Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

13 januari Korenaren uit de volle oogst

Geliefden, houdt u niet vreemd over de hitte der verdrukkingen onder u, die u geschiedt tot verzoeking, alsof u iets vreemds overkwam.
1 Petrus 4:12

De „vuurproef” is dus geen vreemde zaak die maar aan enkelen van Gods volk ten deel valt; zij is min of meer het toegewezen deel van allen. Horen wij de Heere niet tot Zijn Sion zeggen: „Ik heb u eerst gelouterd in de oven der verdrukking”? Allen die uitverkoren zijn, moeten door het vuur van de verdrukking, en allen kennen de vuurproef uit ervaring, want daardoor worden zij deelgenoten van het lijden van Christus. Maar dat is ook onmisbaar om deelgenoten van Zijn heerlijkheid te worden. „Indien wij zo met Hem lijden, zullen wij met Hem verheerlijkt worden.” Zo lijden zij met Hem, „opdat wanneer Zijn heerlijkheid zal geopenbaard worden, zij zich ook mogen verblijden met een onuitsprekelijke blijdschap.” Dit lijden met en voor Christus in het vuur van de beproeving zout de ziel en behoedt haar tegen bederf. Het schenkt gezondheid en geeft haar smaak en geur. Het is een teken van gemeenschap aan het eeuwig Verbond en een bezegeling van vriendschap en vrede met God.

God zal Zijn waarheid nimmer krenken
maar eeuwig Zijn verbond gedenken.
Zijn woord wordt altijd trouw volbracht
tot in het duizendste geslacht.
’t Verbond met Abraham, Zijn vrind,
bevestigt Hij van kind tot kind.

Die gunst heeft God Zijn volk bewezen
opdat het altijd Hem zou vrezen,
Zijn wet betrachten en voortaan
volstandig op Zijn wegen gaan.
Roem dan de Oppermajesteit
om zoveel gunst in eeuwigheid!

Ps. 105:5 en 24

Aan de lezer…

Kent u dat, door het vuur te moeten gaan? Denkt u dat uw beproeving zo zwaar en zo vreemd is dat niemand van Gods volk ooit zo’n weg gegaan is, en dat het wel een teken moet zijn dat de Heere tegen u is? Luister dan hoe de apostel de beproefden aanspreekt: „Geliefden.” Hij noemt hen niet vergeten of verstoten, maar geliefd, juist terwijl zij in de hitte van de verdrukking staan. De vuurproef is niet het lot van enkelen, maar het toegewezen deel van al Gods kinderen.

Het vuur dient niet om u te verteren, maar om u te louteren. Wie met Christus lijdt, wordt deelgenoot van Zijn lijden en eens ook van Zijn heerlijkheid. Het zout de ziel, het behoedt haar tegen bederf, en het is een zegel van gemeenschap aan het eeuwig Verbond. Houd u dan niet vreemd, maar zie in uw beproeving de hand van Hem Die Zijn Verbond nooit vergeet. Er komt een dag waarop Zijn heerlijkheid geopenbaard wordt, en dan zult u zich verblijden met een onuitsprekelijke blijdschap.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

13 januari 365 dagen met Philpot

Alle dingen ten goede

En wij weten dat degenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede.
Romeinen 8:28

De kern van de belofte is: „dat degenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk degenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn” (Rom. 8:28). Elk woord is vol gezegende betekenis. Wat een verheven blik krijgen we hier op de wijsheid, de voorzienigheid en de macht van God! Hier zijn Gods kinderen, omringd door talloze onbegrijpelijke omstandigheden, op weg over de verschillende paden van het leven, en zij verschillen allen sterk in positie, leeftijd, geslacht en omstandigheden. Hier is de wereld vol verdorvenheid die hen omringt; een listige tegenstander die er altijd op uit is hen te bedriegen en te kwellen; een hart boordevol zonde, dat alleen door de grote kracht van God voor overlopen bewaard wordt!

Kijk eens naar al onze uiteenlopende omstandigheden. Als we dan geloven dat alles wat we meemaken meewerkt tot ons geestelijk welzijn wanneer we God liefhebben, wat een blik geeft ons dat dan op de wijsheid, genade en macht van een wonderdoende God! „Alles!” Zie toch eens! Alles wat uw lichaam en ziel aangaat; alles in de voorzienigheid, alles in de genade; alles wat u hebt doorgemaakt, alles wat u nu doormaakt, alles wat u nog zult doormaken.

Laat ieder van u die God liefheeft en Zijn Naam vreest, alles nemen wat hem toebehoort en het in het licht van deze tekst leggen. Er is in de voorzienigheid en in de genade geen enkel ding dat iemand die God liefheeft aangaat, of de belofte omvat het. Alles! Alles! „Wat! Is er dan helemaal niets, hoe nietig ook, hoe betrekkelijk onbelangrijk ook, dat mij niet ten goede komt als ik God liefheb?” Nee, helemaal niets. En als we dan de verscheidenheid van dingen bekijken die invloed op ons hebben, en geloven dat ze allemaal meewerken tot ons goed, hoe moeten we dan de geweldige wijsheid en macht en het bestuur van God bewonderen!

Lezen: Mattheus 6:24-34

Aan de lezer…

Deze twee woorden, „alle dingen”, mag u eens leggen naast alles wat u aangaat: uw zorgen om het lichaam en uw strijd in de ziel; wat u hebt doorgemaakt, wat u nu doormaakt en wat nog voor u ligt. Uw hart is misschien boordevol zonde en de tegenstander laat u geen rust. Toch is er niets, hoe nietig of onbelangrijk ook, dat buiten deze belofte valt.

Is dat niet om stil van te worden? U overziet uw weg niet, maar Hij, Die de wijsheid, de genade en de macht heeft, overziet hem wel. Hij bewaart uw hart voor overlopen en bestuurt alles tot uw geestelijk welzijn. Vraag dan niet langer of dit ene ding er ook bij hoort. Wie God liefheeft en Zijn Naam vreest, mag het vrijmoedig nazeggen: alles, alles werkt mee ten goede.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

13 januari Door Baca’s vallei

De Heere zegene u.
Numeri 6:24

De sleutel tot de woorden „De Heere zegene u” is, geloof ik, te vinden in Efeze 1:3: „Gezegend zij de God en Vader onzes Heeren Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen in de hemel in Christus.” Want de zegeningen waarom in onze tekst gebeden wordt, lijken in hoofdzaak geestelijke zegeningen te zijn. Niet dat wij gering moeten denken over tijdelijke zegeningen. Het zijn zegeningen uit de linkerhand, al zijn het misschien geen genadeweldaden uit de rechterhand. Het zijn toch gaven waarvoor wij op aarde dankbaar behoren te zijn, al brengen zij ons niet in de hemel. Het zijn voorzieningen voor het vergankelijke lichaam, maar geen voedsel voor de onsterfelijke ziel.

Gezondheid, kracht en zoveel wereldse goederen dat wij ons hoofd boven water kunnen houden en dat wij in staat zijn niemand iets schuldig te zijn dan liefde, zijn dat geen zegeningen? Kinderen hebben die opgroeien tot troost van hun ouders; een vriendelijke en toegenegen levensgezellin, goede en trouwe vrienden, een eerbare naam, een kleine voorraad voor hen die ons lief en dierbaar zijn, zodat hun tranen om ons niet dubbel bitter vergoten worden, door armoede aan de ene en afhankelijkheid aan de andere kant: wie zal durven ontkennen dat dit zegeningen zijn waarvoor God te prijzen is? Met het oog van het geloof bezien, komen de zegeningen in de voorzienigheid uit de hemel neer, bevochtigd door genade.

En toch, hoeveel tekort, ja oneindig tekort schieten deze tijdelijke zegeningen, die door het gebruik vergaan, bij de geestelijke zegeningen, die de eeuwigheid zullen doorstaan. Een overtuigend bewijs daarvan krijgen wij wanneer wij verwaardigd worden met een zekere mate van geloof tot de troon van de genade te naderen. Dan richten de begeerten van het hart zich helemaal op geestelijke zegeningen, en is het oog van de ziel geheel en alleen daarop gericht, zodat er in het hart nauwelijks plaats overblijft om iets anders te vragen.

Maar let op de persoonlijke vorm van de zegen die gevraagd wordt. De Heere zegene u. Dit woord staat in het enkelvoud; niet u in het meervoud. Toch richtte de hogepriester, wanneer hij de zegen uitsprak, zijn oog niet op één persoon, en richtte hij zijn woorden ook niet tot één persoon. Hij sprak de zegen uit over de hele vergadering van het volk Israël, en toch waren de woorden zo gevormd alsof de zegen voor ieder persoonlijk bedoeld was. Zo zijn Gods zegeningen: persoonlijk, voor ieder.

Begenadigde zielen zeggen wel eens, wanneer zij het Woord met enige vrucht of kracht gehoord hebben: „Het was allemaal voor mij.” Goed, het was allemaal voor u; maar was u de enige „mij” in de vergadering? Kon er niet iemand naast u gezeten hebben die ook zei: „Het was allemaal voor mij”? Denk niet dat één alleen gezegend wordt, met uitsluiting van alle anderen. Er is genoeg voor ieder en genoeg voor allen. Maar soms heeft de genade van God, wanneer zij in het hart gebracht wordt, zo’n toe-eigenende kracht, dat het lijkt alsof het Woord bedoeld is voor mij, en dan ook voor mij alleen.

Maar zo groot is de rijkdom van de Goddelijke barmhartigheid, de rijkdom van Zijn genade en heerlijkheid, dat wanneer de een een deel ontvangt, dit de ander niet uitsluit. Het is niet zoals in een gewoon burgergezin, waar ieder volgend kind de erfenis van de andere kinderen kleiner maakt. Als daar de wens van de volwassenen vervuld zou kunnen worden, zou de oudste wel tegen de pasgeborene zeggen: „Wij hebben u niet nodig, gij kleine rover! Waarom zijt gij gekomen om uit te roepen: Samen delen?” De hemelse erfenis wordt niet kleiner, hoewel er zovelen zijn die eraan deel mogen hebben. Als dat wel zo was, dan zou God Zelf minder worden, want God is hun erfenis, en in God is genoeg om miljoenen uitverkoren engelen en tienduizenden verloste zondaren te bevredigen. Afgunst hoeft er in de zaken van God niet te zijn; die is uitgesloten door de vrijheid, volheid en rijkdom van de liefde van God.

Aan de lezer…

Wat een zegen ligt er in dit woord: „De Heere zegene u.” Dat woord werd over heel het volk uitgesproken, en toch zo alsof het voor ieder persoonlijk bedoeld was. Zo spreekt de Heere ook nu. Denkt u dat de zegen wel voor anderen is, maar niet voor u? Het is niet zoals in een gezin waar ieder nieuw kind de erfenis van de anderen kleiner maakt. Er is genoeg voor iedereen, want God Zelf is de erfenis van de Zijnen.

Dank Hem voor de zegeningen voor het lichaam, voor gezondheid, brood en de mensen die u lief zijn. Maar laat uw hart daar niet blijven staan. Vraag om de geestelijke zegeningen in Christus, die de eeuwigheid doorstaan. Misgun een ander niets, en sluit uzelf ook niet buiten. Wie als een arme tot de troon van de genade nadert, mag weten dat die rijkdom door u niet minder wordt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina