Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

17 juli Korenaren uit de volle oogst

Hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft uit hetgeen Hij heeft geleden.
Hebreeën 5:8

Onze genadige Heere moest gehoorzaamheid aan de wil van God leren door de ervaring van Zijn eigen lijden, en vooral door een onvoorwaardelijke onderwerping aan de wil van Zijn hemelse Vader. En wat was die wil? Dat Hij de verbazend grote schuld op Zich zou nemen die Zijn Bruid door haar eigen overtreding op zich had geladen. Dat Hij Zich als losprijs zou geven om die schuld uit te delgen. Dat Hij onze zonden in Zijn lichaam op het hout zou dragen, met de gevolgen daarvan, als vloekhout voor ons. Dat Hij door de dood de satan zou overwinnen, die de macht over de dood had, en hen zou verlossen die door de vrees voor de dood hun hele leven aan slavernij onderworpen waren. En dat Hij, welke moeite en welk lijden er ook op hun pad zouden liggen, die allemaal zou dragen, en in en door hen een onvoorwaardelijke onderwerping aan de wil van God zou leren.

Dit was de wil van God, want Hij wilde dat Zijn Wet groot gemaakt, Zijn gerechtigheid verheerlijkt en Zijn oneindige reinheid en heiligheid geopenbaard en bevestigd zouden worden. En toch wilde Hij dat, te midden van al Zijn misnoegen over de zonde, Zijn oneindige wijsheid, teder medelijden, eeuwige liefde en soevereine genade zouden schitteren en heersen in de zaligheid van miljoenen, gedurende een glorierijke eeuwigheid. Ook dit was de vreugde die Christus voorgesteld was, waarvoor Hij het kruis verdragen en de schande veracht heeft, en waarom Hij nu gezeten is aan de rechterhand van de Vader.

God is ’t verbroken hart,
’t verbrijzeld en bedrukt gemoed
ten allen tijd’ nabij en goed
in tegenheid en smart.
Veel wederwaardigheên,
veel rampen zijn des vromen lot,
maar uit die alle redt hem God:
Hij is zijn heil alleen.

Ps. 34:9

Aan de lezer…

Lezer, is uw weg een weg van moeite en lijden, en valt het u zwaar te buigen onder de wil van God? Zie dan op Hem Die, hoewel Hij de Zoon was, gehoorzaamheid geleerd heeft uit wat Hij geleden heeft. Hij nam de verbazend grote schuld van Zijn Bruid op Zich, droeg haar zonden in Zijn lichaam op het hout en overwon door de dood hem die de macht over de dood had.

U hoeft uw last dus niet alleen te dragen. Wat er ook op uw pad ligt, het was de wil van de Vader dat Hij het zou dragen, en in en door u onderwerping aan de wil van God zou leren. Wie door de vrees voor de dood gebonden was, is door Hem verlost. Zo is Hij het verbroken hart nabij, en uit alle rampen zal Hij u redden, zodat ook in uw zaligheid Zijn eeuwige liefde en genade mogen schitteren.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

17 juli 365 dagen met Philpot

Bevinding

De HEERE maakt arm en maakt rijk.
1 Samuël 2:7

Om geestelijk een bedelaar te zijn, moet de mens niets hebben wat hij niet door smeken verkrijgt. Maar hoe vernederend is het voor de natuur, en hoe verpletterend voor de trots van de mens, dat hij van nature niets geestelijk goeds kan doen! Hij kan zijn eigen hart niet opnieuw scheppen, zijn eigen ziel niet redden, niet geloven, niet hopen en niet liefhebben — kortom, hij kan zich door geen enkele eigen wil of kracht aan Gods goedgunstigheid toevertrouwen! De bedelaar heeft niets om mee te werken of te handelen. Als hem maar een stukje grond gegeven werd, zou hij het kunnen bebouwen; als hij maar een beetje geld had, zou hij ermee kunnen kopen en verkopen.

Maar hij heeft niets om mee te beginnen, geen enkel uitgangspunt, want „de armoede der geringen is hun verstoring” (Spr. 10:15). Ik heb het over iemand die, laten we zeggen, door ziekte tot armoede gebracht is, niet over straatbedelaars, die meestal bedriegers zijn. Zo is het ook met Gods kinderen. Als ze maar konden werken, als ze maar een stukje grond konden bebouwen en een geestelijke oogst binnenhalen, of als ze maar een beetje geld hadden om mee te beginnen, dat ze konden uitzetten om het met rente terug te krijgen, dan zouden ze geen bedelaars zijn.

Maar dat alles is hun zo uit handen geraakt dat ze geen enkel goed ding meer hebben dat ze hun eigendom kunnen noemen. Daarom moeten ze bij de Heere bedelen, roepen en smeken om al het geestelijke en genadige. Wat is dat vernederend voor een mens! Toch weten Gods kinderen dat ze die weg moeten gaan. Hebt u, heb ik, ooit iets gekregen anders dan door te bedelen? Moeten Gods dienstknechten niet om bijna elke preek bidden, en roepen en zuchten om bijna elke tekst, om kracht in hun ziel te ervaren, om gedachten ingegeven te krijgen en om woorden in de mond gelegd te krijgen?

En moeten Gods kinderen, de hoorders, niet aan de voetbank van de genade smeken om elke zegen die ze hopen te ontvangen, om elk gunstig teken, om elk getuigenis, elke glimlach, elk bewijs en elke blijk dat ze Gods kinderen zijn? Moeten Gods kinderen niet heel aanhoudend de genadetroon bestormen, om die barmhartigheden als een vrije gave te mogen ontvangen, zonder welke ze niet getroost kunnen leven en niet zalig kunnen sterven? Als u geen bedelaar bent, als u nog een beetje geld bezit of een eigen veldje om te bebouwen, bent u niet geschikt voor het Koninkrijk van God. Elke cent uit de voorraad van de natuur moet uitgegeven zijn voordat u uit de volheid van Christus kunt ontvangen, genade voor genade. Zolang u geen bedelaar bent, hebt u geen zichtbaar recht op de zegeningen van het evangelie.

Lezen: Markus 10:46-52

Aan de lezer…

Is het ook voor u vernederend dat u niets hebt om mee te beginnen? U kunt uw eigen hart niet vernieuwen, en uit uzelf niet geloven, niet hopen en niet liefhebben. Het veldje dat u meende te bezitten, is u ontnomen, en de laatste cent uit de voorraad van de natuur is uitgegeven. Dat is bitter voor de trots van het hart, en toch is het geen verloren plaats.

Want juist de bedelaar mag aan de voetbank van de genade liggen. Wat u niet kunt verdienen, mag u smekend ontvangen als een vrije gave: elk gunstig teken, elke glimlach, elk bewijs dat u een kind van God bent. Bestorm dan aanhoudend de genadetroon. Hebt u ooit iets ontvangen anders dan door te bedelen? Zo zal het ook nu zijn: uit de volheid van Christus, genade voor genade, voor wie met lege handen komt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

17 juli Door Baca’s vallei

Alle gebed, alle smeking, die van enig mens of van al Uw volk Israël geschieden zal; als zij erkennen een ieder zijn plaag en zijn smart, en een ieder zijn handen in dit huis uitbreiden zal.
2 Kronieken 6:29

Salomo komt bij de bevinding; hij legt zijn hand op de juiste plek. Dat wil zeggen: het gaat erom zijn eigen plaag en zijn eigen smart te kennen. Men kan wel eens de smart van een ander kennen, maar dat kan ons niet tot voordeel zijn. Men kan over bevinding lezen in boeken, graag bevindelijke leraars horen, zelfs zo dat men geen anderen wil horen, en toch zijn eigen plaag en eigen smart niet kennen. Net als een dokter, die misschien de verschijnselen van elke ziekte kent, en toch zelf niet ziek is.

Zo kan men de verschijnselen van alle ziekten horen beschrijven, en toch door geen enige worden aangetast. Maar de mens voor wie Salomo bidt, is iemand die op een smartelijke manier zijn eigen plaag en gebrek kent, wiens hart erdoor geraakt is en wiens zonden hem zwaar wegen. Hoe smartelijk kan deze plaag zijn! Nacht en dag drukt zij hem. Hij is vol zweren en etterbuilen, en wat vreest hij dat het onderzoek niet al te best zal uitvallen.

De meeste kinderen van God hebben een wond. Ieder van hen heeft een gevoelige plek, iets wat misschien alleen God en zij kennen, en dat de oorzaak is van hun grootste smart. Het kan zijn dat zij een misstap begaan hebben die niet openbaar is; dat zij een zonde bedreven, een woord gesproken of een kwaad gedaan hebben. Zij zijn gevangen, verstrikt en terneergeslagen. Dat is hun grootste smart, en dat zijn hun wonden, die zij op sommige ogenblikken voor Gods aangezicht diep betreuren.

Voor zulke mensen bidt Salomo hier. Hij werpt het net uit aan de rechterzijde van het schip en zegt: „Hoor Gij dan uit de hemel, de vaste plaats Uwer woning, en vergeef, en geef een iegelijk naar al zijn wegen, gelijk Gij zijn hart kent; want Gij alleen kent het hart van de kinderen der mensen.” Ja, alleen God kent het hart. Hij kent het volkomen; Hij ziet tot op de bodem van het hart.

Aan de lezer…

Hoe vaak draagt u een wond die misschien alleen God en u kennen: een misstap die niet openbaar is, een woord dat u niet meer kunt terugnemen, een zonde die u nacht en dag drukt! Het is iets anders om over bevinding te lezen of te horen, dan zelf zijn eigen plaag en zijn eigen smart te kennen. Maar wie zijn plaag zo kent, is juist de mens voor wie Salomo bad.

Breid dan uw handen uit en verberg uw smart niet voor Gods aangezicht. Misschien vreest u dat het onderzoek niet al te best zal uitvallen; maar Hij kent uw hart al volkomen, tot op de bodem toe. Er is niets in u wat Hem verrast. En Hij Die het hart kent, is ook Degene Die hoort uit de hemel, de vaste plaats van Zijn woning, en vergeeft. Breng uw wond bij Hem, want bij Hem is zij in goede handen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina