Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

14 juli Korenaren uit de volle oogst

Wendt u naar Mij toe, en wordt behouden, alle gij einden der aarde: want Ik ben God en niemand meer.
Jesaja 45:22

Voordat we in onze ziel voelen dat we aan „de einden der aarde” zijn, hebben we geen ogen om te zien, geen oren om te horen en geen hart om te voelen wat een verheerlijkte Middelaar er aan de rechterhand van de Vader zit. Hoe meer we voelen dat we aan „de einden der aarde” zijn, des te meer hebben we Hem nodig. En wanneer de Geest ons de verborgenheid van de glorierijke Persoon van Christus ontvouwt en Zijn schoonheid openbaart, wordt Hij des te meer het voorwerp van bewondering en aanbidding van onze ziel. En wat een Middelaar wordt daar aan het levende geloof voorgesteld in het Woord van de Waarheid! Wat een voorwerp voor het geestelijke geloof om naar te blijven kijken, voor een levende hoop om het anker in uit te werpen, en voor de liefde van God om te omvatten!

De Zoon van God was van alle eeuwigheid in de schoot van de Vader, gelijk aan de Vader en de Heilige Geest, de tweede Persoon in de heerlijke Drie-eenheid. Dat Hij Zich zo vernederde dat Hij onze natuur aannam, om te kunnen zuchten, lijden, bloeden en sterven voor schuldige zondaars, die, als het hun was toegestaan, duizend keer op één dag hun ziel in het verderf zouden hebben gestort: wat een wonder der wonderen! Maar we kunnen niet in deze verborgenheid doordringen of haar kracht voelen, voordat we in zo’n toestand gebracht zijn dat niemand anders dan zo’n Zaligmaker onze zielen kan behouden.

Kunnen we iets doen om onszelf te behouden? Dan hebben we geen hulp nodig van die Machtige bij Wie God hulp gelegd heeft, en dan verwerpen we Hem in het geheim. Kunnen we onszelf genezen? Dan hebben we de goede Geneesheer niet nodig. Maar wanneer onze ogen geopend zijn om ons eigen verderf en onze volslagen hulpeloosheid te zien, en de verheerlijkte Persoon van Gods Zoon te aanschouwen, dan wordt het geloof gedrongen naar dat heerlijke Voorwerp te vluchten en zich op Hem te verlaten.

Gij zijt alleen — wat zou ik vrezen? —
mijn rots, mijn burg, o Heer!
Ja, uwe naam ter eer
zult Gij mij tot een herder wezen.

Ps. 31:3

Aan de lezer…

Kent u dat? U voelt zich als aan de einden der aarde: ver weg, uitgeput, zonder hulp in uzelf. Het is een bange plaats, maar het is juist de plaats waar deze roepstem klinkt: „Wendt u naar Mij toe, en wordt behouden.” Zolang we menen iets te kunnen doen om onszelf te behouden, verwerpen we in het geheim die Machtige bij Wie God hulp gelegd heeft. Maar wie zijn eigen verderf en volslagen hulpeloosheid ziet, krijgt ogen voor de verheerlijkte Middelaar.

Zie dan op Hem. De Zoon van God heeft Zich zo vernederd dat Hij onze natuur aannam, om te zuchten, te lijden, te bloeden en te sterven voor schuldige zondaars. Dat is een wonder der wonderen, en het is voor u, die niets meer hebt. Laat uw geloof, hoe zwak ook, naar dat heerlijke Voorwerp vluchten en zich op Hem verlaten, want Hij is God en niemand meer.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

14 juli 365 dagen met Philpot

Bevinding

Gaat in door de enge poort.
Mattheüs 7:13

Er moet een bepaalde norm gesteld zijn voor een goddelijk werk aan de ziel. Hoe zouden we anders de kinderen van God kunnen onderscheiden van de kinderen van de duivel? Hoe zouden we anders de kenmerken van de genade in de levende Kerk kunnen ontdekken en aangeven wat de ware kentekenen van goddelijk onderwijs zijn, zowel om hen te bemoedigen en te onderwijzen als om anderen te waarschuwen of te overtuigen? Onze gezegende Heere zegt bijvoorbeeld: „Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien” (Joh. 3:3); „Indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen desgelijks vergaan” (Luk. 13:3); „Indien gij niet gelooft, dat Ik Die ben, gij zult in uw zonden sterven” (Joh. 8:24); „Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden” (Mark. 16:16). Is dat geen norm, door onze gezegende Heere gesteld, voor de nieuwe geboorte, het berouw en het geloof?

„Strijdt om in te gaan door de enge poort; want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die dezelve vinden” (Luk. 13:24; Matth. 7:14). Is dit geen norm? „Die zijn kruis niet op zich neemt, en Mij navolgt, is Mijns niet waardig” (Matth. 10:38). Is dit geen norm? „Gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen. En Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Heere, de Almachtige” (2 Kor. 6:17-18). Is dit geen norm? „Iedere boom wordt uit zijn eigen vrucht gekend: alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen” (Matth. 3:10). Is dit dan geen norm?

We zien dus dat er wel degelijk een norm in het Woord van God gesteld is. Alleen staat er niet dat men zich zoveel weken aan de wet moet houden, dat men moet wegzakken in dood, hel en wanhoop voordat de verlossing komt, of dat het geloof op een bepaalde manier en op een bepaald moment tot u moet komen. Het Woord van God maakt niet alle christelijke ervaring vlak en recht. Het schaaft en draait niet ieder onderdeel ervan precies op maat, zodat het geheel zo precies past en zo goed werkt als de zuiger van een locomotief of de kleppen van een stoommachine.

Het Woord van God geeft dus wel een norm aan, en bovendien een heel ware, nauwkeurige en moeilijke. Maar er staat niet die starre, precieze en ijzeren norm in die sommigen geneigd zijn toe te passen. Zij brengen alles in verband met hun eigen ervaring en meten alles daaraan af, en wie het niet precies met hen eens is, hakken zij aan stukken.

Lezen: Mattheüs 7:1-14

Aan de lezer…

Hoe snel schrikt een ziel van de enge poort en de nauwe weg! Leest u: „Tenzij dat iemand wederom geboren worde”, en „Indien gij niet gelooft”, en vraagt u zich beschaamd af of er in u iets van de nieuwe geboorte, het berouw en het geloof te vinden is? Het is goed dat u uzelf aan de norm van het Woord toetst, want het Woord heeft een ware en nauwkeurige norm gesteld. Weinigen zijn er die de poort vinden; strijd dan om in te gaan.

Maar laat u niet aan stukken hakken door een starre, ijzeren norm die mensen aan hun eigen ervaring afmeten. De Heere schrijft u niet voor hoeveel weken u onder de wet moet liggen, of op welk moment en op welke manier het geloof tot u moet komen. Hij leidt niet ieder kind langs precies dezelfde lijn. Vraag dus niet in de eerste plaats of uw weg gelijk is aan die van een ander, maar of u met al uw armoede door die enge poort tot Hem gekomen bent.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

14 juli Door Baca’s vallei

Maar geliefden, bouwt gij uzelf op in uw allerheiligst geloof, biddende in de Heilige Geest.
Judas 20

Onder de woorden „allerheiligst geloof” kunnen wij vooral de grote waarheden van het eeuwigdurend Evangelie verstaan, die aan het geloof geopenbaard en door het geloof omhelsd worden. Zij worden het allerheiligst geloof genoemd omdat ze vervuld zijn van de heiligheid van God. En niet alleen daarom, maar ook omdat zij in gelovige harten worden ontvangen en daaraan heiligheid meedelen, want zij hebben een vrijmakende, heiligende kracht en werking. Het woord „opbouwen” geeft te kennen dat er een fundament gelegd is. Christus is dit fundament, dat God in Sion gelegd heeft, een hoeksteen, uitverkoren en dierbaar. En waar Christus door Goddelijke genade aan de ziel wordt geopenbaard, daar wordt een fundament in het hart gelegd, waarop elke volgende waarheid gebouwd wordt.

De grote zaak waar het ons om moet gaan, is of Christus als fundament in onze ziel gelegd is of niet. Als dat zo is, dan zijn wij van alle andere fundamenten afgedreven en kunnen wij nergens rust of vrede vinden dan alleen in Hem. Is Hij door almachtige genade ooit aan onze zielen geopenbaard, dan hebben wij gezien en gevoeld dat in Hem een fundament is waarop wij ons kunnen gronden, en dat voor een eeuwigheid. Als de Zoon van de Vader in waarheid en liefde is Hij gekomen om het werk uit te voeren dat de Vader Hem te doen gegeven had. Door de offerande van Zichzelf heeft Hij de zonde tenietgedaan en een eeuwigdurende gerechtigheid aangebracht, waarin wij gerechtvaardigd kunnen staan. Het is een fundament waarop een arme, schuldige ziel mag rusten. Wanneer dit fundament dichtbij gebracht wordt en wij door de kracht van Gods genade daarop mogen rusten, dan kunnen wij zeggen:

Wat sterk een fundament, gij heiligen, hoort,
Is voor uw geloof gelegd in Zijn Woord.

„Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus,” 1 Cor. 3:11.

Aan de lezer…

Lezer, waarop bouwt u? Dat is de grote zaak waar het ons om moet gaan: is Christus als fundament in uw ziel gelegd, of niet? Misschien voelt u vooral hoe alle andere fundamenten onder u wegzakken, hoe u geen rust of vrede vindt in uw eigen vroomheid, uw voornemens of uw gevoelens. Wees daar niet al te bang voor. Zo drijft de Heere de ziel van alle andere gronden af, zodat zij alleen in Hem zou rusten.

Hij heeft het werk volbracht dat de Vader Hem te doen gegeven had; door de offerande van Zichzelf heeft Hij de zonde tenietgedaan. Daarom is Hij een fundament waarop een arme, schuldige ziel mag rusten, en dat voor een eeuwigheid. Smeek dan of dit fundament u dichtbij gebracht mag worden, en bouw uzelf daarop op in het allerheiligst geloof, biddend in de Heilige Geest. Niemand kan een ander fundament leggen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina