2 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
9 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
De liefde is uit God; en een iegelijk die liefheeft, is uit God geboren, en kent God. Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde.
1 Johannes 4:7, 8
Als u Jezus ooit hebt liefgehad met een zuivere liefde; als u Hem ooit in de nabijheid van uw ziel, in Zijn dierbaarheid, in Zijn kostelijkheid gevoeld hebt, dan kan zulk een liefde nooit uit het hart verloren worden. Zij kan sluimeren, zij sluimert ook. Zij mag in haar liefelijkheid niet gevoeld worden, maar zij is er. „Indien iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking, Maranatha” (1 Kor. 16:22). U zou onder die vloek liggen, als de liefde van de Heere Jezus Christus in uw hart weggestorven zou zijn. Maar de liefde slaapt dikwijls.
Soms, wanneer de moeder over de wieg waakt en met een onbeschrijfelijke liefde naar haar slapende kindje kijkt, weet het kind niet dat de moeder over zijn slapen waakt; maar wanneer het wakker wordt, kan het de liefkozingen van zijn moeder voelen en haar ook liefkozen. Zo is het soms ook met de ziel, wanneer de liefde in het hart is gelijk een zuigeling die in de wieg slaapt. Maar als de zuigeling de ogen opent en de glimlach van de moeder ziet, beantwoordt hij de glimlach en strekt zijn armen uit om haar te omhelzen. Zo ook, wanneer het oog van de ziel geopend wordt om het liefelijk gelaat van Jezus te zien, Die Zich over haar heenbuigt om een kus der liefde op het hart, of een woord van liefde in het hart te doen vallen, en als er dan een uitvloeisel van liefde en genegenheid tot Hem is – dan is dit de macht der liefde.
God heb ik lief, want die getrouwe Heer
hoort naar mijn stem, mijn smekingen, mijn klagen.
Hij neigt zijn oor, ’k roep tot Hem al mijn dagen.
Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer.
Ik zal Uw naam met dankerkentenis
verheffen, U al mijn geloften brengen.
’k Zal liefd’ en lof voor U ten offer mengen
in ’t heiligdom, waar ’t volk vergaderd is.
Ps. 116:1 en 10
Aan de lezer…
Bestreden ziel, vreest u dat uw liefde tot de Heere Jezus gestorven is? Eens was Hij u dierbaar, u voeldet Zijn nabijheid, en nu is het hart koud en stil, alsof er nooit iets geweest is. Dan mag dit woord u troosten: wie Jezus ooit met een zuivere liefde heeft liefgehad, kan die liefde niet meer verliezen. Zij kan sluimeren, en dat doet zij dikwijls, maar zij is er nog. Want de liefde is uit God, en wat uit Hem geboren is, sterft niet.
Denk aan de moeder die over de wieg van haar slapende kind waakt. Het kind weet het niet, maar zij ziet het onafgebroken aan. Zo buigt de Heere Zich over Zijn kinderen, ook wanneer hun liefde slaapt. En als Hij het oog van de ziel weer opent, zodat zij Zijn liefelijk gelaat ziet, dan strekt zij als vanzelf haar armen naar Hem uit. Bid dan dat Hij u wekt. Hij Die u eerst liefhad, wacht daarop met meer liefde dan u vermoedt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De liefde is uit God; en een iegelijk die liefheeft, is uit God geboren, en kent God. Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde.
1 Johannes 4:7, 8
Als u Jezus ooit met een zuivere liefde hebt liefgehad, als u Hem ooit dicht bij uw ziel hebt gevoeld, in Zijn dierbaarheid en Zijn kostbaarheid, dan kan zo’n liefde nooit uit het hart verloren gaan. Zij kan sluimeren, en dat doet zij ook. Het kan zijn dat u haar lieflijkheid niet voelt, maar zij is er. „Indien iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking, Maranatha” (1 Kor. 16:22). U zou onder die vloek liggen als de liefde tot de Heere Jezus Christus in uw hart was weggestorven. Maar de liefde slaapt vaak.
Soms waakt een moeder bij de wieg en kijkt zij met een onbeschrijflijke liefde naar haar slapende kindje. Het kind weet niet dat zijn moeder over zijn slaap waakt. Maar wanneer het wakker wordt, kan het haar liefkozingen voelen en haar ook liefkozen. Zo is het soms ook met de ziel, wanneer de liefde in het hart is als een zuigeling die in de wieg slaapt. Maar als de zuigeling de ogen opent en de glimlach van zijn moeder ziet, beantwoordt hij die glimlach en strekt hij zijn armen uit om haar te omhelzen. Zo gaat het ook wanneer het oog van de ziel geopend wordt om het lieflijk gelaat van Jezus te zien, Die Zich over haar heen buigt om een kus van liefde op het hart of een woord van liefde in het hart te laten vallen. Als er dan liefde en genegenheid naar Hem uitvloeien, dan is dat de macht van de liefde.
God heb ik lief, want die getrouwe Heer
hoort naar mijn stem, mijn smekingen, mijn klagen.
Hij neigt zijn oor, ’k roep tot Hem al mijn dagen.
Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer.
Ik zal Uw naam met dankerkentenis
verheffen, U al mijn geloften brengen.
’k Zal liefd’ en lof voor U ten offer mengen
in ’t heiligdom, waar ’t volk vergaderd is.
Ps. 116:1 en 10
Aan de lezer…
Bestreden ziel, vreest u dat uw liefde tot de Heere Jezus gestorven is? Eens was Hij u dierbaar en voelde u Zijn nabijheid, en nu is het hart koud en stil, alsof er nooit iets geweest is. Dan mag dit woord u troosten: wie Jezus ooit met een zuivere liefde heeft liefgehad, kan die liefde niet meer verliezen. Zij kan sluimeren, en dat doet zij vaak, maar zij is er nog. Want de liefde is uit God, en wat uit Hem geboren is, sterft niet.
Denk aan de moeder die over de wieg van haar slapende kind waakt. Het kind weet het niet, maar zij kijkt onafgebroken naar het kind. Zo buigt de Heere Zich over Zijn kinderen, ook wanneer hun liefde slaapt. En als Hij het oog van de ziel weer opent, zodat zij Zijn lieflijk gelaat ziet, dan strekt zij als vanzelf haar armen naar Hem uit. Bid dan dat Hij u wekt. Hij Die u eerst liefhad, wacht daarop met meer liefde dan u vermoedt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Beloved, let us love one another: for love is of God; and every one that loveth is born of God, and knoweth God. He that loveth not knoweth not God; for God is love.
1 John 4:7-8
If ever you have loved Jesus with a pure affection; if ever you have felt Him near, dear, and precious to your soul, that love can never be lost out of your heart. It may lie dormant; it does lie dormant. It may not be sweetly felt in exercise; but there it is. “If any man love not the Lord Jesus Christ, let him be Anathema” (1 Cor. 16:22). You would be under this curse if the love of the Lord Jesus Christ were to die out of your heart.
But this love is often sleeping. When the mother sometimes watches over the cradle and looks upon her sleeping babe with unutterable affection, the infant knows not that the mother is watching its slumbers; but when it awakes, it is able to feel and return its mother’s caresses.
It is so with the soul sometimes when love in the heart is like a babe slumbering in the cradle. But as the babe opens its eyes, and sees the mother smiling upon it, it returns the smiles, and stretches forth its arms to embrace the bending cheek; so when the eyes of the soul are opened to see the smiling face of Jesus stooping to imprint a kiss of love, or drop some sweet word into the heart, and there is a flowing forth toward Him of love and affection—this is the power of love.
To the reader…
Tried and troubled soul, do you fear that your love for the Lord Jesus has died? Once He was precious to you and you felt His nearness, and now the heart is cold and still, as if there had never been anything there. Then let this word comfort you: whoever has once loved Jesus with a pure love can never lose that love again. It may slumber, and it often does, but it is still there. For love is of God, and what is born of Him does not die.
Think of the mother who watches over the cradle of her sleeping child. The child does not know it, but she never takes her eyes off it. So the Lord bends over His children, even when their love is asleep. And when He opens the eye of the soul again, so that it sees His lovely face, it stretches out its arms to Him as a matter of course. Pray, then, that He will awaken you. He Who first loved you is waiting for it with more love than you imagine.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Carísimos, amémonos unos a otros; porque el amor es de Dios. Cualquiera que ama, es nacido de Dios, y conoce a Dios. El que no ama, no conoce a Dios; porque Dios es amor.
1 Juan 4:7-8
Si alguna vez ha amado usted a Jesús con un afecto puro; si alguna vez le ha sentido cercano, querido y precioso para su alma, ese amor nunca puede perderse de su corazón. Puede estar adormecido; de hecho lo está. Puede que no se sienta dulcemente en ejercicio; pero ahí está. “El que no amare al Señor Jesucristo, sea anatema” (1 Cor. 16:22). Usted estaría bajo esta maldición si el amor del Señor Jesucristo se extinguiera de su corazón.
Pero este amor está a menudo dormido. Cuando la madre vela a veces junto a la cuna y contempla a su niño dormido con un afecto indecible, el pequeño no sabe que la madre vela su sueño; pero cuando despierta, puede sentir y devolver las caricias de su madre.
Así sucede a veces con el alma, cuando el amor en el corazón es como un niño que duerme en la cuna. Pero así como el niño abre los ojos, ve a la madre sonriéndole, le devuelve la sonrisa y extiende los brazos para abrazar la mejilla que se inclina sobre él, así también, cuando los ojos del alma son abiertos para ver el rostro sonriente de Jesús que se inclina para imprimir un beso de amor, o para dejar caer alguna dulce palabra en el corazón, y hay un fluir de amor y afecto hacia Él, eso es el poder del amor.
Al lector…
Alma probada y afligida, ¿teme usted que su amor por el Señor Jesús haya muerto? Una vez Él le era precioso y usted sentía Su cercanía, y ahora el corazón está frío y quieto, como si nunca hubiera habido nada allí. Entonces deje que esta palabra le consuele: quien una vez ha amado a Jesús con un amor puro nunca puede volver a perder ese amor. Puede dormir, y a menudo duerme, pero sigue ahí. Porque el amor es de Dios, y lo que nace de Él no muere.
Piense en la madre que vela junto a la cuna de su niño dormido. El niño no lo sabe, pero ella nunca aparta de él los ojos. Así se inclina el Señor sobre Sus hijos, aun cuando su amor está dormido. Y cuando Él vuelve a abrir el ojo del alma, de modo que ve Su rostro amable, esta extiende los brazos hacia Él con toda naturalidad. Ore, pues, para que Él le despierte. Aquel que le amó primero lo espera con más amor del que usted imagina.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Waarheid
En [gij] zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.
Johannes 8:32
„Wat is waarheid?” Toen Pilatus die vraag stelde (Joh. 18:38) aan Hem Die de waarheid Zelf was, verwees hij naar de voorafgaande woorden van de Heere: „Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem.” De woorden van de Heere Zelf verschaffen derhalve de enige sleutel tot de vraag en geven een aanwijzing tot het juiste antwoord. Met „waarheid” bedoelde de Heere ongetwijfeld goddelijke waarheid, hemelse waarheid, godsdienstige waarheid – niet natuurlijke, wetenschappelijke of zelfs morele waarheid, ofschoon de laatste erbij zal zijn inbegrepen, maar de speciale waarheid waarvoor Hij uit de hemel was gekomen om haar te leren, te onthullen en te illustreren met Zijn leven, dood en opstanding.
Vraagt u zich nu af wat in deze betekenis waarheid is. Kunt u het in gedachten omschrijven? Hebt u ooit nagedacht over wat waarheid is? Hebt u een duidelijke voorstelling, die u in een paar woorden kunt uitdrukken, van haar speciale aard, haar onderscheidende kenmerken of haar wezenlijke karakter? Wellicht niet; want slechts weinig mensen denken echt na of onderzoeken zelf onderwerpen, zelfs in deze belangrijke aangelegenheden. Laat mij het dan voor u omschrijven. Naar mijn mening is waarheid, dat wil zeggen goddelijke waarheid, een barmhartige onthulling, door God Zelf gegeven, van Zijn wezen, van Zijn geest en van Zijn wil. Dit is de kortst en duidelijkst mogelijke definitie die ik kan geven.
Maar waar heeft het God behaagd haar te geven? Want Hij heeft haar gegeven opdat wij haar kennen, geloven en ervan genieten. Hij heeft haar in drie heilige bewaarplaatsen gegeven. Hij heeft haar in de eerste plaats in de Persoon van Zijn geliefde Zoon gegeven, Die de waarheid Zelf is (Joh. 14:6). In de tweede plaats heeft Hij haar op de bladzijden van Zijn heilige Woord gegeven, dat „het geschrift der waarheid” (Dan. 10:21) wordt genoemd. En ten derde heeft Hij haar in de harten van Zijn gelovige volk gegeven, die Hij heiligt in Zijn waarheid (v. 17). Dit zijn dus de drie bewaarplaatsen van de goddelijke waarheid, zodat behalve uit de Zoon van God, uit de Heilige Schrift en uit de harten van Gods volk, geen goddelijke waarheid gekend, geloofd of genoten kan worden.
Lezen: Johannes 8:12-32
Aan de lezer…
Hebt u ooit, lieve lezer, in stilte nagedacht over de vraag van Pilatus: „Wat is waarheid?” Hij stelde haar aan Hem Die de waarheid Zelf was, en ging weg zonder op antwoord te wachten. Laat het u zo niet vergaan. Want de waarheid is geen koude leer die u alleen in uw hoofd moet bewaren; zij is een barmhartige onthulling van God Zelf, van Zijn wezen, Zijn geest en Zijn wil, gegeven opdat u haar zou kennen, geloven en ervan genieten.
Zoekt u haar, zoek haar dan waar God haar gelegd heeft: in de Persoon van Zijn geliefde Zoon, op de bladzijden van Zijn heilig Woord, en in de harten van Zijn volk. En voelt u zich nog gebonden door zonde, vrees of twijfel, houd dan vast aan Zijn belofte: „De waarheid zal u vrijmaken.” Wie uit de waarheid is, hoort Zijn stem. Dat de Heere u die stem doe horen, en u daardoor waarlijk vrij make.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En [gij] zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.
Johannes 8:32
„Wat is waarheid?” Toen Pilatus die vraag stelde (Joh. 18:38) aan Hem Die de waarheid Zelf was, verwees hij naar de woorden die de Heere net daarvoor gesproken had: „Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem.” De woorden van de Heere Zelf geven daarom de enige sleutel tot die vraag en wijzen de weg naar het juiste antwoord. Met „waarheid” bedoelde de Heere ongetwijfeld goddelijke waarheid, hemelse waarheid, geestelijke waarheid. Niet natuurlijke, wetenschappelijke of zelfs morele waarheid, al zal die laatste erin begrepen zijn, maar de bijzondere waarheid die Hij uit de hemel was gekomen om te leren, te openbaren en met Zijn leven, dood en opstanding te illustreren.
Vraag uzelf nu eens af wat waarheid in deze betekenis is. Kunt u het in gedachten omschrijven? Hebt u ooit nagedacht over wat waarheid is? Hebt u een duidelijk beeld, dat u in een paar woorden kunt uitdrukken, van haar bijzondere aard, haar onderscheidende kenmerken of haar wezenlijke karakter? Misschien niet, want maar weinig mensen denken werkelijk zelf na of onderzoeken zelf iets, zelfs niet in deze belangrijke zaken. Laat mij het dan voor u omschrijven. Naar mijn mening is waarheid, dat wil zeggen goddelijke waarheid, een barmhartige openbaring, door God Zelf gegeven, van Zijn wezen, Zijn gezindheid en Zijn wil. Dit is de kortste en duidelijkste omschrijving die ik kan geven.
Maar waar heeft het God behaagd haar te geven? Want Hij heeft haar gegeven opdat wij haar kennen, geloven en ervan genieten. Hij heeft haar in drie heilige bewaarplaatsen gegeven. In de eerste plaats heeft Hij haar gegeven in de Persoon van Zijn geliefde Zoon, Die de waarheid Zelf is (Joh. 14:6). In de tweede plaats heeft Hij haar gegeven op de bladzijden van Zijn heilig Woord, dat „het geschrift der waarheid” (Dan. 10:21) genoemd wordt. En ten derde heeft Hij haar gegeven in de harten van Zijn gelovig volk, dat Hij heiligt in Zijn waarheid (v. 17). Dit zijn dus de drie bewaarplaatsen van de goddelijke waarheid, zodat er buiten de Zoon van God, de Heilige Schrift en de harten van Gods volk geen goddelijke waarheid gekend, geloofd of genoten kan worden.
Lezen: Johannes 8:12-32
Aan de lezer…
Hebt u ooit in stilte nagedacht over de vraag van Pilatus: „Wat is waarheid?” Hij stelde haar aan Hem Die de waarheid Zelf was, en ging weg zonder op antwoord te wachten. Laat het u niet zo vergaan. Want de waarheid is geen koude leer die u alleen in uw hoofd moet bewaren; zij is een barmhartige openbaring van God Zelf, van Zijn wezen, Zijn gezindheid en Zijn wil, gegeven opdat u haar zou kennen, geloven en ervan genieten.
Zoekt u haar? Zoek haar dan waar God haar gelegd heeft: in de Persoon van Zijn geliefde Zoon, op de bladzijden van Zijn heilig Woord en in de harten van Zijn volk. En voelt u zich nog gebonden door zonde, vrees of twijfel? Houd dan vast aan Zijn belofte: „De waarheid zal u vrijmaken.” Wie uit de waarheid is, hoort Zijn stem. Moge de Heere u die stem laten horen, en u daardoor waarlijk vrijmaken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And ye shall know the truth, and the truth shall make you free.
John 8:32
“What is truth?” When Pilate put that question (John 18:38) to Him Who was the Truth Himself, he was referring to the words the Lord had spoken just before: “Every one that is of the truth heareth My voice.” The Lord’s own words therefore give the only key to that question and point the way to the right answer. By “truth” the Lord undoubtedly meant Divine truth, heavenly truth, spiritual truth. Not natural, scientific or even moral truth, though the last will be included in it, but that special truth which He had come from heaven to teach, to reveal and to illustrate by His life, death and resurrection.
Now ask yourself what truth is in this sense. Can you define it in your mind? Have you ever considered what truth is? Have you a clear view, which you could express in a few words, of its special nature, its distinguishing features or its essential character? Perhaps not, for few people really think or search anything out for themselves, even in these weighty matters. Let me then define it for you. In my judgment truth, that is, Divine truth, is a merciful revelation, given by God Himself, of His being, His mind and His will. This is the shortest and clearest definition I can give.
But where has it pleased God to give it? For He has given it that we might know it, believe it and enjoy it. He has given it in three sacred repositories. In the first place He has given it in the Person of His beloved Son, Who is the Truth Himself (John 14:6). In the second place He has given it in the pages of His holy Word, which is called “the scripture of truth” (Dan. 10:21). And thirdly He has given it in the hearts of His believing people, whom He sanctifies through His truth (John 17:17). These, then, are the three repositories of Divine truth, so that outside the Son of God, the Holy Scriptures and the hearts of God’s people no Divine truth can be known, believed or enjoyed.
Reading: John 8:12-32
To the reader…
Have you ever quietly pondered Pilate’s question, “What is truth?” He put it to Him Who was the Truth Himself, and went away without waiting for an answer. Do not let it go so with you. For the truth is not a cold doctrine that you need only keep in your head; it is a merciful revelation of God Himself, of His being, His mind and His will, given that you might know it, believe it and enjoy it.
Are you seeking it? Then seek it where God has laid it: in the Person of His beloved Son, in the pages of His holy Word and in the hearts of His people. And do you still feel bound by sin, fear or doubt? Then hold fast to His promise, “The truth shall make you free.” Whoever is of the truth hears His voice. May the Lord let you hear that voice, and by it make you free indeed.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y conoceréis la verdad, y la verdad os libertará.
Juan 8:32
“¿Qué cosa es verdad?” Cuando Pilato hizo esa pregunta (Jn. 18:38) a Aquel que era la Verdad misma, se refería a las palabras que el Señor acababa de pronunciar: “Todo aquel que es de la verdad, oye Mi voz”. Las propias palabras del Señor dan, por tanto, la única clave de esa pregunta y señalan el camino a la respuesta correcta. Por “verdad” el Señor entendía sin duda la verdad divina, la verdad celestial, la verdad espiritual. No la verdad natural, científica ni aun moral, aunque esta última quedará incluida en ella, sino aquella verdad especial que Él había venido del cielo a enseñar, a revelar y a ilustrar con Su vida, Su muerte y Su resurrección.
Ahora bien, pregúntese qué es la verdad en este sentido. ¿Puede definirla en su mente? ¿Ha considerado alguna vez qué es la verdad? ¿Tiene una visión clara, que pudiera expresar en pocas palabras, de su naturaleza especial, de sus rasgos distintivos o de su carácter esencial? Quizá no, porque pocas personas piensan realmente o investigan algo por sí mismas, aun en estos asuntos de peso. Permítame, pues, definírsela. A mi juicio, la verdad, es decir, la verdad divina, es una revelación misericordiosa, dada por Dios mismo, de Su ser, Su mente y Su voluntad. Esta es la definición más breve y clara que puedo dar.
Pero ¿dónde le ha placido a Dios darla? Porque la ha dado para que la conozcamos, la creamos y la disfrutemos. La ha dado en tres depósitos sagrados. En primer lugar, la ha dado en la Persona de Su amado Hijo, que es la Verdad misma (Jn. 14:6). En segundo lugar, la ha dado en las páginas de Su santa Palabra, que es llamada “la escritura de verdad” (Dn. 10:21). Y en tercer lugar, la ha dado en el corazón de Su pueblo creyente, al cual santifica en Su verdad (Jn. 17:17). Estos son, pues, los tres depósitos de la verdad divina, de modo que fuera del Hijo de Dios, de las Santas Escrituras y del corazón del pueblo de Dios no se puede conocer, creer ni disfrutar ninguna verdad divina.
Lectura: Juan 8:12-32
Al lector…
¿Ha meditado alguna vez en silencio la pregunta de Pilato: “¿Qué cosa es verdad?”? La hizo a Aquel que era la Verdad misma, y se fue sin esperar respuesta. No deje que le pase lo mismo a usted. Porque la verdad no es una doctrina fría que solo necesita guardar en la cabeza; es una revelación misericordiosa de Dios mismo, de Su ser, Su mente y Su voluntad, dada para que usted la conozca, la crea y la disfrute.
¿La busca usted? Entonces búsquela donde Dios la ha puesto: en la Persona de Su amado Hijo, en las páginas de Su santa Palabra y en el corazón de Su pueblo. ¿Y se siente aún atado por el pecado, el temor o la duda? Entonces aférrese a Su promesa: “La verdad os libertará”. Todo aquel que es de la verdad oye Su voz. Que el Señor le haga oír esa voz, y por ella le haga verdaderamente libre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
De Heere verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede.
Numeri 6:26
Wanneer wij iemand beledigen, dan ziet hij ons aan met een ander gezicht dan voorheen. Het was zo bij Laban tegenover Jakob; en zo wij in enig opzicht het ongenoegen van een vriend of van iemand die boven ons gesteld is op de hals halen, dan slaan wij nauwkeurig zijn gelaat gade. Staat het goed of kwaad? Is het stuurs of ligt er een lachje op? Zien zij op ons met een oog van toegenegenheid of van afkerigheid? Wij kunnen dit in een ogenblik aan het gelaat zien.
Zo drukt de zegen zich uit: „De Heere verheffe Zijn aangezicht over u,” evenals een vriendelijk en toegenegen ouder op een gehoorzaam kind, en als een liefdevol echtgenoot op zijn beminde vrouw ziet. Want zodanig is God voor Zijn kinderen: beide Vader en Man. En geven wij niet dikwijls als kinderen aanleiding dat Hij ons aanziet met een streng aangezicht, of liever, dat Hij ons in het geheel niet aanschouwt, maar dat Hij Zijn aangezicht verbergt, gelijk wij lezen: „Hij ziet ons niet”? Daarom is het gebed: „De Heere verheffe Zijn aangezicht over u”: met welgevallen, vrij, open, vergevend, barmhartig, vriendelijk, opdat gij Hem daarin moogt genieten.
Wanneer een ongehoorzaam kind thuiskomt en bemerkt dat het aangezicht van zijn vader niet zo is als tevoren, dan trekt het zich terug. Het heeft geen zin om op de knie te zitten, noch om de armpjes rond de hals van vader te slaan en een kus te krijgen; maar er is een zekere afkeer, door schuld en schaamte veroorzaakt. Zo is het in de zaak van God. Wanneer de consciëntie ons zegt dat wij bij deze en die gelegenheid ongehoorzaam en ondeugend zijn geweest, overtreden hebben en kwaad hebben gedaan, dan is er, als wij tot God naderen, een terughoudendheid, een zich afkeren uit vrees dat wij geen toegang zullen vinden.
Maar o, welk een verandering in het kind, als het fronsen verandert in een vriendelijk toelachen, wanneer de kleine eens in de armen genomen wordt en de tranen worden weggekust. Hoeveel te meer in de zaak Gods, wanneer Hij de tranen van Zijn ongehoorzaam kind wegkust, gelijk in het geval van de verloren zoon. Er zijn geen kussen gelijk de kussen van vergeving, barmhartigheid en vernieuwende genade. „En geve u vrede.” O, welk een zegen! Gelijk Hart zegt:
Ik leg mij neer en slaap gerust,
Want ik heb vree met God.
Dit is het dat de peluw in dit leven zacht maakt, en hij alleen maakt de peluw zacht bij de dood: vrede met God door Jezus Christus, vrede door verzoening, vrede door het bloed der besprenging; de vrede die alle verstand te boven gaat. Velen staan naar grote dingen, naar hoge dingen. Maar wat zegt de Heere tot Baruch? „Zoudt gij u grote dingen zoeken? Zoek ze niet.” De predikanten begeren dikwijls grote gaven, welsprekendheid, een uitgebreide kennis van verborgenheden, grote opkomsten in de gemeente, de gunst van het volk en invloed. Zij handelen verkeerd in het zoeken van deze zogenaamde grote dingen. Laat hen liever werkelijke dingen zoeken, zakelijke dingen, waarin hun zielen de zegen wegdragen, hier en hiernamaals.
De zegen waarnaar de begenadigde ziel zich inzonderheid uitstrekt, is de vrede, want dit is de zoetste honingdrop in Gods beker. Het is waar, hij doet het hart niet van vreugde overvloeien, niet opspringen met gejuich, zoals in het eerste gloren van de stralen der hoop; ook doet hij het hart niet smelten, zoals wanneer de Heere bezoekt met Zijn liefde; maar in sommige opzichten is hij zoeter dan al deze, omdat hij de ziel in een zoete verzekering brengt. De vrede is de verwezenlijking van de Zaligmaker Zelf; want Hij is onze Vrede, en derhalve mag hij genaamd worden de kroon der zegeningen.
Aan de lezer…
Wie ongehoorzaam is geweest, kent het gevoel van een kind dat niet meer durft op te zien naar het gelaat van zijn vader. Kent u het ook? Uw geweten zegt u dat u gezondigd hebt, en nu houdt u zich terug van de Heere, uit vrees dat u geen toegang zult vinden. Wees eerlijk: die schuld en schaamte zijn verdiend. Maar laat ze u niet verder van Hem afdrijven.
Want Hij is een Vader Die het verloren kind tegemoetkomt en de tranen wegkust. Er zijn geen kussen gelijk de kussen van vergeving en vernieuwende genade. Zoek dan geen grote dingen, maar vraag om dit ene: dat de Heere Zijn aangezicht over u verheft en u vrede geeft, vrede met God door het bloed der besprenging. Die vrede maakt de peluw zacht in het leven en in het sterven, want Christus Zelf is onze Vrede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De Heere verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede.
Numeri 6:26
Wanneer wij iemand beledigen, dan kijkt hij ons met een ander gezicht aan dan voorheen. Zo was het bij Laban tegenover Jakob. En als wij op enige manier het ongenoegen van een vriend of van iemand die boven ons gesteld is op de hals halen, dan letten wij nauwkeurig op zijn gezicht. Staat het goed of kwaad? Is het stuurs of ligt er een glimlach op? Kijken zij ons aan met een oog van genegenheid of van afkeer? Wij kunnen dat in een ogenblik aan het gezicht zien.
Zo spreekt de zegen: „De Heere verheffe Zijn aangezicht over u,” zoals een vriendelijke en liefhebbende ouder naar een gehoorzaam kind kijkt, en een liefdevolle echtgenoot naar zijn geliefde vrouw. Want zo is God voor Zijn kinderen: zowel Vader als Man. En geven wij als kinderen niet vaak aanleiding dat Hij ons met een streng aangezicht aanziet, of liever, dat Hij ons helemaal niet aanziet, maar Zijn aangezicht verbergt, zoals wij lezen: „Hij ziet ons niet”? Daarom luidt het gebed: „De Heere verheffe Zijn aangezicht over u”: met welgevallen, vrij, open, vergevend, barmhartig, vriendelijk, zodat u Hem daarin mag genieten.
Wanneer een ongehoorzaam kind thuiskomt en merkt dat het gezicht van zijn vader niet meer is zoals vroeger, dan trekt het zich terug. Het heeft geen zin om op zijn knie te zitten, of om de armpjes om de hals van vader te slaan en een kus te krijgen; er is een zekere afkeer, veroorzaakt door schuld en schaamte. Zo is het ook in de zaak van God. Wanneer het geweten ons zegt dat wij bij deze of die gelegenheid ongehoorzaam en ondeugend zijn geweest, overtreden en kwaad gedaan hebben, dan is er, als wij tot God naderen, een terughoudendheid, een zich afwenden uit vrees dat wij geen toegang zullen vinden.
Maar o, wat een verandering in het kind, wanneer de frons verandert in een vriendelijke glimlach, wanneer het kleintje in de armen genomen wordt en de tranen worden weggekust. Hoeveel te meer in de zaak van God, wanneer Hij de tranen van Zijn ongehoorzaam kind wegkust, zoals bij de verloren zoon. Er zijn geen kussen zoals de kussen van vergeving, barmhartigheid en vernieuwende genade. „En geve u vrede.” O, wat een zegen! Zoals Hart zegt:
Ik leg mij neer en slaap gerust,
Want ik heb vree met God.
Dat is wat het kussen in dit leven zacht maakt, en alleen dat maakt het kussen zacht in de dood: vrede met God door Jezus Christus, vrede door verzoening, vrede door het bloed der besprenging; de vrede die alle verstand te boven gaat. Velen streven naar grote dingen, naar hoge dingen. Maar wat zegt de Heere tot Baruch? „Zoudt gij u grote dingen zoeken? Zoek ze niet.” Predikanten begeren vaak grote gaven, welsprekendheid, een uitgebreide kennis van verborgenheden, een grote opkomst in de gemeente, de gunst van het volk en invloed. Zij doen verkeerd door deze zogenaamde grote dingen te zoeken. Laten zij liever wezenlijke dingen zoeken, dingen met inhoud, waarin hun zielen de zegen ontvangen, hier en hiernamaals.
De zegen waarnaar de begenadigde ziel zich vooral uitstrekt, is de vrede, want dat is de zoetste honingdruppel in Gods beker. Het is waar, de vrede doet het hart niet overvloeien van vreugde en niet opspringen van gejuich, zoals bij het eerste gloren van de stralen van de hoop. Hij doet het hart ook niet smelten, zoals wanneer de Heere met Zijn liefde bezoekt. Maar in sommige opzichten is hij zoeter dan dat alles, omdat hij de ziel in een zoete zekerheid brengt. De vrede is het werkelijk bezitten van de Zaligmaker Zelf, want Hij is onze Vrede, en daarom mag de vrede de kroon van de zegeningen genoemd worden.
Aan de lezer…
Wie ongehoorzaam is geweest, kent het gevoel van een kind dat niet meer durft op te kijken naar het gezicht van zijn vader. Kent u het ook? Uw geweten zegt u dat u gezondigd hebt, en nu houdt u zich terug van de Heere, uit vrees dat u geen toegang zult vinden. Wees eerlijk: die schuld en schaamte zijn verdiend. Maar laat ze u niet verder van Hem afdrijven.
Want Hij is een Vader Die het verloren kind tegemoetkomt en de tranen wegkust. Er zijn geen kussen zoals de kussen van vergeving en vernieuwende genade. Zoek dan geen grote dingen, maar vraag om dit ene: dat de Heere Zijn aangezicht over u verheft en u vrede geeft, vrede met God door het bloed der besprenging. Die vrede maakt het kussen zacht in het leven en in het sterven, want Christus Zelf is onze Vrede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The LORD lift up his countenance upon thee, and give thee peace.
Numbers 6:26
When we offend a person, his face is not toward us as at other times. It was so with Laban towards Jacob; and if we have in any way incurred a friend’s or superior’s displeasure, we watch instinctively his countenance. Is it down or up? Does it wear a frown or a smile? Is it looking upon us with the eye of affection, or are the eyes averted? We can tell in a moment if we know the countenance. Thus is the blessing asked, “The Lord lift up His countenance upon you,” as a kind and affectionate parent upon an obedient child, as a fond husband upon a loving, devoted wife; for such is God to His children—Father and Husband.
And do we not, as children, often provoke Him to look upon us with frowning brow, or rather, not to look upon us at all, to “hide His face,” as we read, “that we cannot see Him?” The prayer then is, “The Lord lift up His countenance upon you,” with a smile upon it; free, open, forgiving, merciful, and mild, that you may advance to Him. When a disobedient child comes home and sees its father’s face not towards it as before, it shrinks away; there is no pressing forward to get upon the knee, no throwing the little arms round the neck and snatching a kiss, but a shrinking away through guilt and shame. So it is in the things of God. When conscience tells us how in this and that instance we have disobeyed, been inconsistent, transgressed, and done amiss, when we go into God’s presence there is a hanging back, a shrinking away, through fear of an ill reception.
But oh, the change in the child when the frown disappears and the smile comes; when the little one is taken once more into the arms and the tears are kissed away! How much more so in the things of God when He kisses away the tears of the disobedient child, as in the case of the returning prodigal! There are no kisses like those kisses of forgiveness, of mercy, and of restoring grace.
“And give you peace.” Oh, what a blessing! As Deer says, “I’ll lay me down and sweetly sleep, for I have peace with God.” It is this that makes the pillow easy in life, and will alone make that pillow easy in death—peace with God through Jesus Christ, peace through the reconciliation, peace through the blood of sprinkling, “the peace of God which passes all understanding.”
Many covet great things, high things. But what said the Lord to Baruch? “Do you seek you great things for yourself? seek them not.” Ministers often seek great gifts, great eloquence, great knowledge of mysteries, great congregations, great popularity and influence. They are wrong in seeking these so-called great things. Let them rather seek real things, gracious things, things that will make their souls blessed here and hereafter.
The blessing that the gracious soul most earnestly covets is peace; for this is the sweetest honey-drop in God’s cup. It is true that it does not make the heart overflow like joy, nor to dance with exultation like the first beaming in of the rays of hope, nor melt it down like the visits of love; but it is in some respects sweeter than all, because it so settles down the soul into sweet assurance; it is the realization of the Savior Himself, for “He is our peace,” and may thus be called the crowning blessing.
To the reader…
Whoever has been disobedient knows the feeling of a child that no longer dares to look up into his father’s face. Do you know it too? Your conscience tells you that you have sinned, and now you hold back from the Lord, fearing that you will find no access. Be honest: that guilt and shame are deserved. But do not let them drive you further away from Him.
For He is a Father Who comes out to meet the lost child and kisses away the tears. There are no kisses like the kisses of forgiveness and restoring grace. Do not seek great things, then, but ask for this one thing: that the Lord would lift up His countenance upon you and give you peace, peace with God through the blood of sprinkling. That peace makes the pillow easy in life and in death, for Christ Himself is our Peace.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Jehová alce a ti Su rostro, y ponga en ti paz.
Números 6:26
Cuando ofendemos a alguien, su rostro no está hacia nosotros como en otros tiempos. Así fue con Labán hacia Jacob; y si de algún modo hemos incurrido en el desagrado de un amigo o de un superior, observamos instintivamente su semblante. ¿Está bajo o alzado? ¿Muestra un ceño fruncido o una sonrisa? ¿Nos mira con ojos de afecto, o aparta la mirada? Lo sabemos en un momento si conocemos el semblante. Así se pide la bendición: “Jehová alce a ti Su rostro”, como un padre bondadoso y afectuoso hacia un hijo obediente, como un esposo tierno hacia una esposa amante y entregada; porque tal es Dios para Sus hijos: Padre y Esposo.
¿Y no le provocamos nosotros, como hijos, muchas veces a mirarnos con el ceño fruncido, o más bien a no mirarnos en absoluto, a “esconder Su rostro”, como leemos, “de modo que no podemos verle”? La oración es, pues: “Jehová alce a ti Su rostro”, con una sonrisa en él; libre, abierto, perdonador, misericordioso y apacible, para que usted pueda acercarse a Él. Cuando un hijo desobediente vuelve a casa y ve que el rostro de su padre no está hacia él como antes, se retrae; no se apresura a subirse a sus rodillas, no le echa los bracitos al cuello para robarle un beso, sino que se retrae por la culpa y la vergüenza. Así es en las cosas de Dios. Cuando la conciencia nos dice cómo en tal y cual caso hemos desobedecido, hemos sido inconsecuentes, hemos transgredido y obrado mal, al entrar en la presencia de Dios hay un quedarse atrás, un retraerse, por temor a una mala acogida.
¡Pero oh, el cambio en el niño cuando desaparece el ceño y viene la sonrisa; cuando el pequeño es tomado otra vez en brazos y sus lágrimas son quitadas con besos! ¡Cuánto más en las cosas de Dios, cuando Él quita con besos las lágrimas del hijo desobediente, como en el caso del pródigo que volvía! No hay besos como esos besos de perdón, de misericordia y de gracia restauradora.
“Y ponga en ti paz.” ¡Oh, qué bendición! Como dice Deer: “Me acostaré y dormiré dulcemente, porque tengo paz con Dios.” Es esto lo que hace blanda la almohada en la vida, y lo único que hará blanda esa almohada en la muerte: paz con Dios por medio de Jesucristo, paz por la reconciliación, paz por la sangre del esparcimiento, “la paz de Dios, que sobrepuja todo entendimiento”.
Muchos codician cosas grandes, cosas altas. Pero ¿qué dijo el Señor a Baruc? “¿Y tú buscas para ti grandezas? No busques.” Los ministros a menudo buscan grandes dones, gran elocuencia, gran conocimiento de misterios, grandes congregaciones, gran popularidad e influencia. Se equivocan al buscar estas llamadas grandes cosas. Busquen más bien cosas reales, cosas de la gracia, cosas que harán bienaventuradas sus almas aquí y en el más allá.
La bendición que el alma llena de gracia codicia con más fervor es la paz; porque esta es la gota de miel más dulce de la copa de Dios. Es cierto que no hace rebosar el corazón como el gozo, ni lo hace danzar de júbilo como los primeros rayos de la esperanza, ni lo derrite como las visitas del amor; pero en algunos aspectos es más dulce que todo eso, porque asienta el alma en una dulce seguridad; es la realización del Salvador mismo, porque “Él es nuestra paz”, y así puede llamarse la bendición que corona a las demás.
Al lector…
Quien ha sido desobediente conoce el sentimiento de un hijo que ya no se atreve a mirar el rostro de su padre. ¿Lo conoce usted también? Su conciencia le dice que ha pecado, y ahora se queda atrás ante el Señor, temiendo no hallar acceso. Sea sincero: esa culpa y esa vergüenza son merecidas. Pero no deje que le alejen aún más de Él.
Porque Él es un Padre que sale al encuentro del hijo perdido y le quita las lágrimas con besos. No hay besos como los besos del perdón y de la gracia restauradora. No busque, pues, grandezas, sino pida esta sola cosa: que el Señor alce a usted Su rostro y ponga en usted paz, paz con Dios por la sangre del esparcimiento. Esa paz hace blanda la almohada en la vida y en la muerte, porque Cristo mismo es nuestra Paz.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl