4 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
11 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen.
Jesaja 44:3
Door Zijn Geest te gieten op het zaad van Zion, stort God daarbij elke geestelijke zegen uit die Hij in Zijn hart of Zijn hand heeft. In welk aards goed gij u moogt verheugen, zonder de zegen van God zal het blijken een vloek te zijn; welke bezoekingen u op aarde treffen, zij moeten onder de zegen Gods alle ten zegen worden. Ook wordt die zegen niet karig geschonken, want de Heere heeft beloofd: Hij zal die uitgieten! Hij zal even overvloedig geschonken worden als de Geest Zelf. Ook zal Zion evenmin twijfelen aan de zegen zelf als aan de Bron vanwaar hij komt; want hij blijkt uit zichzelf, glanst in het licht van zijn eigen getuigenis en openbaart zich door zijn eigen getuigenis.
En verhoogt het contrast tussen de droge grond en de beloofde vlagen van zegen hem niet des te meer? Het is juist uw dorheid en onvruchtbaarheid die de belofte des te gepaster, en daarom des te lieflijker maakt. Als gij een blik in uzelf slaat, ontwaart gij niets dan een wildernis. Als gij opwaarts ziet, ziet gij de wolken van zegen drijven door de heldere lucht. Gij ziet dat de Heere beloofd heeft „water uit te gieten op hem, die dorst, en stromen waters op de dorre grond.”
Gij vraagt van Hem die beloften aan uw ziel te vervullen. Gij hebt niets waarop gij kunt pleiten dan op Zijn belofte; geen andere aanbeveling dan uw eigen dorheid; Hij stelt u in staat Hem aan te roepen. Hij luistert naar dat roepen, en te Zijner tijd giet Hij water uit op uw dorstige ziel en waterstromen op uw dorstig en uitgedroogd hart. O, mocht een gevoel van eigen armoede en nooddruft een middel in Zijn heilige hand zijn om ons die zegen te doen zoeken, die Hij alleen geven kan!
O God, Gij zijt mijn toeverlaat!
Mijn God, U zoek ik met verlangen,
zo ras wij ’t morgenlicht ontvangen
bij ’t krieken van de dageraad.
O Heer, mijn ziel en lichaam hijgen
en dorsten naar U in een land,
dat dor en mat van droogte brandt,
waar niemand lafenis kan krijgen.
Psalm 63:1
Aan de lezer…
Misschien ziet u in uzelf niets dan een wildernis. Is uw hart dor en uitgedroogd, en vindt u er geen vrucht en geen leven in? Wees dan niet ontmoedigd, want juist uw dorheid maakt de belofte zo gepast en zo lieflijk. De Heere heeft niet gezegd dat Hij Zijn Geest zal gieten op hen die al vruchtbaar zijn, maar op hem die dorst en op de dorre grond.
U hebt niets om op te pleiten dan Zijn eigen woord, en geen andere aanbeveling dan uw armoede. Dat is genoeg. Breng uw dorstige ziel tot Hem, en vraag Hem te doen wat Hij beloofd heeft. Hij luistert naar het roepen van een nooddruftig hart, en te Zijner tijd zal Hij water uitgieten en Zijn zegen geven, niet karig, maar overvloedig. Laat het gevoel van uw armoede u dan niet van Hem wegdrijven, maar juist tot Hem drijven, want die zegen kan Hij alleen geven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen.
Jesaja 44:3
Wanneer God Zijn Geest giet op het zaad van Sion, stort Hij daarmee ook elke geestelijke zegen uit die Hij in Zijn hart of in Zijn hand heeft. In welk aards goed u zich ook mag verheugen, zonder de zegen van God zal het een vloek blijken te zijn. Welke beproevingen u op aarde ook treffen, onder de zegen van God moeten zij allemaal tot zegen worden. Die zegen wordt ook niet karig geschonken, want de Heere heeft beloofd dat Hij hem zal uitgieten! Hij zal even overvloedig geschonken worden als de Geest Zelf. Sion zal ook net zo min twijfelen aan de zegen zelf als aan de Bron waaruit hij komt. Want hij bewijst zichzelf, hij straalt in het licht van zijn eigen getuigenis en maakt zich bekend door zijn eigen getuigenis.
En verhoogt het contrast tussen de droge grond en de beloofde zegenbuien die zegen niet des te meer? Juist uw dorheid en onvruchtbaarheid maken de belofte des te passender, en daarom des te lieflijker. Als u in uzelf kijkt, ziet u niets dan een wildernis. Als u omhoog kijkt, ziet u de wolken van zegen door de heldere lucht drijven. U ziet dat de Heere beloofd heeft „water uit te gieten op hem, die dorst, en stromen waters op de dorre grond.”
U vraagt Hem die beloften aan uw ziel te vervullen. U hebt niets om op te pleiten dan Zijn belofte, en geen andere aanbeveling dan uw eigen dorheid. Hij stelt u in staat Hem aan te roepen. Hij luistert naar dat roepen, en op Zijn tijd giet Hij water uit op uw dorstige ziel en waterstromen op uw dorstig en uitgedroogd hart. O, mocht het besef van onze eigen armoede en nood in Zijn heilige hand een middel zijn om ons die zegen te doen zoeken die alleen Hij kan geven!
O God, Gij zijt mijn toeverlaat!
Mijn God, U zoek ik met verlangen,
zo ras wij ’t morgenlicht ontvangen
bij ’t krieken van de dageraad.
O Heer, mijn ziel en lichaam hijgen
en dorsten naar U in een land,
dat dor en mat van droogte brandt,
waar niemand lafenis kan krijgen.
Psalm 63:1
Aan de lezer…
Misschien ziet u in uzelf niets dan een wildernis. Is uw hart dor en uitgedroogd, en vindt u er geen vrucht en geen leven in? Wees dan niet ontmoedigd, want juist uw dorheid maakt de belofte zo passend en zo lieflijk. De Heere heeft niet gezegd dat Hij Zijn Geest zal gieten op hen die al vruchtbaar zijn, maar op hem die dorst en op de dorre grond.
U hebt niets om op te pleiten dan Zijn eigen Woord, en geen andere aanbeveling dan uw armoede. Dat is genoeg. Breng uw dorstige ziel bij Hem, en vraag Hem te doen wat Hij beloofd heeft. Hij luistert naar het roepen van een nooddruftig hart, en op Zijn tijd zal Hij water uitgieten en Zijn zegen geven, niet karig, maar overvloedig. Laat het besef van uw armoede u dan niet van Hem wegdrijven, maar juist naar Hem toe drijven, want alleen Hij kan die zegen geven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For I will pour water upon him that is thirsty, and floods upon the dry ground: I will pour My Spirit upon thy seed, and My blessing upon thine offspring.
Isaiah 44:3
In pouring out His Spirit upon Zion’s offspring, God pours out therewith every spiritual blessing that there is in His heart or hands to bestow. Whatever earthly good you may enjoy, without the blessing of God it will but prove a curse; whatever afflictions fall to your earthly lot, if God blesses them, they must all eventually be made a blessing. Nor is this blessing niggardly given, for the Lord has here promised that He will POUR it out! It shall be given as profusely and as abundantly as the Spirit Himself. Nor shall Zion doubt either the blessing itself or the source whence it comes, for it carries its own evidence, shines in the light of its own testimony, and manifests itself by its own effects.
And does not the contrast between the dry ground and the promised showers of blessing enhance it all the more? Your very barrenness and sterility make the promise all the more suitable, and therefore all the more sweet. If you look into yourself, a barren wilderness meets your view. If you look up, you see the clouds of blessing floating in the pure sky. You see that the Lord has promised to “pour water upon him that is thirsty, and floods upon the dry ground.”
You beg of Him to fulfill that promise to your soul. You have no other plea but His own word of promise, no other recommendation but your own miserable barrenness. He enables you to cry to Him. He listens to that cry, and in His own time pours water upon your thirsty soul, and floods upon your dry and parched heart. O may a sense of our poverty and destitution be ever a means, in His sacred hand, of leading us to seek that blessing which He alone can bestow!
To the reader…
Perhaps you see nothing in yourself but a wilderness. Is your heart dry and parched, and do you find no fruit and no life in it? Then do not be discouraged, for your very barrenness makes the promise all the more suitable and all the more sweet. The Lord has not said that He will pour out His Spirit on those who are already fruitful, but upon him that is thirsty and upon the dry ground.
You have nothing to plead but His own Word, and no other recommendation than your poverty. That is enough. Bring your thirsty soul to Him, and ask Him to do what He has promised. He listens to the cry of a needy heart, and in His own time He will pour out water and give His blessing, not sparingly, but abundantly. So let the sense of your poverty not drive you away from Him, but draw you towards Him, for He alone can give that blessing.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque yo derramaré aguas sobre el secadal, y ríos sobre la tierra árida: mi espíritu derramaré sobre tu generación, y mi bendición sobre tus renuevos.
Isaías 44:3
Al derramar Su Espíritu sobre la descendencia de Sion, Dios derrama con Él toda bendición espiritual que hay en Su corazón o en Sus manos para otorgar. Cualquier bien terrenal que usted disfrute, sin la bendición de Dios solo resultará una maldición; cualesquiera aflicciones que le toquen en su suerte terrenal, si Dios las bendice, todas tendrán que convertirse finalmente en bendición. Y esta bendición no se da con mezquindad, porque el Señor ha prometido aquí que la DERRAMARÁ. Será dada tan profusa y abundantemente como el Espíritu mismo. Ni dudará Sion de la bendición misma ni de la fuente de donde viene, porque lleva consigo su propia evidencia, brilla en la luz de su propio testimonio y se manifiesta por sus propios efectos.
¿Y no realza todo ello aún más el contraste entre la tierra árida y las lluvias de bendición prometidas? Su misma esterilidad y aridez hacen la promesa tanto más adecuada, y por tanto tanto más dulce. Si mira usted dentro de sí, se le presenta a la vista un desierto estéril. Si mira hacia arriba, ve las nubes de bendición flotando en el cielo puro. Ve que el Señor ha prometido “derramar aguas sobre el secadal, y ríos sobre la tierra árida.”
Usted le ruega que cumpla esa promesa en su alma. No tiene otro argumento sino Su propia palabra de promesa, ni otra recomendación sino su propia miserable esterilidad. Él le capacita para clamar a Él. Él escucha ese clamor, y a Su propio tiempo derrama aguas sobre su alma sedienta y ríos sobre su corazón seco y reseco. ¡Oh, que el sentir de nuestra pobreza y desamparo sea siempre un medio, en Su sagrada mano, para llevarnos a buscar aquella bendición que solo Él puede otorgar!
Al lector…
Quizá no ve usted en sí mismo sino un desierto. ¿Está su corazón seco y reseco, y no halla en él ni fruto ni vida? Entonces no se desanime, porque su misma esterilidad hace la promesa tanto más adecuada y tanto más dulce. El Señor no ha dicho que derramará Su Espíritu sobre los que ya son fructíferos, sino sobre el secadal y sobre la tierra árida.
No tiene nada que alegar sino Su propia Palabra, ni otra recomendación que su pobreza. Eso basta. Traiga a Él su alma sedienta, y pídale que haga lo que ha prometido. Él escucha el clamor de un corazón menesteroso, y a Su propio tiempo derramará aguas y dará Su bendición, no con mezquindad, sino abundantemente. Que el sentir de su pobreza no le aleje de Él, sino que le atraiga hacia Él, porque solo Él puede dar esa bendición.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Leren wat nut is
Alzo zegt de Heere, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de Heere, uw God, Die u leert, wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17
Er is een manier om in de weg van de voorzienigheid te wandelen; en het is de Heere, en alleen de Heere, Die ons kan leiden op de weg die we moeten volgen in tijdelijke zaken. Maar hoe kunnen we weten of het een weg is die we moeten gaan, of een weg die we niet moeten gaan? Stel, u kunt uw zaak in een betere buurt vestigen, of haar uitbreiden, of uw maatschappelijke positie veranderen, of een betrekking aannemen, of een gelegenheid aangrijpen die gunstig voor uw belangen lijkt. Welnu, hoe kunt u weten of dit een weg is die u moet gaan, of juist niet? Wat zegt het geweten?
Is het een juiste weg om te gaan? Zal ik mijn ziel aan verzoeking blootstellen door die weg te gaan? Zal ik tegen God zondigen? Zal ik Hem tegenstaan? Zal ik een bekend kwaad begaan? Zal ik mezelf in een situatie brengen waarin de verzoeking te sterk voor me zal zijn? Zal ik de Heere Zijn aangezicht voor mij doen verbergen? Zal ik Zijn beteugelende hand over me brengen? Zal ik niets dan doornstruiken en doornen vinden?
Het kan een heel prettige weg lijken, een heel aangename weg voor het vlees, net wat een werelds persoon graag wil, maar het kan precies zo’n weg zijn die een kind van God niet durft te nemen. Als we nu bereid zijn ons door God te laten leiden op de weg die we moeten gaan, en niet onze eigen weg verkiezen te gaan, zal Hij ervoor zorgen dat Hij ons naar de juiste weg leidt. De Heere verwerpt al onze kromme wegen tot ons nut, hoewel dat ons spijt en verdriet doet en we eronder lijden. Het is genade dat de Heere al onze wegen afwijst, ofschoon het ons veel pijn en verdriet doet.
Maar toch, hoeveel beter, hoeveel verstandiger en hoeveel veiliger is het om een door God goedgekeurde weg te bewandelen dan een door God afgekeurde weg; een rechte weg te bewandelen in plaats van een kromme; een oprechte weg in plaats van een onbetrouwbare weg; in de vreze Gods te wandelen en niet overeenkomstig de begeerten en verlangens van onze gevallen natuur. Maar het is een weldaad dat, als we kinderen van God zijn, Hij ons op de weg zal leiden die we moeten gaan.
Lezen: Psalm 23
Aan de lezer…
Staat u, waarde lezer, op een tweesprong en weet u niet welke weg u moet inslaan? Misschien lacht een pad u toe dat aangenaam is voor het vlees, en toch knaagt er iets in uw geweten. Vraag dan in stilte: Zal ik tegen God zondigen? Zal ik mijn ziel aan verzoeking blootstellen? Zal Hij Zijn aangezicht voor mij verbergen? Zulke vragen zijn geen last, maar een genadige teugel in de hand van Hem Die u leert wat nut is.
En hebt u gemerkt dat de Heere uw eigen wegen dwarsboomde, en heeft dat u pijn en verdriet gedaan? Weet dan dat Hij uw kromme wegen verwerpt tot uw nut. Het is genade wanneer Hij een deur sluit die u zelf zo graag open had gezien. Geef u maar over aan Zijn leiding, al begrijpt u Zijn weg nog niet. Hij is uw Verlosser, de Heilige Israëls, en Hij zal Zijn kinderen leiden op de weg die zij gaan moeten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Alzo zegt de Heere, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de Heere, uw God, Die u leert, wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17
Er is een manier om in de weg van de voorzienigheid te wandelen, en het is de Heere, en de Heere alleen, Die ons kan leiden op de weg die we in tijdelijke zaken moeten gaan. Maar hoe kunnen we weten of het een weg is die we moeten gaan, of een weg die we niet moeten gaan? Stel, u kunt uw zaak in een betere buurt vestigen of haar uitbreiden, uw maatschappelijke positie veranderen, een betrekking aannemen, of een gelegenheid aangrijpen die gunstig lijkt voor uw belangen. Welnu, hoe kunt u weten of dit een weg is die u moet gaan, of juist niet? Wat zegt het geweten?
Is het een juiste weg om te gaan? Stel ik mijn ziel aan verzoeking bloot door die weg te gaan? Zal ik tegen God zondigen? Zal ik Hem tegenstaan? Zal ik een bekend kwaad begaan? Breng ik mijzelf in een situatie waarin de verzoeking te sterk voor mij zal zijn? Zal ik de Heere daardoor Zijn aangezicht voor mij doen verbergen? Haal ik Zijn kastijdende hand over mij? Zal ik niets dan doornstruiken en doornen vinden?
Het kan een heel prettige weg lijken, een heel aangename weg voor het vlees, precies wat een werelds mens graag wil, maar het kan juist zo’n weg zijn die een kind van God niet durft in te slaan. Als we nu bereid zijn ons door God te laten leiden op de weg die we moeten gaan, en er niet voor kiezen onze eigen weg te gaan, zal Hij ervoor zorgen dat Hij ons op de juiste weg leidt. De Heere verwerpt al onze kromme wegen tot ons nut, ook al doet dat ons spijt en verdriet en lijden we eronder. Het is genade dat de Heere al onze wegen afwijst, ook al doet het ons veel pijn en verdriet.
Maar toch, hoeveel beter, hoeveel verstandiger en hoeveel veiliger is het om een weg te gaan die God goedkeurt dan een weg die God afkeurt! Hoeveel beter een rechte weg te gaan in plaats van een kromme, een oprechte weg in plaats van een onbetrouwbare, en te wandelen in de vreze Gods en niet naar de begeerten en verlangens van onze gevallen natuur. Maar het is een weldaad dat Hij ons, als we kinderen van God zijn, zal leiden op de weg die we moeten gaan.
Lezen: Psalm 23
Aan de lezer…
Staat u op een tweesprong en weet u niet welke weg u moet inslaan? Misschien lacht een pad u toe dat aangenaam is voor het vlees, en toch knaagt er iets in uw geweten. Vraag dan in stilte: Zal ik tegen God zondigen? Stel ik mijn ziel aan verzoeking bloot? Zal Hij Zijn aangezicht voor mij verbergen? Zulke vragen zijn geen last, maar een genadige teugel in de hand van Hem Die u leert wat nut is.
En hebt u gemerkt dat de Heere uw eigen wegen dwarsboomde, en heeft dat u pijn en verdriet gedaan? Weet dan dat Hij uw kromme wegen verwerpt tot uw nut. Het is genade wanneer Hij een deur sluit die u zelf zo graag open had gezien. Geef u maar over aan Zijn leiding, ook al begrijpt u Zijn weg nog niet. Hij is uw Verlosser, de Heilige Israëls, en Hij zal Zijn kinderen leiden op de weg die zij moeten gaan.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Thus saith the LORD, thy Redeemer, the Holy One of Israel; I am the LORD thy God which teacheth thee to profit, which leadeth thee by the way that thou shouldest go.
Isaiah 48:17
There is a way of walking in the path of providence, and it is the Lord, and the Lord alone, Who can lead us in the way that we should go in temporal things. But how can we know whether it is a way that we should go, or a way that we should not go? Suppose you can set up your business in a better neighbourhood or enlarge it, change your position in life, take a situation, or seize an opportunity that seems favourable to your interests. Well, how can you know whether this is a way you should go, or rather not? What does conscience say?
Is it a right way to go? Am I exposing my soul to temptation by going that way? Shall I sin against God? Shall I be withstanding Him? Shall I commit a known evil? Am I bringing myself into a situation where the temptation will be too strong for me? Shall I thereby cause the Lord to hide His face from me? Am I bringing His chastening hand upon me? Shall I find nothing but briers and thorns?
It may seem a very pleasant way, a very agreeable way to the flesh, just what a worldly man would like, but it may be just such a way as a child of God dares not enter upon. Now if we are willing to be led by God in the way we should go, and do not choose to go our own way, He will see to it that He leads us in the right way. The Lord overthrows all our crooked ways for our profit, even though it causes us regret and grief and we suffer under it. It is mercy that the Lord sets aside all our ways, even though it gives us much pain and sorrow.
But still, how much better, how much wiser and how much safer it is to go in a way that God approves than in a way that God disapproves! How much better to go in a straight way instead of a crooked one, an upright way instead of a doubtful one, and to walk in the fear of God and not after the lusts and desires of our fallen nature. But it is a mercy that, if we are children of God, He will lead us by the way that we should go.
Reading: Psalm 23
To the reader…
Are you standing at a parting of the ways and do not know which road to take? Perhaps a path smiles upon you that is pleasant to the flesh, and yet something gnaws at your conscience. Then ask quietly: Shall I sin against God? Am I exposing my soul to temptation? Will He hide His face from me? Such questions are no burden, but a gracious rein in the hand of Him Who teaches you to profit.
And have you found that the Lord thwarted your own ways, and has that given you pain and sorrow? Know then that He overthrows your crooked ways for your profit. It is mercy when He shuts a door that you yourself so much wanted to see open. Give yourself up to His leading, even though you do not yet understand His way. He is your Redeemer, the Holy One of Israel, and He will lead His children by the way that they should go.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Así ha dicho Jehová, Redentor tuyo, el Santo de Israel: Yo Jehová Dios tuyo, que te enseña provechosamente, que te encamina por el camino que andas.
Isaías 48:17
Hay un modo de andar en la senda de la providencia, y es el Señor, y solo el Señor, Quien puede conducirnos por el camino que debemos andar en las cosas temporales. Pero ¿cómo podemos saber si es un camino por el que debemos andar, o un camino por el que no debemos andar? Supongamos que puede establecer su negocio en un barrio mejor o ampliarlo, cambiar su posición en la vida, aceptar un empleo, o aprovechar una oportunidad que parece favorable a sus intereses. Pues bien, ¿cómo puede saber si este es un camino por el que debe andar, o más bien no? ¿Qué dice la conciencia?
¿Es un camino recto? ¿Expongo mi alma a la tentación yendo por ese camino? ¿Pecaré contra Dios? ¿Le estaré resistiendo? ¿Cometeré un mal conocido? ¿Me estoy metiendo en una situación en la que la tentación será demasiado fuerte para mí? ¿Haré con ello que el Señor esconda de mí Su rostro? ¿Estoy atrayendo sobre mí Su mano que castiga? ¿No hallaré más que zarzas y espinos?
Puede parecer un camino muy agradable, un camino muy grato para la carne, justo lo que le gustaría a un hombre mundano, pero puede ser precisamente un camino tal que un hijo de Dios no se atreve a emprender. Ahora bien, si estamos dispuestos a ser conducidos por Dios por el camino que debemos andar, y no escogemos ir por nuestro propio camino, Él se encargará de conducirnos por el camino recto. El Señor trastorna todos nuestros caminos torcidos para nuestro provecho, aunque nos cause pesar y dolor y suframos bajo ello. Es misericordia que el Señor deje a un lado todos nuestros caminos, aunque nos dé mucho dolor y tristeza.
Pero aun así, ¡cuánto mejor, cuánto más sabio y cuánto más seguro es ir por un camino que Dios aprueba que por un camino que Dios desaprueba! ¡Cuánto mejor ir por un camino derecho en vez de uno torcido, un camino recto en vez de uno dudoso, y andar en el temor de Dios y no según las concupiscencias y deseos de nuestra naturaleza caída! Pero es una misericordia que, si somos hijos de Dios, Él nos encaminará por el camino que debemos andar.
Lectura: Salmo 23
Al lector…
¿Está usted en una encrucijada y no sabe qué camino tomar? Quizá le sonríe una senda que es agradable a la carne, y sin embargo algo le roe la conciencia. Pregunte entonces con calma: ¿Pecaré contra Dios? ¿Expongo mi alma a la tentación? ¿Esconderá Él de mí Su rostro? Tales preguntas no son una carga, sino una rienda llena de gracia en la mano de Aquel que le enseña provechosamente.
¿Y ha hallado que el Señor frustró sus propios caminos, y le ha causado eso dolor y tristeza? Sepa entonces que Él trastorna sus caminos torcidos para su provecho. Es misericordia cuando Él cierra una puerta que usted mismo tanto quería ver abierta. Entréguese a Su dirección, aunque todavía no entienda Su camino. Él es su Redentor, el Santo de Israel, y encaminará a Sus hijos por el camino que deben andar.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
En mijn rede, en mijn prediking was niet in bewegelijke woorden der menselijke wijsheid.
1 Corinthe 2:4
Het is niet het werk van de Geest om twijfel en vrees voort te brengen, maar om deze te overwinnen. En toch zijn wij daaraan voortdurend onderworpen. Ongelovige gedachten doorkruisen onze geest; twijfelingen komen en vragen worden geopperd. De satan bepleit zijn argumenten; een schuldige consciëntie valt al te gereed onder zijn beschuldigingen; smartelijke herinneringen aan achterliggende misstappen, vallen en afwijkingen versterken de kracht van het ongeloof. Zodat het bereiken van een plaats waar niet de minste schaduw van twijfel aan de Goddelijke werkelijkheid overblijft, en, wat meer is, ook aan ons aandeel daarin, een zeldzame omstandigheid is, die alleen bereikbaar is op die gezegende ogenblikken wanneer het de Heere behaagt in onze ziel te schijnen en de zaak te effenen tussen Hem en onze consciëntie.
Maar deze twijfelingen, deze opgeworpen vragen, deze snijdende, dodende vrezen, deze bange verbeeldingen werken tezamen ten goede en worden genadiglijk overheerst tot onze geestelijke welstand. Wat anders heeft ons tot de overtuiging gebracht dat niets, behalve een degelijk bewijs, de ziel zal kunnen vergenoegen die waarlijk van God geboren en onderwezen is? Ik moet een bewijs hebben, niets anders kan mij voldoen. Wij kunnen niet leven en sterven op onzekerheden. Het kan niet voldoen altijd in een staat van onzekerheid te verkeren, zodat wij niet weten of wij naar de hemel of naar de hel gaan, en op- en neergeworpen te worden op een zee van twijfel, nauwelijks wetende wie het schip commandeert of wat onze bestemming wezen zal, welke koers wij voor het ogenblik varen en waar het einde van de reis ligt.
Nu, alle menselijke wijsheid laat ons in deze zee van onzekerheid. Zij is nuttig in de maatschappij, maar nutteloos in de genade. Het is dwaas en verkeerd alle menselijke geleerdheid, wijsheid en kennis te verachten. Zonder deze zouden wij een horde van woeste, zwervende barbaren zijn. Maar het is erger dan dwaas om menselijke wijsheid tot gids te maken voor de eeuwigheid, of de rede te stellen als het fundament van ons geloof en onze hoop.
Wat gij vandaag gelooft, zult gij morgen niet geloven. Al de argumenten die uw rede overtuigen, al de beschuldigingen tegen uw natuurlijke driften die voor een tijd uw hart schijnen te vertederen, al de gedachten die heen en weer lopen, die u somtijds doen hopen dat gij in de goede weg zijt en somtijds doen vrezen dat gij verkeerd zijt, deze alle zullen ongenoegzaam bevonden worden ten tijde dat de ziel komt onder werkelijke beproevingen en verwarringen. Wij hebben derhalve een bewijs nodig om al deze angstige vragen weg te nemen en te verstrooien, en de zaak in haar geheel krachtig in ons gemoed te vereffenen.
En dit kan ons alleen gegeven worden wanneer de Geest Christus openbaart en de dingen uit de volheid van Christus neemt, ze aan ons toont, het Woord met kracht op onze harten afdrukt en de zoetheid, werkelijkheid en zaligheid der Goddelijke dingen in onze ziel geeft te smaken. Het is alleen in deze weg dat Hij al het ongeloof, de twijfel en de vrees overwint, en ons gevoelig verzekert dat het er tussen God en onze ziel wel bij staat.
Aan de lezer…
Wordt u heen en weer geslingerd op een zee van twijfel? Komen de oude zonden u weer voor ogen, en fluistert de vijand dat het met u nooit goed is geweest? Weet dan dat het niet het werk van de Geest is om die twijfel te verwekken, maar om hem te overwinnen. En wees niet bevreesd omdat u geen genoegen kunt nemen met redeneringen en halve zekerheden. Dat juist is een teken dat uw ziel iets beters zoekt dan menselijke wijsheid haar geven kan.
Wat u nodig hebt, is een bewijs van boven: dat de Geest u Christus openbaart, het Woord met kracht op uw hart drukt en u de zoetheid der Goddelijke dingen doet smaken. Roep dan om dat ene, en laat niet af. Het behaagt de Heere op Zijn tijd in de ziel te schijnen en de zaak tussen Hem en uw consciëntie te effenen. Dan zult u weten, niet uit uzelf maar uit Hem, dat het er tussen God en uw ziel wel bij staat.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En mijn rede, en mijn prediking was niet in bewegelijke woorden der menselijke wijsheid.
1 Corinthe 2:4
Het is niet het werk van de Geest om twijfel en vrees voort te brengen, maar om ze te overwinnen. En toch zijn wij er voortdurend aan onderworpen. Ongelovige gedachten gaan door onze geest; twijfels komen en vragen worden opgeworpen. De satan brengt zijn argumenten naar voren; een schuldig geweten bezwijkt maar al te gemakkelijk onder zijn beschuldigingen. Pijnlijke herinneringen aan vroegere misstappen, vallen en afwijkingen versterken de kracht van het ongeloof. Daardoor is het een zeldzaamheid om op een plek te komen waar niet de minste schaduw van twijfel overblijft aan de Goddelijke werkelijkheid, en, wat meer is, aan ons aandeel daarin. Dat is alleen bereikbaar op die gezegende ogenblikken wanneer het de Heere behaagt in onze ziel te schijnen en de zaak tussen Hem en ons geweten in orde te brengen.
Maar deze twijfels, deze opgeworpen vragen, deze snijdende, dodende vrezen, deze bange inbeeldingen werken samen ten goede en worden in genade bestuurd tot ons geestelijk welzijn. Wat anders heeft ons ervan overtuigd dat niets dan een degelijk bewijs de ziel kan bevredigen die werkelijk uit God geboren en door Hem onderwezen is? Ik moet een bewijs hebben; niets anders kan mij voldoen. Wij kunnen niet leven en sterven op onzekerheden. Het kan ons niet voldoen altijd in onzekerheid te leven, zodat wij niet weten of wij naar de hemel of naar de hel gaan. Het kan ons niet voldoen om op en neer geworpen te worden op een zee van twijfel, terwijl wij nauwelijks weten wie het schip bestuurt of wat onze bestemming zal zijn, welke koers wij op dit moment varen en waar de reis eindigt.
Alle menselijke wijsheid laat ons in die zee van onzekerheid. Zij is nuttig in de maatschappij, maar nutteloos in de genade. Het is dwaas en verkeerd alle menselijke geleerdheid, wijsheid en kennis te verachten. Zonder die dingen zouden wij een horde woeste, zwervende barbaren zijn. Maar het is erger dan dwaas om menselijke wijsheid tot gids voor de eeuwigheid te maken, of het verstand tot fundament van ons geloof en onze hoop.
Wat u vandaag gelooft, zult u morgen niet geloven. Al de argumenten die uw verstand overtuigen, al de beschuldigingen tegen uw natuurlijke driften die voor een tijd uw hart lijken te vertederen, al de gedachten die heen en weer gaan, die u soms doen hopen dat u op de goede weg bent en soms doen vrezen dat u verkeerd zit: zij zullen allemaal tekortschieten op het moment dat de ziel in werkelijke beproevingen en verwarring komt. Daarom hebben wij een bewijs nodig dat al deze angstige vragen wegneemt en verdrijft, en de hele zaak krachtig in ons gemoed beslecht.
En dat kan ons alleen gegeven worden wanneer de Geest Christus openbaart, de dingen uit de volheid van Christus neemt en ze aan ons toont. Hij drukt dan het Woord met kracht op ons hart en laat ons de zoetheid, werkelijkheid en zaligheid van de Goddelijke dingen in onze ziel proeven. Alleen op die weg overwint Hij al het ongeloof, de twijfel en de vrees, en verzekert Hij ons voelbaar dat het tussen God en onze ziel goed is.
Aan de lezer…
Wordt u heen en weer geslingerd op een zee van twijfel? Komen de oude zonden u weer voor ogen, en fluistert de vijand dat het met u nooit goed is geweest? Weet dan dat het niet het werk van de Geest is om die twijfel te wekken, maar om hem te overwinnen. En wees niet bang omdat u geen genoegen kunt nemen met redeneringen en halve zekerheden. Juist dat is een teken dat uw ziel iets beters zoekt dan menselijke wijsheid haar kan geven.
Wat u nodig hebt, is een bewijs van boven: dat de Geest u Christus openbaart, het Woord met kracht op uw hart drukt en u de zoetheid van de Goddelijke dingen laat proeven. Roep dan om dat ene, en houd niet op. Het behaagt de Heere op Zijn tijd in de ziel te schijnen en de zaak tussen Hem en uw geweten in orde te brengen. Dan zult u weten, niet uit uzelf maar uit Hem, dat het tussen God en uw ziel goed is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And my speech and my preaching was not with enticing words of man’s wisdom.
1 Corinthians 2:4
It is not the work of the Spirit to produce doubts and fears, but to overcome them. And yet we are continually subject to them. Infidel thoughts fly across the mind; doubts and questionings suggest themselves; Satan is busy in plying his arguments; a guilty conscience falls too readily under his accusations; painful recollections of past slips, falls, and backslidings strengthen the power of unbelief, so that to come to a spot wherein there is not the least shadow of a doubt of divine realities, and, what is far more, of our own saving interest in them, is a rare circumstance, and only attainable at those favored moments when the Lord is pleased to shine into the soul and settle the matter between Himself and our conscience.
But these very doubts, these very questionings, these cutting, killing fears, these anxious surmisings work together for good, and are mercifully overruled for our spiritual benefit. What else has brought us to this point that nothing short of demonstration will satisfy the soul really born and taught of God? It must have demonstration—nothing else will do. We cannot live and die upon uncertainties. It won’t do to be always in a state that we don’t know whether we are going to heaven or hell; to be tossed up and down on a sea of uncertainty, scarcely knowing who commands the ship, what is our destination, what our present course, or what will be the end of the voyage.
Now all human wisdom leaves us upon this sea of uncertainty. It is useful in nature, but useless in grace. It is foolish and absurd to despise all human learning, wisdom, and knowledge. Without them we would be a horde of wild, wandering savages. But it is worse than foolish to make human wisdom our guide to eternity, and make reason the foundation of our faith or hope. What you thus believe today, you will disbelieve tomorrow; all the arguments that may convince your reasoning mind, all the appeals to your natural passions, which may seem for the time to soften your heart, and all the thoughts swaying to and fro which may sometimes lead you to hope you are right and sometimes make you fear you are wrong—all these will be found insufficient when the soul comes into any time of real trial and perplexity.
We want, therefore, demonstration to remove and dispel all these anxious questionings, and settle the whole matter firmly in our heart and conscience; and this nothing can give us but the Spirit by revealing Christ, taking of the things of Christ, and showing them unto us, applying the Word with power to our hearts, and bringing the sweetness, reality, and blessedness of divine things into our soul. It is only in this way that He overcomes all unbelief and infidelity, doubt and fear, and sweetly assures us that all is well between God and the soul.
To the reader…
Are you tossed to and fro on a sea of doubt? Do old sins come before your eyes again, and does the enemy whisper that it has never been right with you? Know, then, that it is not the work of the Spirit to stir up that doubt, but to overcome it. And do not be afraid because you cannot be content with reasonings and half certainties. That very thing is a sign that your soul is seeking something better than human wisdom can give.
What you need is a proof from above: that the Spirit reveals Christ to you, presses the Word with power upon your heart, and lets you taste the sweetness of divine things. Cry out, then, for that one thing, and do not stop. It pleases the Lord in His own time to shine into the soul and settle the matter between Himself and your conscience. Then you will know, not from yourself but from Him, that all is well between God and your soul.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y ni mi palabra ni mi predicación fue con palabras persuasivas de humana sabiduría.
1 Corintios 2:4
No es obra del Espíritu producir dudas y temores, sino vencerlos. Y sin embargo, estamos continuamente sujetos a ellos. Pensamientos incrédulos cruzan la mente; dudas y preguntas se presentan; Satanás está ocupado en esgrimir sus argumentos; una conciencia culpable cae con demasiada facilidad bajo sus acusaciones; recuerdos dolorosos de pasados deslices, caídas y apartamientos refuerzan el poder de la incredulidad, de modo que llegar a un punto en el que no haya la menor sombra de duda acerca de las realidades divinas, y, lo que es mucho más, acerca de nuestro propio interés salvador en ellas, es una circunstancia rara, y solo alcanzable en aquellos momentos favorecidos en que al Señor le place resplandecer en el alma y zanjar el asunto entre Él mismo y nuestra conciencia.
Pero estas mismas dudas, estas mismas preguntas, estos temores cortantes y mortales, estas sospechas ansiosas, obran juntamente para bien y son misericordiosamente dirigidas para nuestro provecho espiritual. ¿Qué otra cosa nos ha llevado a este punto, en que nada menos que una demostración satisfará al alma verdaderamente nacida y enseñada de Dios? Tiene que tener demostración; ninguna otra cosa servirá. No podemos vivir y morir sobre incertidumbres. No sirve estar siempre en un estado en que no sabemos si vamos al cielo o al infierno; ser zarandeados de arriba abajo sobre un mar de incertidumbre, sin saber apenas quién manda el barco, cuál es nuestro destino, cuál nuestro rumbo actual ni cuál será el fin del viaje.
Ahora bien, toda la sabiduría humana nos deja sobre este mar de incertidumbre. Es útil en lo natural, pero inútil en la gracia. Es necio y absurdo despreciar toda la erudición, la sabiduría y el conocimiento humanos. Sin ellos seríamos una horda de salvajes errantes. Pero es peor que necio hacer de la sabiduría humana nuestra guía hacia la eternidad, y de la razón el fundamento de nuestra fe o esperanza. Lo que así cree usted hoy, lo dejará de creer mañana; todos los argumentos que puedan convencer su mente razonadora, todas las apelaciones a sus pasiones naturales que por un tiempo parezcan ablandar su corazón, y todos los pensamientos que oscilan de un lado a otro y que a veces le llevan a esperar que está bien y a veces le hacen temer que está mal, todo esto se hallará insuficiente cuando el alma llegue a algún tiempo de verdadera prueba y perplejidad.
Necesitamos, por tanto, una demostración que quite y disipe todas estas preguntas ansiosas, y que asiente firmemente todo el asunto en nuestro corazón y conciencia; y esto nada puede dárnoslo sino el Espíritu, revelando a Cristo, tomando de las cosas de Cristo y mostrándonoslas, aplicando la Palabra con poder a nuestro corazón, y trayendo a nuestra alma la dulzura, la realidad y la bienaventuranza de las cosas divinas. Solo de este modo vence Él toda incredulidad e infidelidad, toda duda y temor, y nos asegura dulcemente que todo está bien entre Dios y el alma.
Al lector…
¿Es usted zarandeado de un lado a otro sobre un mar de dudas? ¿Vuelven a presentarse ante sus ojos antiguos pecados, y le susurra el enemigo que nunca ha estado bien con usted? Sepa, entonces, que no es obra del Espíritu suscitar esa duda, sino vencerla. Y no tema porque no pueda contentarse con razonamientos y medias certezas. Eso mismo es señal de que su alma busca algo mejor de lo que la sabiduría humana puede dar.
Lo que usted necesita es una prueba de lo alto: que el Espíritu le revele a Cristo, imprima la Palabra con poder en su corazón y le haga gustar la dulzura de las cosas divinas. Clame, pues, por esa sola cosa, y no cese. Al Señor le place, a Su debido tiempo, resplandecer en el alma y zanjar el asunto entre Él mismo y su conciencia. Entonces sabrá, no por sí mismo sino por Él, que todo está bien entre Dios y su alma.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl