gisteren verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
8 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
13 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
O alle gij dorstigen, komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet; komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk.
Jesaja 55:1
Hoe menig arm, gevoelig zondaar heeft door de kracht dezer woorden Jezus gezocht en is van Hem geantwoord (Psalm 34:5); is tot Hem gekomen en door Hem vriendelijk ontvangen. Door de kracht waarmee zulke uitnodigingen gepaard gaan, wordt het hart geopend, als dat van Lydia, om van de dingen te horen waarvan het Evangelie spreekt. Het wordt niet teruggehouden als te heilig dan dat een arme, bevlekte zondaar het zou aanraken; ook wordt de Heere Jezus niet beschouwd als een vertoornd Rechter, maar in deze uitnodigingen worden Zijn goedertierenheid, Zijn liefde en Zijn medelijden gezien en gevoeld, en stralen Zijner barmhartigheid en genade verlichten het verstand en maken het hart tot smeltens toe week.
Daaruit vloeien voort belijdenis van zonde, een afkeer van zichzelf, het afstand doen van eigengerechtigheid, ernstig verlangen en smachten naar de Heere en een omhelzen van de liefde der waarheid, voor zover die is bekendgemaakt. En als al deze gevolgen, zo geheel verschillend van de dode farizeese godsdienst, door de kracht van het Woord op het hart zijn voortgebracht, dan wordt de Bijbel een nieuw boek en met aandacht en genoegen bestudeerd. De oren zijn niet langer toegestopt; de ogen worden geopend wanneer de gelegenheid bestaat het Evangelie te horen verkondigen, en met graagte wordt het aangenomen en de liefelijkheid ervan genoten. Allen die deze dingen hebben ondervonden, zullen met ons erkennen dat er dagen zijn om zulks te horen, zoals Job zegt: „als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods verborgenheid over mijn tent was” (Job 29:4).
Zij sloegen ’t oog op God,
zij liepen als een stroom Hem aan.
Hij liet hen nimmer schaamrood staan,
Hij wendde straks hun lot.
Hij, die door smart op smart
gedrukt werd, zond tot God zijn beê:
terstond verdween ’t ondraagbaar wee
uit zijn benepen hart.
Psalm 34:3
Aan de lezer…
Bent u dorstig, arme ziel, en hebt u geen geld? Meent u dat het Evangelie te heilig is dan dat een bevlekte zondaar als u het zou mogen aanraken? Hoor dan hoe de uitnodiging luidt: „Komt, koopt zonder geld en zonder prijs.” Menig arm, gevoelig zondaar heeft door de kracht van dit woord Jezus gezocht, is tot Hem gekomen en vriendelijk ontvangen, niet door een vertoornd Rechter, maar door Eén vol goedertierenheid en medelijden.
Opent Hij zo uw hart als dat van Lydia, dan zult u het merken: belijdenis van zonde, afkeer van uzelf, afstand van eigen gerechtigheid en een smachten naar de Heere. Dan wordt de Bijbel u een nieuw boek en het Evangelie een liefelijke klank. Zijn die dagen voorbij, en zucht u met Job naar de tijd toen Gods verborgenheid over uw tent was? Kom dan opnieuw tot de wateren; de uitnodiging staat nog open.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
O alle gij dorstigen, komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet; komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk.
Jesaja 55:1
Hoeveel arme, gevoelige zondaars hebben door de kracht van deze woorden Jezus gezocht en zijn door Hem verhoord (Psalm 34:5); zij zijn tot Hem gekomen en door Hem vriendelijk ontvangen. Door de kracht die met zulke uitnodigingen gepaard gaat, wordt het hart geopend, zoals dat van Lydia, om te horen van de dingen waarover het Evangelie spreekt. Het Evangelie wordt dan niet op afstand gehouden als te heilig om door een arme, bevlekte zondaar aangeraakt te worden. Ook wordt de Heere Jezus niet gezien als een vertoornde Rechter. Nee, in deze uitnodigingen worden Zijn goedertierenheid, Zijn liefde en Zijn medelijden gezien en gevoeld, en stralen van Zijn barmhartigheid en genade verlichten het verstand en maken het hart week, totdat het smelt.
Daaruit vloeien voort: belijdenis van zonde, een afkeer van zichzelf, het afstand doen van eigengerechtigheid, een ernstig verlangen en smachten naar de Heere, en een omhelzen van de liefde tot de waarheid, voor zover die bekendgemaakt is. En wanneer al deze gevolgen, zo totaal anders dan de dode farizeese godsdienst, door de kracht van het Woord in het hart zijn voortgebracht, dan wordt de Bijbel een nieuw boek dat met aandacht en vreugde wordt bestudeerd. De oren zijn niet langer dichtgestopt; de ogen gaan open wanneer er gelegenheid is het Evangelie te horen verkondigen. Het wordt gretig aangenomen en de lieflijkheid ervan wordt genoten. Allen die deze dingen hebben ervaren, zullen met ons erkennen dat er dagen zijn om dat te horen, zoals Job zegt: „als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods verborgenheid over mijn tent was” (Job 29:4).
Zij sloegen ’t oog op God,
zij liepen als een stroom Hem aan.
Hij liet hen nimmer schaamrood staan,
Hij wendde straks hun lot.
Hij, die door smart op smart
gedrukt werd, zond tot God zijn beê:
terstond verdween ’t ondraagbaar wee
uit zijn benepen hart.
Psalm 34:3
Aan de lezer…
Bent u dorstig, arme ziel, en hebt u geen geld? Denkt u dat het Evangelie te heilig is om door een bevlekte zondaar als u te worden aangeraakt? Hoor dan hoe de uitnodiging luidt: „Komt, koopt zonder geld en zonder prijs.” Menig arme, gevoelige zondaar heeft door de kracht van dit woord Jezus gezocht, is tot Hem gekomen en vriendelijk ontvangen, niet door een vertoornde Rechter, maar door Eén vol goedertierenheid en medelijden.
Opent Hij uw hart zoals dat van Lydia, dan zult u het merken: belijdenis van zonde, afkeer van uzelf, afstand van eigen gerechtigheid en een smachten naar de Heere. Dan wordt de Bijbel voor u een nieuw boek en het Evangelie een lieflijke klank. Zijn die dagen voorbij, en zucht u met Job naar de tijd toen Gods verborgenheid over uw tent was? Kom dan opnieuw tot de wateren; de uitnodiging staat nog open.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ho, every one that thirsteth, come ye to the waters, and he that hath no money; come ye, buy, and eat; yea, come, buy wine and milk without money and without price.
Isaiah 55:1
How many a poor sensible sinner has, upon the strength of these words, looked unto Jesus and been lightened (Psalm 34:5), come to Him and met with a kind reception. By the power which attends such invitations the heart is opened, as was the heart of Lydia, to attend unto the things spoken in the gospel. It is not put away as too holy for a poor polluted sinner to touch, nor is the Lord Jesus viewed as an angry judge; but in these invitations His clemency, tenderness, and compassion are seen and felt, and beams and rays of His mercy and grace both enlighten the understanding and soften and melt the heart. Thence spring confession of sin, self-loathing, renunciation of one’s own righteousness, earnest desires and breathings after the Lord, and an embracing of the love of the truth so far as made known.
And as all these effects, so different from the old dead pharisaic religion, are produced by the power of the Word upon the heart, the Bible becomes a new book, and is read and studied with attention and delight. The ears, also, being unstopped, as well as the eyes opened, if there be the opportunity of hearing the preached gospel, with what eagerness is it embraced, and what a sweetness there is found in it. All who have passed through these things will agree with us that there are no such hearing days as what Job calls “the days of our youth, when the secret of God is upon our tabernacle” (Job 29:4).
To the reader…
Are you thirsty, poor soul, and have you no money? Do you think the gospel is too holy to be touched by a polluted sinner like you? Then hear how the invitation runs: “Come, buy without money and without price.” Many a poor, sensible sinner has, by the power of this word, looked to Jesus, come to Him and been kindly received, not by an angry Judge, but by One full of clemency and compassion.
If He opens your heart as He opened Lydia’s, you will notice it: confession of sin, self-loathing, renouncing your own righteousness and a longing after the Lord. Then the Bible becomes a new book to you and the gospel a sweet sound. Are those days past, and do you sigh with Job for the time when the secret of God was upon your tabernacle? Then come again to the waters; the invitation still stands open.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
A todos los sedientos: Venid a las aguas; y los que no tienen dinero, venid, comprad, y comed. Venid, comprad, sin dinero y sin precio, vino y leche.
Isaías 55:1
¡Cuántos pobres pecadores sensibles, sobre la fuerza de estas palabras, han mirado a Jesús y han sido alumbrados (Salmo 34:5), han venido a Él y han hallado una acogida bondadosa! Por el poder que acompaña a tales invitaciones se abre el corazón, como fue abierto el corazón de Lidia, para estar atento a las cosas que se dicen en el evangelio. No se lo rechaza como demasiado santo para que lo toque un pobre pecador contaminado, ni se ve al Señor Jesús como un juez airado; sino que en estas invitaciones se ven y se sienten Su clemencia, Su ternura y Su compasión, y los destellos y rayos de Su misericordia y gracia alumbran el entendimiento y ablandan y derriten el corazón. De ahí brotan la confesión del pecado, el aborrecimiento de sí mismo, la renuncia a la propia justicia, deseos y anhelos fervientes tras el Señor, y el abrazar el amor de la verdad en la medida en que se ha dado a conocer.
Y como todos estos efectos, tan distintos de la vieja religión farisaica y muerta, son producidos por el poder de la Palabra en el corazón, la Biblia se convierte en un libro nuevo, y se lee y se estudia con atención y deleite. Además, estando destapados los oídos, así como abiertos los ojos, si hay oportunidad de oír el evangelio predicado, ¡con qué avidez se lo abraza y qué dulzura se halla en él! Todos los que han pasado por estas cosas estarán de acuerdo con nosotros en que no hay días de oír como los que Job llama “los días de mi mocedad, cuando el secreto de Dios estaba en mi tienda” (Job 29:4).
Al lector…
¿Tiene usted sed, pobre alma, y no tiene dinero? ¿Piensa que el evangelio es demasiado santo para que lo toque un pecador contaminado como usted? Entonces escuche cómo dice la invitación: “Venid, comprad, sin dinero y sin precio”. Muchos pobres pecadores sensibles, por el poder de esta palabra, han mirado a Jesús, han venido a Él y han sido acogidos con bondad, no por un Juez airado, sino por Uno lleno de clemencia y compasión.
Si Él abre su corazón como abrió el de Lidia, usted lo notará: confesión del pecado, aborrecimiento de sí mismo, renuncia a su propia justicia y un anhelo tras el Señor. Entonces la Biblia se convierte para usted en un libro nuevo y el evangelio en un dulce sonido. ¿Han pasado esos días, y suspira usted con Job por el tiempo en que el secreto de Dios estaba en su tienda? Entonces venga otra vez a las aguas; la invitación sigue abierta.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Gerechtigheden en sterkte
Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de Heere zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen.
Jesaja 45:24
Er is een tijd geweest waarin sommigen van ons dachten dat we de kracht hadden om de duivel te weerstaan en de wereld te overwinnen; de kracht om vervolging te ondergaan, de verwijten van mensen te verdragen, hoogmoed en het kwade van ons hart te tuchtigen en te onderdrukken. Zijn we inderdaad in staat geweest deze veronderstelde kracht te betonen? Hebben we dit voornemen ten uitvoer gebracht? Wat is onze ervaring hierin geweest? Dat we steeds meer onze eigen zwakte hebben ontdekt; dat we nog niet één enkele verzoeking kunnen weerstaan.
De geringste windvlaag blaast ons omver: de begeerten waarin we steeds weer vervallen, onze lage hartstochten en de zondige verlangens van ons hart verlokken onze ogen en gedachten dermate, en verstrengelen zich zo rond onze gevoelens, dat we in één tel vallen, behalve als God Zelf ons overeind houdt. Hebben we niet ontdekt dat we geen kracht hebben om te geloven, te hopen, lief te hebben, te bidden of een geestelijke daad te verrichten, behalve als God Zelf in ons werkzaam is, zoals het Hem belieft, om ons Zijn wil te laten doen? En zo leren we onze zwakheid niet op dogmatische wijze of vanuit ons eigen oordeel; maar aangezien we uit eigen ervaring weten dat we de zwaksten der zwakken zijn, zo wordt ons geleerd dat we de verachtelijksten der verachtelijken zijn.
We raken steeds meer met dit soort zaken vertrouwd. Naarmate de Heere ons diepere kennis van onze verdorvenheden geeft, raken we minder gesteld op ons rechtvaardige, vrome, heilige zelf, en des te meer geeft de Heere ons kennis van verzoeking, van de zonde waarin we steeds weer vervallen, van de kracht van onze verdorvenheden en de werkingen van onze lage aard. En door al dit werk komen we er steeds meer op pijnlijke wijze achter wat een arme, hulpeloze, zwakke en krachteloze stakkers we zijn, en, als het de Heere belieft het te tonen, wat een kracht, macht en volheid er in Jezus Christus is.
Hij trekt ons, leidt ons, moedigt ons aan en stelt ons in staat om tot Zijn volheid te komen, de Heere smekend Zijn kracht volmaakt te maken in onze zwakheid, en met de hand van het geloof voorraden puttend uit die volheid die in Jezus Christus is. En in de Heere komen we te weten dat we niet alleen gerechtigheid hebben, maar ook sterkte.
Lezen: Psalm 30
Aan de lezer…
Hebt u ook eens gemeend, waarde lezer, dat u kracht genoeg had om de duivel te weerstaan en uw hart te bedwingen? En hebt u sindsdien ondervonden dat de geringste windvlaag u omverblaast? Dat is een pijnlijke les, en toch is het geen teken dat God u verlaten heeft. Wie zo uit eigen ervaring leert dat hij de zwakste der zwakken is, wordt juist losgemaakt van zijn rechtvaardige, vrome, heilige zelf.
Want de Heere laat Zijn volk niet alleen zijn armoede zien. Als het Hem belieft, toont Hij ook wat een kracht, macht en volheid er in Jezus Christus is. Bent u dan een arme, hulpeloze stakker, smeek Hem dat Hij Zijn kracht in uw zwakheid volmaakt make. Strek de hand van het geloof uit naar Zijn volheid, hoe beverig die hand ook is. In de Heere is niet alleen gerechtigheid, maar ook sterkte, en die sterkte is voor wie geen eigen sterkte meer heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de Heere zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen.
Jesaja 45:24
Er is een tijd geweest waarin sommigen van ons dachten dat we de kracht hadden om de duivel te weerstaan en de wereld te overwinnen; de kracht om vervolging te ondergaan, de smaad van mensen te verdragen, en hoogmoed en het kwade van ons hart te tuchtigen en te onderdrukken. Hebben we die veronderstelde kracht werkelijk kunnen tonen? Hebben we dit voornemen uitgevoerd? Wat is hierin onze ervaring geweest? Dat we steeds meer onze eigen zwakheid hebben ontdekt, en dat we nog niet één enkele verzoeking kunnen weerstaan.
De geringste windvlaag blaast ons omver. De begeerten waarin we steeds weer vervallen, onze lage hartstochten en de zondige verlangens van ons hart verlokken onze ogen en gedachten zo sterk en raken zo verstrengeld met onze gevoelens, dat we in één tel vallen, tenzij God Zelf ons overeind houdt. Hebben we niet ontdekt dat we geen kracht hebben om te geloven, te hopen, lief te hebben, te bidden of een geestelijke daad te verrichten, tenzij God Zelf in ons werkt, zoals het Hem behaagt, om ons Zijn wil te laten doen? Zo leren we onze zwakheid niet als een leerstuk of vanuit ons eigen oordeel. Maar omdat we uit eigen ervaring weten dat we de zwaksten van de zwakken zijn, wordt ons ook geleerd dat we de verachtelijksten van de verachtelijken zijn.
We raken steeds meer vertrouwd met dit soort zaken. Naarmate de Heere ons diepere kennis van onze verdorvenheden geeft, raken we minder gesteld op ons rechtvaardige, vrome, heilige zelf. En des te meer geeft de Heere ons kennis van verzoeking, van de zonde waarin we steeds weer vervallen, van de kracht van onze verdorvenheden en de werkingen van onze lage natuur. Door al dit werk komen we er steeds meer op pijnlijke wijze achter wat een arme, hulpeloze, zwakke en krachteloze stakkers we zijn. En als het de Heere behaagt het te tonen, zien we ook wat een kracht, macht en volheid er in Jezus Christus is.
Hij trekt ons, leidt ons, bemoedigt ons en stelt ons in staat om tot Zijn volheid te komen. Dan smeken we de Heere om Zijn kracht in onze zwakheid volmaakt te maken, en putten we met de hand van het geloof uit die volheid die in Jezus Christus is. En zo leren we dat we in de Heere niet alleen gerechtigheid hebben, maar ook sterkte.
Lezen: Psalm 30
Aan de lezer…
Hebt u ook eens gedacht dat u kracht genoeg had om de duivel te weerstaan en uw hart te bedwingen? En hebt u sindsdien ondervonden dat de geringste windvlaag u omverblaast? Dat is een pijnlijke les, en toch is het geen teken dat God u verlaten heeft. Wie zo uit eigen ervaring leert dat hij de zwakste van de zwakken is, wordt juist losgemaakt van zijn rechtvaardige, vrome, heilige zelf.
Want de Heere laat Zijn volk niet alleen zijn armoede zien. Als het Hem behaagt, toont Hij ook wat een kracht, macht en volheid er in Jezus Christus is. Bent u een arme, hulpeloze stakker? Smeek Hem dan dat Hij Zijn kracht in uw zwakheid volmaakt maakt. Strek de hand van het geloof uit naar Zijn volheid, hoe beverig die hand ook is. In de Heere is niet alleen gerechtigheid, maar ook sterkte, en die sterkte is voor wie geen eigen sterkte meer heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Surely, shall one say, in the LORD have I righteousness and strength: even to Him shall men come.
Isaiah 45:24
There was a time when some of us thought that we had the strength to resist the devil and to overcome the world; the strength to endure persecution, to bear the reproach of men, and to chastise and keep under the pride and evil of our hearts. Have we really been able to show that supposed strength? Have we carried out this resolution? What has been our experience in this? That we have more and more discovered our own weakness, and that we cannot yet resist a single temptation.
The slightest gust of wind blows us over. The lusts into which we fall again and again, our base passions and the sinful desires of our hearts so strongly allure our eyes and thoughts, and become so entangled with our feelings, that we fall in a moment, unless God Himself holds us up. Have we not found that we have no strength to believe, to hope, to love, to pray or to perform one spiritual act, unless God Himself works in us, as it pleases Him, to do His will? Thus we learn our weakness not as a doctrine or from our own judgment. But because we know from our own experience that we are the weakest of the weak, we are also taught that we are the vilest of the vile.
We become more and more familiar with these things. As the Lord gives us a deeper knowledge of our corruptions, we become less fond of our righteous, pious, holy self. And the more the Lord gives us a knowledge of temptation, of the sin into which we fall again and again, of the power of our corruptions and the workings of our base nature, the more we find out painfully, through all this work, what poor, helpless, weak and strengthless wretches we are. And when it pleases the Lord to show it, we see also what strength, power and fulness there is in Jesus Christ.
He draws us, leads us, encourages us and enables us to come to His fulness. Then we beg the Lord to make His strength perfect in our weakness, and with the hand of faith we draw out of that fulness which is in Jesus Christ. And so we learn that in the Lord we have not only righteousness, but strength also.
Reading: Psalm 30
To the reader…
Have you too once thought that you had strength enough to resist the devil and to master your own heart? And have you since found that the slightest gust of wind blows you over? That is a painful lesson, and yet it is no sign that God has forsaken you. Whoever learns in this way, from his own experience, that he is the weakest of the weak, is just being loosened from his righteous, pious, holy self.
For the Lord does not show His people only their poverty. When it pleases Him, He shows them also what strength, power and fulness there is in Jesus Christ. Are you a poor, helpless wretch? Then beg Him to make His strength perfect in your weakness. Stretch out the hand of faith to His fulness, however much that hand may tremble. In the Lord there is not only righteousness, but strength also, and that strength is for those who have no strength of their own left.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y diráse de Mí: Ciertamente en Jehová está la justicia y la fuerza: a Él vendrán.
Isaías 45:24
Hubo un tiempo en que algunos de nosotros pensábamos que teníamos la fuerza para resistir al diablo y vencer al mundo; la fuerza para soportar la persecución, para llevar el oprobio de los hombres, y para castigar y sujetar el orgullo y el mal de nuestros corazones. ¿Hemos podido realmente mostrar esa supuesta fuerza? ¿Hemos llevado a cabo ese propósito? ¿Cuál ha sido nuestra experiencia en esto? Que hemos descubierto más y más nuestra propia debilidad, y que todavía no podemos resistir una sola tentación.
La más leve ráfaga de viento nos derriba. Las concupiscencias en que caemos una y otra vez, nuestras bajas pasiones y los deseos pecaminosos de nuestros corazones seducen con tanta fuerza nuestros ojos y pensamientos, y se enredan tanto con nuestros sentimientos, que caemos en un momento, a menos que Dios mismo nos sostenga. ¿No hemos hallado que no tenemos fuerza para creer, esperar, amar, orar ni realizar un solo acto espiritual, a menos que Dios mismo obre en nosotros, como a Él le place, para hacer Su voluntad? Así aprendemos nuestra debilidad no como una doctrina ni por nuestro propio juicio. Sino que, porque sabemos por nuestra propia experiencia que somos los más débiles de los débiles, se nos enseña también que somos los más viles de los viles.
Nos vamos familiarizando más y más con estas cosas. A medida que el Señor nos da un conocimiento más profundo de nuestras corrupciones, nos volvemos menos aficionados a nuestro yo justo, piadoso y santo. Y cuanto más nos da el Señor un conocimiento de la tentación, del pecado en que caemos una y otra vez, del poder de nuestras corrupciones y de las operaciones de nuestra baja naturaleza, tanto más descubrimos dolorosamente, a través de toda esta obra, qué pobres, desvalidos, débiles y faltos de fuerza miserables somos. Y cuando al Señor le place mostrarlo, vemos también qué fuerza, poder y plenitud hay en Jesucristo.
Él nos atrae, nos guía, nos anima y nos capacita para venir a Su plenitud. Entonces rogamos al Señor que perfeccione Su potencia en nuestra flaqueza, y con la mano de la fe sacamos de aquella plenitud que hay en Jesucristo. Y así aprendemos que en el Señor tenemos no solo justicia, sino también fuerza.
Lectura: Salmo 30
Al lector…
¿Ha pensado usted también alguna vez que tenía fuerza suficiente para resistir al diablo y dominar su propio corazón? ¿Y ha hallado desde entonces que la más leve ráfaga de viento le derriba? Es una lección dolorosa, y sin embargo no es señal de que Dios le haya abandonado. Quien aprende así, por su propia experiencia, que es el más débil de los débiles, está siendo precisamente desprendido de su yo justo, piadoso y santo.
Porque el Señor no muestra a Su pueblo solo su pobreza. Cuando le place, le muestra también qué fuerza, poder y plenitud hay en Jesucristo. ¿Es usted un pobre miserable desvalido? Entonces ruéguele que perfeccione Su potencia en su flaqueza. Extienda la mano de la fe hacia Su plenitud, por mucho que esa mano tiemble. En el Señor no hay solo justicia, sino también fuerza, y esa fuerza es para los que ya no tienen fuerza propia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Kolossenzen 3:2
Wij zijn verplicht onze genegenheden te zetten op de dingen die boven zijn. Kunnen wij dit grote werk uit onszelf doen? Neen, het is alleen de Heere Zelf, Die Zijn dierbaarheid en gelukzaligheid aan ons kan openbaren, en het gouden koord Zijner liefde in onze ziel moet aflaten, opdat onze genegenheden mogen worden opgetrokken en gevestigd op Hem, waar Hij zit aan de rechterhand Gods. Daartoe neemt Hij het hart gevangen door een blijk van Zijn liefde, door een woord Zijner genade, door een gepaste belofte, of door enig Goddelijk woord geestelijk toe te passen. Wanneer Hij aldus de ziel heeft gevangengenomen, dan trekt Hij haar op, en dan gaan de genegenheden tot Hem uit, als de Bron en Fontein van alle zegeningen.
Wij zijn niet naar Hem toegeslagen om Hem lief te hebben, maar door de liefde zijn wij getrokken in de liefde. Liefde kan niet gekocht of verkocht worden; zij is een innerlijke genegenheid, die natuurlijk en vanzelf uitgaat tot haar voorwerp en tot al wat daarmee in verband staat. En zo is het: waar de liefde uit Jezus vloeit, daar zetten de genegenheden zich vanzelf op de dingen die boven zijn, en niet die op de aarde zijn.
Maar wat zijn „de dingen die daar boven zijn”? Het zijn dingen die in Christus zijn opgelegd, die uit Christus ademen en uit Hem voortkomen: vergeving, vrede, rechtvaardigheid, liefde, onuitsprekelijke blijdschap en heerlijkheid, met kracht tegen de zonde, overwinning over dood en hel, kracht tegen de begeerten die ons lichtelijk omringen en kracht tegen de verzoekingen. In één woord: alle zegeningen waarmee God Zijn volk zegent in de hemel in Christus. Dit zijn de dingen die boven zijn, waarop de ziel haar genegenheden gezet heeft.
Doch wij moeten door het geloof enig gezicht hebben van de Persoon van Christus, de eeuwige Zoon van de eeuwige Vader. Hij moet door de kracht Gods aan onze ziel geopenbaard zijn, zullen wij Zijn schoonheid en dierbaarheid kunnen zien, en Hem zo kunnen beminnen als de Schoonste onder tienduizend en gans begeerlijk. Dus al wat van Christus is, wat uit Christus geurt en uit Christus ademt, wordt onuitsprekelijk zoet en dierbaar. Dit is de gouden olie die in het hart vloeit; dit is de zoetvloeiende mirre die druipt op de handhaven des slots; dit is de aloë en de kassie uit de elpenbenen paleizen; dit is „de liefde, die vele wateren niet kunnen uitblussen, noch de rivieren kunnen verdrinken”. En door de ontmoeting van deze liefde zetten de genegenheden zich op de dingen die boven zijn.
Op geen andere weg kunnen zij van de aarde getrokken worden tot de dingen die boven zijn. Wij kunnen onze genegenheden niet in toom houden; zij handelen uit eigen beweging. Indien onze genegenheden aards zijn, dan gaan zij uit naar het stof; indien zij vleselijk en zinnelijk zijn, vestigen zij zich op vleselijke en zinnelijke dingen. Maar als de Heere Jezus Christus door een bewijs van Zijn heerlijkheid en dierbaarheid, of ook de Heilige Geest door de dingen uit Christus te nemen en die aan de ziel te openbaren, Zich voor onze ogen schildert als het enig waardige voorwerp dat aanspraak op onze hartsgenegenheden kan maken, dan vloeien zij tot Hem uit; ik zei bijna: zo natuurlijk, maar dan toch zeker geestelijk. En wanneer dit het geval is, dan zetten onze genegenheden zich op de dingen die boven zijn.
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat u klaagt dat uw hart zo aan de aarde kleeft, en dat u uw genegenheden niet omhoog kunt dwingen, hoe u het ook probeert. Dat is waar, en het is goed dat u het weet. Wij kunnen onze genegenheden niet in toom houden; zij gaan uit naar het stof, tenzij de Heere Zelf het gouden koord Zijner liefde in onze ziel aflaat en ons trekt.
Zoek het dan niet in uw eigen inspanning, maar bid om één blijk van Zijn liefde, één woord Zijner genade, één gepaste belofte met kracht toegepast. Wanneer Christus aan de ziel geopenbaard wordt als de Schoonste onder tienduizend en gans begeerlijk, dan wordt al wat van Hem is onuitsprekelijk zoet. Vergeving, vrede en kracht tegen de zonde liggen in Hem opgelegd. Door de liefde wordt u getrokken in de liefde, en dan zetten uw genegenheden zich vanzelf op de dingen die boven zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Kolossenzen 3:2
Wij zijn geroepen onze genegenheden te richten op de dingen die boven zijn. Kunnen wij dit grote werk uit onszelf doen? Nee, alleen de Heere Zelf kan Zijn dierbaarheid en gelukzaligheid aan ons openbaren. Hij moet het gouden koord van Zijn liefde in onze ziel laten neerdalen, zodat onze genegenheden omhoog getrokken worden en gericht op Hem, waar Hij zit aan de rechterhand van God. Daartoe neemt Hij het hart gevangen door een blijk van Zijn liefde, door een woord van Zijn genade, door een passende belofte, of door een goddelijk woord geestelijk toe te passen. Wanneer Hij de ziel zo gevangengenomen heeft, trekt Hij haar omhoog, en dan gaan de genegenheden naar Hem uit, als de Bron en Fontein van alle zegeningen.
Wij zijn niet tot Hem geslagen om Hem lief te hebben, maar door de liefde zijn wij in de liefde getrokken. Liefde kan niet gekocht of verkocht worden; zij is een innerlijke genegenheid die natuurlijk en vanzelf uitgaat naar haar voorwerp en naar alles wat daarmee samenhangt. Zo is het ook: waar de liefde uit Jezus vloeit, daar richten de genegenheden zich vanzelf op de dingen die boven zijn, en niet op die op de aarde zijn.
Maar wat zijn „de dingen die daar boven zijn”? Het zijn de dingen die in Christus zijn weggelegd, die Christus ademen en uit Hem voortkomen: vergeving, vrede, gerechtigheid, liefde, onuitsprekelijke blijdschap en heerlijkheid, kracht tegen de zonde, overwinning over dood en hel, kracht tegen de begeerten die ons zo gemakkelijk omringen en kracht tegen de verzoekingen. In één woord: alle zegeningen waarmee God Zijn volk zegent in de hemel in Christus. Dat zijn de dingen die boven zijn, waarop de ziel haar genegenheden gericht heeft.
Maar wij moeten door het geloof enig zicht hebben op de Persoon van Christus, de eeuwige Zoon van de eeuwige Vader. Hij moet door de kracht van God aan onze ziel geopenbaard zijn, willen wij Zijn schoonheid en dierbaarheid kunnen zien en Hem zo kunnen liefhebben als de Schoonste onder tienduizend, Die geheel begeerlijk is. Zo wordt alles wat van Christus is, wat de geur van Christus draagt en Christus ademt, onuitsprekelijk zoet en dierbaar. Dit is de gouden olie die in het hart vloeit; dit is de vloeiende mirre die druipt op de handvatten van het slot; dit is de aloë en de kassie uit de ivoren paleizen; dit is „de liefde, die vele wateren niet kunnen uitblussen, noch de rivieren kunnen verdrinken”. En doordat wij deze liefde ontmoeten, richten de genegenheden zich op de dingen die boven zijn.
Op geen andere manier kunnen zij van de aarde naar de dingen die boven zijn getrokken worden. Wij kunnen onze genegenheden niet in toom houden; zij handelen uit zichzelf. Als onze genegenheden aards zijn, gaan zij uit naar het stof; als zij vleselijk en zinnelijk zijn, richten zij zich op vleselijke en zinnelijke dingen. Maar wanneer de Heere Jezus Christus Zich door een bewijs van Zijn heerlijkheid en dierbaarheid voor onze ogen schildert als het enige waardige voorwerp dat aanspraak kan maken op de genegenheden van ons hart, of wanneer de Heilige Geest dat doet door de dingen van Christus te nemen en aan de ziel te openbaren, dan vloeien zij naar Hem uit; ik zei bijna: zo natuurlijk, maar dan toch zeker geestelijk. En wanneer dat het geval is, richten onze genegenheden zich op de dingen die boven zijn.
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat u klaagt dat uw hart zo aan de aarde kleeft, en dat u uw genegenheden niet omhoog kunt dwingen, hoe u het ook probeert. Dat is waar, en het is goed dat u het weet. Wij kunnen onze genegenheden niet in toom houden; zij gaan uit naar het stof, tenzij de Heere Zelf het gouden koord van Zijn liefde in onze ziel laat neerdalen en ons trekt.
Zoek het dan niet in uw eigen inspanning, maar bid om één blijk van Zijn liefde, één woord van Zijn genade, één passende belofte die met kracht wordt toegepast. Wanneer Christus aan de ziel geopenbaard wordt als de Schoonste onder tienduizend, Die geheel begeerlijk is, dan wordt alles wat van Hem is onuitsprekelijk zoet. Vergeving, vrede en kracht tegen de zonde liggen in Hem weggelegd. Door de liefde wordt u in de liefde getrokken, en dan richten uw genegenheden zich vanzelf op de dingen die boven zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Set your affection on things above, not on things on the earth.”
Colossians 3:2
How are we to set our affections on things above? Can we do this great work of ourselves? No; it is only the Lord Himself manifesting His beauty and blessedness to our soul, and letting down the golden cord of His love into our breast, that draws up our affections, and fixes them where He sits at God’s right hand. In order to do this, He captivates the heart by some look of love, some word of His grace, some sweet promise, or some divine truth spiritually applied. When He thus captivates the soul, and draws it up, then the affections flow unto Him as the source and fountain of all blessings.
We are not flogged into loving Him, but drawn by love into love. Love cannot be bought or sold; it is an inward affection that flows naturally and necessarily towards its object and all connected with it; and thus, as love flows out to Jesus, the affections instinctively and necessarily set themselves “on things above, and not on things on the earth.”
But what are these “things above?” They are all things stored up in Christ, that breathe of Christ, and come out of Christ. Pardon, peace, righteousness, love, “joy unspeakable and full of glory,” with strength against sin, victory over death and hell; power against besetting lusts and temptations; in a word, every blessing with which God has blessed His people “in heavenly places in Christ;” these are the “things above,” that the soul has to set its affections upon.
But we must have some view by faith of the Person of Christ, the eternal Son of the eternal Father; He must be revealed to our soul by the power of God before we can see His beauty and blessedness, and so fall in love with Him as “the chief among ten thousand and altogether lovely.” Then everything that speaks of Christ, savors of Christ, and breathes of Christ, becomes inexpressibly sweet and precious.
This is “the golden oil” that flows into the heart; this is the sweet-smelling myrrh which drops upon the handles of the lock; this is “the aloes and cassia out of the ivory palaces;” this is “the love which many waters cannot quench, nor the floods drown;” and by an experience of this the affections become set on things above.
And in no other way can they be lifted up from earth to heaven. We cannot control our affections; they will run out of their own accord. If then our affections be earthly, they will run towards the earth; if they be carnal and sensual, they will flow toward carnal and sensual objects. But when the Lord Jesus Christ, by some manifestation of His glory and blessedness, or the Holy Spirit, by taking of the things of Christ and revealing them to the soul, sets Him before our eyes as the only object worthy of and claiming every affection of our heart, then the affections flow out, I was going to say naturally, but most certainly spiritually towards Him; and when this is the case, the affections are set on things above.
To the reader…
There are days when you complain that your heart cleaves so to the earth, and that you cannot force your affections upward, however hard you try. That is true, and it is good that you know it. We cannot hold our affections in check; they go out to the dust, unless the Lord Himself lets the golden cord of His love down into our soul and draws us.
So do not look for it in your own effort, but pray for one token of His love, one word of His grace, one fitting promise applied with power. When Christ is revealed to the soul as the Chief among ten thousand, Who is altogether lovely, then everything that is of Him becomes inexpressibly sweet. Pardon, peace and strength against sin are stored up in Him. By love you are drawn into love, and then your affections set themselves of their own accord on things above.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Poned la mira en las cosas de arriba, no en las de la tierra.”
Colosenses 3:2
¿Cómo hemos de poner nuestros afectos en las cosas de arriba? ¿Podemos hacer esta gran obra por nosotros mismos? No; solo el Señor mismo, manifestando Su hermosura y bienaventuranza a nuestra alma y bajando el cordón de oro de Su amor a nuestro pecho, atrae hacia arriba nuestros afectos y los fija allí donde Él está sentado a la diestra de Dios. Para hacerlo, cautiva el corazón con alguna mirada de amor, alguna palabra de Su gracia, alguna dulce promesa o alguna verdad divina aplicada espiritualmente. Cuando Él cautiva así el alma y la atrae hacia arriba, entonces los afectos fluyen hacia Él como la fuente y el manantial de todas las bendiciones.
No somos llevados a amarle a azotes, sino atraídos por amor al amor. El amor no puede comprarse ni venderse; es un afecto interior que fluye natural y necesariamente hacia su objeto y hacia todo lo relacionado con él; y así, al fluir el amor hacia Jesús, los afectos se ponen instintiva y necesariamente “en las cosas de arriba, no en las de la tierra”.
Pero ¿cuáles son estas “cosas de arriba”? Son todas las cosas atesoradas en Cristo, que respiran a Cristo y salen de Cristo. Perdón, paz, justicia, amor, “gozo inefable y glorificado”, con fuerza contra el pecado, victoria sobre la muerte y el infierno; poder contra las concupiscencias y tentaciones que nos asedian; en una palabra, toda bendición con que Dios ha bendecido a Su pueblo “en lugares celestiales en Cristo”; estas son las “cosas de arriba” en las que el alma ha de poner sus afectos.
Pero hemos de tener alguna visión por fe de la Persona de Cristo, el eterno Hijo del eterno Padre; Él ha de ser revelado a nuestra alma por el poder de Dios antes de que podamos ver Su hermosura y bienaventuranza, y así enamorarnos de Él como “señalado entre diez mil” y “todo Él codiciable”. Entonces todo lo que habla de Cristo, sabe a Cristo y respira a Cristo, se vuelve inexpresablemente dulce y precioso.
Este es “el aceite de oro” que fluye al corazón; esta es la mirra de suave olor que gotea sobre las manecillas del cerrojo; esto es “mirra, áloe y casia desde palacios de marfil”; este es el amor que “las muchas aguas no podrán apagar, ni lo ahogarán los ríos”; y por la experiencia de esto los afectos se ponen en las cosas de arriba.
Y de ningún otro modo pueden ser elevados de la tierra al cielo. No podemos dominar nuestros afectos; correrán por su propia cuenta. Si, pues, nuestros afectos son terrenales, correrán hacia la tierra; si son carnales y sensuales, fluirán hacia objetos carnales y sensuales. Pero cuando el Señor Jesucristo, por alguna manifestación de Su gloria y bienaventuranza, o el Espíritu Santo, tomando de las cosas de Cristo y revelándolas al alma, Le pone delante de nuestros ojos como el único objeto digno de todo afecto de nuestro corazón y que lo reclama, entonces los afectos fluyen hacia Él, iba a decir naturalmente, pero ciertamente de modo espiritual; y cuando esto sucede, los afectos están puestos en las cosas de arriba.
Al lector…
Hay días en que usted se queja de que su corazón se apega tanto a la tierra, y de que no puede forzar sus afectos hacia arriba, por mucho que lo intente. Es verdad, y es bueno que lo sepa. No podemos refrenar nuestros afectos; se van tras el polvo, a menos que el Señor mismo baje a nuestra alma el cordón de oro de Su amor y nos atraiga.
No lo busque, pues, en su propio esfuerzo, sino pida una señal de Su amor, una palabra de Su gracia, una promesa oportuna aplicada con poder. Cuando Cristo es revelado al alma como el Señalado entre diez mil, Quien es todo Él codiciable, entonces todo lo que es de Él se vuelve inexpresablemente dulce. El perdón, la paz y la fuerza contra el pecado están atesorados en Él. Por amor es usted atraído al amor, y entonces sus afectos se ponen por sí mismos en las cosas de arriba.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl