11 de septiembre
En mijn rede, en mijn prediking was niet in bewegelijke woorden der menselijke wijsheid.
1 Corinthe 2:4
Het is niet het werk van de Geest om twijfel en vrees voort te brengen, maar om deze te overwinnen. En toch zijn wij daaraan voortdurend onderworpen. Ongelovige gedachten doorkruisen onze geest; twijfelingen komen en vragen worden geopperd. De satan bepleit zijn argumenten; een schuldige consciëntie valt al te gereed onder zijn beschuldigingen; smartelijke herinneringen aan achterliggende misstappen, vallen en afwijkingen versterken de kracht van het ongeloof. Zodat het bereiken van een plaats waar niet de minste schaduw van twijfel aan de Goddelijke werkelijkheid overblijft, en, wat meer is, ook aan ons aandeel daarin, een zeldzame omstandigheid is, die alleen bereikbaar is op die gezegende ogenblikken wanneer het de Heere behaagt in onze ziel te schijnen en de zaak te effenen tussen Hem en onze consciëntie.
Maar deze twijfelingen, deze opgeworpen vragen, deze snijdende, dodende vrezen, deze bange verbeeldingen werken tezamen ten goede en worden genadiglijk overheerst tot onze geestelijke welstand. Wat anders heeft ons tot de overtuiging gebracht dat niets, behalve een degelijk bewijs, de ziel zal kunnen vergenoegen die waarlijk van God geboren en onderwezen is? Ik moet een bewijs hebben, niets anders kan mij voldoen. Wij kunnen niet leven en sterven op onzekerheden. Het kan niet voldoen altijd in een staat van onzekerheid te verkeren, zodat wij niet weten of wij naar de hemel of naar de hel gaan, en op- en neergeworpen te worden op een zee van twijfel, nauwelijks wetende wie het schip commandeert of wat onze bestemming wezen zal, welke koers wij voor het ogenblik varen en waar het einde van de reis ligt.
Nu, alle menselijke wijsheid laat ons in deze zee van onzekerheid. Zij is nuttig in de maatschappij, maar nutteloos in de genade. Het is dwaas en verkeerd alle menselijke geleerdheid, wijsheid en kennis te verachten. Zonder deze zouden wij een horde van woeste, zwervende barbaren zijn. Maar het is erger dan dwaas om menselijke wijsheid tot gids te maken voor de eeuwigheid, of de rede te stellen als het fundament van ons geloof en onze hoop.
Wat gij vandaag gelooft, zult gij morgen niet geloven. Al de argumenten die uw rede overtuigen, al de beschuldigingen tegen uw natuurlijke driften die voor een tijd uw hart schijnen te vertederen, al de gedachten die heen en weer lopen, die u somtijds doen hopen dat gij in de goede weg zijt en somtijds doen vrezen dat gij verkeerd zijt, deze alle zullen ongenoegzaam bevonden worden ten tijde dat de ziel komt onder werkelijke beproevingen en verwarringen. Wij hebben derhalve een bewijs nodig om al deze angstige vragen weg te nemen en te verstrooien, en de zaak in haar geheel krachtig in ons gemoed te vereffenen.
En dit kan ons alleen gegeven worden wanneer de Geest Christus openbaart en de dingen uit de volheid van Christus neemt, ze aan ons toont, het Woord met kracht op onze harten afdrukt en de zoetheid, werkelijkheid en zaligheid der Goddelijke dingen in onze ziel geeft te smaken. Het is alleen in deze weg dat Hij al het ongeloof, de twijfel en de vrees overwint, en ons gevoelig verzekert dat het er tussen God en onze ziel wel bij staat.
Aan de lezer…
Wordt u heen en weer geslingerd op een zee van twijfel? Komen de oude zonden u weer voor ogen, en fluistert de vijand dat het met u nooit goed is geweest? Weet dan dat het niet het werk van de Geest is om die twijfel te verwekken, maar om hem te overwinnen. En wees niet bevreesd omdat u geen genoegen kunt nemen met redeneringen en halve zekerheden. Dat juist is een teken dat uw ziel iets beters zoekt dan menselijke wijsheid haar geven kan.
Wat u nodig hebt, is een bewijs van boven: dat de Geest u Christus openbaart, het Woord met kracht op uw hart drukt en u de zoetheid der Goddelijke dingen doet smaken. Roep dan om dat ene, en laat niet af. Het behaagt de Heere op Zijn tijd in de ziel te schijnen en de zaak tussen Hem en uw consciëntie te effenen. Dan zult u weten, niet uit uzelf maar uit Hem, dat het er tussen God en uw ziel wel bij staat.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En mijn rede, en mijn prediking was niet in bewegelijke woorden der menselijke wijsheid.
1 Corinthe 2:4
Het is niet het werk van de Geest om twijfel en vrees voort te brengen, maar om ze te overwinnen. En toch zijn wij er voortdurend aan onderworpen. Ongelovige gedachten gaan door onze geest; twijfels komen en vragen worden opgeworpen. De satan brengt zijn argumenten naar voren; een schuldig geweten bezwijkt maar al te gemakkelijk onder zijn beschuldigingen. Pijnlijke herinneringen aan vroegere misstappen, vallen en afwijkingen versterken de kracht van het ongeloof. Daardoor is het een zeldzaamheid om op een plek te komen waar niet de minste schaduw van twijfel overblijft aan de Goddelijke werkelijkheid, en, wat meer is, aan ons aandeel daarin. Dat is alleen bereikbaar op die gezegende ogenblikken wanneer het de Heere behaagt in onze ziel te schijnen en de zaak tussen Hem en ons geweten in orde te brengen.
Maar deze twijfels, deze opgeworpen vragen, deze snijdende, dodende vrezen, deze bange inbeeldingen werken samen ten goede en worden in genade bestuurd tot ons geestelijk welzijn. Wat anders heeft ons ervan overtuigd dat niets dan een degelijk bewijs de ziel kan bevredigen die werkelijk uit God geboren en door Hem onderwezen is? Ik moet een bewijs hebben; niets anders kan mij voldoen. Wij kunnen niet leven en sterven op onzekerheden. Het kan ons niet voldoen altijd in onzekerheid te leven, zodat wij niet weten of wij naar de hemel of naar de hel gaan. Het kan ons niet voldoen om op en neer geworpen te worden op een zee van twijfel, terwijl wij nauwelijks weten wie het schip bestuurt of wat onze bestemming zal zijn, welke koers wij op dit moment varen en waar de reis eindigt.
Alle menselijke wijsheid laat ons in die zee van onzekerheid. Zij is nuttig in de maatschappij, maar nutteloos in de genade. Het is dwaas en verkeerd alle menselijke geleerdheid, wijsheid en kennis te verachten. Zonder die dingen zouden wij een horde woeste, zwervende barbaren zijn. Maar het is erger dan dwaas om menselijke wijsheid tot gids voor de eeuwigheid te maken, of het verstand tot fundament van ons geloof en onze hoop.
Wat u vandaag gelooft, zult u morgen niet geloven. Al de argumenten die uw verstand overtuigen, al de beschuldigingen tegen uw natuurlijke driften die voor een tijd uw hart lijken te vertederen, al de gedachten die heen en weer gaan, die u soms doen hopen dat u op de goede weg bent en soms doen vrezen dat u verkeerd zit: zij zullen allemaal tekortschieten op het moment dat de ziel in werkelijke beproevingen en verwarring komt. Daarom hebben wij een bewijs nodig dat al deze angstige vragen wegneemt en verdrijft, en de hele zaak krachtig in ons gemoed beslecht.
En dat kan ons alleen gegeven worden wanneer de Geest Christus openbaart, de dingen uit de volheid van Christus neemt en ze aan ons toont. Hij drukt dan het Woord met kracht op ons hart en laat ons de zoetheid, werkelijkheid en zaligheid van de Goddelijke dingen in onze ziel proeven. Alleen op die weg overwint Hij al het ongeloof, de twijfel en de vrees, en verzekert Hij ons voelbaar dat het tussen God en onze ziel goed is.
Aan de lezer…
Wordt u heen en weer geslingerd op een zee van twijfel? Komen de oude zonden u weer voor ogen, en fluistert de vijand dat het met u nooit goed is geweest? Weet dan dat het niet het werk van de Geest is om die twijfel te wekken, maar om hem te overwinnen. En wees niet bang omdat u geen genoegen kunt nemen met redeneringen en halve zekerheden. Juist dat is een teken dat uw ziel iets beters zoekt dan menselijke wijsheid haar kan geven.
Wat u nodig hebt, is een bewijs van boven: dat de Geest u Christus openbaart, het Woord met kracht op uw hart drukt en u de zoetheid van de Goddelijke dingen laat proeven. Roep dan om dat ene, en houd niet op. Het behaagt de Heere op Zijn tijd in de ziel te schijnen en de zaak tussen Hem en uw geweten in orde te brengen. Dan zult u weten, niet uit uzelf maar uit Hem, dat het tussen God en uw ziel goed is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And my speech and my preaching was not with enticing words of man’s wisdom.
1 Corinthians 2:4
It is not the work of the Spirit to produce doubts and fears, but to overcome them. And yet we are continually subject to them. Infidel thoughts fly across the mind; doubts and questionings suggest themselves; Satan is busy in plying his arguments; a guilty conscience falls too readily under his accusations; painful recollections of past slips, falls, and backslidings strengthen the power of unbelief, so that to come to a spot wherein there is not the least shadow of a doubt of divine realities, and, what is far more, of our own saving interest in them, is a rare circumstance, and only attainable at those favored moments when the Lord is pleased to shine into the soul and settle the matter between Himself and our conscience.
But these very doubts, these very questionings, these cutting, killing fears, these anxious surmisings work together for good, and are mercifully overruled for our spiritual benefit. What else has brought us to this point that nothing short of demonstration will satisfy the soul really born and taught of God? It must have demonstration—nothing else will do. We cannot live and die upon uncertainties. It won’t do to be always in a state that we don’t know whether we are going to heaven or hell; to be tossed up and down on a sea of uncertainty, scarcely knowing who commands the ship, what is our destination, what our present course, or what will be the end of the voyage.
Now all human wisdom leaves us upon this sea of uncertainty. It is useful in nature, but useless in grace. It is foolish and absurd to despise all human learning, wisdom, and knowledge. Without them we would be a horde of wild, wandering savages. But it is worse than foolish to make human wisdom our guide to eternity, and make reason the foundation of our faith or hope. What you thus believe today, you will disbelieve tomorrow; all the arguments that may convince your reasoning mind, all the appeals to your natural passions, which may seem for the time to soften your heart, and all the thoughts swaying to and fro which may sometimes lead you to hope you are right and sometimes make you fear you are wrong—all these will be found insufficient when the soul comes into any time of real trial and perplexity.
We want, therefore, demonstration to remove and dispel all these anxious questionings, and settle the whole matter firmly in our heart and conscience; and this nothing can give us but the Spirit by revealing Christ, taking of the things of Christ, and showing them unto us, applying the Word with power to our hearts, and bringing the sweetness, reality, and blessedness of divine things into our soul. It is only in this way that He overcomes all unbelief and infidelity, doubt and fear, and sweetly assures us that all is well between God and the soul.
To the reader…
Are you tossed to and fro on a sea of doubt? Do old sins come before your eyes again, and does the enemy whisper that it has never been right with you? Know, then, that it is not the work of the Spirit to stir up that doubt, but to overcome it. And do not be afraid because you cannot be content with reasonings and half certainties. That very thing is a sign that your soul is seeking something better than human wisdom can give.
What you need is a proof from above: that the Spirit reveals Christ to you, presses the Word with power upon your heart, and lets you taste the sweetness of divine things. Cry out, then, for that one thing, and do not stop. It pleases the Lord in His own time to shine into the soul and settle the matter between Himself and your conscience. Then you will know, not from yourself but from Him, that all is well between God and your soul.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y ni mi palabra ni mi predicación fue con palabras persuasivas de humana sabiduría.
1 Corintios 2:4
No es obra del Espíritu producir dudas y temores, sino vencerlos. Y sin embargo, estamos continuamente sujetos a ellos. Pensamientos incrédulos cruzan la mente; dudas y preguntas se presentan; Satanás está ocupado en esgrimir sus argumentos; una conciencia culpable cae con demasiada facilidad bajo sus acusaciones; recuerdos dolorosos de pasados deslices, caídas y apartamientos refuerzan el poder de la incredulidad, de modo que llegar a un punto en el que no haya la menor sombra de duda acerca de las realidades divinas, y, lo que es mucho más, acerca de nuestro propio interés salvador en ellas, es una circunstancia rara, y solo alcanzable en aquellos momentos favorecidos en que al Señor le place resplandecer en el alma y zanjar el asunto entre Él mismo y nuestra conciencia.
Pero estas mismas dudas, estas mismas preguntas, estos temores cortantes y mortales, estas sospechas ansiosas, obran juntamente para bien y son misericordiosamente dirigidas para nuestro provecho espiritual. ¿Qué otra cosa nos ha llevado a este punto, en que nada menos que una demostración satisfará al alma verdaderamente nacida y enseñada de Dios? Tiene que tener demostración; ninguna otra cosa servirá. No podemos vivir y morir sobre incertidumbres. No sirve estar siempre en un estado en que no sabemos si vamos al cielo o al infierno; ser zarandeados de arriba abajo sobre un mar de incertidumbre, sin saber apenas quién manda el barco, cuál es nuestro destino, cuál nuestro rumbo actual ni cuál será el fin del viaje.
Ahora bien, toda la sabiduría humana nos deja sobre este mar de incertidumbre. Es útil en lo natural, pero inútil en la gracia. Es necio y absurdo despreciar toda la erudición, la sabiduría y el conocimiento humanos. Sin ellos seríamos una horda de salvajes errantes. Pero es peor que necio hacer de la sabiduría humana nuestra guía hacia la eternidad, y de la razón el fundamento de nuestra fe o esperanza. Lo que así cree usted hoy, lo dejará de creer mañana; todos los argumentos que puedan convencer su mente razonadora, todas las apelaciones a sus pasiones naturales que por un tiempo parezcan ablandar su corazón, y todos los pensamientos que oscilan de un lado a otro y que a veces le llevan a esperar que está bien y a veces le hacen temer que está mal, todo esto se hallará insuficiente cuando el alma llegue a algún tiempo de verdadera prueba y perplejidad.
Necesitamos, por tanto, una demostración que quite y disipe todas estas preguntas ansiosas, y que asiente firmemente todo el asunto en nuestro corazón y conciencia; y esto nada puede dárnoslo sino el Espíritu, revelando a Cristo, tomando de las cosas de Cristo y mostrándonoslas, aplicando la Palabra con poder a nuestro corazón, y trayendo a nuestra alma la dulzura, la realidad y la bienaventuranza de las cosas divinas. Solo de este modo vence Él toda incredulidad e infidelidad, toda duda y temor, y nos asegura dulcemente que todo está bien entre Dios y el alma.
Al lector…
¿Es usted zarandeado de un lado a otro sobre un mar de dudas? ¿Vuelven a presentarse ante sus ojos antiguos pecados, y le susurra el enemigo que nunca ha estado bien con usted? Sepa, entonces, que no es obra del Espíritu suscitar esa duda, sino vencerla. Y no tema porque no pueda contentarse con razonamientos y medias certezas. Eso mismo es señal de que su alma busca algo mejor de lo que la sabiduría humana puede dar.
Lo que usted necesita es una prueba de lo alto: que el Espíritu le revele a Cristo, imprima la Palabra con poder en su corazón y le haga gustar la dulzura de las cosas divinas. Clame, pues, por esa sola cosa, y no cese. Al Señor le place, a Su debido tiempo, resplandecer en el alma y zanjar el asunto entre Él mismo y su conciencia. Entonces sabrá, no por sí mismo sino por Él, que todo está bien entre Dios y su alma.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl