6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
13 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen.
Jesaja 54:11
Door deze „stenen”, die de Heere beloofd heeft „sierlijk te leggen”, geloof ik dat wij de gezegende waarheden van het Evangelie moeten verstaan, die door de hand Gods in de ziel gelegd worden. De fraaie kleuren zijn diep in de steen zelf gevat, niet kunstig opgelegd. Zij zijn als kostelijk marmer, waarin elke tint en elke ader tot in het diepst van de steen zijn gedrongen. Zo ook de waarheden Gods: door en door schoon, doortrokken van genade en heerlijkheid, tot in de diepste diepte. Maar deze kleuren zijn voor het oog verborgen, totdat zij door Gods hand aan het licht gebracht en in de ziel neergelegd worden.
Hoe schoon en lieflijk een woord van God op zichzelf moge zijn, bij ervaring wordt het zo als het door de Goddelijke hand in de ziel is gelegd. Daardoor komen de schone kleuren, komt het sierlijke voor de dag. Hoe dikwijls lezen wij Gods Woord zonder er de minste schoonheid in te zien! Maar laat diezelfde woorden met lieflijkheid en kracht tot de ziel komen, dan ziet men er dadelijk schoonheid, onuitsprekelijke schoonheid in; zij worden een steen van schone kleuren, „een sierlijke steen”.
Zaligheid, rijk en vrij; de vergevende liefde Gods; het kostelijk bloed des Lams; rechtvaardigmaking door Christus’ onbevlekte gerechtigheid; wijn en melk, zonder geld en zonder prijs; overvloeiende genade; eeuwige barmhartigheid; eeuwig leven — ziedaar enige dier kostelijke stenen met schone kleuren, welke God de Geest met eigen hand in de ziel legt.
Dit lot is u beschoren,
zo gij met diep ontzag
naar ’s Heeren wet blijft horen.
Voor u zal dag aan dag
het heil uit Sion vloeien:
gij zult, zolang gij leeft,
Jeruzalem zien bloeien,
’t welk God zijn zegen geeft.
Ps. 128:3
Aan de lezer…
U die zo dikwijls de Schrift geopend hebt en er even koud van bent weggegaan als u kwaamt: de woorden stonden er, maar de kleuren bleven verborgen, en uw hart bleef dor. Weet dan dat dit niet aan de stenen ligt, maar aan de hand die ze leggen moet. De waarheden Gods zijn door en door schoon, doortrokken van genade en heerlijkheid; doch alleen wanneer de Heere ze met eigen hand in de ziel legt, komt het sierlijke voor de dag.
Smeek Hem daarom om die hand. Hij heeft het beloofd: „Zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen.” Één woord met lieflijkheid en kracht tot uw ziel gebracht, en u ziet er onuitsprekelijke schoonheid in: vergevende liefde, het kostelijk bloed des Lams, genade zonder geld en zonder prijs. Bent u arm en ledig, des te meer plaats is er in uw ziel voor zulke kostelijke stenen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen.
Jesaja 54:11
Onder deze „stenen”, die de Heere beloofd heeft „sierlijk te leggen”, moeten we, geloof ik, de gezegende waarheden van het Evangelie verstaan, die door de hand van God in de ziel gelegd worden. De fraaie kleuren zitten diep in de steen zelf, en zijn er niet kunstig op aangebracht. Zij zijn als kostbaar marmer, waarin elke tint en elke ader tot in het diepst van de steen is doorgedrongen. Zo zijn ook de waarheden van God: door en door schoon, doortrokken van genade en heerlijkheid, tot in de diepste diepte. Maar deze kleuren blijven voor het oog verborgen totdat ze door Gods hand aan het licht gebracht en in de ziel gelegd worden.
Hoe schoon en lieflijk een woord van God op zichzelf ook is, in onze ervaring wordt het pas zo wanneer het door de goddelijke hand in de ziel gelegd is. Daardoor komen de schone kleuren en het sierlijke tevoorschijn. Hoe vaak lezen we Gods Woord zonder er ook maar enige schoonheid in te zien! Maar laat diezelfde woorden met lieflijkheid en kracht tot de ziel komen, dan ziet men er meteen schoonheid in, onuitsprekelijke schoonheid. Zij worden een steen met schone kleuren, „een sierlijke steen”.
Zaligheid, rijk en vrij; de vergevende liefde van God; het kostbare bloed van het Lam; rechtvaardigmaking door de onbevlekte gerechtigheid van Christus; wijn en melk, zonder geld en zonder prijs; overvloeiende genade; eeuwige barmhartigheid; eeuwig leven: zie daar enkele van die kostbare stenen met schone kleuren die God de Geest met eigen hand in de ziel legt.
Dit lot is u beschoren,
zo gij met diep ontzag
naar ’s Heeren wet blijft horen.
Voor u zal dag aan dag
het heil uit Sion vloeien:
gij zult, zolang gij leeft,
Jeruzalem zien bloeien,
’t welk God zijn zegen geeft.
Ps. 128:3
Aan de lezer…
U die zo vaak de Schrift geopend hebt en er even koud van bent weggegaan als u kwam: de woorden stonden er, maar de kleuren bleven verborgen en uw hart bleef dor. Weet dan dat dit niet aan de stenen ligt, maar aan de hand die ze moet leggen. De waarheden van God zijn door en door schoon, doortrokken van genade en heerlijkheid; maar alleen wanneer de Heere ze met eigen hand in de ziel legt, komt het sierlijke tevoorschijn.
Smeek Hem daarom om die hand. Hij heeft het beloofd: „Zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen.” Eén woord dat met lieflijkheid en kracht tot uw ziel komt, en u ziet er onuitsprekelijke schoonheid in: vergevende liefde, het kostbare bloed van het Lam, genade zonder geld en zonder prijs. Bent u arm en leeg, dan is er des te meer plaats in uw ziel voor zulke kostbare stenen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Behold, I will lay thy stones with fair colours.
Isaiah 54:11
By these “stones,” which the Lord has promised to “lay with fair colors,” I think we may understand the blessed truths of the gospel which are laid into the soul by the hand of God. The fair colors are deeply ingrained and embedded in the very substance of the stone, not artificially laid on. They are like beautiful marbles, in which every bright hue and vein penetrate into the deepest substance of the material. Such are the truths of God, beautiful throughout, penetrated with grace and glory into their inmost depths.
But these colors are hidden from view until brought out and laid into the soul by the hand of God. However fair or beautiful any word of God be in itself, it only experimentally becomes so as inlaid by His own divine hand into the soul. This brings out the fair colors. How often we read the word of God without seeing the least beauty in it! But let the very same portion come home with sweetness and power to the soul, then beauty, inexpressible beauty, is seen in it immediately; it becomes “a stone of fair colors.”
Salvation full and free, the pardoning love of God, the precious blood of the Lamb, justification by Christ’s imputed righteousness, “wine and milk without money and without price,” super-abounding grace, eternal mercy, everlasting life—these are some of the precious stones with fair colors which God the Spirit with His own hand lays into the conscience.
To the reader…
You who have so often opened the Scriptures and gone away just as cold as you came: the words were there, but the colours stayed hidden and your heart remained dry. Know, then, that this does not lie in the stones, but in the hand that must lay them. The truths of God are beautiful through and through, filled with grace and glory; but only when the Lord lays them into the soul with His own hand do their fair colours come to light.
Plead with Him, therefore, for that hand. He has promised it: “Behold, I will lay thy stones with fair colours.” One word that comes to your soul with sweetness and power, and you see inexpressible beauty in it: pardoning love, the precious blood of the Lamb, grace without money and without price. If you are poor and empty, there is all the more room in your soul for such precious stones.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
He aquí que Yo asentaré tus piedras con hermosos colores.
Isaías 54:11
Por estas “piedras”, que el Señor ha prometido “asentar con hermosos colores”, creo que podemos entender las benditas verdades del evangelio que son asentadas en el alma por la mano de Dios. Los hermosos colores están profundamente impregnados y engastados en la misma sustancia de la piedra, no aplicados artificialmente. Son como hermosos mármoles, en los que cada matiz brillante y cada veta penetran hasta lo más profundo del material. Así son las verdades de Dios, hermosas de principio a fin, penetradas de gracia y de gloria hasta sus profundidades más íntimas.
Pero estos colores están ocultos a la vista hasta que la mano de Dios los saca a relucir y los asienta en el alma. Por hermosa o bella que sea en sí misma cualquier palabra de Dios, solo llega a serlo por experiencia cuando es incrustada en el alma por Su propia mano divina. Esto saca a relucir los hermosos colores. ¡Cuántas veces leemos la palabra de Dios sin ver en ella la menor belleza! Pero deje que esa misma porción llegue con dulzura y poder al alma, y entonces se ve en ella inmediatamente belleza, belleza inexpresable; se convierte en “una piedra de hermosos colores”.
La salvación plena y gratuita, el amor perdonador de Dios, la preciosa sangre del Cordero, la justificación por la justicia imputada de Cristo, “vino y leche sin dinero y sin precio”, la gracia sobreabundante, la misericordia eterna, la vida eterna: estas son algunas de las piedras preciosas de hermosos colores que Dios el Espíritu asienta con Su propia mano en la conciencia.
Al lector…
Usted que tantas veces ha abierto las Escrituras y se ha ido tan frío como vino: las palabras estaban allí, pero los colores quedaron ocultos y su corazón siguió seco. Sepa, pues, que esto no está en las piedras, sino en la mano que ha de asentarlas. Las verdades de Dios son hermosas de principio a fin, llenas de gracia y de gloria; pero solo cuando el Señor las asienta en el alma con Su propia mano salen a la luz sus hermosos colores.
Ruéguele, por tanto, por esa mano. Él lo ha prometido: “He aquí que Yo asentaré tus piedras con hermosos colores”. Una sola palabra que llegue a su alma con dulzura y poder, y usted ve en ella una belleza inexpresable: el amor perdonador, la preciosa sangre del Cordero, la gracia sin dinero y sin precio. Si usted es pobre y está vacío, tanto más lugar hay en su alma para tales piedras preciosas.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De paden des rechts
Ik doe wandelen op de weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts.
Spreuken 8:20
Jezus doet Zijn volk wandelen op de weg der gerechtigheid, door hen eerst door de onderwijzing van de Geest tot kennis van de geestelijkheid en de eisen van Zijn heilige, nauwgezette en veroordelende wet te leiden. Maar deze gerechtigheid zal nooit door het schepsel uitgewerkt kunnen worden. Niets minder dan een volmaakte, onverbreekbare gehoorzaamheid kan aan haar eisen voldoen. En daarom leidt de Wijsheid ook in de weg der gerechtigheid, door de ziel te brengen tot de bevindelijke kennis van Hem, Die de gehoorzaamheid van de wet vervuld heeft, Die een volmaakte gerechtigheid heeft aangebracht.
En zoals Hij, en Hij alleen, de ziel stap voor stap kan leiden tot de lengte en de breedte en de diepte en de hoogte van de wet, zo kan Hij, en Hij alleen, die ziel leiden tot de lengte en de breedte en de diepte en de hoogte van Zijn eigen heerlijke gerechtigheid, want Hij zegt: „Ik doe wandelen op de weg der gerechtigheid.” En hoe doet Hij dat? Hoe leidt Hij dan de ziel? Door een verborgen licht in de ziel te schenken, opdat zij zou zien wat het Woord van God geopenbaard heeft, en door een verborgen kracht in het hart te storten, waardoor het geloof in staat gesteld wordt om datgene wat God bekendgemaakt heeft, aan te nemen, vast te houden en daarop te vertrouwen.
Lezen: Job 33:14-33
Aan de lezer…
Soms staat u, als u de wet in haar geestelijkheid hebt leren kennen, veroordeeld en met lege handen. Hebt u beproefd uw eigen gerechtigheid bijeen te brengen en gemerkt dat het schepsel aan zulke eisen nooit kan voldoen? Wanhoop dan niet, alsof u van de weg afgeraakt bent. Juist zo leidt de Wijsheid Zijn volk: eerst tot de lengte en de breedte en de diepte en de hoogte van de wet, opdat zij zouden leren dat alleen een volmaakte gehoorzaamheid geldt.
Maar Hij laat de ziel daar niet staan. Hij, Die de wet vervuld heeft, brengt haar ook tot de kennis van Zijn eigen heerlijke gerechtigheid. Zit u in het donker, Hij kan een verborgen licht schenken; bent u zwak, Hij kan een verborgen kracht in het hart storten, zodat het geloof aanneemt en vasthoudt wat God bekendgemaakt heeft. Zie dan niet op uw eigen schreden, maar op Hem, Die zegt: „Ik doe wandelen op de weg der gerechtigheid.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik doe wandelen op de weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts.
Spreuken 8:20
Jezus doet Zijn volk wandelen op de weg der gerechtigheid. Dat doet Hij door hen eerst, door het onderwijs van de Geest, te leiden tot de kennis van de geestelijkheid en de eisen van Zijn heilige, nauwgezette en veroordelende wet. Maar deze gerechtigheid zal nooit door het schepsel kunnen worden uitgewerkt. Niets minder dan een volmaakte, ongebroken gehoorzaamheid kan aan haar eisen voldoen. Daarom leidt de Wijsheid ook in de weg der gerechtigheid door de ziel te brengen tot de bevindelijke kennis van Hem, Die de gehoorzaamheid aan de wet vervuld heeft en Die een volmaakte gerechtigheid heeft aangebracht.
Hij, en Hij alleen, kan de ziel stap voor stap leiden tot de lengte en de breedte en de diepte en de hoogte van de wet. Zo kan ook Hij, en Hij alleen, die ziel leiden tot de lengte en de breedte en de diepte en de hoogte van Zijn eigen heerlijke gerechtigheid, want Hij zegt: „Ik doe wandelen op de weg der gerechtigheid.” En hoe doet Hij dat? Hoe leidt Hij de ziel dan? Door een verborgen licht in de ziel te geven, zodat zij ziet wat het Woord van God geopenbaard heeft. En door een verborgen kracht in het hart te storten, waardoor het geloof in staat gesteld wordt om wat God bekendgemaakt heeft aan te nemen, vast te houden en daarop te vertrouwen.
Lezen: Job 33:14-33
Aan de lezer…
Soms staat u, als u de wet in haar geestelijkheid hebt leren kennen, veroordeeld en met lege handen. Hebt u geprobeerd uw eigen gerechtigheid bij elkaar te brengen en gemerkt dat het schepsel nooit aan zulke eisen kan voldoen? Wanhoop dan niet, alsof u van de weg bent afgeraakt. Juist zo leidt de Wijsheid Zijn volk: eerst tot de lengte en de breedte en de diepte en de hoogte van de wet, zodat zij leren dat alleen een volmaakte gehoorzaamheid geldt.
Maar Hij laat de ziel daar niet staan. Hij, Die de wet vervuld heeft, brengt haar ook tot de kennis van Zijn eigen heerlijke gerechtigheid. Zit u in het donker, Hij kan een verborgen licht geven; bent u zwak, Hij kan een verborgen kracht in het hart storten, zodat het geloof aanneemt en vasthoudt wat God bekendgemaakt heeft. Zie dan niet op uw eigen schreden, maar op Hem, Die zegt: „Ik doe wandelen op de weg der gerechtigheid.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
I lead in the way of righteousness, in the midst of the paths of judgment.
Proverbs 8:20
Jesus leads His people in the way of righteousness. This He does by first leading them, through the teaching of the Spirit, into the knowledge of the spirituality and the demands of His holy, strict and condemning law. But this righteousness can never be wrought out by the creature. Nothing less than a perfect, unbroken obedience can meet its demands. Therefore Wisdom also leads in the way of righteousness by bringing the soul into the experimental knowledge of Him Who has fulfilled obedience to the law and Who has brought in a perfect righteousness.
He, and He alone, can lead the soul step by step into the length and breadth and depth and height of the law. So, too, He, and He alone, can lead that soul into the length and breadth and depth and height of His own glorious righteousness, for He says, “I lead in the way of righteousness.” And how does He do this? How, then, does He lead the soul? By giving a secret light in the soul, so that it sees what the Word of God has revealed. And by pouring a secret power into the heart, whereby faith is enabled to receive, lay hold of and rest upon what God has made known.
Reading: Job 33:14-33
To the reader…
Sometimes, when you have come to know the law in its spirituality, you stand condemned and empty-handed. Have you tried to gather together your own righteousness and found that the creature can never meet such demands? Then do not despair, as if you had wandered from the way. It is just so that Wisdom leads His people: first into the length and breadth and depth and height of the law, so that they may learn that only a perfect obedience will count.
But He does not leave the soul standing there. He Who has fulfilled the law also brings it into the knowledge of His own glorious righteousness. If you sit in darkness, He can give a secret light; if you are weak, He can pour a secret power into the heart, so that faith receives and holds fast what God has made known. Do not look, then, at your own steps, but to Him Who says, “I lead in the way of righteousness.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por vereda de justicia guiaré, por en medio de sendas de juicio.
Proverbios 8:20
Jesús guía a Su pueblo por vereda de justicia. Esto lo hace llevándolos primero, por la enseñanza del Espíritu, al conocimiento de la espiritualidad y las exigencias de Su ley santa, estricta y condenatoria. Pero esta justicia nunca puede ser obrada por la criatura. Nada menos que una obediencia perfecta e ininterrumpida puede satisfacer sus exigencias. Por eso la Sabiduría guía también por vereda de justicia llevando al alma al conocimiento experimental de Aquel que ha cumplido la obediencia a la ley y que ha traído una justicia perfecta.
Él, y solo Él, puede llevar al alma paso a paso a la longitud y anchura y profundidad y altura de la ley. Así también Él, y solo Él, puede llevar esa alma a la longitud y anchura y profundidad y altura de Su propia gloriosa justicia, porque Él dice: “Por vereda de justicia guiaré”. ¿Y cómo lo hace? ¿Cómo, pues, guía al alma? Dando una luz secreta en el alma, para que vea lo que la Palabra de Dios ha revelado. Y derramando un poder secreto en el corazón, por el cual la fe es capacitada para recibir, asir y descansar en lo que Dios ha dado a conocer.
Lectura: Job 33:14-33
Al lector…
A veces, cuando ha llegado a conocer la ley en su espiritualidad, se encuentra usted condenado y con las manos vacías. ¿Ha intentado reunir su propia justicia y ha hallado que la criatura nunca puede satisfacer tales exigencias? Entonces no desespere, como si se hubiera desviado del camino. Precisamente así guía la Sabiduría a Su pueblo: primero a la longitud y anchura y profundidad y altura de la ley, para que aprendan que solo una obediencia perfecta tiene valor.
Pero Él no deja al alma allí parada. Aquel que ha cumplido la ley la lleva también al conocimiento de Su propia gloriosa justicia. Si está usted en tinieblas, Él puede dar una luz secreta; si es débil, puede derramar un poder secreto en el corazón, para que la fe reciba y retenga lo que Dios ha dado a conocer. No mire, pues, a sus propios pasos, sino a Aquel que dice: “Por vereda de justicia guiaré”.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
En onze hoop van u is vast, als die weten, dat gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden, gij ook alzo gemeenschap hebt aan de vertroosting.
2 Corinthe 1:7
De Heere heeft voor Zijn volk het pad der verdrukking bestemd om in te wandelen. Waarom? In de eerste plaats om hen van de wereld te spenen; ten tweede om hun de zwakheid van het schepsel te tonen; in de derde plaats om hun de vrijheid en de levenskracht van de ware godzaligheid te doen ervaren. Wat ben ik en wat zijt gij als wij zonder beproevingen zijn? Lichtzinnig, ijdel, wereldsgezind, vleselijk, beuzelachtig. Wij mogen spreken van de dingen Gods, maar zij zijn verre van ons; er zijn geen ernstige gewaarwordingen, geen tedere indrukken, er is geen ware verbreking des harten, geen oprecht berouw, geen wenen aan Zijn Goddelijke voeten, geen omhelzen van Christus in de armen van onze genegenheden.
Doch wanneer verdrukking — zij het in de voorzienigheid of in de genade — een mens omlaag brengt, wanneer zij hem ontledigt van al zijn hoge gedachten, hem tot niet brengt in eigen oog en moeite in zijn hart veroorzaakt, dan verzeker ik u dat hij iets meer nodig heeft dan een uitwendig Evangelie. Hij heeft behoefte aan kracht; hij heeft in zijn ziel de bevinding nodig van de werkingen van de gezegende Geest; hij heeft nodig dat een dierbare Jezus Zich aan zijn ziel openbaart in liefde en in bloed; hij wenst Zijn vriendelijk aangezicht te zien en Zijn verrukkende toelachingen te mogen ontmoeten; hij verlangt de zoete toefluisteringen Zijner stervende liefde te horen, sprekende van vrede in zijn ziel. Hij heeft nodig dat de Heere in zijn ziel afdaalt en Zich aan hem openbaart, gelijk Hij dit niet doet aan de wereld.
Wat brengt een mens op deze plaats? Enige hoge denkbeelden, die door zijn brein heen en weer schieten, gelijk enige druppels olie in een emmer water? Deze brengen nooit leven en kracht van ware godzaligheid in iemands hart. Het kan niet anders zijn dan door een bevindelijke kennis van verdrukking en moeite. Wanneer men geleid wordt in het pad der verdrukking, dan begint men te verlangen naar en op Gods eigen tijd en wijze te drinken van de zoetigheid der levende godzaligheid, door de kracht Gods in het hart geopenbaard.
Aan de lezer…
Wandelt u, lezer, op een pad dat u niet zelf gekozen hebt, een pad van verdrukking in de voorzienigheid of in de genade? Voelt u zich omlaag gebracht, ontledigd van uw hoge gedachten en klein in eigen oog? Denk dan niet terstond dat de Heere u verlaten heeft. Hij heeft dit pad voor Zijn volk bestemd, om hen van de wereld te spenen en hun de zwakheid van het schepsel te tonen. Zonder beproevingen zijn wij zo licht, zo ijdel en zo ver van de dingen Gods.
Maar de verdrukking doet ook iets wat geen hoog denkbeeld ooit vermag: zij doet de ziel naar kracht hongeren. Een uitwendig Evangelie is haar dan niet genoeg; zij moet een dierbare Jezus hebben, Die Zich aan haar openbaart in liefde en in bloed, en Die vrede spreekt in het hart. Houd dan aan, ook als het donker is. Die u leidt in het pad der verdrukking, zal u op Zijn eigen tijd en wijze ook doen drinken van de vertroosting.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En onze hoop van u is vast, als die weten, dat gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden, gij ook alzo gemeenschap hebt aan de vertroosting.
2 Corinthe 1:7
De Heere heeft voor Zijn volk het pad van de verdrukking bestemd om daarop te wandelen. Waarom? In de eerste plaats om hen van de wereld te spenen; in de tweede plaats om hun de zwakheid van het schepsel te tonen; in de derde plaats om hen de vrijheid en de levenskracht van de ware godzaligheid te laten ervaren. Wat ben ik en wat bent u als wij zonder beproevingen zijn? Lichtzinnig, ijdel, wereldsgezind, vleselijk, beuzelachtig. Wij mogen spreken over de dingen van God, maar zij zijn ver van ons. Er zijn geen ernstige gewaarwordingen, geen tedere indrukken; er is geen ware verbreking van het hart, geen oprecht berouw, geen wenen aan Zijn Goddelijke voeten, geen omhelzen van Christus in de armen van onze genegenheden.
Maar wanneer verdrukking — in de voorzienigheid of in de genade — een mens omlaag brengt, wanneer zij hem ontledigt van al zijn hoge gedachten, hem in eigen oog tot niets maakt en moeite in zijn hart veroorzaakt, dan verzeker ik u dat hij iets meer nodig heeft dan een uiterlijk Evangelie. Hij heeft kracht nodig. Hij heeft in zijn ziel de bevinding nodig van de werkingen van de gezegende Geest; hij heeft nodig dat een dierbare Jezus Zich aan zijn ziel openbaart in liefde en in bloed. Hij wenst Zijn vriendelijk aangezicht te zien en Zijn verrukkende glimlach te mogen ontmoeten; hij verlangt de zoete fluisteringen van Zijn stervende liefde te horen, die vrede spreken in zijn ziel. Hij heeft nodig dat de Heere in zijn ziel neerdaalt en Zich aan hem openbaart, zoals Hij dat aan de wereld niet doet.
Wat brengt een mens op deze plaats? Enkele hoge denkbeelden, die door zijn hoofd heen en weer schieten, zoals een paar druppels olie in een emmer water? Die brengen nooit leven en kracht van ware godzaligheid in iemands hart. Het kan alleen door een bevindelijke kennis van verdrukking en moeite. Wanneer iemand op het pad van de verdrukking geleid wordt, gaat hij verlangen naar de zoetheid van de levende godzaligheid, door de kracht van God in het hart geopenbaard, en op Gods eigen tijd en wijze daarvan drinken.
Aan de lezer…
Wandelt u, lezer, op een pad dat u niet zelf gekozen hebt, een pad van verdrukking in de voorzienigheid of in de genade? Voelt u zich omlaag gebracht, ontledigd van uw hoge gedachten en klein in eigen oog? Denk dan niet meteen dat de Heere u verlaten heeft. Hij heeft dit pad voor Zijn volk bestemd, om hen van de wereld te spenen en hun de zwakheid van het schepsel te tonen. Zonder beproevingen zijn wij zo licht, zo ijdel en zo ver van de dingen van God.
Maar de verdrukking doet ook iets wat geen hoog denkbeeld ooit vermag: zij laat de ziel naar kracht hongeren. Een uiterlijk Evangelie is haar dan niet genoeg; zij moet een dierbare Jezus hebben, Die Zich aan haar openbaart in liefde en in bloed, en Die vrede spreekt in het hart. Houd dan vol, ook als het donker is. Hij Die u leidt op het pad van de verdrukking, zal u op Zijn eigen tijd en wijze ook laten drinken van de vertroosting.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“And our hope of you is stedfast, knowing, that as ye are partakers of the sufferings, so shall ye be also of the consolation.”
2 Corinthians 1:7
The Lord has appointed the path of sorrow for the redeemed to walk in. Why? One purpose is to wean them from the world; another purpose is to show them the weakness of the creature; a third purpose is to make them feel the liberty and vitality of genuine godliness made manifest in their soul’s experience. What am I, and what are you when we have no trials? Light, frothy, worldly-minded, carnal, frivolous. We may talk of the things of God, but they are at a distance; there are no solemn feelings, no melting sensations, no real brokenness, no genuine contrition, no weeping at the divine feet, no embracing of Christ in the arms of affection.
But when affliction, be it in providence or be it in grace, brings a man down; when it empties him of all his high thoughts, lays him low in his own eyes, brings trouble into his heart, I assure you he needs something more than mere external religion. He needs power; he needs to experience in his soul the operations of the blessed Spirit; he wants to have a precious Jesus manifesting Himself to his soul in love and blood; he needs to see His lovely countenance beaming upon him in ravishing smiles; he needs to hear the sweet whispers of dying love speaking inward peace; he needs to have the blessed Lord come into his soul, manifesting Himself to him as He does not manifest Himself to the world.
What brings a man here? A few dry notions floating to and fro in his brain, like a few drops of oil in a pail of water? That will never bring the life and power of vital godliness into a man’s heart. It must be by being experimentally acquainted with trouble. When he is led into the path of tribulation, he then begins to long after, and, in God’s own time and way, he begins to drink into, the sweetness of vital godliness, made manifest in his heart by the power of God.
To the reader…
Are you walking, reader, on a path you did not choose yourself, a path of affliction in providence or in grace? Do you feel brought low, emptied of your high thoughts and small in your own eyes? Then do not at once conclude that the Lord has forsaken you. He has appointed this path for His people, to wean them from the world and to show them the weakness of the creature. Without trials we are so light, so vain, and so far from the things of God.
But affliction also does something that no lofty notion can ever do: it makes the soul hunger for power. An outward gospel is then not enough for it; it must have a precious Jesus, Who reveals Himself to it in love and in blood, and Who speaks peace to the heart. Hold on, then, even when it is dark. He Who leads you in the path of tribulation will, in His own time and way, also let you drink of the consolation.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Y nuestra esperanza de vosotros es firme; estando ciertos que como sois compañeros de las aflicciones, así también lo sois de la consolación.”
2 Corintios 1:7
El Señor ha señalado a los redimidos la senda del dolor para que anden en ella. ¿Por qué? Un propósito es destetarlos del mundo; otro propósito es mostrarles la debilidad de la criatura; un tercer propósito es hacerles sentir la libertad y la vitalidad de la piedad genuina manifestada en la experiencia de su alma. ¿Qué soy yo, y qué es usted, cuando no tenemos pruebas? Ligeros, vanos, mundanos, carnales, frívolos. Podemos hablar de las cosas de Dios, pero están a distancia; no hay sentimientos solemnes, no hay ternura que derrita, no hay verdadero quebranto, no hay contrición genuina, no hay llanto a los pies divinos, no hay abrazo de Cristo en los brazos del afecto.
Pero cuando la aflicción, sea en la providencia o sea en la gracia, abate a un hombre; cuando lo vacía de todos sus altos pensamientos, lo hace pequeño a sus propios ojos y trae angustia a su corazón, le aseguro que necesita algo más que una mera religión exterior. Necesita poder; necesita experimentar en su alma las operaciones del bendito Espíritu; quiere que un precioso Jesús Se le manifieste al alma en amor y en sangre; necesita ver Su amable rostro resplandeciendo sobre él con sonrisas que arrebatan; necesita oír los dulces susurros del amor que murió hablándole paz interior; necesita que el bendito Señor entre en su alma, manifestándose a él como no Se manifiesta al mundo.
¿Qué trae a un hombre hasta aquí? ¿Unas cuantas nociones secas que flotan de acá para allá en su cerebro, como unas gotas de aceite en un balde de agua? Eso nunca traerá la vida y el poder de la piedad vital al corazón de un hombre. Tiene que ser conociendo por experiencia la angustia. Cuando es llevado a la senda de la tribulación, empieza entonces a anhelar, y, en el tiempo y de la manera de Dios, empieza a beber de la dulzura de la piedad vital, manifestada en su corazón por el poder de Dios.
Al lector…
¿Anda usted, lector, por una senda que no escogió, una senda de aflicción en la providencia o en la gracia? ¿Se siente abatido, vaciado de sus altos pensamientos y pequeño a sus propios ojos? No concluya enseguida, entonces, que el Señor le ha desamparado. Él ha señalado esta senda para Su pueblo, a fin de destetarlo del mundo y mostrarle la debilidad de la criatura. Sin pruebas somos tan ligeros, tan vanos y estamos tan lejos de las cosas de Dios.
Pero la aflicción hace también algo que ninguna noción elevada puede hacer jamás: hace que el alma tenga hambre de poder. Un evangelio exterior ya no le basta; tiene que tener a un precioso Jesús, Que Se le revela en amor y en sangre, y Que habla paz al corazón. Persevere, pues, aun cuando esté oscuro. Aquel Que le guía por la senda de la tribulación le hará también, en Su tiempo y a Su manera, beber de la consolación.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl