Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

13 Januari – Door Baca’s Vallei

De Heere zegene uNumeri 6:24

De sleutel voor de woorden „De Heere zegene u” wordt, geloof ik, gevonden in Efeze 1:3: „Gezegend zij de God en Vader onzes Heeren Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen in de hemel in Christus”. Want de zegeningen, waarom in onze tekst gebeden wordt, schijnen in hoofdzaak geestelijke zegeningen te zijn. Niet dat wij gering moeten denken van tijdelijke zegeningen. Zij zijn zegeningen uit de linkerhand, zo al niet genade- weldaden uit de rechterhand. Zij zijn evenwel giften, waarvoor wij op aarde dankbaar behoren te zijn, al brengen zij ons niet in de hemel. Zij zijn voorzieningen voor het vergankelijk lichaam, maar zij zijn geen voedsel voor de onsterfelijke ziel. Gezondheid, kracht en een zodanige mate van wereldse goederen, dat wij de mond kunnen open houden en die ons in staat stellen om geen mens iets schuldig te zijn dan liefde, zijn dat geen zegeningen? Kinderen te hebben, die opwassen tot troost hunner ouders; een vriéndelijke en toegenegen levensgezellin, goede en getrouwe vrienden, een eerbare naam, een kleine voorraad voor degenen, die ons hef en dierbaar zijn, opdat niet hun tranen, door armoede enerzijds en afhankelijkheid anderzijds, voor ons dubbel bitter worden uitgestort; wie zal het durven ontkennen, dat dit zegeningen zijn waarvoor God te prijzen is? Door het geloofsoog beschouwd, komen de zegeningen in do voorzienigheid van tie hemel neder, bevochtigd door genade. En ja, hoe veel te kort, ja oneindig te kort komen deze lijdelijke zegeningen, die door het gebruik te niet gaan, bij de geestelijke zegeningen, die de eeuwigheid verduren zullen. Een doorslaand bewijs daarvan krijgen wij, als wij verwaardigd worden met een zekere mate van geloof tot de troon der genade te naderen en de begeerten des harten zich geheel bepalen tot geestelijke zegeningen en het oog der ziel geheel en alleen daarop gericht is. Zodat er nauwelijks plaats in het hart gelaten is om iets anders te vragen. Maar let op de persoonsuitdrukking in de zegen, die gevraagd wordt. De Heere zegene u. Dit woord staat in de meervoudsvorm; niet u in het enkelvoud. Wanneer dan ook de hogepriester de zegen uitsprak, vestigde hij zijn oog niet op één persoon, ook richtte hij zijn aanspraak niet op één persoon. Hij sprak deze uit over de gehele vergadering van Israels volk, en toch waren de woorden zó gevormd, alsof de zegen voor een ieder persoonlijk bedoeld was. Zodanig zijn Cods zegeningen — persoonlijk — voor een ieder. Begenadigde zielen, wanneer zij het Woord met enige vrucht of kracht vergezeld gehoord hebben, zeggen wel eens: „Het was alles voor mij”. Goed, het was alles voor u; maar waart gij de enige „mij” in de vergadering? Kon er niet de één of ander naast u hebben gezeten, die eveneens zeide: „Het was alles voor mij”? Denk niet, dat één alleen gezegend wordt, met uitsluiting van alle anderen. Er is genoeg voor iedereen en genoeg voor allemaal. Maar soms is er iets zó toe-eigenend in de genade Gods, als zij in het hart gebracht wordt, dat het schijnt alsof het Woord bedoeld is voor mij, maar dan ook voor mij alleen. Echter hier is de rijkdom der Goddelijke barmhartigheid, de rijkdom van Zijn genade en heerlijkheid zo, dat als de één een deel ontvangt, dit de ander niet uitsluit. Het is niet als in een gewoon burgergezin, waar ieder opvolgend kind de erfenis der andere kinderen doet verminderen, zodat, indien mogelijk de wens der volwassenen kon vervuld worden, de oudste van hen tot de nieuwgeborene wel zou zeggen: „Wij hebben u niet nodig, gij kleine rover! Waarom zijt gij gekomen om uit te roepen: Samen delen?” Het vermindert de hemelse erfenis niet, ofschoon er zo velen zijn, die er in delen mogen. Zo dit waar was, dan zou God Zelf verminderen, want God is hun erfenis en in God is genoeg om miljoenen uitverkoren engelen, zowel als tienduizenden verloste zondaren te bevredigen. Misgunning in de zaken Gods behoeft er niet te zijn; zij is uitgesloten door de vrijheid, volheid en rijkdom van de liefde Gods.

Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

Welkom op deze website. Hier vindt u de Bijbelse dagboeken "Korenaren uit de volle oogst" "Door Baca's Vallei" en "365 Dagen Met Philpot" van J.C. Philpot.

J.C. Philpot

Philpot werd geboren in Ripple in het Engelse graafschap Kent, iets ten noorden van Dover. Hij studeerde in Londen en in Oxford en werd op 26-jarige leeftijd in Stadhampton bevestigd tot predikant van de Kerk van Engeland.

Na een lange 'worsteling' onttrok Philpot zich in 1835 aan de staatskerk. Hij schrijft daarover in één van zijn preken: Ik verlaat de Kerk van Engeland omdat ik in haar nauwelijks een merkteken van de ware kerk bespeuren kan. Hij sloot zich aan de baptistengemeenten, die later de Gospel Standard Strict Baptists zouden worden genoemd. Philpot was een van de eerste redacteuren van het kerkblad The Gospel Standard.

In 1838 werd Philpot predikant van de Strict Baptist-gemeenten Stamford en Oakham. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in de Londense buitenwijk Croydon. Hij stierf eind 1869. Joseph Charles Philpot ligt begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Queens Road in Croydon.