworpen heeft? Dan is dat geen werk van uzelf, maar een teken dat Gods gedachten in uw hart zijn gekomen, en dat u met Hem bijeengekomen bent.
Wie zo met God bijeengekomen is, mag met Hem wandelen. Dat is geen koude plicht, maar gemeenschap en vriendschap bij de troon der genade, waar het bloed de verbroken tafelen der wet bedekt. Daar mag u uw ziel uitstorten, uw moeiten, beproevingen en verzoekingen vertellen. En wordt er u dan een genadige belofte toegefluisterd, laat het u dan aanmoedigen om in Zijn lieve Zoon te geloven en op Zijn barmhartigheid te hopen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zullen twee tezamen wandelen, tenzij dat ze bijeengekomen zijn?1)
Amos 3:3
Er is een tijd geweest, kind van God, dat de wereld de eerste plaats in uw hart innam. In Gods hart was dat niet zo. U en Hij waren dus met elkaar in strijd. Maar nu bent u door genade zover gekomen dat de eeuwigheid uw voornaamste zorg is. Daarin bent u met God bijeengekomen, het met Hem eens geworden. Want in Gods gedachten weegt de eeuwigheid net zoveel zwaarder dan de tijd als de sterren aan de middernachtelijke hemel zwaarder wegen dan een stofje.
Er was een tijd dat u de wereld en de dingen van de tijd en van de zinnen liefhad, en dat de aarde en het aardse uw element en uw thuis waren. Daarin waren u en God met elkaar in strijd, omdat de Heere zag dat de wereld vol boosheid was, terwijl u vond dat zij vol goeds was. De Heere zag de wereld als liggend onder Zijn vloek, maar u had haar gunsten en haar zegeningen lief. U probeerde dwaas en goddeloos te genieten van wat God had verworpen. Daarom kon u niet met Hem bijeenkomen.
U ziet dus dat wij, om met God eensgezind te zijn, Gods gedachten in ons hart, Gods wegen in onze ziel en Gods liefde in ons gemoed moeten hebben. „Want Mijne gedachten zijn niet ulieder gedachten, en Mijne wegen zijn niet uwe wegen, spreekt de Heere.” Maar zo moet het wel worden. En wanneer Gods gedachten eenmaal onze gedachten en Gods wegen onze wegen worden, wanneer wij eenmaal de Geest van Christus hebben en met Gods ogen zien, dan komen God en wij bijeen, en als wij zo bijeengekomen zijn, kunnen wij samen wandelen.
Wat betekent het samen te wandelen? Het is eenheid, gemeenschap en vriendschap genieten. Zodra wij met God zijn bijeengekomen, wandelen wij met God. Hij heeft daarboven een troon der genade opgericht. Wanneer God en de mens zo bijeenkomen, ontmoeten zij elkaar bij de troon der genade van de Verlosser, die met bloed besprenkeld is en de verbroken tafelen van de wet aan het oog onttrekt. Daar ontmoet God de mens in genadige vriendschap en stelt Hij hem in staat zijn ziel voor Hem uit te storten en Hem zijn moeiten, zijn beproevingen en verzoekingen te vertellen. En af en toe geeft Hij verlichting door hem een genadige belofte toe te fluisteren, een gedeelte van Zijn heilige Waarheid toe te passen en hem aan te moedigen om in Zijn geliefde Zoon te geloven en op Zijn barmhartigheid te hopen.
1) De Engelse tekst geeft voor bijeenkomen: „samenstemmen, overeenstemmen.” Vert.
Ps. 97:7
Aan de lezer…
Deze woorden spreken van twee die samen wandelen. Er was een tijd dat de wereld uw element en uw thuis was, en dat u met God in strijd was zonder het te weten. Ziet u nu met andere ogen? Weegt de eeuwigheid voor u zwaarder dan de tijd, en is wat God verworpen heeft u een last geworden? Dan is dat geen werk van uzelf, maar een teken dat Gods gedachten in uw hart zijn gekomen en dat u met Hem bijeengekomen bent.
Wie zo met God bijeengekomen is, mag met Hem wandelen. Dat is geen koude plicht, maar gemeenschap en vriendschap bij de troon der genade, waar het bloed de verbroken tafelen van de wet bedekt. Daar mag u uw ziel uitstorten en uw moeiten, beproevingen en verzoekingen vertellen. En wordt u dan een genadige belofte toegefluisterd, laat die u dan aanmoedigen om in Zijn geliefde Zoon te geloven en op Zijn barmhartigheid te hopen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Can two walk together, except they be agreed?
Amos 3:3
There was a time, child of God, when the world held the chief place in your heart. God was not supreme in your heart. You and He were therefore at variance. But now, through grace, you are brought to make eternity your chief concern. You and God are agreed there; for in the mind of God, eternity as much outweighs time as the stars in the midnight sky outweigh a grain of dust.
There was a time when you loved the world and the things of time and sense; and earth and earthly things were your element and home. You and God disagreed upon that matter; because the Lord saw that the world was full of evil, while you saw it full of good. The Lord saw the world under His curse, and you loved its favor and its blessing—seeking madly and wickedly to enjoy that which God had denounced; therefore you could not agree.
Thus you see that in order to be agreed with God, we must have God’s thoughts in our heart, God’s ways in our soul, and God’s love in our affections. “For My thoughts are not your thoughts, neither are your ways My ways, says the Lord.” But they must become such; and when once God’s thoughts become our thoughts and God’s ways our ways; when once we have the mind of Christ and see with the eyes of God, then God and we become agreed, and being agreed, we can walk together.
What is it to walk together? Why, it is to enjoy union, communion, fellowship, and friendship. Now as we are brought to agree with God, we walk with God. He has set up a mercy-seat on high, and when they thus agree, God and man may meet at the mercy-seat of the Redeemer. As the eyes are enlightened to see the truth of God; as the heart is touched to feel the power of God; and as the affections are drawn forth to love the things of God, we meet at the mercy-seat.
It is sprinkled with blood; it contains and hides from view the broken tables of the law. There God meets man in gracious friendship, and enables him to pour out his soul before Him and to tell Him his troubles, trials, and temptations. And every now and then He sweetly relieves by dropping in a gracious promise, applying some portion of His sacred truth, encouraging him to believe in His dear Son, and still to hope in His mercy.
To the reader…
These words speak of two who walk together. There was a time when the world was your element and your home, and you were at variance with God without knowing it. Do you now see with different eyes? Does eternity weigh more heavily with you than time, and has what God has rejected become a burden to you? Then that is no work of your own, but a sign that God’s thoughts have come into your heart and that you have been brought into agreement with Him.
Whoever has been brought into agreement with God in this way may walk with Him. That is no cold duty, but communion and friendship at the mercy-seat, where the blood covers the broken tables of the law. There you may pour out your soul and tell Him your troubles, trials, and temptations. And if a gracious promise is then whispered to you, let it encourage you to believe in His dear Son and to hope in His mercy.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¿Andarán dos juntos, si no estuvieren de concierto?
Amós 3:3
Hubo un tiempo, hijo de Dios, en que el mundo ocupaba el primer lugar en su corazón. Dios no era supremo en su corazón. Usted y Él estaban, por tanto, en desacuerdo. Pero ahora, por gracia, usted ha sido llevado a hacer de la eternidad su principal preocupación. En eso usted y Dios están de concierto; porque en la mente de Dios la eternidad pesa más que el tiempo tanto como las estrellas del cielo de medianoche pesan más que un grano de polvo.
Hubo un tiempo en que usted amaba el mundo y las cosas del tiempo y de los sentidos; y la tierra y las cosas terrenales eran su elemento y su hogar. Usted y Dios no estaban de acuerdo en ese asunto; porque el Señor veía que el mundo estaba lleno de mal, mientras que usted lo veía lleno de bien. El Señor veía el mundo bajo Su maldición, y usted amaba su favor y su bendición, buscando con locura y maldad gozar de aquello que Dios había condenado; por eso no podían estar de acuerdo.
Así ve usted que, para estar de concierto con Dios, tenemos que tener los pensamientos de Dios en nuestro corazón, los caminos de Dios en nuestra alma y el amor de Dios en nuestros afectos. “Porque Mis pensamientos no son vuestros pensamientos, ni vuestros caminos Mis caminos, dijo Jehová”. Pero tienen que llegar a serlo; y cuando una vez los pensamientos de Dios llegan a ser nuestros pensamientos y los caminos de Dios nuestros caminos; cuando una vez tenemos la mente de Cristo y vemos con los ojos de Dios, entonces Dios y nosotros llegamos a estar de concierto, y estando de concierto, podemos andar juntos.
¿Qué es andar juntos? Pues es gozar de unión, comunión, compañerismo y amistad. Conforme somos llevados a estar de acuerdo con Dios, andamos con Dios. Él ha establecido un propiciatorio en lo alto, y cuando así están de acuerdo, Dios y el hombre pueden encontrarse en el propiciatorio del Redentor. Conforme los ojos son iluminados para ver la verdad de Dios, conforme el corazón es tocado para sentir el poder de Dios, y conforme los afectos son atraídos para amar las cosas de Dios, nos encontramos en el propiciatorio.
Está rociado con sangre; contiene y oculta a la vista las tablas quebrantadas de la ley. Allí Dios se encuentra con el hombre en amistad llena de gracia, y le capacita para derramar su alma delante de Él y contarle sus angustias, pruebas y tentaciones. Y de vez en cuando le alivia dulcemente, dejando caer una promesa llena de gracia, aplicando alguna porción de Su sagrada verdad, animándole a creer en Su amado Hijo y a seguir esperando en Su misericordia.
Al lector…
Estas palabras hablan de dos que andan juntos. Hubo un tiempo en que el mundo era su elemento y su hogar, y usted estaba en desacuerdo con Dios sin saberlo. ¿Ve ahora con otros ojos? ¿Pesa para usted la eternidad más que el tiempo, y se le ha hecho una carga lo que Dios ha desechado? Entonces eso no es obra suya, sino señal de que los pensamientos de Dios han entrado en su corazón y de que usted ha sido llevado a estar de concierto con Él.
Quien ha sido llevado así a estar de concierto con Dios puede andar con Él. Eso no es un deber frío, sino comunión y amistad en el propiciatorio, donde la sangre cubre las tablas quebrantadas de la ley. Allí puede usted derramar su alma y contarle sus angustias, pruebas y tentaciones. Y si entonces se le susurra una promesa llena de gracia, deje que le anime a creer en Su amado Hijo y a esperar en Su misericordia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl