vandaag verschenen
Een medelijdende Hogepriester en een troon der genade
Over Hebreeën 4:15,16: Christus, onze grote Hogepriester, kan medelijden hebben met onze zwakheden en is in alles verzocht, maar zonder zonde. Juist wie zijn zwakheden en verzoekingen voelt, wordt aangespoord…
7 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
2 weken geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
3 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Want wij, die geloofd hebben, gaan in de ruste.
Hebreeën 4:3
Wij gaan in de ruste wanneer wij ophouden met werken en rusten in de ruste van Christus, volgens Zijn eigen woorden: „Want Hij, Die in Zijn rust is ingegaan, heeft ook opgehouden met werken, gelijk God ophield met scheppen.” Wanneer gij nu geheel rusten kunt op het volbrachte werk van de Zoon van God, en door een levendig geloof aannemen kunt dat uw zonden op Zijn hoofd gelegd waren, dat Hij ze in Zijn lichaam droeg op het hout, dat Hij u in Zijn kostelijk bloed gewassen heeft, u bekleedt met Zijn gerechtigheid en u heiligt door Zijn Geest en genade, dan kunt gij rusten. Hier is iets vasts, iets stevigs voor het geweten om op te rusten. Terwijl de wet dondert, terwijl de satan beschuldigt, terwijl het geweten veroordeelt, is er geen rust.
Maar gij kunt rusten waar God rust. God rust in Zijn liefde; in het volbrachte werk van Zijn lieve Zoon; in de volmaaktheid van Christus’ menselijkheid; in Zijn vervulling van al Zijn verbondsbeloften; in de verheerlijking van Zijn heilige wet; in de voldoening van Zijn rechtvaardigheid; in de overeenstemming van al Zijn eigenschappen; in de openbaring Zijner genade en heerlijkheid aan de kinderen der mensen; want Hij is Zijn geliefde Zoon, in Welken Hij Zijn welbehagen heeft. De tabernakel in de woestijn en daarna de tempel op de berg Zion waren een type van de reine en heilige mensheid van de Heere Jezus. Daar rustte God op zichtbare wijze in een wolk op Zijn genadetroon, door de Joodse schrijvers „Schechinah” genoemd. Daarom was dit de plaats Zijner rust, zoals Hij zegt: „Want de Heere heeft Zion verkoren; Hij heeft het begeerd tot Zijn woonplaats, zeggende: Dit is Mijn ruste tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb ze begeerd” (Psalm 132:13, 14).
Hij heeft gedacht aan Zijn genade,
Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt.
Dit slaan al ’s aardrijks einden gade,
nu onze God Zijn heil ons schenkt.
Ps. 98:2
Aan de lezer…
Bestreden ziel, u kent die onrust waarin de wet dondert, de satan beschuldigt en het geweten veroordeelt. U zoekt misschien rust in uw eigen werken, in beter worden, in meer doen, en u vindt haar niet. Hoe zou u ook? Zolang u werkt om rust te verdienen, blijft het geweten zonder vaste grond.
Maar er is iets vasts, iets stevigs voor een beschuldigd geweten: het volbrachte werk van de Zoon van God. Uw zonden zijn op Zijn hoofd gelegd, Hij droeg ze in Zijn lichaam op het hout, Hij wast in Zijn kostelijk bloed en bekleedt met Zijn gerechtigheid. Daar rust God Zelf, in Zijn geliefde Zoon, in Wie Hij Zijn welbehagen heeft. Mag u daar ook rusten, dan rust u waar God rust; en wie gelooft, gaat in die ruste in.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want wij, die geloofd hebben, gaan in de ruste.
Hebreeën 4:3
Wij gaan in de rust in wanneer wij ophouden met werken en rusten in de rust van Christus, volgens Zijn eigen woorden: „Want Hij, Die in Zijn rust is ingegaan, heeft ook opgehouden met werken, gelijk God ophield met scheppen.” Wanneer u nu helemaal kunt rusten op het volbrachte werk van de Zoon van God, en door een levend geloof kunt aannemen dat uw zonden op Zijn hoofd gelegd werden, dat Hij ze in Zijn lichaam droeg op het hout, dat Hij u in Zijn kostbaar bloed gewassen heeft, u bekleedt met Zijn gerechtigheid en u heiligt door Zijn Geest en genade, dan kunt u rusten. Hier is iets vasts, iets stevigs waarop het geweten kan rusten. Zolang de wet dondert, de satan beschuldigt en het geweten veroordeelt, is er geen rust.
Maar u kunt rusten waar God rust. God rust in Zijn liefde, in het volbrachte werk van Zijn lieve Zoon, in de volmaaktheid van Christus’ mensheid, in de vervulling van al Zijn verbondsbeloften, in de verheerlijking van Zijn heilige wet, in de voldoening aan Zijn gerechtigheid, in de overeenstemming van al Zijn eigenschappen, en in de openbaring van Zijn genade en heerlijkheid aan de mensenkinderen. Want Hij is Zijn geliefde Zoon, in Wie Hij Zijn welbehagen heeft. De tabernakel in de woestijn, en later de tempel op de berg Sion, waren een type van de reine en heilige mensheid van de Heere Jezus. Daar rustte God zichtbaar in een wolk op Zijn genadetroon, wat de Joodse schrijvers de „Schechinah” noemen. Daarom was dit de plaats van Zijn rust, zoals Hij zegt: „Want de Heere heeft Zion verkoren; Hij heeft het begeerd tot Zijn woonplaats, zeggende: Dit is Mijn ruste tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb ze begeerd” (Psalm 132:13, 14).
Hij heeft gedacht aan Zijn genade,
Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt.
Dit slaan al ’s aardrijks einden gade,
nu onze God Zijn heil ons schenkt.
Ps. 98:2
Aan de lezer…
Bestreden ziel, u kent die onrust waarin de wet dondert, de satan beschuldigt en het geweten veroordeelt. U zoekt misschien rust in uw eigen werken, in beter worden, in meer doen, en u vindt haar niet. Hoe zou dat ook kunnen? Zolang u werkt om rust te verdienen, blijft het geweten zonder vaste grond.
Maar er is iets vasts, iets stevigs voor een beschuldigd geweten: het volbrachte werk van de Zoon van God. Uw zonden zijn op Zijn hoofd gelegd, Hij droeg ze in Zijn lichaam op het hout, Hij wast in Zijn kostbaar bloed en bekleedt met Zijn gerechtigheid. Daar rust God Zelf, in Zijn geliefde Zoon, in Wie Hij Zijn welbehagen heeft. Mag u daar ook rusten, dan rust u waar God rust; en wie gelooft, gaat in die rust in.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For we which have believed do enter into rest.
Hebrews 4:3
We enter into rest by ceasing from our own works, and resting on Christ’s; according to the words, “For he who has entered into His rest, has also ceased from his own works, as God did from His.” Now when you can fully rest upon the finished work of the Son of God, and believe by a living faith that your sins were laid upon His head; that He bore them in His body on the tree; that He has washed you in His precious blood, clothed you with His righteousness, and is sanctifying you by His Spirit and grace, then you can rest. There is something here firm and solid for the conscience to rest on.
While the law thunders, while Satan accuses, while conscience condemns there is no rest. But you can rest where God rests. God rests in His love; in the finished work of His dear Son; in the perfection of Christ’s humanity; in His fulfillment of all His covenant engagements; in the glorification of His holy law; in the satisfaction rendered to His justice; in the harmonizing of all His attributes; in the revelation of His grace and His glory to the children of men; for He is His beloved Son, in Whom He is well pleased.
The tabernacle in the wilderness, and afterwards the temple on Mount Zion, was a type of the pure and sacred humanity of the Lord Jesus. There God rested in a visible manner by a cloud upon the mercy seat, called by the Jewish writers the Shekinah. This, therefore, was the place of His rest, as He speaks, “For the Lord has chosen Zion; He has desired it for His habitation. This is My rest forever–here will I dwell; for I have desired it” (Psalm 132:13, 14).
To the reader…
Tried and tempted soul, you know that unrest in which the law thunders, Satan accuses and conscience condemns. Perhaps you look for rest in your own works, in becoming better, in doing more, and you do not find it. How could you? As long as you work to earn rest, the conscience remains without firm ground.
But there is something firm, something solid for an accused conscience: the finished work of the Son of God. Your sins were laid upon His head, He bore them in His body on the tree, He washes in His precious blood and clothes with His righteousness. There God Himself rests, in His beloved Son, in Whom He is well pleased. If you may rest there too, then you rest where God rests; and whoever believes enters into that rest.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Empero entramos en el reposo los que hemos creído.
Hebreos 4:3
Entramos en el reposo cesando de nuestras propias obras y descansando en las de Cristo; conforme a las palabras: “Porque el que ha entrado en Su reposo, también él ha reposado de sus obras, como Dios de las Suyas”. Ahora bien, cuando usted puede descansar plenamente en la obra consumada del Hijo de Dios, y creer con una fe viva que sus pecados fueron puestos sobre Su cabeza; que Él los llevó en Su cuerpo sobre el madero; que le ha lavado en Su preciosa sangre, le ha vestido con Su justicia, y le está santificando por Su Espíritu y Su gracia, entonces puede descansar. Aquí hay algo firme y sólido en que la conciencia puede reposar.
Mientras la ley truena, mientras Satanás acusa, mientras la conciencia condena, no hay reposo. Pero usted puede reposar donde Dios reposa. Dios reposa en Su amor; en la obra consumada de Su amado Hijo; en la perfección de la humanidad de Cristo; en el cumplimiento de todos Sus compromisos del pacto; en la glorificación de Su santa ley; en la satisfacción dada a Su justicia; en la armonía de todos Sus atributos; en la revelación de Su gracia y de Su gloria a los hijos de los hombres; porque Él es Su Hijo amado, en Quien tiene contentamiento.
El tabernáculo en el desierto, y después el templo en el monte de Sion, era figura de la pura y sagrada humanidad del Señor Jesús. Allí reposaba Dios de manera visible por medio de una nube sobre el propiciatorio, llamada por los escritores judíos la Shekinah. Este era, pues, el lugar de Su reposo, como Él dice: “Porque Jehová ha elegido a Sion; deseóla por habitación para Sí. Este es Mi reposo para siempre: aquí habitaré, porque la he deseado” (Salmo 132:13, 14).
Al lector…
Alma probada y tentada, usted conoce esa inquietud en la que la ley truena, Satanás acusa y la conciencia condena. Quizá busca reposo en sus propias obras, en hacerse mejor, en hacer más, y no lo encuentra. ¿Cómo podría encontrarlo? Mientras trabaje para ganarse el reposo, la conciencia queda sin terreno firme.
Pero hay algo firme, algo sólido para una conciencia acusada: la obra consumada del Hijo de Dios. Sus pecados fueron puestos sobre Su cabeza, Él los llevó en Su cuerpo sobre el madero, Él lava en Su preciosa sangre y viste con Su justicia. Allí reposa Dios mismo, en Su Hijo amado, en Quien tiene contentamiento. Si usted también puede reposar allí, entonces reposa donde Dios reposa; y el que cree entra en ese reposo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Door Christus tot God gaan
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
Nadat de ziel zeer is geplaagd, zeer beproefd, helemaal ontmanteld, vernederd en haar mond in het stof is gedrukt, wordt de weg van verlossing door een gekruisigde Immanuël aan haar geopenbaard. Er geschiedt aan het hart door het geloof, door middel van de leer van God de Geest en de toepassing ervan, een onthulling van de heerlijkheid van de Persoon van Christus en van de volheid van Christus’ rechtvaardigheid, en Jezus wordt onthuld zoals Hij in de Heilige Schrift beschreven wordt. En als de gezegende Geest deze dingen van Christus aan de ziel openbaart en haar een glimp toont van wat Jezus voor de armen en hulpbehoevenden betekent, schenkt Hij tegelijkertijd en op dezelfde wijze het levende geloof in de gezegende Verlosser; en zo maakt Hij het hem mogelijk „tot God te gaan door Jezus Christus”.
Hij ziet nu dat er een Middelaar is; hij weet nu dat er bloed is vergoten, dat er een verzoening heeft plaatsgevonden, dat eeuwige gerechtigheid is bewerkstelligd en aangebracht, en dat Jezus de Weg, de Waarheid en het Leven is. En als het de gezegende Geest belieft deze zaken krachtig in de ziel te openbaren en gezegend geloof te geven, waardoor er in het geweten gebruik van kan worden gemaakt, dan gaat men tot God door Jezus Christus, en smeekt men Hem het bloed van de verzoening aan het schuldige geweten toe te passen en Zijn stervende liefde aan de ziel te openbaren.
Men zou kunnen vragen: Wat is het waardoor hij gaat? Is het niet dat men de noodzaak ervan beseft? Het is schuld die hem naar vergiffenis doet verlangen. Het is verdoemenis die hem naar rechtvaardiging doet verlangen. Het is hulpeloosheid die hem naar hulp doet verlangen. Het is blindheid die hem naar licht doet verlangen. Het is onwetendheid die hem naar het onderricht van de gezegende Geest doet verlangen. Het is onwaardigheid die hem doet verlangen naar Jezus’ gerechtigheid als een rechtvaardigend gewaad om zijn naaktheid te bedekken, als hij voor de troon van de Allerhoogste moet verschijnen.
Lezen: Hebreeën 7:11-28
Aan de lezer…
Bent u geplaagd, beproefd en tot in het stof vernederd, lezer, en vraagt u zich af of zulk een ellendige als u wel tot God kan gaan? Merk dan op dat juist uw nood de weg is waardoor u gaat. Uw schuld doet u naar vergiffenis verlangen, uw blindheid naar licht, uw hulpeloosheid naar hulp, uw naaktheid naar een rechtvaardigend gewaad. Wat u als een hinderpaal ziet, gebruikt de Heere om u uit te drijven naar de enige Middelaar.
Want er is een Middelaar; er is bloed vergoten en verzoening teweeggebracht. Hij kan volkomenlijk zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, en Hij leeft altijd om voor hen te bidden. Ga dan met al uw ellende tot Hem, en smeek Hem het bloed der verzoening aan uw schuldig geweten toe te passen en Zijn stervende liefde aan uw ziel te openbaren. Wie zo komt, wordt niet afgewezen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
Nadat de ziel zwaar geplaagd, zwaar beproefd, volkomen ontbloot en vernederd is en haar mond in het stof is gelegd, wordt haar de weg van verlossing door een gekruisigde Immanuël geopenbaard. Door het geloof, door het onderwijs van God de Heilige Geest en Zijn toepassing daarvan, wordt aan het hart de heerlijkheid van de Persoon van Christus en de volheid van Christus’ gerechtigheid ontdekt, en wordt Jezus geopenbaard zoals Hij in de Heilige Schrift beschreven wordt. En wanneer de gezegende Geest deze dingen van Christus aan de ziel openbaart en haar iets laat zien van wat Jezus is voor de armen en hulpbehoevenden, schenkt Hij tegelijk en op dezelfde wijze het levend geloof in de gezegende Verlosser. Zo stelt Hij hem in staat „tot God te gaan door Jezus Christus”.
Hij ziet nu dat er een Middelaar is. Hij weet nu dat er bloed is vergoten, dat er verzoening is teweeggebracht, dat een eeuwige gerechtigheid is aangebracht, en dat Jezus de Weg, de Waarheid en het Leven is. En als het de gezegende Geest behaagt deze dingen krachtig in de ziel te openbaren en een gezegend geloof te geven, waardoor het geweten ze zich kan toe-eigenen, dan gaat men tot God door Jezus Christus. Dan smeekt men Hem het bloed van de verzoening aan het schuldige geweten toe te passen en Zijn stervende liefde aan de ziel te openbaren.
Men zou kunnen vragen: wat brengt hem ertoe te gaan? Is het niet het besef dat hij het nodig heeft? Het is schuld die hem naar vergeving doet verlangen. Het is verdoemenis die hem naar rechtvaardiging doet verlangen. Het is hulpeloosheid die hem naar hulp doet verlangen. Het is blindheid die hem naar licht doet verlangen. Het is onwetendheid die hem naar het onderwijs van de gezegende Geest doet verlangen. Het is onwaardigheid die hem doet verlangen naar Jezus’ gerechtigheid als een rechtvaardigend kleed om zijn naaktheid te bedekken, wanneer hij voor de troon van de Allerhoogste moet verschijnen.
Lezen: Hebreeën 7:11-28
Aan de lezer…
Bent u geplaagd, beproefd en tot in het stof vernederd, lezer, en vraagt u zich af of zo’n ellendige als u wel tot God kan gaan? Merk dan op dat juist uw nood de weg is waarlangs u gaat. Uw schuld doet u naar vergeving verlangen, uw blindheid naar licht, uw hulpeloosheid naar hulp, uw naaktheid naar een rechtvaardigend kleed. Wat u als een hinderpaal ziet, gebruikt de Heere om u uit te drijven naar de enige Middelaar.
Want er is een Middelaar; er is bloed vergoten en verzoening teweeggebracht. Hij kan volkomenlijk zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, en Hij leeft altijd om voor hen te bidden. Ga dan met al uw ellende tot Hem, en smeek Hem het bloed der verzoening aan uw schuldig geweten toe te passen en Zijn stervende liefde aan uw ziel te openbaren. Wie zo komt, wordt niet afgewezen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore He is able also to save them to the uttermost that come unto God by Him, seeing He ever liveth to make intercession for them.
Hebrews 7:25
After the soul has been sorely plagued, sorely tried, thoroughly stripped and humbled, and has put its mouth in the dust, the way of salvation through a crucified Immanuel is revealed to it. By faith, through the teaching of God the Holy Ghost and His application of it, the glory of the Person of Christ and the fulness of Christ’s righteousness are discovered to the heart, and Jesus is revealed as He is set forth in the Holy Scriptures. And when the blessed Spirit reveals these things of Christ to the soul and shows it something of what Jesus is to the poor and needy, He at the same time and in the same way gives living faith in the blessed Redeemer. Thus He enables him to “come unto God by Jesus Christ.”
He now sees that there is a Mediator. He now knows that blood has been shed, that atonement has been made, that an everlasting righteousness has been brought in, and that Jesus is the Way, the Truth and the Life. And when it pleases the blessed Spirit to reveal these things with power in the soul and to give a blessed faith whereby the conscience can appropriate them, then a man comes unto God by Jesus Christ. Then he begs Him to apply the atoning blood to the guilty conscience and to reveal His dying love to the soul.
It might be asked: what brings him to come? Is it not the sense that he needs it? It is guilt that makes him long for pardon. It is condemnation that makes him long for justification. It is helplessness that makes him long for help. It is blindness that makes him long for light. It is ignorance that makes him long for the teaching of the blessed Spirit. It is unworthiness that makes him long for Jesus’ righteousness as a justifying robe to cover his nakedness, when he must appear before the throne of the Most High.
Reading: Hebrews 7:11-28
To the reader…
Have you been plagued, tried and humbled into the dust, dear reader, and do you wonder whether such a wretch as you can come to God at all? Then notice that your very need is the way by which you come. Your guilt makes you long for pardon, your blindness for light, your helplessness for help, your nakedness for a justifying robe. What you see as a hindrance, the Lord uses to drive you to the only Mediator.
For there is a Mediator; blood has been shed and atonement made. He is able to save to the uttermost those who come unto God by Him, and He ever lives to make intercession for them. Go to Him, then, with all your misery, and beg Him to apply the atoning blood to your guilty conscience and to reveal His dying love to your soul. Whoever comes so will not be turned away.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por lo cual puede también salvar eternamente a los que por Él se allegan a Dios, viviendo siempre para interceder por ellos.
Hebreos 7:25
Después de que el alma ha sido duramente afligida, duramente probada, completamente despojada y humillada, y ha puesto su boca en el polvo, le es revelado el camino de salvación por medio de un Emmanuel crucificado. Por la fe, mediante la enseñanza de Dios el Espíritu Santo y Su aplicación de ella, se descubren al corazón la gloria de la Persona de Cristo y la plenitud de la justicia de Cristo, y Jesús es revelado tal como se presenta en las Santas Escrituras. Y cuando el bendito Espíritu revela al alma estas cosas de Cristo y le muestra algo de lo que Jesús es para el pobre y el necesitado, al mismo tiempo y de la misma manera da fe viva en el bendito Redentor. Así lo capacita para “allegarse a Dios por Jesucristo”.
Ahora ve que hay un Mediador. Ahora sabe que se ha derramado sangre, que se ha hecho expiación, que se ha traído una justicia eterna, y que Jesús es el Camino, la Verdad y la Vida. Y cuando al bendito Espíritu le place revelar estas cosas con poder en el alma y dar una fe bendita por la cual la conciencia puede apropiárselas, entonces el hombre se allega a Dios por Jesucristo. Entonces le ruega que aplique la sangre expiatoria a la conciencia culpable y que revele al alma Su amor agonizante.
Podría preguntarse: ¿qué le lleva a venir? ¿No es el sentir que lo necesita? Es la culpa la que le hace anhelar el perdón. Es la condenación la que le hace anhelar la justificación. Es la impotencia la que le hace anhelar ayuda. Es la ceguera la que le hace anhelar luz. Es la ignorancia la que le hace anhelar la enseñanza del bendito Espíritu. Es la indignidad la que le hace anhelar la justicia de Jesús como un manto justificador que cubra su desnudez, cuando haya de comparecer ante el trono del Altísimo.
Lectura: Hebreos 7:11-28
Al lector…
¿Ha sido usted afligido, probado y humillado hasta el polvo, querido lector, y se pregunta si un miserable como usted puede siquiera venir a Dios? Note entonces que su misma necesidad es el camino por el cual viene. Su culpa le hace anhelar el perdón, su ceguera la luz, su impotencia la ayuda, su desnudez un manto justificador. Lo que usted ve como un obstáculo, el Señor lo usa para empujarle hacia el único Mediador.
Porque hay un Mediador; se ha derramado sangre y se ha hecho expiación. Él puede salvar eternamente a los que por Él se allegan a Dios, y vive siempre para interceder por ellos. Vaya, pues, a Él con toda su miseria, y ruéguele que aplique la sangre expiatoria a su conciencia culpable y que revele a su alma Su amor agonizante. Quien viene así no será echado fuera.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
En het zal te dien dage geschieden, dat er met een grote bazuin geblazen zal worden; dan zullen die komen, die in het land van Assur verloren zijn, en de heengedrevenen in het land van Egypte; en zij zullen de Heere aanbidden op de heilige berg te Jeruzalem.
Jesaja 27:13
Geroepen door het geluid van de grote bazuin, zullen de heengedrevenen komen. En wanneer zij komen, wat doen zij dan? Spelen zij met de zonde, spotten zij met God, verachten zij de genade? Wij lezen daarvan niet. Zij aanbidden de Heere op de heilige berg te Jeruzalem. Zij aanbidden Hem in geest en waarheid; zij aanbidden Hem in de heerlijkheid des heiligdoms. Met gereinigde harten, gezuiverde consciënties en geestelijke genegenheden vallen zij voor Hem neder, terwijl in hun zielen een gevoel van de grootheid Zijner liefde is ingedrukt.
Tevoren hadden zij niet zulke hemelse gewaarwordingen; daarom konden zij de drie-enige God niet aanbidden op de heilige berg te Jeruzalem. De grote bazuin had nog geen geluid gegeven; het jubeljaar was nog niet gekomen; de ketenen waren nog niet gesprongen, de kluister was nog niet afgenomen en de gevangenisdeuren waren nog niet geopend; derhalve konden zij God niet met een vrije toegang aanbidden. Maar waar aanbidden zij Hem? Op de heilige berg. Onder de heilige berg verstaan wij geestelijk de berg Sions, de plaats waar Jezus zit in heerlijkheid. Dit is de aloude verklaring des Vaders: „Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijner heiligheid.”
Hier woont de Heere Jezus, met liefde in Zijn hart, genade in Zijn lippen uitgestort, met het Evangelie in de hand. Hij woont op een heilige berg, zwaait een heilige scepter en regeert in de harten van een heilig volk. De mensen spreken veel over heiligheid, en waarlijk, zij mogen er wel over spreken, want het is een zeer ernstige verklaring dat „zonder heiligmaking niemand de Heere zien zal”. Maar welk soort van heiligmaking hebben de mensen meestal op het oog? Een vleselijke heiligheid, een schepselheiligheid. Zij moeten dit doen en dat nalaten, dan zijn zij heilig.
Zoveel gebeden moeten er worden opgezegd, zoveel kapittels gelezen, zoveel plichten gedaan. Dit is een paapse heiligheid, de geheiligde gestrengheid van St. Dominicus; dat is niet de heiligheid zonder welke niemand de Heere zien zal. Zij is van een zeer onderscheiden natuur: onderscheiden in elk opzicht, in oorsprong, in weg, in middelen en in haar einde. De enige ware heiligheid is die welke door de Geest van God in de ziel gewrocht wordt. Een andere bron of fontein is er niet.
En door welke middelen brengt Hij de heiligmaking teweeg? Door de wet of door het Evangelie? Voorzeker door het Evangelie. Wanneer de grote bazuin van het jubeljaar in de ziel gehoord wordt, wanneer zij zijn tonen beluistert en gehoor geeft aan de roeping van het Evangelie, dan is dit alles om de Heere te aanbidden op Zijn heilige berg te Jeruzalem. De ware heiligheid wordt dan in de ziel voortgebracht, want dan worden haar geschonken: geestelijke verlangens, geestelijke genegenheden, geestelijke oogmerken, geestelijke gewaarwordingen en een geestelijk hart. Dit is heiligheid, in de ziel gewrocht door de Geest van God, en zonder deze zal niemand de Heere zien.
Aan de lezer…
Wie zich voelt als een van de heengedrevenen, verloren in een ver land, gebonden met ketenen die hij zelf niet kan breken, mag weten dat dit woord voor hem is — ook voor u. Het is niet uw eigen kracht die u terugbrengt, maar het geluid van de grote bazuin, de blijde roeping van het Evangelie. Wanneer die in uw ziel gehoord wordt, springen de ketenen en gaan de gevangenisdeuren open.
En misschien bent u moe geworden van een heiligheid die bestaat uit zoveel gebeden opzeggen, zoveel kapittels lezen en zoveel plichten doen, en die u toch nooit rust gaf. Ware heiligheid wordt door de Geest van God in de ziel gewrocht, door het Evangelie en niet door de wet. Zij geeft een geestelijk hart en geestelijke genegenheden, en zij leidt de verloste ziel tot de heilige berg, waar Jezus in heerlijkheid zit, om daar de Heere te aanbidden in geest en waarheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En het zal te dien dage geschieden, dat er met een grote bazuin geblazen zal worden; dan zullen die komen, die in het land van Assur verloren zijn, en de heengedrevenen in het land van Egypte; en zij zullen de Heere aanbidden op de heilige berg te Jeruzalem.
Jesaja 27:13
Geroepen door het geluid van de grote bazuin, zullen de heengedrevenen komen. En wat doen zij wanneer zij komen? Spelen zij met de zonde, spotten zij met God, verachten zij de genade? Daarvan lezen wij niets. Zij aanbidden de Heere op de heilige berg te Jeruzalem. Zij aanbidden Hem in geest en waarheid; zij aanbidden Hem in de heerlijkheid van het heiligdom. Met gereinigde harten, gezuiverde gewetens en geestelijke genegenheden vallen zij voor Hem neer, terwijl er in hun ziel een besef van de grootheid van Zijn liefde is ingedrukt.
Vroeger hadden zij zulke hemelse gewaarwordingen niet; daarom konden zij de drie-enige God niet aanbidden op de heilige berg te Jeruzalem. De grote bazuin had nog niet geklonken; het jubeljaar was nog niet gekomen; de ketenen waren nog niet gesprongen, de boeien waren nog niet afgenomen en de gevangenisdeuren waren nog niet geopend. Daarom konden zij God niet met vrije toegang aanbidden. Maar waar aanbidden zij Hem? Op de heilige berg. Onder de heilige berg verstaan wij geestelijk de berg Sion, de plaats waar Jezus in heerlijkheid zit. Dit is de oude verklaring van de Vader: „Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijner heiligheid.”
Hier woont de Heere Jezus, met liefde in Zijn hart, met genade uitgestort op Zijn lippen en met het Evangelie in de hand. Hij woont op een heilige berg, zwaait een heilige scepter en regeert in de harten van een heilig volk. De mensen spreken veel over heiligheid, en zij mogen er ook wel over spreken, want het is een zeer ernstige verklaring dat „zonder heiligmaking niemand de Heere zien zal”. Maar wat voor heiligmaking hebben de mensen meestal op het oog? Een vleselijke heiligheid, een heiligheid van het schepsel. Zij moeten dit doen en dat nalaten, en dan zijn zij heilig.
Zoveel gebeden moeten er worden opgezegd, zoveel hoofdstukken gelezen, zoveel plichten gedaan. Dat is een roomse heiligheid, de geheiligde gestrengheid van St. Dominicus; dat is niet de heiligheid zonder welke niemand de Heere zal zien. Die is van een heel andere aard: anders in elk opzicht, in oorsprong, in weg, in middelen en in doel. De enige ware heiligheid is die welke door de Geest van God in de ziel wordt gewerkt. Een andere bron of fontein is er niet.
En door welke middelen brengt Hij de heiligmaking tot stand? Door de wet of door het Evangelie? Zeker door het Evangelie. Wanneer de grote bazuin van het jubeljaar in de ziel gehoord wordt, wanneer de ziel naar zijn tonen luistert en gehoor geeft aan de roeping van het Evangelie, dan is dat alles om de Heere te aanbidden op Zijn heilige berg te Jeruzalem. Dan wordt de ware heiligheid in de ziel voortgebracht, want dan worden haar geschonken: geestelijke verlangens, geestelijke genegenheden, geestelijke doelen, geestelijke gewaarwordingen en een geestelijk hart. Dit is heiligheid, door de Geest van God in de ziel gewerkt, en zonder deze zal niemand de Heere zien.
Aan de lezer…
Wie zich voelt als een van de heengedrevenen, verloren in een ver land, gebonden met ketenen die hij zelf niet kan breken, mag weten dat dit woord voor hem is, ook voor u. Het is niet uw eigen kracht die u terugbrengt, maar het geluid van de grote bazuin, de blijde roeping van het Evangelie. Wanneer die in uw ziel gehoord wordt, springen de ketenen en gaan de gevangenisdeuren open.
En misschien bent u moe geworden van een heiligheid die bestaat uit zoveel gebeden opzeggen, zoveel hoofdstukken lezen en zoveel plichten doen, en die u toch nooit rust gaf. Ware heiligheid wordt door de Geest van God in de ziel gewerkt, door het Evangelie en niet door de wet. Zij geeft een geestelijk hart en geestelijke genegenheden, en zij leidt de verloste ziel naar de heilige berg, waar Jezus in heerlijkheid zit, om daar de Heere te aanbidden in geest en waarheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And it shall come to pass in that day, that the great trumpet shall be blown, and they shall come which were ready to perish in the land of Assyria, and the outcasts in the land of Egypt, and shall worship the LORD in the holy mount at Jerusalem.
Isaiah 27:13
Called by the sounding of the great trumpet, the perishing and outcasts “come.” And what do they do when they come? Do they trifle with sin, mock God, and abuse His grace? We read not so. They “worship the Lord in the holy mount at Jerusalem.” They worship Him in spirit and in truth; they worship Him in the beauty of holiness. With purified hearts, purged consciences, and spiritual affections, they fall down before Him, and their souls are impressed with a sense of the greatness of His love.
They had no such heavenly feelings before; they could not therefore worship the Three-One God in the holy mount nor at Jerusalem. The great trumpet had not been blown, the jubilee had not come, the chains had not been knocked off, the shackles not loosed, and the prison-gates not thrown open; they could not therefore worship God freely, fully and calmly, with liberty of access and freedom of spirit.
But where do they worship Him? “In the holy mount.” The holy mount we may understand to signify spiritually Mount Zion, the place where Jesus sits in glory. This is the ancient declaration of the Father, “Yet have I set My King upon My holy hill of Zion.” Here Jesus ever sits with love in His heart, grace in His lips, and the gospel in His hands. He sits on a holy hill, sways a holy scepter, and rules in the hearts of a holy people.
Men talk much of holiness; and indeed they may well talk of it, for it is a most solemn declaration, that “without holiness no man shall see the Lord.” But what sort of holiness are most men seeking after? A holiness of the flesh, a sanctity of the creature. They must do this and abstain from that; and if they do this and abstain from that, then they are holy. So many prayers must be said, so many chapters read, so many duties done. This is a Popish holiness, the sanctified austerity of a St. Dominic, not that holiness without which no man shall see the Lord.
That is of a very different nature—different every way, in source, way, means, and end. The only true holiness is that which is produced by the Spirit of God in the soul. Other source or fountain there is none. And how does He produce it? By the law or the gospel? By the gospel, certainly. When the great trumpet of jubilee sounds in the soul, when it listens to the notes, and comes obedient to its call, it is to worship the Lord in His holy mount at Jerusalem. True holiness is then produced in the soul, for then there are given spiritual desires, spiritual affections, spiritual views, spiritual feelings, and spiritual hearts. This is the holiness which is wrought in the soul by the Spirit of God, and without which no man shall see the Lord.
To the reader…
Whoever feels like one of the outcasts, lost in a far country, bound with chains he cannot break himself, may know that this word is for him, and for you too. It is not your own strength that brings you back, but the sound of the great trumpet, the joyful call of the gospel. When that is heard in your soul, the chains snap and the prison doors swing open.
And perhaps you have grown weary of a holiness made up of reciting so many prayers, reading so many chapters and doing so many duties, which never gave you rest after all. True holiness is wrought in the soul by the Spirit of God, through the gospel and not through the law. It gives a spiritual heart and spiritual affections, and it leads the redeemed soul to the holy mount, where Jesus sits in glory, to worship the Lord there in spirit and in truth.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Acontecerá también en aquel día, que se tañerá con gran trompeta, y vendrán los que habían sido esparcidos en la tierra de Asiria, y los que habían sido echados en tierra de Egipto, y adorarán a Jehová en el monte santo, en Jerusalén.
Isaías 27:13
Llamados por el sonido de la gran trompeta, los que perecían y los desterrados “vendrán”. ¿Y qué hacen cuando vienen? ¿Juegan con el pecado, se burlan de Dios y abusan de Su gracia? No leemos tal cosa. “Adorarán a Jehová en el monte santo, en Jerusalén.” Le adoran en espíritu y en verdad; Le adoran en la hermosura de la santidad. Con corazones purificados, conciencias limpias y afectos espirituales, se postran delante de Él, y sus almas quedan impresionadas con el sentido de la grandeza de Su amor.
Antes no tenían tales sentimientos celestiales; por eso no podían adorar al Dios Trino en el monte santo ni en Jerusalén. La gran trompeta no había sido tocada, el jubileo no había llegado, las cadenas no habían sido rotas, los grillos no habían sido sueltos, y las puertas de la cárcel no habían sido abiertas de par en par; por eso no podían adorar a Dios libre, plena y serenamente, con libertad de acceso y libertad de espíritu.
Pero ¿dónde Le adoran? “En el monte santo.” Podemos entender que el monte santo significa espiritualmente el monte de Sion, el lugar donde Jesús está sentado en gloria. Esta es la antigua declaración del Padre: “Yo empero he puesto mi rey sobre Sion, monte de mi santidad”. Allí está sentado Jesús para siempre, con amor en Su corazón, gracia en Sus labios y el evangelio en Sus manos. Está sentado en un monte santo, empuña un cetro santo y reina en los corazones de un pueblo santo.
Los hombres hablan mucho de santidad; y bien pueden hablar de ella, pues es una declaración solemnísima que sin santidad “nadie verá al Señor”. Pero ¿qué clase de santidad buscan la mayoría de los hombres? Una santidad de la carne, una santidad de la criatura. Tienen que hacer esto y abstenerse de aquello; y si hacen esto y se abstienen de aquello, entonces son santos. Hay que decir tantas oraciones, leer tantos capítulos, cumplir tantos deberes. Esta es una santidad papista, la austeridad santificada de un santo Domingo, no aquella santidad sin la cual nadie verá al Señor.
Aquella es de una naturaleza muy distinta: distinta en todo, en su fuente, su camino, sus medios y su fin. La única santidad verdadera es la que produce el Espíritu de Dios en el alma. No hay otra fuente ni otro manantial. ¿Y cómo la produce? ¿Por la ley o por el evangelio? Por el evangelio, ciertamente. Cuando la gran trompeta del jubileo suena en el alma, cuando esta escucha sus notas y viene obediente a su llamado, es para adorar al Señor en Su monte santo, en Jerusalén. Entonces se produce en el alma la santidad verdadera, porque entonces se dan deseos espirituales, afectos espirituales, vistas espirituales, sentimientos espirituales y corazones espirituales. Esta es la santidad que el Espíritu de Dios obra en el alma, y sin la cual nadie verá al Señor.
Al lector…
Quien se siente como uno de los desterrados, perdido en una tierra lejana, atado con cadenas que no puede romper por sí mismo, puede saber que esta palabra es para él, y también para usted. No es su propia fuerza la que le hace volver, sino el sonido de la gran trompeta, el llamado gozoso del evangelio. Cuando se oye en su alma, las cadenas se rompen y las puertas de la cárcel se abren de par en par.
Y quizás se ha cansado de una santidad hecha de rezar tantas oraciones, leer tantos capítulos y cumplir tantos deberes, que después de todo nunca le dio reposo. La santidad verdadera la obra el Espíritu de Dios en el alma, por el evangelio y no por la ley. Da un corazón espiritual y afectos espirituales, y lleva al alma redimida al monte santo, donde Jesús está sentado en gloria, para adorar allí al Señor en espíritu y en verdad.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl