14 de julio
Wendt u naar Mij toe, en wordt behouden, alle gij einden der aarde: want Ik ben God en niemand meer.
Jesaja 45:22
Voordat wij het in de ziel gevoelen dat wij aan „de einden der aarde” zijn, hebben wij geen ogen om te zien, geen oren om te horen, geen harten om te gevoelen welk een verheerlijkte Middelaar er zit aan de rechterhand des Vaders. En hoe meer wij gevoelen aan „de einden der aarde” te zijn, des te meer hebben wij behoefte aan Hem; en als de Geest ons de verborgenheid ontvouwt van de glorierijke Persoon van Christus en Zijn schoonheid openbaart, des te meer wordt Hij het voorwerp van bewondering en aanbidding onzer ziel. En welk een Middelaar wordt daar aan het levend geloof in het Woord der Waarheid voorgesteld! Welk een voorwerp voor het geestelijk geloof om aan te staren, voor een levende hoop om het anker in uit te werpen, en voor de liefde Gods om te omvatten!
Dat de Zone Gods, van alle eeuwigheid in de schoot des Vaders, met de Vader en de Heilige Geest gelijk, de tweede Persoon in de heerlijke Drie-eenheid, Zich zo vernederde dat Hij onze natuur aannam, opdat Hij zou kunnen zuchten, lijden, bloeden en sterven voor schuldige zondaren, die, als het hun was vergund, duizend malen op één dag hun ziel in het verderf zouden hebben gestort — welk een wonder der wonderen! Maar wij kunnen in deze verborgenheid niet indringen, noch haar kracht gevoelen, voordat wij tot zulk een toestand gebracht zijn dat niemand dan zulk een Zaligmaker onze zielen kan behouden.
Kunnen wij iets doen om onszelf te behouden? Dan hebben wij geen hulp nodig van die Machtige, in Wie God hulp gelegd heeft; en wij verwerpen Hem in het geheim. Kunnen wij onszelf genezen? Dan hebben wij de goede Geneesheer niet van node. Maar als onze ogen geopend zijn om ons eigen verderf en onze volslagen hulpeloosheid te zien, en de verheerlijkte Persoon van Gods Zoon te aanschouwen, dan wordt het geloof gedrongen naar dat heerlijk Voorwerp te vluchten en zich op Hem te verlaten.
Gij zijt alleen — wat zou ik vrezen? —
mijn rots, mijn burg, o Heer!
Ja, uwe naam ter eer
zult Gij mij tot een herder wezen.
Ps. 31:3
Aan de lezer…
Kent u dat? U voelt zich als aan de einden der aarde, ver weg, uitgeput, zonder hulp in uzelf. Het is een bange plaats, maar het is juist de plaats waar deze roepstem klinkt: „Wendt u naar Mij toe, en wordt behouden.” Zolang wij menen iets te kunnen doen om onszelf te behouden, verwerpen wij in het geheim die Machtige in Wie God hulp gelegd heeft. Maar wie zijn eigen verderf en volslagen hulpeloosheid ziet, krijgt ogen voor de verheerlijkte Middelaar.
Zie dan op Hem. De Zone Gods heeft Zich zo vernederd dat Hij onze natuur aannam, om te zuchten, te lijden, te bloeden en te sterven voor schuldige zondaren. Dat is een wonder der wonderen, en het is voor u, die niets meer hebt. Laat uw geloof, hoe zwak ook, naar dat heerlijk Voorwerp vluchten en zich op Hem verlaten, want Hij is God en niemand meer.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wendt u naar Mij toe, en wordt behouden, alle gij einden der aarde: want Ik ben God en niemand meer.
Jesaja 45:22
Voordat we in onze ziel voelen dat we aan „de einden der aarde” zijn, hebben we geen ogen om te zien, geen oren om te horen en geen hart om te voelen wat een verheerlijkte Middelaar er aan de rechterhand van de Vader zit. Hoe meer we voelen dat we aan „de einden der aarde” zijn, des te meer hebben we Hem nodig. En wanneer de Geest ons de verborgenheid van de glorierijke Persoon van Christus ontvouwt en Zijn schoonheid openbaart, wordt Hij des te meer het voorwerp van bewondering en aanbidding van onze ziel. En wat een Middelaar wordt daar aan het levende geloof voorgesteld in het Woord van de Waarheid! Wat een voorwerp voor het geestelijke geloof om naar te blijven kijken, voor een levende hoop om het anker in uit te werpen, en voor de liefde van God om te omvatten!
De Zoon van God was van alle eeuwigheid in de schoot van de Vader, gelijk aan de Vader en de Heilige Geest, de tweede Persoon in de heerlijke Drie-eenheid. Dat Hij Zich zo vernederde dat Hij onze natuur aannam, om te kunnen zuchten, lijden, bloeden en sterven voor schuldige zondaars, die, als het hun was toegestaan, duizend keer op één dag hun ziel in het verderf zouden hebben gestort: wat een wonder der wonderen! Maar we kunnen niet in deze verborgenheid doordringen of haar kracht voelen, voordat we in zo’n toestand gebracht zijn dat niemand anders dan zo’n Zaligmaker onze zielen kan behouden.
Kunnen we iets doen om onszelf te behouden? Dan hebben we geen hulp nodig van die Machtige bij Wie God hulp gelegd heeft, en dan verwerpen we Hem in het geheim. Kunnen we onszelf genezen? Dan hebben we de goede Geneesheer niet nodig. Maar wanneer onze ogen geopend zijn om ons eigen verderf en onze volslagen hulpeloosheid te zien, en de verheerlijkte Persoon van Gods Zoon te aanschouwen, dan wordt het geloof gedrongen naar dat heerlijke Voorwerp te vluchten en zich op Hem te verlaten.
Gij zijt alleen — wat zou ik vrezen? —
mijn rots, mijn burg, o Heer!
Ja, uwe naam ter eer
zult Gij mij tot een herder wezen.
Ps. 31:3
Aan de lezer…
Kent u dat? U voelt zich als aan de einden der aarde: ver weg, uitgeput, zonder hulp in uzelf. Het is een bange plaats, maar het is juist de plaats waar deze roepstem klinkt: „Wendt u naar Mij toe, en wordt behouden.” Zolang we menen iets te kunnen doen om onszelf te behouden, verwerpen we in het geheim die Machtige bij Wie God hulp gelegd heeft. Maar wie zijn eigen verderf en volslagen hulpeloosheid ziet, krijgt ogen voor de verheerlijkte Middelaar.
Zie dan op Hem. De Zoon van God heeft Zich zo vernederd dat Hij onze natuur aannam, om te zuchten, te lijden, te bloeden en te sterven voor schuldige zondaars. Dat is een wonder der wonderen, en het is voor u, die niets meer hebt. Laat uw geloof, hoe zwak ook, naar dat heerlijke Voorwerp vluchten en zich op Hem verlaten, want Hij is God en niemand meer.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Look unto Me, and be ye saved, all the ends of the earth: for I am God, and there is none else.
Isaiah 45:22
Until in soul feeling, we are at “the ends of the earth,” we have no eyes to see, no ears to hear, no hearts to feel what a glorious Mediator there is at the right hand of the Father. And the more we feel to be at “the ends of the earth,” the deeper is our need of Him; and as the Spirit unfolds the mystery of the glorious Person of Christ, and reveals His beauty, the more does He become the object of the soul’s admiration and adoration. And O what a Mediator is held out in the word of truth to living faith! What a subject for spiritual faith to look to, for a lively hope to anchor in, and for divine love to embrace!
That the Son of God, Who lay in the bosom of the Father from all eternity, equal with the Father and the Holy Spirit, the second Person in the glorious Trinity, should condescend to take upon Him our nature, that He might groan, suffer, bleed, and die for guilty wretches, who, if permitted, would have ruined their souls a thousand times a day—what a wonder of wonders!
But we cannot enter into, nor feel the power of this mystery until we are reduced to such circumstances, that none but such a Saviour can save our souls. Can we do anything to save ourselves? Then we need no help from that mighty One on Whom God has laid help; and we secretly reject Him. Can we heal ourselves? Then we do not need the good Physician. But when our eyes are opened to see our own thorough ruin and helplessness, and to view the glorious Person of the Son of God, faith is drawn out to flee to and rest upon that glorious Object.
To the reader…
Do you know this? You feel as if you were at the ends of the earth: far away, worn out, without help in yourself. It is a fearful place, but it is precisely the place where this call sounds: “Look unto Me, and be ye saved.” As long as we think we can do something to save ourselves, we secretly reject that mighty One on Whom God has laid help. But whoever sees his own ruin and utter helplessness is given eyes for the glorious Mediator.
Look, then, to Him. The Son of God humbled Himself so far as to take our nature upon Him, to groan, suffer, bleed and die for guilty sinners. That is a wonder of wonders, and it is for you, who have nothing left. Let your faith, however weak, flee to that glorious Object and rest upon Him, for He is God, and there is none else.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mirad a Mí, y sed salvos, todos los términos de la tierra: porque Yo soy Dios, y no hay más.
Isaías 45:22
Hasta que, en el sentir del alma, estamos en “los términos de la tierra”, no tenemos ojos para ver, ni oídos para oír, ni corazón para sentir qué glorioso Mediador hay a la diestra del Padre. Y cuanto más sentimos que estamos en “los términos de la tierra”, más profunda es nuestra necesidad de Él; y a medida que el Espíritu despliega el misterio de la gloriosa Persona de Cristo y revela Su hermosura, tanto más llega Él a ser el objeto de la admiración y adoración del alma. ¡Y oh, qué Mediador es presentado en la palabra de verdad a la fe viva! ¡Qué objeto para que la fe espiritual mire a Él, para que una esperanza viva se ancle en Él, y para que el amor divino le abrace!
Que el Hijo de Dios, que estaba en el seno del Padre desde toda la eternidad, igual al Padre y al Espíritu Santo, la segunda Persona de la gloriosa Trinidad, se dignara tomar sobre Sí nuestra naturaleza, para gemir, padecer, sangrar y morir por miserables culpables que, si se les permitiera, habrían arruinado sus almas mil veces al día: ¡qué maravilla de maravillas!
Pero no podemos entrar en este misterio ni sentir su poder hasta que somos reducidos a tales circunstancias que nadie sino un Salvador así puede salvar nuestras almas. ¿Podemos hacer algo para salvarnos a nosotros mismos? Entonces no necesitamos ayuda de aquel Valiente sobre quien Dios ha puesto el socorro; y en secreto le rechazamos. ¿Podemos sanarnos a nosotros mismos? Entonces no necesitamos al buen Médico. Pero cuando nuestros ojos son abiertos para ver nuestra propia ruina e impotencia completas, y para contemplar la gloriosa Persona del Hijo de Dios, la fe es movida a huir a ese glorioso Objeto y a descansar en Él.
Al lector…
¿Conoce usted esto? Se siente como si estuviera en los términos de la tierra: lejos, agotado, sin ayuda en sí mismo. Es un lugar temible, pero es precisamente el lugar donde resuena este llamamiento: “Mirad a Mí, y sed salvos”. Mientras pensamos que podemos hacer algo para salvarnos, rechazamos en secreto a aquel Valiente sobre quien Dios ha puesto el socorro. Pero a quien ve su propia ruina y su completa impotencia se le dan ojos para el glorioso Mediador.
Mire, pues, a Él. El Hijo de Dios se humilló hasta tomar sobre Sí nuestra naturaleza, para gemir, padecer, sangrar y morir por pecadores culpables. Es una maravilla de maravillas, y es para usted, que ya no tiene nada. Que su fe, por débil que sea, huya a ese glorioso Objeto y descanse en Él, porque Él es Dios, y no hay más.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl