June 17
Want wij, die geloofd hebben, gaan in de ruste.
Hebreeën 4:3
Wij gaan in de ruste wanneer wij ophouden met werken en rusten in de ruste van Christus, volgens Zijn eigen woorden: „Want Hij, Die in Zijn rust is ingegaan, heeft ook opgehouden met werken, gelijk God ophield met scheppen.” Wanneer gij nu geheel rusten kunt op het volbrachte werk van de Zoon van God, en door een levendig geloof aannemen kunt dat uw zonden op Zijn hoofd gelegd waren, dat Hij ze in Zijn lichaam droeg op het hout, dat Hij u in Zijn kostelijk bloed gewassen heeft, u bekleedt met Zijn gerechtigheid en u heiligt door Zijn Geest en genade, dan kunt gij rusten. Hier is iets vasts, iets stevigs voor het geweten om op te rusten. Terwijl de wet dondert, terwijl de satan beschuldigt, terwijl het geweten veroordeelt, is er geen rust.
Maar gij kunt rusten waar God rust. God rust in Zijn liefde; in het volbrachte werk van Zijn lieve Zoon; in de volmaaktheid van Christus’ menselijkheid; in Zijn vervulling van al Zijn verbondsbeloften; in de verheerlijking van Zijn heilige wet; in de voldoening van Zijn rechtvaardigheid; in de overeenstemming van al Zijn eigenschappen; in de openbaring Zijner genade en heerlijkheid aan de kinderen der mensen; want Hij is Zijn geliefde Zoon, in Welken Hij Zijn welbehagen heeft. De tabernakel in de woestijn en daarna de tempel op de berg Zion waren een type van de reine en heilige mensheid van de Heere Jezus. Daar rustte God op zichtbare wijze in een wolk op Zijn genadetroon, door de Joodse schrijvers „Schechinah” genoemd. Daarom was dit de plaats Zijner rust, zoals Hij zegt: „Want de Heere heeft Zion verkoren; Hij heeft het begeerd tot Zijn woonplaats, zeggende: Dit is Mijn ruste tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb ze begeerd” (Psalm 132:13, 14).
Hij heeft gedacht aan Zijn genade,
Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt.
Dit slaan al ’s aardrijks einden gade,
nu onze God Zijn heil ons schenkt.
Ps. 98:2
Aan de lezer…
Bestreden ziel, u kent die onrust waarin de wet dondert, de satan beschuldigt en het geweten veroordeelt. U zoekt misschien rust in uw eigen werken, in beter worden, in meer doen, en u vindt haar niet. Hoe zou u ook? Zolang u werkt om rust te verdienen, blijft het geweten zonder vaste grond.
Maar er is iets vasts, iets stevigs voor een beschuldigd geweten: het volbrachte werk van de Zoon van God. Uw zonden zijn op Zijn hoofd gelegd, Hij droeg ze in Zijn lichaam op het hout, Hij wast in Zijn kostelijk bloed en bekleedt met Zijn gerechtigheid. Daar rust God Zelf, in Zijn geliefde Zoon, in Wie Hij Zijn welbehagen heeft. Mag u daar ook rusten, dan rust u waar God rust; en wie gelooft, gaat in die ruste in.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want wij, die geloofd hebben, gaan in de ruste.
Hebreeën 4:3
Wij gaan in de rust in wanneer wij ophouden met werken en rusten in de rust van Christus, volgens Zijn eigen woorden: „Want Hij, Die in Zijn rust is ingegaan, heeft ook opgehouden met werken, gelijk God ophield met scheppen.” Wanneer u nu helemaal kunt rusten op het volbrachte werk van de Zoon van God, en door een levend geloof kunt aannemen dat uw zonden op Zijn hoofd gelegd werden, dat Hij ze in Zijn lichaam droeg op het hout, dat Hij u in Zijn kostbaar bloed gewassen heeft, u bekleedt met Zijn gerechtigheid en u heiligt door Zijn Geest en genade, dan kunt u rusten. Hier is iets vasts, iets stevigs waarop het geweten kan rusten. Zolang de wet dondert, de satan beschuldigt en het geweten veroordeelt, is er geen rust.
Maar u kunt rusten waar God rust. God rust in Zijn liefde, in het volbrachte werk van Zijn lieve Zoon, in de volmaaktheid van Christus’ mensheid, in de vervulling van al Zijn verbondsbeloften, in de verheerlijking van Zijn heilige wet, in de voldoening aan Zijn gerechtigheid, in de overeenstemming van al Zijn eigenschappen, en in de openbaring van Zijn genade en heerlijkheid aan de mensenkinderen. Want Hij is Zijn geliefde Zoon, in Wie Hij Zijn welbehagen heeft. De tabernakel in de woestijn, en later de tempel op de berg Sion, waren een type van de reine en heilige mensheid van de Heere Jezus. Daar rustte God zichtbaar in een wolk op Zijn genadetroon, wat de Joodse schrijvers de „Schechinah” noemen. Daarom was dit de plaats van Zijn rust, zoals Hij zegt: „Want de Heere heeft Zion verkoren; Hij heeft het begeerd tot Zijn woonplaats, zeggende: Dit is Mijn ruste tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb ze begeerd” (Psalm 132:13, 14).
Hij heeft gedacht aan Zijn genade,
Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt.
Dit slaan al ’s aardrijks einden gade,
nu onze God Zijn heil ons schenkt.
Ps. 98:2
Aan de lezer…
Bestreden ziel, u kent die onrust waarin de wet dondert, de satan beschuldigt en het geweten veroordeelt. U zoekt misschien rust in uw eigen werken, in beter worden, in meer doen, en u vindt haar niet. Hoe zou dat ook kunnen? Zolang u werkt om rust te verdienen, blijft het geweten zonder vaste grond.
Maar er is iets vasts, iets stevigs voor een beschuldigd geweten: het volbrachte werk van de Zoon van God. Uw zonden zijn op Zijn hoofd gelegd, Hij droeg ze in Zijn lichaam op het hout, Hij wast in Zijn kostbaar bloed en bekleedt met Zijn gerechtigheid. Daar rust God Zelf, in Zijn geliefde Zoon, in Wie Hij Zijn welbehagen heeft. Mag u daar ook rusten, dan rust u waar God rust; en wie gelooft, gaat in die rust in.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For we which have believed do enter into rest.
Hebrews 4:3
We enter into rest by ceasing from our own works, and resting on Christ’s; according to the words, “For he who has entered into His rest, has also ceased from his own works, as God did from His.” Now when you can fully rest upon the finished work of the Son of God, and believe by a living faith that your sins were laid upon His head; that He bore them in His body on the tree; that He has washed you in His precious blood, clothed you with His righteousness, and is sanctifying you by His Spirit and grace, then you can rest. There is something here firm and solid for the conscience to rest on.
While the law thunders, while Satan accuses, while conscience condemns there is no rest. But you can rest where God rests. God rests in His love; in the finished work of His dear Son; in the perfection of Christ’s humanity; in His fulfillment of all His covenant engagements; in the glorification of His holy law; in the satisfaction rendered to His justice; in the harmonizing of all His attributes; in the revelation of His grace and His glory to the children of men; for He is His beloved Son, in Whom He is well pleased.
The tabernacle in the wilderness, and afterwards the temple on Mount Zion, was a type of the pure and sacred humanity of the Lord Jesus. There God rested in a visible manner by a cloud upon the mercy seat, called by the Jewish writers the Shekinah. This, therefore, was the place of His rest, as He speaks, “For the Lord has chosen Zion; He has desired it for His habitation. This is My rest forever–here will I dwell; for I have desired it” (Psalm 132:13, 14).
To the reader…
Tried and tempted soul, you know that unrest in which the law thunders, Satan accuses and conscience condemns. Perhaps you look for rest in your own works, in becoming better, in doing more, and you do not find it. How could you? As long as you work to earn rest, the conscience remains without firm ground.
But there is something firm, something solid for an accused conscience: the finished work of the Son of God. Your sins were laid upon His head, He bore them in His body on the tree, He washes in His precious blood and clothes with His righteousness. There God Himself rests, in His beloved Son, in Whom He is well pleased. If you may rest there too, then you rest where God rests; and whoever believes enters into that rest.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Empero entramos en el reposo los que hemos creído.
Hebreos 4:3
Entramos en el reposo cesando de nuestras propias obras y descansando en las de Cristo; conforme a las palabras: “Porque el que ha entrado en Su reposo, también él ha reposado de sus obras, como Dios de las Suyas”. Ahora bien, cuando usted puede descansar plenamente en la obra consumada del Hijo de Dios, y creer con una fe viva que sus pecados fueron puestos sobre Su cabeza; que Él los llevó en Su cuerpo sobre el madero; que le ha lavado en Su preciosa sangre, le ha vestido con Su justicia, y le está santificando por Su Espíritu y Su gracia, entonces puede descansar. Aquí hay algo firme y sólido en que la conciencia puede reposar.
Mientras la ley truena, mientras Satanás acusa, mientras la conciencia condena, no hay reposo. Pero usted puede reposar donde Dios reposa. Dios reposa en Su amor; en la obra consumada de Su amado Hijo; en la perfección de la humanidad de Cristo; en el cumplimiento de todos Sus compromisos del pacto; en la glorificación de Su santa ley; en la satisfacción dada a Su justicia; en la armonía de todos Sus atributos; en la revelación de Su gracia y de Su gloria a los hijos de los hombres; porque Él es Su Hijo amado, en Quien tiene contentamiento.
El tabernáculo en el desierto, y después el templo en el monte de Sion, era figura de la pura y sagrada humanidad del Señor Jesús. Allí reposaba Dios de manera visible por medio de una nube sobre el propiciatorio, llamada por los escritores judíos la Shekinah. Este era, pues, el lugar de Su reposo, como Él dice: “Porque Jehová ha elegido a Sion; deseóla por habitación para Sí. Este es Mi reposo para siempre: aquí habitaré, porque la he deseado” (Salmo 132:13, 14).
Al lector…
Alma probada y tentada, usted conoce esa inquietud en la que la ley truena, Satanás acusa y la conciencia condena. Quizá busca reposo en sus propias obras, en hacerse mejor, en hacer más, y no lo encuentra. ¿Cómo podría encontrarlo? Mientras trabaje para ganarse el reposo, la conciencia queda sin terreno firme.
Pero hay algo firme, algo sólido para una conciencia acusada: la obra consumada del Hijo de Dios. Sus pecados fueron puestos sobre Su cabeza, Él los llevó en Su cuerpo sobre el madero, Él lava en Su preciosa sangre y viste con Su justicia. Allí reposa Dios mismo, en Su Hijo amado, en Quien tiene contentamiento. Si usted también puede reposar allí, entonces reposa donde Dios reposa; y el que cree entra en ese reposo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl