5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Behoudt het goede.
1 Thessalonicensen 5:21
Er zijn hoofdzakelijk twee dingen die elke heilige Gods geroepen is te behouden; deze zijn ten eerste: het begin van Gods werk aan zijn ziel, en ten tweede: zijn verlossing. Ook elke openbaring die gij van de Heere Jezus Christus gehad hebt, elke toepassing van Zijn zoenbloed, elke ontdekking van Zijn glorierijke Persoon of van Zijn liefde in het hart uitgestort wordende, behoudt dat, want het is goed.
En zo mag ik zeggen: behoudt elke belofte die tot u kwam, elk antwoord op het gebed door u ontvangen, elke gevoelde zegen die door een Goddelijke kracht in uw hart kan gewerkt zijn. Dit alles is goed. Het komt van een goede God; het werkt in een goede weg; het leidt tot een goed einde; het zal een goed sterfbed bereiden en u in een zalige eeuwigheid overvoeren. Daarom: „Behoudt het goede.”
Alles wat als waarlijk goed aan uw geweten is aanbevolen, elk goed mens, elk goed leraar, elk kind van God met wie gij gemeenschap gevoelt, elk goed voorschrift, woord en werk, kortom, alles wat aan uw geweten aanbevolen wordt als geestelijk en Goddelijk, houdt dat vast en gij zult er voordeel van ondervinden. Verwerpt alles wat slecht, ongepast, goddeloos, dwaalbegrip, ketterij is; verwerpt dat alles — toont hun geen de minste genade. Houw ze neer in het hart; houw ze neer zoals Samuël Agag in Gilgal neerhieuw.
Hoe dierbaar zijn m’Uw wonderdaan,
zij zijn onmoog’lijk na te gaan.
Hoe menigvuldig zijn z’, o Heer!
Zou ik die tellen, ’k zou veeleer
’t getal der korrels zand bepalen.
Uw wond’ren zijn niet af te malen.
Ps. 139:10
Aan de lezer…
Het kan zo gemakkelijk gebeuren dat wij loslaten wat de Heere ons eenmaal gegeven heeft. Een belofte die tot ons kwam, een antwoord op het gebed, een toepassing van Zijn zoenbloed: in dagen van duisternis schijnen zij ver weg, en zijn wij geneigd ze weg te redeneren. Toch zegt het Woord: „Behoudt het goede.” Wat van een goede God komt, is niet te gering om vast te houden.
Houd dan vast aan het begin van Zijn werk in uw ziel en aan elke verlossing die u ontving. Zij zullen u een goed sterfbed bereiden. Maar wees even ernstig met het kwade: geef zonde en dwaling geen genade, maar verwerp ze uit uw hart. Wat Hij goed noemt, behoud; wat Hem onteert, laat varen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Behoudt het goede.
1 Thessalonicensen 5:21
Er zijn vooral twee dingen die elke heilige van God geroepen is te behouden. Het eerste is het begin van Gods werk aan zijn ziel, het tweede is zijn verlossing. Ook elke openbaring die u van de Heere Jezus Christus gehad hebt, elke toepassing van Zijn zoenbloed, elke ontdekking van Zijn glorierijke Persoon of van Zijn liefde die in het hart wordt uitgestort: behoud dat, want het is goed.
En zo mag ik zeggen: behoud elke belofte die tot u kwam, elk antwoord op het gebed dat u ontvangen hebt, elke gevoelde zegen die door een Goddelijke kracht in uw hart gewerkt is. Dit alles is goed. Het komt van een goede God, het werkt op een goede weg, het leidt tot een goed einde, het zal een goed sterfbed bereiden en u overbrengen in een zalige eeuwigheid. Daarom: „Behoudt het goede.”
Alles wat als werkelijk goed aan uw geweten is aanbevolen, elk goed mens, elke goede leraar, elk kind van God met wie u gemeenschap voelt, elk goed voorschrift, woord en werk, kortom alles wat aan uw geweten wordt aanbevolen als geestelijk en Goddelijk: houd dat vast, en u zult er voordeel van ondervinden. Verwerp alles wat slecht, ongepast of goddeloos is, elke dwaling en ketterij. Verwerp dat alles en toon het niet de minste genade. Houw ze neer in het hart, houw ze neer zoals Samuël Agag in Gilgal neerhieuw.
Hoe dierbaar zijn m’Uw wonderdaan,
zij zijn onmoog’lijk na te gaan.
Hoe menigvuldig zijn z’, o Heer!
Zou ik die tellen, ’k zou veeleer
’t getal der korrels zand bepalen.
Uw wond’ren zijn niet af te malen.
Ps. 139:10
Aan de lezer…
Het kan zo gemakkelijk gebeuren dat wij loslaten wat de Heere ons eens gegeven heeft. Een belofte die tot ons kwam, een antwoord op het gebed, een toepassing van Zijn zoenbloed: in dagen van duisternis lijken zij ver weg, en zijn wij geneigd ze weg te redeneren. Toch zegt het Woord: „Behoudt het goede.” Wat van een goede God komt, is niet te gering om vast te houden.
Houd dan vast aan het begin van Zijn werk in uw ziel en aan elke verlossing die u ontving. Zij zullen u een goed sterfbed bereiden. Maar wees even ernstig met het kwade: geef zonde en dwaling geen genade, maar verwerp ze uit uw hart. Wat Hij goed noemt, behoud het; wat Hem onteert, laat het varen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hold fast that which is good.
1 Thessalonians 5:21
There are two things especially which every saint of God is called upon to hold fast—these are, first, the beginning of God’s work upon his soul; and, secondly, his deliverance. Any manifestation that you have had of the Lord Jesus Christ; any application of His atoning blood; any discovery of His glorious Person or shedding abroad of His love—hold that fast, for it is good.
And so I may say, hold fast any promise you have ever had applied; any answer to prayer you have ever received; any felt blessing that may have been wrought in your heart by a divine power. All this is good. It comes from a good God; it works in a good way; it leads to a good end; it will make a good death bed, and will land you in a most blessed eternity.
Therefore “hold fast that which is good.” Everything which is commended to your conscience as really good; every good man; every good minister; every child of God with whom you feel union or communion; every good precept, word, and work; in short, whatever is fully commended to your conscience as spiritual and divine, hold that fast, and you will find the benefit of it. Discard and reject everything bad, unbecoming, inconsistent, ungodly, erroneous, or heretical; discard them all—show them no mercy. In heart but not in hand, hew them down, as Samuel hewed down Agag in Gilgal.
To the reader…
It can so easily happen that we let go of what the Lord once gave us. A promise that came to us, an answer to prayer, an application of His atoning blood: in days of darkness they seem far away, and we are inclined to reason them away. Yet the Word says, “Hold fast that which is good.” What comes from a good God is not too small to hold on to.
Hold fast, then, to the beginning of His work in your soul and to every deliverance you received. They will make you a good deathbed. But be just as earnest with what is evil: show sin and error no mercy, but cast them out of your heart. What He calls good, hold it fast; what dishonours Him, let it go.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Retened lo bueno.
1 Tesalonicenses 5:21
Hay especialmente dos cosas que todo santo de Dios está llamado a retener: la primera, el comienzo de la obra de Dios en su alma; y la segunda, su liberación. Cualquier manifestación que usted haya tenido del Señor Jesucristo; cualquier aplicación de Su sangre expiatoria; cualquier descubrimiento de Su gloriosa Persona o derramamiento de Su amor: retenga eso, porque es bueno.
Y así puedo decir: retenga cualquier promesa que alguna vez le haya sido aplicada; cualquier respuesta a la oración que haya recibido; cualquier bendición sentida que un poder divino haya obrado en su corazón. Todo esto es bueno. Viene de un Dios bueno; obra de un modo bueno; conduce a un buen fin; le dará un buen lecho de muerte, y le llevará a una eternidad bienaventurada.
Por tanto, “retened lo bueno”. Todo lo que se recomienda a su conciencia como realmente bueno; todo hombre bueno; todo buen ministro; todo hijo de Dios con quien usted siente unión o comunión; todo buen precepto, palabra y obra; en suma, todo lo que se recomienda plenamente a su conciencia como espiritual y divino, reténgalo, y hallará el provecho de ello. Deseche y rechace todo lo malo, impropio, inconsecuente, impío, erróneo o herético; deséchelo todo, no le muestre misericordia. En el corazón, aunque no con la mano, córtelo en pedazos, como Samuel cortó en pedazos a Agag en Gilgal.
Al lector…
Con tanta facilidad puede suceder que soltemos lo que el Señor nos dio una vez. Una promesa que vino a nosotros, una respuesta a la oración, una aplicación de Su sangre expiatoria: en días de oscuridad parecen lejanas, y nos inclinamos a razonarlas hasta hacerlas desaparecer. Sin embargo, la Palabra dice: “Retened lo bueno”. Lo que viene de un Dios bueno no es demasiado pequeño para retenerlo.
Retenga, pues, el comienzo de Su obra en su alma y cada liberación que recibió. Le darán un buen lecho de muerte. Pero sea igualmente serio con lo malo: no muestre misericordia al pecado ni al error, sino échelos de su corazón. Lo que Él llama bueno, reténgalo; lo que le deshonra, déjelo ir.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Christus’ opstanding
Indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden.
1 Korinthe 15:17
Kijkt u eens naar de opmerkelijke situatie dat de apostelen de opstanding van Jezus als het ware tot het fundament van al hun preken en toespraken maakten, want we kunnen ervan verzekerd zijn dat de Heilige Geest de apostelen ertoe inspireerde aldus te prediken. En zie de reden waarom ze deze sterke getuigenis aan het front droegen van het gevecht dat ze in naam van God tegen het koninkrijk van het duister en de dood voerden. De Heere des levens en der heerlijkheid was door de Joodse raad ter dood veroordeeld op beschuldiging van godslastering: ten eerste omdat Hij had gezegd dat „Hij deze tempel, die met handen gemaakt was, zou afbreken, en in drie dagen een andere, zonder handen gemaakt, zou bouwen” (Marc. 14:58), en ten tweede dat Hij in aanwezigheid van de raad had verklaard dat Hij de Christus was, de Zoon van God (Marc. 14:61-64).
Hij stierf derhalve op beschuldiging van godslastering, in pijn en schande, openlijk gekruisigd voor die vermeende misdaad ten overstaan van de duizenden verzamelden die uit alle delen van Jeruzalem waren gekomen om het Pascha te vieren. Welnu, als Christus niet uit de doden was opgestaan, zou die aanklacht zijn bevestigd en zou Hij terecht zijn veroordeeld door de stemmen van vele duizenden, als zijnde rechtvaardig ter dood gebracht. Het was daarom noodzakelijk, niet alleen voor het hele plan van de verlossing, maar voor de waarachtigheid van Jezus Zelf en voor de hele waarheid van het evangelie, dat Hij uit de doden werd verwekt door de kracht van God, als de bezegeling van Zijn opdracht, als de blijvende, onweerlegbare en onschendbare waarheid dat Hij de Messias was, de Zoon van God, zoals Hij beweerde te zijn.
Lezen: 1 Korinthe 15:1-17
Aan de lezer…
Waarop rust uw hoop, lezer, als u aan uw zonden denkt? Dit woord zegt het onomwonden: „Indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden.” De Heere werd ter dood veroordeeld als een godslasteraar, omdat Hij verklaarde de Christus te zijn, de Zoon van God. Was Hij in het graf gebleven, dan zou die aanklacht bevestigd zijn, en zou er voor een arme zondaar geen grond onder de voeten overblijven.
Maar God heeft Hem uit de doden opgewekt, als het zegel op Zijn opdracht en als het onweerlegbare bewijs dat Hij is Die Hij zeide te zijn. Daarom hoeft u uw hoop niet op uw gevoelens of op uw voornemens te bouwen. Het fundament ligt buiten u, in een levende Zaligmaker. Twijfelt u aan alles in uzelf, twijfel dan niet aan Hem. Het graf is leeg, en Zijn woord is waarheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden.
1 Korinthe 15:17
Let eens op het opmerkelijke feit dat de apostelen de opstanding van Jezus als het ware tot het fundament van al hun prediking en toespraken maakten. We kunnen er zeker van zijn dat de Heilige Geest hen ertoe bracht zo te prediken. En zie waarom zij dit krachtige getuigenis vooraan droegen in de strijd die zij in de Naam van God voerden tegen het rijk van de duisternis en de dood. De Heere van het leven en van de heerlijkheid was door de Joodse raad ter dood veroordeeld op beschuldiging van godslastering. Ten eerste omdat Hij had gezegd dat „Hij deze tempel, die met handen gemaakt was, zou afbreken, en in drie dagen een andere, zonder handen gemaakt, zou bouwen” (Marc. 14:58). En ten tweede omdat Hij in het bijzijn van de raad had verklaard dat Hij de Christus was, de Zoon van God (Marc. 14:61-64).
Hij stierf dus op beschuldiging van godslastering, in pijn en schande, en werd voor die vermeende misdaad openlijk gekruisigd ten overstaan van de duizenden die uit alle streken naar Jeruzalem waren gekomen om het Pascha te vieren. Welnu, als Christus niet uit de doden was opgestaan, zou die aanklacht bevestigd zijn. Dan zou Hij terecht zijn veroordeeld door de stemmen van vele duizenden, als iemand die rechtvaardig ter dood was gebracht. Daarom was het noodzakelijk, niet alleen voor het hele plan van de verlossing, maar ook voor de waarachtigheid van Jezus Zelf en voor de hele waarheid van het Evangelie, dat Hij door de kracht van God uit de doden werd opgewekt. Dat was de bezegeling van Zijn zending, het blijvende, onweerlegbare en onaantastbare bewijs dat Hij de Messias was, de Zoon van God, zoals Hij verklaarde te zijn.
Lezen: 1 Korinthe 15:1-17
Aan de lezer…
Waarop rust uw hoop, lezer, als u aan uw zonden denkt? Dit woord zegt het ronduit: „Indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden.” De Heere werd ter dood veroordeeld als een godslasteraar, omdat Hij verklaarde de Christus te zijn, de Zoon van God. Was Hij in het graf gebleven, dan zou die aanklacht bevestigd zijn, en zou er voor een arme zondaar geen grond onder de voeten overblijven.
Maar God heeft Hem uit de doden opgewekt, als het zegel op Zijn zending en als het onweerlegbare bewijs dat Hij is Wie Hij zei te zijn. Daarom hoeft u uw hoop niet op uw gevoelens of op uw voornemens te bouwen. Het fundament ligt buiten u, in een levende Zaligmaker. Twijfelt u aan alles in uzelf, twijfel dan niet aan Hem. Het graf is leeg, en Zijn woord is waarheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And if Christ be not raised, your faith is vain; ye are yet in your sins.
1 Corinthians 15:17
Observe the remarkable fact that the apostles made the resurrection of Jesus, as it were, the foundation of all their preaching and addresses. We may be sure that the Holy Ghost led them so to preach. And see why they carried this powerful testimony in the forefront of the battle which they waged in the Name of God against the kingdom of darkness and death. The Lord of life and glory had been condemned to death by the Jewish council on a charge of blasphemy. First, because He had said, “I will destroy this temple that is made with hands, and within three days I will build another made without hands” (Mark 14:58). And secondly, because He had declared in the presence of the council that He was the Christ, the Son of God (Mark 14:61-64).
He died, then, under a charge of blasphemy, in pain and shame, and for that supposed crime was openly crucified before the thousands who had come up to Jerusalem from every quarter to keep the Passover. Now, if Christ had not risen from the dead, that charge would have been confirmed. Then He would have been rightly condemned by the voices of many thousands, as one justly put to death. Therefore it was necessary, not only for the whole plan of salvation, but also for the truthfulness of Jesus Himself and for the whole truth of the gospel, that He should be raised from the dead by the power of God. That was the seal of His mission, the abiding, unanswerable and unassailable proof that He was the Messiah, the Son of God, as He declared Himself to be.
Reading: 1 Corinthians 15:1-17
To the reader…
On what does your hope rest, dear reader, when you think of your sins? This word says it plainly: “If Christ be not raised, your faith is vain; ye are yet in your sins.” The Lord was condemned to death as a blasphemer, because He declared Himself to be the Christ, the Son of God. Had He remained in the grave, that charge would have been confirmed, and no ground would have been left beneath the feet of a poor sinner.
But God has raised Him from the dead, as the seal upon His mission and as the unanswerable proof that He is Who He said He was. Therefore you need not build your hope on your feelings or on your resolutions. The foundation lies outside you, in a living Saviour. If you doubt everything in yourself, do not doubt Him. The tomb is empty, and His Word is truth.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y si Cristo no resucitó, vuestra fe es vana; aún estáis en vuestros pecados.
1 Corintios 15:17
Observe el hecho notable de que los apóstoles hicieron de la resurrección de Jesús, por así decirlo, el fundamento de toda su predicación y de todos sus discursos. Podemos estar seguros de que el Espíritu Santo los guió a predicar así. Y vea por qué llevaron este poderoso testimonio a la primera línea de la batalla que libraban en el Nombre de Dios contra el reino de las tinieblas y de la muerte. El Señor de la vida y de la gloria había sido condenado a muerte por el concilio judío bajo la acusación de blasfemia. Primero, porque había dicho: “Yo derribaré este templo que es hecho de mano, y en tres días edificaré otro hecho sin mano” (Marcos 14:58). Y en segundo lugar, porque había declarado en presencia del concilio que Él era el Cristo, el Hijo de Dios (Marcos 14:61-64).
Murió, pues, bajo una acusación de blasfemia, en dolor y vergüenza, y por ese supuesto crimen fue crucificado públicamente ante los miles que habían subido a Jerusalén de todas partes para celebrar la Pascua. Ahora bien, si Cristo no hubiera resucitado de los muertos, esa acusación habría quedado confirmada. Entonces habría sido condenado con razón por las voces de muchos miles, como uno muerto justamente. Por eso era necesario, no solo para todo el plan de salvación, sino también para la veracidad de Jesús mismo y para toda la verdad del evangelio, que fuera resucitado de los muertos por el poder de Dios. Ese fue el sello de Su misión, la prueba permanente, irrefutable e inatacable de que Él era el Mesías, el Hijo de Dios, como Él mismo declaró ser.
Lectura: 1 Corintios 15:1-17
Al lector…
¿En qué descansa su esperanza, querido lector, cuando piensa en sus pecados? Esta palabra lo dice claramente: “Si Cristo no resucitó, vuestra fe es vana; aún estáis en vuestros pecados”. El Señor fue condenado a muerte como blasfemo, porque declaró ser el Cristo, el Hijo de Dios. Si hubiera permanecido en el sepulcro, esa acusación habría quedado confirmada, y no habría quedado ningún fundamento bajo los pies de un pobre pecador.
Pero Dios le ha resucitado de los muertos, como sello de Su misión y como prueba irrefutable de que Él es Quien dijo ser. Por eso no necesita edificar su esperanza sobre sus sentimientos ni sobre sus propósitos. El fundamento está fuera de usted, en un Salvador vivo. Si duda de todo en usted mismo, no dude de Él. El sepulcro está vacío, y Su Palabra es verdad.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn Naam Immanuël heten.
Jesaja 7:14
De Godheid van de Zoon van God schijnt door het gehele Woord Gods. Het is het grote, voorname punt waaromheen de gehele leer der genade zich beweegt; en hij die hierin niet gezond is, is dit in alle andere zaken niet. De Godheid van Christus rust niet op enige teksten der Schrift, maar zij tekent zich door de gehele Schrift. Neem de Godheid van Jezus uit de Schrift weg, en gij neemt de Zon geestelijkerwijze weg, evenals of gij de zon uit het firmament zoudt wegnemen. De Godheid van Christus is het licht en het leven van het Woord Gods; neemt haar daaruit weg, en het gehele Woord is een zwarte duisternis.
Doch de Persoon van Jezus is niet alleen Godheid, want niemand kan God zien en leven; wij zouden het niet dragen kunnen op de vlekkeloze Godheid te staren. Daarom heeft de Zoon van God onze natuur aangenomen in vereniging met Zichzelf. Hij heeft het zaad Abrahams aangenomen: dat „heilige”, ontvangen door de Heilige Geest in de baarmoeder van de maagd Maria. En daar is dat „heilige” verenigd met de tweede Persoon van de heerlijke Drie-eenheid, omdat de Godheid en de mensheid zouden worden één Goddelijk Persoon, Immanuël, God met ons.
Nu is er voor het oog des geloofs de uitnemendste schoonheid en heerlijkheid te aanschouwen in Christus’ mensheid. De verlichte ziel beschouwt de Godheid, schijnende door de mensheid. En wanneer zij Jezus ziet, het land doorgaande en goed doende, wanneer zij de woorden hoort die van Zijn gezegende lippen afdruipen, wanneer zij Hem door het oog des geloofs ziet, bloedende, lijdende, met de dood worstelende en stervende, ziet zij de Godheid in al deze handelingen de mensheid ondersteunende. En het is deze vereniging van de twee naturen in één heerlijke Persoon die het hart desgenen die hierop gelovig ziet, vervult en in zuivere liefde tot Hem doet ontvonken.
Dan heeft de kerk een gezicht van de heerlijke Persoon van Jezus en gaat haar liefde tot Hem uit. Er is een bovennatuurlijke schoonheid in, die geestelijke genegenheden doet ontvlammen, evenals er in natuurlijke schoonheid iets is dat de genegenheden tot haar trekt. Wanneer de levendgemaakte ziel deze bovennatuurlijke schoonheid onder het oog krijgt, gaat ze onmiddellijk in liefde tot Hem uit. De geestelijke genegenheden vestigen zich op geestelijke schoonheid. En wanneer dus de verloste en wedergeboren ziel de heerlijke Persoon van Christus, de Godmens, Immanuël, God met ons, aanschouwt en een proefje en gevoel van Zijn liefde ontwaart, dan ontsteekt de gezegende Geest het hart in geestelijk verlangen naar Hem en trekt het met koorden der liefde en met mensenzelen.
Aan de lezer…
Zoekende ziel, hebt u ooit met het oog des geloofs gezien Wie Hij is, Die de maagd zou baren? Niet slechts een mens, en niet een Godheid zo ver en zo hoog dat u daarvoor zou moeten vergaan, maar Immanuël, God met ons. Omdat niemand God kan zien en leven, heeft de Zoon van God onze natuur aangenomen, opdat een arme zondaar tot Hem zou kunnen naderen zonder te verteren.
Ziet u Hem dan het land doorgaan en goed doen, hoort u de woorden die van Zijn lippen afdruipen, ziet u Hem bloedende, lijdende en stervende, weet dan dat de Godheid in dat alles de mensheid ondersteunde. Daar ligt de bovennatuurlijke schoonheid die het hart in liefde doet ontvonken. Is uw hart koud en uw liefde zwak? Vraag dan niet eerst om meer gevoel, maar om een gezicht van Hem. Waar de Geest Zijn Persoon ontdekt, trekt Hij de ziel met koorden der liefde.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn Naam Immanuël heten.
Jesaja 7:14
De Godheid van de Zoon van God schijnt door heel het Woord van God heen. Het is het grote, voornaamste punt waar heel de leer van de genade om draait, en wie hierin niet gezond is, is dat in geen enkele andere zaak. De Godheid van Christus rust niet op een paar teksten van de Schrift, maar zij tekent zich af in de hele Schrift. Neem de Godheid van Jezus uit de Schrift weg, en u neemt in geestelijke zin de Zon weg, net alsof u de zon van het uitspansel zou wegnemen. De Godheid van Christus is het licht en het leven van het Woord van God; neem haar daaruit weg, en heel het Woord is pikdonker.
Maar de Persoon van Jezus is niet alleen Godheid, want niemand kan God zien en leven; wij zouden het niet kunnen verdragen om op de vlekkeloze Godheid te staren. Daarom heeft de Zoon van God onze natuur aangenomen in vereniging met Zichzelf. Hij heeft het zaad van Abraham aangenomen: dat „heilige”, ontvangen door de Heilige Geest in de schoot van de maagd Maria. Daar is dat „heilige” verenigd met de tweede Persoon van de heerlijke Drie-eenheid, zodat de Godheid en de mensheid één Goddelijk Persoon zouden worden, Immanuël, God met ons.
Voor het oog van het geloof is er in de mensheid van Christus de meest uitnemende schoonheid en heerlijkheid te aanschouwen. De verlichte ziel ziet de Godheid door de mensheid heen schijnen. Zij ziet Jezus door het land gaan en goeddoen, zij hoort de woorden die van Zijn gezegende lippen druppelen, zij ziet Hem door het oog van het geloof bloeden, lijden, met de dood worstelen en sterven; en in al deze handelingen ziet zij hoe de Godheid de mensheid ondersteunt. En het is deze vereniging van de twee naturen in één heerlijke Persoon die het hart van wie hier gelovig op ziet, vervult en in zuivere liefde tot Hem doet ontvlammen.
Dan heeft de kerk een gezicht op de heerlijke Persoon van Jezus en gaat haar liefde naar Hem uit. Er is een bovennatuurlijke schoonheid in Hem die geestelijke genegenheden doet ontvlammen, zoals er in natuurlijke schoonheid iets is wat de genegenheden naar zich toe trekt. Wanneer de levend gemaakte ziel deze bovennatuurlijke schoonheid te zien krijgt, gaat zij onmiddellijk in liefde naar Hem uit. De geestelijke genegenheden richten zich op geestelijke schoonheid. Wanneer dus de verloste en wedergeboren ziel de heerlijke Persoon van Christus aanschouwt, de Godmens, Immanuël, God met ons, en iets van Zijn liefde proeft en voelt, dan ontsteekt de gezegende Geest het hart in geestelijk verlangen naar Hem en trekt Hij het met koorden der liefde en met mensenzelen.
Aan de lezer…
Zoekende ziel, hebt u ooit met het oog van het geloof gezien Wie Hij is, Die de maagd zou baren? Niet alleen een mens, en ook niet een Godheid zo ver en zo hoog dat u daarvoor zou moeten vergaan, maar Immanuël, God met ons. Omdat niemand God kan zien en leven, heeft de Zoon van God onze natuur aangenomen, zodat een arme zondaar tot Hem zou kunnen naderen zonder te worden verteerd.
Ziet u Hem dan door het land gaan en goeddoen, hoort u de woorden die van Zijn lippen druppelen, ziet u Hem bloeden, lijden en sterven: weet dan dat de Godheid in dat alles de mensheid ondersteunde. Daar ligt de bovennatuurlijke schoonheid die het hart in liefde doet ontvlammen. Is uw hart koud en uw liefde zwak? Vraag dan niet eerst om meer gevoel, maar om een gezicht op Hem. Waar de Geest Zijn Persoon ontdekt, trekt Hij de ziel met koorden der liefde.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Behold, a virgin shall conceive, and bear a son, and shall call His name Immanuel.”
Isaiah 7:14
The Deity of the Son of God shines all through the sacred page. It is the grand cardinal point, on which all the doctrines of grace turn; and he that is unsound there, is unsound everywhere. The Godhead of Christ does not rest upon a few texts of Scripture, but it shines all through the Scripture; it is the light of the Scripture, and it is the life of the Scripture. Take away the Deity of Jesus out of the Scripture, and you would do the same thing spiritually as though you blotted the sun out of the sky naturally; the sacred page would be one black darkness.
But the Person of Jesus is not Deity only. No man can see God and live; we could not bear to look upon pure Deity. And therefore the Son of God has taken into union with Himself our nature; He has “taken upon Him the seed of Abraham”—that “holy One” Who was begotten by the Holy Spirit in the womb of the Virgin Mary, and there united to the second Person of the glorious Trinity, that Godhead and manhood might form one glorious Person, Immanuel, God with us.
Now to the eye of faith there is the greatest beauty and glory in Christ’s humanity. The enlightened soul views Deity shining through the manhood; and when it sees Jesus “going about, doing good,” when it hears the words that dropped from His gracious lips, when it views Him by the eye of faith, bleeding, suffering, agonizing, and dying, it sees the Godhead in all these acts, upholding and shining through the manhood. And it is this union of the two natures in one glorious Person, that fills the heart that receives it in the faith of it and in the love of it with a measure of pure affection.
Here, then, the Church has a view of the glorious Person of Jesus; and she falls in love with Him. There is something in supernatural beauty which kindles spiritual affection, as there is something in natural beauty which kindles natural affection. When the quickened soul sees supernatural beauty, it immediately falls in love with it. The spiritual affections center in spiritual beauty. And thus, when the redeemed and regenerated soul sees the glorious Person of Christ, God-Man, Immanuel, God with us, and has a taste and sense of His love, the blessed Spirit thereby kindles in it spiritual affection, and attracts it with these “cords of love and bands of a man.”
To the reader…
Seeking soul, have you ever seen with the eye of faith Who He is that the virgin would bear? Not only a man, nor yet a Godhead so far and so high that you would have to perish before it, but Immanuel, God with us. Because no man can see God and live, the Son of God took on our nature, so that a poor sinner could draw near to Him without being consumed.
When you see Him going about doing good, when you hear the words that dropped from His lips, when you see Him bleed, suffer and die, know then that in all of this the Godhead upheld the manhood. There lies the supernatural beauty that sets the heart aflame with love. Is your heart cold and your love weak? Then do not first ask for more feeling, but for a sight of Him. Where the Spirit reveals His Person, He draws the soul with cords of love.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
He aquí que la virgen concebirá, y parirá hijo, y llamará Su nombre Emmanuel.
Isaías 7:14
La Deidad del Hijo de Dios resplandece a lo largo de toda la página sagrada. Es el gran punto cardinal sobre el cual giran todas las doctrinas de la gracia; y el que no es sano en esto, no es sano en nada. La Divinidad de Cristo no descansa sobre unos pocos textos de la Escritura, sino que resplandece a lo largo de toda la Escritura; es la luz de la Escritura y es la vida de la Escritura. Quite la Deidad de Jesús de la Escritura, y haría espiritualmente lo mismo que si borrara el sol del firmamento en lo natural; la página sagrada sería una sola negra oscuridad.
Pero la Persona de Jesús no es solo Deidad. Ningún hombre puede ver a Dios y vivir; no podríamos soportar mirar a la Deidad pura. Y por eso el Hijo de Dios ha tomado nuestra naturaleza en unión consigo mismo; ha “tomado la simiente de Abraham”: aquel “Santo” que fue engendrado por el Espíritu Santo en el seno de la virgen María, y allí unido a la segunda Persona de la gloriosa Trinidad, para que la Divinidad y la humanidad formasen una sola Persona gloriosa, Emmanuel, Dios con nosotros.
Ahora bien, a los ojos de la fe hay la mayor hermosura y gloria en la humanidad de Cristo. El alma iluminada contempla la Deidad resplandeciendo a través de la humanidad; y cuando ve a Jesús “andando haciendo bienes”, cuando oye las palabras que caían de Sus labios llenos de gracia, cuando lo contempla con los ojos de la fe sangrando, sufriendo, agonizando y muriendo, ve la Divinidad en todos estos actos, sosteniendo la humanidad y resplandeciendo a través de ella. Y es esta unión de las dos naturalezas en una sola Persona gloriosa la que llena el corazón que la recibe en la fe y en el amor de ella con una medida de afecto puro.
Aquí, pues, la Iglesia tiene una visión de la gloriosa Persona de Jesús; y se enamora de Él. Hay algo en la hermosura sobrenatural que enciende el afecto espiritual, así como hay algo en la hermosura natural que enciende el afecto natural. Cuando el alma vivificada ve la hermosura sobrenatural, al instante se enamora de ella. Los afectos espirituales se centran en la hermosura espiritual. Y así, cuando el alma redimida y regenerada ve la gloriosa Persona de Cristo, Dios-Hombre, Emmanuel, Dios con nosotros, y tiene un gusto y un sentir de Su amor, el bendito Espíritu enciende con ello en ella afecto espiritual, y la atrae con estas “cuerdas humanas, con cuerdas de amor”.
Al lector…
Alma que busca, ¿ha visto usted alguna vez con los ojos de la fe Quién es Aquel a Quien la virgen había de dar a luz? No solo un hombre, ni tampoco una Divinidad tan lejana y tan alta que usted tuviera que perecer ante ella, sino Emmanuel, Dios con nosotros. Porque ningún hombre puede ver a Dios y vivir, el Hijo de Dios tomó nuestra naturaleza, para que un pobre pecador pudiera acercarse a Él sin ser consumido.
Cuando lo vea andando haciendo bienes, cuando oiga las palabras que caían de Sus labios, cuando lo vea sangrar, sufrir y morir, sepa entonces que en todo esto la Divinidad sostenía la humanidad. Ahí está la hermosura sobrenatural que enciende el corazón en amor. ¿Está frío su corazón y débil su amor? Entonces no pida primero más sentimiento, sino una visión de Él. Donde el Espíritu revela Su Persona, atrae al alma con cuerdas de amor.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl