17 de junio
En het zal te dien dage geschieden, dat er met een grote bazuin geblazen zal worden; dan zullen die komen, die in het land van Assur verloren zijn, en de heengedrevenen in het land van Egypte; en zij zullen de Heere aanbidden op de heilige berg te Jeruzalem.
Jesaja 27:13
Geroepen door het geluid van de grote bazuin, zullen de heengedrevenen komen. En wanneer zij komen, wat doen zij dan? Spelen zij met de zonde, spotten zij met God, verachten zij de genade? Wij lezen daarvan niet. Zij aanbidden de Heere op de heilige berg te Jeruzalem. Zij aanbidden Hem in geest en waarheid; zij aanbidden Hem in de heerlijkheid des heiligdoms. Met gereinigde harten, gezuiverde consciënties en geestelijke genegenheden vallen zij voor Hem neder, terwijl in hun zielen een gevoel van de grootheid Zijner liefde is ingedrukt.
Tevoren hadden zij niet zulke hemelse gewaarwordingen; daarom konden zij de drie-enige God niet aanbidden op de heilige berg te Jeruzalem. De grote bazuin had nog geen geluid gegeven; het jubeljaar was nog niet gekomen; de ketenen waren nog niet gesprongen, de kluister was nog niet afgenomen en de gevangenisdeuren waren nog niet geopend; derhalve konden zij God niet met een vrije toegang aanbidden. Maar waar aanbidden zij Hem? Op de heilige berg. Onder de heilige berg verstaan wij geestelijk de berg Sions, de plaats waar Jezus zit in heerlijkheid. Dit is de aloude verklaring des Vaders: „Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijner heiligheid.”
Hier woont de Heere Jezus, met liefde in Zijn hart, genade in Zijn lippen uitgestort, met het Evangelie in de hand. Hij woont op een heilige berg, zwaait een heilige scepter en regeert in de harten van een heilig volk. De mensen spreken veel over heiligheid, en waarlijk, zij mogen er wel over spreken, want het is een zeer ernstige verklaring dat „zonder heiligmaking niemand de Heere zien zal”. Maar welk soort van heiligmaking hebben de mensen meestal op het oog? Een vleselijke heiligheid, een schepselheiligheid. Zij moeten dit doen en dat nalaten, dan zijn zij heilig.
Zoveel gebeden moeten er worden opgezegd, zoveel kapittels gelezen, zoveel plichten gedaan. Dit is een paapse heiligheid, de geheiligde gestrengheid van St. Dominicus; dat is niet de heiligheid zonder welke niemand de Heere zien zal. Zij is van een zeer onderscheiden natuur: onderscheiden in elk opzicht, in oorsprong, in weg, in middelen en in haar einde. De enige ware heiligheid is die welke door de Geest van God in de ziel gewrocht wordt. Een andere bron of fontein is er niet.
En door welke middelen brengt Hij de heiligmaking teweeg? Door de wet of door het Evangelie? Voorzeker door het Evangelie. Wanneer de grote bazuin van het jubeljaar in de ziel gehoord wordt, wanneer zij zijn tonen beluistert en gehoor geeft aan de roeping van het Evangelie, dan is dit alles om de Heere te aanbidden op Zijn heilige berg te Jeruzalem. De ware heiligheid wordt dan in de ziel voortgebracht, want dan worden haar geschonken: geestelijke verlangens, geestelijke genegenheden, geestelijke oogmerken, geestelijke gewaarwordingen en een geestelijk hart. Dit is heiligheid, in de ziel gewrocht door de Geest van God, en zonder deze zal niemand de Heere zien.
Aan de lezer…
Wie zich voelt als een van de heengedrevenen, verloren in een ver land, gebonden met ketenen die hij zelf niet kan breken, mag weten dat dit woord voor hem is — ook voor u. Het is niet uw eigen kracht die u terugbrengt, maar het geluid van de grote bazuin, de blijde roeping van het Evangelie. Wanneer die in uw ziel gehoord wordt, springen de ketenen en gaan de gevangenisdeuren open.
En misschien bent u moe geworden van een heiligheid die bestaat uit zoveel gebeden opzeggen, zoveel kapittels lezen en zoveel plichten doen, en die u toch nooit rust gaf. Ware heiligheid wordt door de Geest van God in de ziel gewrocht, door het Evangelie en niet door de wet. Zij geeft een geestelijk hart en geestelijke genegenheden, en zij leidt de verloste ziel tot de heilige berg, waar Jezus in heerlijkheid zit, om daar de Heere te aanbidden in geest en waarheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En het zal te dien dage geschieden, dat er met een grote bazuin geblazen zal worden; dan zullen die komen, die in het land van Assur verloren zijn, en de heengedrevenen in het land van Egypte; en zij zullen de Heere aanbidden op de heilige berg te Jeruzalem.
Jesaja 27:13
Geroepen door het geluid van de grote bazuin, zullen de heengedrevenen komen. En wat doen zij wanneer zij komen? Spelen zij met de zonde, spotten zij met God, verachten zij de genade? Daarvan lezen wij niets. Zij aanbidden de Heere op de heilige berg te Jeruzalem. Zij aanbidden Hem in geest en waarheid; zij aanbidden Hem in de heerlijkheid van het heiligdom. Met gereinigde harten, gezuiverde gewetens en geestelijke genegenheden vallen zij voor Hem neer, terwijl er in hun ziel een besef van de grootheid van Zijn liefde is ingedrukt.
Vroeger hadden zij zulke hemelse gewaarwordingen niet; daarom konden zij de drie-enige God niet aanbidden op de heilige berg te Jeruzalem. De grote bazuin had nog niet geklonken; het jubeljaar was nog niet gekomen; de ketenen waren nog niet gesprongen, de boeien waren nog niet afgenomen en de gevangenisdeuren waren nog niet geopend. Daarom konden zij God niet met vrije toegang aanbidden. Maar waar aanbidden zij Hem? Op de heilige berg. Onder de heilige berg verstaan wij geestelijk de berg Sion, de plaats waar Jezus in heerlijkheid zit. Dit is de oude verklaring van de Vader: „Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijner heiligheid.”
Hier woont de Heere Jezus, met liefde in Zijn hart, met genade uitgestort op Zijn lippen en met het Evangelie in de hand. Hij woont op een heilige berg, zwaait een heilige scepter en regeert in de harten van een heilig volk. De mensen spreken veel over heiligheid, en zij mogen er ook wel over spreken, want het is een zeer ernstige verklaring dat „zonder heiligmaking niemand de Heere zien zal”. Maar wat voor heiligmaking hebben de mensen meestal op het oog? Een vleselijke heiligheid, een heiligheid van het schepsel. Zij moeten dit doen en dat nalaten, en dan zijn zij heilig.
Zoveel gebeden moeten er worden opgezegd, zoveel hoofdstukken gelezen, zoveel plichten gedaan. Dat is een roomse heiligheid, de geheiligde gestrengheid van St. Dominicus; dat is niet de heiligheid zonder welke niemand de Heere zal zien. Die is van een heel andere aard: anders in elk opzicht, in oorsprong, in weg, in middelen en in doel. De enige ware heiligheid is die welke door de Geest van God in de ziel wordt gewerkt. Een andere bron of fontein is er niet.
En door welke middelen brengt Hij de heiligmaking tot stand? Door de wet of door het Evangelie? Zeker door het Evangelie. Wanneer de grote bazuin van het jubeljaar in de ziel gehoord wordt, wanneer de ziel naar zijn tonen luistert en gehoor geeft aan de roeping van het Evangelie, dan is dat alles om de Heere te aanbidden op Zijn heilige berg te Jeruzalem. Dan wordt de ware heiligheid in de ziel voortgebracht, want dan worden haar geschonken: geestelijke verlangens, geestelijke genegenheden, geestelijke doelen, geestelijke gewaarwordingen en een geestelijk hart. Dit is heiligheid, door de Geest van God in de ziel gewerkt, en zonder deze zal niemand de Heere zien.
Aan de lezer…
Wie zich voelt als een van de heengedrevenen, verloren in een ver land, gebonden met ketenen die hij zelf niet kan breken, mag weten dat dit woord voor hem is, ook voor u. Het is niet uw eigen kracht die u terugbrengt, maar het geluid van de grote bazuin, de blijde roeping van het Evangelie. Wanneer die in uw ziel gehoord wordt, springen de ketenen en gaan de gevangenisdeuren open.
En misschien bent u moe geworden van een heiligheid die bestaat uit zoveel gebeden opzeggen, zoveel hoofdstukken lezen en zoveel plichten doen, en die u toch nooit rust gaf. Ware heiligheid wordt door de Geest van God in de ziel gewerkt, door het Evangelie en niet door de wet. Zij geeft een geestelijk hart en geestelijke genegenheden, en zij leidt de verloste ziel naar de heilige berg, waar Jezus in heerlijkheid zit, om daar de Heere te aanbidden in geest en waarheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And it shall come to pass in that day, that the great trumpet shall be blown, and they shall come which were ready to perish in the land of Assyria, and the outcasts in the land of Egypt, and shall worship the LORD in the holy mount at Jerusalem.
Isaiah 27:13
Called by the sounding of the great trumpet, the perishing and outcasts “come.” And what do they do when they come? Do they trifle with sin, mock God, and abuse His grace? We read not so. They “worship the Lord in the holy mount at Jerusalem.” They worship Him in spirit and in truth; they worship Him in the beauty of holiness. With purified hearts, purged consciences, and spiritual affections, they fall down before Him, and their souls are impressed with a sense of the greatness of His love.
They had no such heavenly feelings before; they could not therefore worship the Three-One God in the holy mount nor at Jerusalem. The great trumpet had not been blown, the jubilee had not come, the chains had not been knocked off, the shackles not loosed, and the prison-gates not thrown open; they could not therefore worship God freely, fully and calmly, with liberty of access and freedom of spirit.
But where do they worship Him? “In the holy mount.” The holy mount we may understand to signify spiritually Mount Zion, the place where Jesus sits in glory. This is the ancient declaration of the Father, “Yet have I set My King upon My holy hill of Zion.” Here Jesus ever sits with love in His heart, grace in His lips, and the gospel in His hands. He sits on a holy hill, sways a holy scepter, and rules in the hearts of a holy people.
Men talk much of holiness; and indeed they may well talk of it, for it is a most solemn declaration, that “without holiness no man shall see the Lord.” But what sort of holiness are most men seeking after? A holiness of the flesh, a sanctity of the creature. They must do this and abstain from that; and if they do this and abstain from that, then they are holy. So many prayers must be said, so many chapters read, so many duties done. This is a Popish holiness, the sanctified austerity of a St. Dominic, not that holiness without which no man shall see the Lord.
That is of a very different nature—different every way, in source, way, means, and end. The only true holiness is that which is produced by the Spirit of God in the soul. Other source or fountain there is none. And how does He produce it? By the law or the gospel? By the gospel, certainly. When the great trumpet of jubilee sounds in the soul, when it listens to the notes, and comes obedient to its call, it is to worship the Lord in His holy mount at Jerusalem. True holiness is then produced in the soul, for then there are given spiritual desires, spiritual affections, spiritual views, spiritual feelings, and spiritual hearts. This is the holiness which is wrought in the soul by the Spirit of God, and without which no man shall see the Lord.
To the reader…
Whoever feels like one of the outcasts, lost in a far country, bound with chains he cannot break himself, may know that this word is for him, and for you too. It is not your own strength that brings you back, but the sound of the great trumpet, the joyful call of the gospel. When that is heard in your soul, the chains snap and the prison doors swing open.
And perhaps you have grown weary of a holiness made up of reciting so many prayers, reading so many chapters and doing so many duties, which never gave you rest after all. True holiness is wrought in the soul by the Spirit of God, through the gospel and not through the law. It gives a spiritual heart and spiritual affections, and it leads the redeemed soul to the holy mount, where Jesus sits in glory, to worship the Lord there in spirit and in truth.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Acontecerá también en aquel día, que se tañerá con gran trompeta, y vendrán los que habían sido esparcidos en la tierra de Asiria, y los que habían sido echados en tierra de Egipto, y adorarán a Jehová en el monte santo, en Jerusalén.
Isaías 27:13
Llamados por el sonido de la gran trompeta, los que perecían y los desterrados “vendrán”. ¿Y qué hacen cuando vienen? ¿Juegan con el pecado, se burlan de Dios y abusan de Su gracia? No leemos tal cosa. “Adorarán a Jehová en el monte santo, en Jerusalén.” Le adoran en espíritu y en verdad; Le adoran en la hermosura de la santidad. Con corazones purificados, conciencias limpias y afectos espirituales, se postran delante de Él, y sus almas quedan impresionadas con el sentido de la grandeza de Su amor.
Antes no tenían tales sentimientos celestiales; por eso no podían adorar al Dios Trino en el monte santo ni en Jerusalén. La gran trompeta no había sido tocada, el jubileo no había llegado, las cadenas no habían sido rotas, los grillos no habían sido sueltos, y las puertas de la cárcel no habían sido abiertas de par en par; por eso no podían adorar a Dios libre, plena y serenamente, con libertad de acceso y libertad de espíritu.
Pero ¿dónde Le adoran? “En el monte santo.” Podemos entender que el monte santo significa espiritualmente el monte de Sion, el lugar donde Jesús está sentado en gloria. Esta es la antigua declaración del Padre: “Yo empero he puesto mi rey sobre Sion, monte de mi santidad”. Allí está sentado Jesús para siempre, con amor en Su corazón, gracia en Sus labios y el evangelio en Sus manos. Está sentado en un monte santo, empuña un cetro santo y reina en los corazones de un pueblo santo.
Los hombres hablan mucho de santidad; y bien pueden hablar de ella, pues es una declaración solemnísima que sin santidad “nadie verá al Señor”. Pero ¿qué clase de santidad buscan la mayoría de los hombres? Una santidad de la carne, una santidad de la criatura. Tienen que hacer esto y abstenerse de aquello; y si hacen esto y se abstienen de aquello, entonces son santos. Hay que decir tantas oraciones, leer tantos capítulos, cumplir tantos deberes. Esta es una santidad papista, la austeridad santificada de un santo Domingo, no aquella santidad sin la cual nadie verá al Señor.
Aquella es de una naturaleza muy distinta: distinta en todo, en su fuente, su camino, sus medios y su fin. La única santidad verdadera es la que produce el Espíritu de Dios en el alma. No hay otra fuente ni otro manantial. ¿Y cómo la produce? ¿Por la ley o por el evangelio? Por el evangelio, ciertamente. Cuando la gran trompeta del jubileo suena en el alma, cuando esta escucha sus notas y viene obediente a su llamado, es para adorar al Señor en Su monte santo, en Jerusalén. Entonces se produce en el alma la santidad verdadera, porque entonces se dan deseos espirituales, afectos espirituales, vistas espirituales, sentimientos espirituales y corazones espirituales. Esta es la santidad que el Espíritu de Dios obra en el alma, y sin la cual nadie verá al Señor.
Al lector…
Quien se siente como uno de los desterrados, perdido en una tierra lejana, atado con cadenas que no puede romper por sí mismo, puede saber que esta palabra es para él, y también para usted. No es su propia fuerza la que le hace volver, sino el sonido de la gran trompeta, el llamado gozoso del evangelio. Cuando se oye en su alma, las cadenas se rompen y las puertas de la cárcel se abren de par en par.
Y quizás se ha cansado de una santidad hecha de rezar tantas oraciones, leer tantos capítulos y cumplir tantos deberes, que después de todo nunca le dio reposo. La santidad verdadera la obra el Espíritu de Dios en el alma, por el evangelio y no por la ley. Da un corazón espiritual y afectos espirituales, y lleva al alma redimida al monte santo, donde Jesús está sentado en gloria, para adorar allí al Señor en espíritu y en verdad.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl