2 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
9 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
3 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Waakt en bidt.
Markus 13:33
Men kan niet in het geloof blijven dan door waken en bidden. Naarmate het gebed in de boezem verslapt, naar die mate verslapt ook de kracht des geloofs. Gij kunt, door gebeden en smekingen na te laten, zover komen, dat elk zaadje van geloof in uw hart schijnt verloren, en zelfs zover kunt gij komen, dat gij denkt nooit iets te hebben gekend van een werk van God aan uw ziel, en uzelf te hebben misleid, dat er enige genade aan uw ziel geschied was.
Ook door waakzaamheid wordt de liefde Gods bestendigd. Zo gij niet waakt tegen de zonde in u; tegen de strikken, die aan uw voet worden gespannen; tegen de verzoekingen, die zich elke dag, elk uur op uw weg voordoen; tegen de kracht en de listen van uw onvermoeide vijand, zijt gij zeker te vallen; en zo gij valt, brengt gij schuld en slavernij, duisternis en ellende in uw ziel, en snijdt gij voor een tijd alle liefelijke gemeenschap met God af. Daarom moet gij bidden en waken; want zonder waakzaamheid heeft het gebed geen kracht.
En zo wij de Schriften verwaarlozen, of ze lezen zonder aandacht, zonder geloof, zullen zij ons weinig nut doen. Zij moeten met een gelovig oog en hart gelezen, als de openbaring Gods ontvangen worden en met het geloof gemengd zijn, of het doet ons geen nut (Hebr. 4:2). Het leven Gods is een diepe, geheime en heilige zaak in onze ziel. Het is waar, God zal het bestendigen; Hij zal het werk Zijner handen niet laten varen; maar tenzij wij lezen en bidden, waken en bepeinzen, strijd voeren tegen de zonde, die ons omringt, en het aangezicht des Heeren voortdurend zoeken, zullen wij de kracht en de macht des geloofs merkbaar zien verminderen; en is dit het geval, dan kan er geen wandelen zijn met God.
De Heer betoont Zijn welbehagen
Aan hen, die need’rig naar Hem vragen,
Hem vrezen, Zijne hulp verbeiden
En door Zijn hand zich laten leiden.
Ps. 147:6
Aan de lezer…
Hoe staat het met uw binnenkamer, lezer? Merkt u dat het gebed slap is geworden, dat de Schriften u weinig meer zeggen, en dat u zelfs gaat twijfelen of er ooit een werk van God aan uw ziel geschied is? Zie dan in dit woord geen harde bestraffing, maar een tedere waarschuwing van een Herder Die Zijn schapen kent. Het verslappen van het gebed en het verslappen van het geloof gaan samen, en de vijand is onvermoeid.
Laat dit u niet tot wanhoop drijven, maar weer naar de troon der genade. God zal het werk Zijner handen niet laten varen; Hij bestendigt het leven dat Hij gegeven heeft. Maar Hij doet dat in de weg van waken en bidden, van het Woord lezen met een gelovig hart. Zoek dan opnieuw Zijn aangezicht, hoe zwak uw gebed ook is. Wie zich in zijn armoede tot Hem keert, zal ervaren dat Hij de gemeenschap herstelt die door onze zonde verbroken werd.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Waakt en bidt.
Markus 13:33
Men kan alleen in het geloof blijven door te waken en te bidden. In dezelfde mate waarin het gebed in ons binnenste verslapt, verslapt ook de kracht van het geloof. Als u gebeden en smekingen nalaat, kunt u zover komen dat elk zaadje van geloof in uw hart verloren lijkt. U kunt zelfs zover komen dat u denkt nooit iets te hebben gekend van een werk van God aan uw ziel, en dat u uzelf hebt misleid door te menen dat er enige genade aan uw ziel geschied was.
Ook door waakzaamheid wordt de liefde van God in stand gehouden. Als u niet waakt tegen de zonde in u, tegen de strikken die voor uw voet worden gespannen, tegen de verzoekingen die zich elke dag en elk uur op uw weg voordoen, en tegen de kracht en de listen van uw onvermoeide vijand, dan zult u zeker vallen. En als u valt, brengt u schuld en slavernij, duisternis en ellende in uw ziel, en snijdt u voor een tijd alle lieflijke gemeenschap met God af. Daarom moet u bidden en waken, want zonder waakzaamheid heeft het gebed geen kracht.
En als wij de Schriften verwaarlozen, of ze lezen zonder aandacht en zonder geloof, zullen zij ons weinig nut doen. Zij moeten met een gelovig oog en hart gelezen worden, als de openbaring van God ontvangen worden en met het geloof gemengd zijn, anders doen zij ons geen nut (Hebr. 4:2). Het leven van God is een diepe, verborgen en heilige zaak in onze ziel. Het is waar: God zal het in stand houden; Hij zal het werk van Zijn handen niet laten varen. Maar als wij niet lezen en bidden, waken en overdenken, strijden tegen de zonde die ons omringt en voortdurend het aangezicht van de Heere zoeken, dan zullen wij de kracht en de macht van het geloof merkbaar zien afnemen. En als dat zo is, kan er geen wandel met God zijn.
De Heer betoont Zijn welbehagen
Aan hen, die need’rig naar Hem vragen,
Hem vrezen, Zijne hulp verbeiden
En door Zijn hand zich laten leiden.
Ps. 147:6
Aan de lezer…
Hoe staat het met uw binnenkamer? Merkt u dat het gebed slap is geworden, dat de Schriften u weinig meer zeggen, en dat u zelfs gaat twijfelen of er ooit een werk van God aan uw ziel geschied is? Zie dan in dit woord geen harde bestraffing, maar een tedere waarschuwing van een Herder Die Zijn schapen kent. Het verslappen van het gebed en het verslappen van het geloof gaan samen, en de vijand wordt niet moe.
Laat dit u niet tot wanhoop drijven, maar terug naar de troon van de genade. God zal het werk van Zijn handen niet laten varen; Hij houdt het leven dat Hij gegeven heeft in stand. Maar Hij doet dat in de weg van waken en bidden, en van het lezen van het Woord met een gelovig hart. Zoek dan opnieuw Zijn aangezicht, hoe zwak uw gebed ook is. Wie zich in zijn armoede tot Hem keert, zal ervaren dat Hij de gemeenschap herstelt die door onze zonde verbroken werd.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Watch and pray.
Mark 13:33
There is no keeping up FAITH except by prayer and watchfulness. As prayer declines in the bosom, so does the strength of faith. You may go on neglecting prayer and supplication until every grain of faith seems lost from your bosom, and may come at last to think you never knew anything of a work of God upon your heart, and have been deceived in believing there was any grace there.
By watchfulness also is the LOVE of God maintained. Unless you watch against your besetting sins, against the snares spread for your feet, against the temptations that daily and hourly beset your path, against being overcome by the strength or subtlety of your unwearied foe, you are sure to fall; and if you fall you will bring guilt and bondage, darkness and distress into your mind, and cut off for a time all friendly communion with God.
Therefore you must pray and watch; for without watchfulness, prayer is of little efficacy. And if we neglect the Scriptures, or read them carelessly or unbelievingly, they will do us little good. They must be read with believing eyes and heart, received as the revelation of God, and must be mixed with faith, or assuredly they will not profit us (Heb. 4:2).
The life of God is a very deep, secret, and sacred thing in the soul. God, it is true, will maintain it; He will not leave His work unaccomplished; but unless we read and pray, watch and meditate, wage war against besetting sins, and seek the Lord’s face continually, we shall find the strength and power of faith very sensibly decline; and if so, there is no comfortable walking with God.
To the reader…
How are things in your prayer closet? Do you notice that prayer has grown slack, that the Scriptures say little to you any more, and that you are even beginning to doubt whether a work of God was ever done in your soul? Then do not see in this word a harsh rebuke, but a tender warning from a Shepherd Who knows His sheep. The slackening of prayer and the slackening of faith go together, and the enemy does not grow weary.
Do not let this drive you to despair, but back to the throne of grace. God will not forsake the work of His hands; He maintains the life He has given. But He does so in the way of watching and praying, and of reading the Word with a believing heart. Seek His face again, then, however weak your prayer may be. Whoever turns to Him in his poverty will find that He restores the communion our sin has broken.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Velad y orad.
Marcos 13:33
No hay modo de mantener la FE sino por la oración y la vigilancia. A medida que la oración decae en el pecho, decae también la fuerza de la fe. Usted puede seguir descuidando la oración y la súplica hasta que todo grano de fe parezca perdido de su pecho, y llegar al fin a pensar que nunca supo nada de una obra de Dios en su corazón, y que se engañó al creer que había allí alguna gracia.
También por la vigilancia se mantiene el AMOR de Dios. A menos que vele contra sus pecados habituales, contra los lazos tendidos a sus pies, contra las tentaciones que cada día y cada hora asedian su camino, contra ser vencido por la fuerza o la astucia de su incansable enemigo, de seguro caerá; y si cae, traerá culpa y esclavitud, oscuridad y angustia a su mente, y cortará por un tiempo toda comunión amistosa con Dios.
Por tanto, usted debe orar y velar; porque sin vigilancia la oración es de poca eficacia. Y si descuidamos las Escrituras, o las leemos con descuido o incredulidad, poco bien nos harán. Han de leerse con ojos y corazón creyentes, recibirse como la revelación de Dios, y han de ir mezcladas con fe, o ciertamente no nos aprovecharán (Heb. 4:2).
La vida de Dios es algo muy profundo, secreto y sagrado en el alma. Dios, es cierto, la mantendrá; no dejará Su obra sin cumplir; pero a menos que leamos y oremos, velemos y meditemos, hagamos guerra contra los pecados habituales y busquemos continuamente el rostro del Señor, hallaremos que la fuerza y el poder de la fe decaen muy sensiblemente; y si es así, no hay un andar con Dios lleno de consuelo.
Al lector…
¿Cómo van las cosas en su aposento de oración? ¿Nota que la oración se ha aflojado, que las Escrituras ya le dicen poco, y que incluso empieza a dudar de si alguna vez se hizo una obra de Dios en su alma? Entonces no vea en esta palabra una reprensión dura, sino una tierna advertencia de un Pastor que conoce a Sus ovejas. El aflojarse de la oración y el aflojarse de la fe van juntos, y el enemigo no se cansa.
No deje que esto le lleve a la desesperación, sino de vuelta al trono de la gracia. Dios no abandonará la obra de Sus manos; Él mantiene la vida que ha dado. Pero lo hace por el camino de velar y orar, y de leer la Palabra con un corazón creyente. Busque, pues, de nuevo Su rostro, por débil que sea su oración. Quien se vuelve a Él en su pobreza hallará que Él restaura la comunión que nuestro pecado ha roto.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Alle dingen ten goede
En wij weten dat degenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede.
Romeinen 8:28
Wat betekent het uit God te zijn geboren? We lezen over degenen die volgelingen van de Heere Jezus Christus waren, dat zij „niet uit den bloede, noch uit de wil des vleses, noch uit de wil des mans, maar uit God geboren zijn” (Joh. 1:13). Een hemelse geboorte wordt hier tegenover de geboorte van het vlees gesteld; de ene wordt verworpen, de andere wordt gesteld. Uit God te zijn geboren betekent tot geestelijk leven te worden gewekt door de Heilige Geest; van de dood naar het leven te zijn overgegaan; geloof, hoop en liefde in ons hart te hebben gekregen door de werking van God de Heilige Geest; nieuwe schepselen te zijn geworden in Christus; het Koninkrijk der hemelen te hebben verkregen en de kracht van God in onze ziel te ervaren. Als iemand kan merken dat hij uit God is geboren; dat er een grote omkering in zijn ziel heeft plaatsgevonden; dat hij een nieuw schepsel in Christus is; dat oude dingen verdwenen zijn en alles nieuw wordt; als hij de getuigenis van God in zijn geweten heeft dat deze goddelijke verandering zich in hem heeft voltrokken, en dat Gods liefde in zijn hart is uitgestort door de Heilige Geest – dan heeft hij bewijs dat hij iemand is die God liefheeft, en daarmee recht heeft op de belofte die in ons verschiet ligt.
Ons tweede kenteken van degene die God liefheeft, is dat hij God kent. Dit kunnen we niet van nature, want er ligt een sluier van ongeloof over ons hart. We worden in duisternis en de schaduw van de dood geboren. Maar als het God belieft in onze zielen te stralen en ons „verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus” (2 Kor. 4:6) te geven; de sluier van ongeloof weg te nemen en ons die kennis van Hemzelf te geven als de enige ware God, en van Jezus Christus, Die Hij heeft gezonden – wat het eeuwige leven is – dan kennen we God; we weten Wie Hij is en we vrezen Zijn grote Naam.
Lezen: 1 Johannes 4:7-21
Aan de lezer…
Soms vraagt u zich in stilte af of die gezegende belofte ook u geldt, dat alle dingen medewerken ten goede. Zie dan niet eerst naar de sterkte van uw liefde, maar naar het werk dat God in u gedaan heeft. Is er een omkering in uw ziel gekomen, een nieuw leven dat u niet uit uzelf had? Is de sluier van ongeloof weleens weggenomen, zodat u iets zag van de heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus?
Zo ja, dan is dat geen werk van vlees en bloed, maar van de Heilige Geest. Van nature liggen wij allen in duisternis en de schaduw van de dood; dat u God hebt leren kennen en Zijn grote Naam hebt leren vrezen, is Zijn eigen gave. Durf daaruit te besluiten dat Hij u niet vergeten is. Die het licht in uw hart heeft doen schijnen, zal ook Zijn belofte aan u waarmaken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En wij weten dat degenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede.
Romeinen 8:28
Wat betekent het uit God geboren te zijn? We lezen over hen die volgelingen van de Heere Jezus Christus waren, dat zij „niet uit den bloede, noch uit de wil des vleses, noch uit de wil des mans, maar uit God geboren zijn” (Joh. 1:13). Een hemelse geboorte wordt hier tegenover de geboorte uit het vlees gesteld; de ene wordt afgewezen, de andere bevestigd. Uit God geboren zijn betekent: door de Heilige Geest tot geestelijk leven gewekt zijn; uit de dood in het leven zijn overgegaan; door de werking van God de Heilige Geest geloof, hoop en liefde in ons hart hebben gekregen; nieuwe schepselen in Christus zijn geworden; het Koninkrijk der hemelen hebben ontvangen en de kracht van God in onze ziel ervaren.
Stel dat iemand mag merken dat hij uit God geboren is; dat er een grote omkeer in zijn ziel heeft plaatsgevonden; dat hij een nieuw schepsel in Christus is; dat het oude voorbijgegaan is en alles nieuw wordt. Stel dat hij het getuigenis van God in zijn geweten heeft dat deze goddelijke verandering zich in hem voltrokken heeft, en dat Gods liefde door de Heilige Geest in zijn hart is uitgestort. Dan heeft hij het bewijs dat hij iemand is die God liefheeft, en daarmee recht op de belofte die ons hier voor ogen staat.
Ons tweede kenteken van wie God liefheeft, is dat hij God kent. Dat kunnen we van nature niet, want er ligt een sluier van ongeloof over ons hart. We worden geboren in duisternis en in de schaduw van de dood. Maar wanneer het God behaagt in onze ziel te schijnen en ons de „verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus” (2 Kor. 4:6) te geven, wanneer Hij de sluier van ongeloof wegneemt en ons de kennis geeft van Hemzelf als de enige waarachtige God, en van Jezus Christus, Die Hij gezonden heeft – en dat is het eeuwige leven – dan kennen we God. Dan weten we Wie Hij is en vrezen we Zijn grote Naam.
Lezen: 1 Johannes 4:7-21
Aan de lezer…
Soms vraagt u zich in stilte af of die gezegende belofte ook voor u geldt, dat alle dingen medewerken ten goede. Kijk dan niet eerst naar de sterkte van uw liefde, maar naar het werk dat God in u gedaan heeft. Is er een omkeer in uw ziel gekomen, een nieuw leven dat u niet uit uzelf had? Is de sluier van ongeloof weleens weggenomen, zodat u iets zag van de heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus?
Zo ja, dan is dat geen werk van vlees en bloed, maar van de Heilige Geest. Van nature liggen wij allen in duisternis en in de schaduw van de dood; dat u God hebt leren kennen en Zijn grote Naam hebt leren vrezen, is Zijn eigen gave. Durf daaruit te besluiten dat Hij u niet vergeten is. Hij Die het licht in uw hart heeft doen schijnen, zal ook Zijn belofte aan u waarmaken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And we know that all things work together for good to them that love God.
Romans 8:28
What does it mean to be born of God? We read of those who were followers of the Lord Jesus Christ that they “were born, not of blood, nor of the will of the flesh, nor of the will of man, but of God” (John 1:13). A heavenly birth is here set over against the birth of the flesh; the one is denied, the other affirmed. To be born of God means to be quickened into spiritual life by the Holy Ghost; to have passed from death unto life; to have received faith, hope and love in our hearts by the operation of God the Holy Ghost; to have become new creatures in Christ; to have received the kingdom of heaven and to experience the power of God in our soul.
Suppose a man is enabled to find that he is born of God; that a great change has taken place in his soul; that he is a new creature in Christ; that old things are passed away and all things are becoming new. Suppose he has the witness of God in his conscience that this Divine change has been wrought in him, and that the love of God has been shed abroad in his heart by the Holy Ghost. Then he has the evidence that he is one who loves God, and with it a right to the promise now before us.
Our second mark of one who loves God is that he knows God. This we cannot do by nature, for a veil of unbelief lies over our heart. We are born in darkness and in the shadow of death. But when it pleases God to shine into our soul and to give us “the light of the knowledge of the glory of God in the face of Jesus Christ” (2 Cor. 4:6), when He takes away the veil of unbelief and gives us the knowledge of Himself as the only true God, and of Jesus Christ, Whom He has sent (and this is life eternal), then we know God. Then we know Who He is and fear His great Name.
Reading: 1 John 4:7-21
To the reader…
Sometimes you quietly wonder whether that blessed promise, that all things work together for good, also holds for you. Then do not look first at the strength of your love, but at the work God has done in you. Has a change come into your soul, a new life that you did not have of yourself? Has the veil of unbelief ever been taken away, so that you saw something of the glory of God in the face of Jesus Christ?
If so, that is no work of flesh and blood, but of the Holy Ghost. By nature we all lie in darkness and in the shadow of death; that you have learned to know God and to fear His great Name is His own gift. Dare to conclude from this that He has not forgotten you. He Who has caused the light to shine in your heart will also make His promise good to you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y sabemos que a los que a Dios aman, todas las cosas les ayudan a bien.
Romanos 8:28
¿Qué significa ser nacido de Dios? Leemos de los que eran seguidores del Señor Jesucristo que “no son engendrados de sangre, ni de voluntad de carne, ni de voluntad de varón, mas de Dios” (Juan 1:13). Aquí se contrapone un nacimiento celestial al nacimiento de la carne; el uno se niega, el otro se afirma. Ser nacido de Dios significa ser vivificado a la vida espiritual por el Espíritu Santo; haber pasado de muerte a vida; haber recibido fe, esperanza y amor en nuestros corazones por la operación de Dios el Espíritu Santo; haber llegado a ser nuevas criaturas en Cristo; haber recibido el reino de los cielos y experimentar el poder de Dios en nuestra alma.
Supongamos que a un hombre se le concede hallar que es nacido de Dios; que se ha producido un gran cambio en su alma; que es una nueva criatura en Cristo; que las cosas viejas pasaron y todas las cosas están siendo hechas nuevas. Supongamos que tiene el testimonio de Dios en su conciencia de que este cambio divino ha sido obrado en él, y de que el amor de Dios ha sido derramado en su corazón por el Espíritu Santo. Entonces tiene la evidencia de que es uno que ama a Dios, y con ella un derecho a la promesa que ahora tenemos delante.
Nuestra segunda señal de uno que ama a Dios es que conoce a Dios. Esto no lo podemos hacer por naturaleza, porque un velo de incredulidad cubre nuestro corazón. Nacemos en tinieblas y en sombra de muerte. Pero cuando a Dios le place resplandecer en nuestra alma y darnos “la iluminación del conocimiento de la gloria de Dios en la faz de Jesucristo” (2 Cor. 4:6), cuando quita el velo de incredulidad y nos da el conocimiento de Sí mismo como el solo Dios verdadero, y de Jesucristo, al cual ha enviado (y esta es la vida eterna), entonces conocemos a Dios. Entonces sabemos quién es Él y tememos Su gran Nombre.
Lectura: 1 Juan 4:7-21
Al lector…
A veces se pregunta usted en silencio si aquella bendita promesa, que todas las cosas ayudan a bien, vale también para usted. Entonces no mire primero la fuerza de su amor, sino la obra que Dios ha hecho en usted. ¿Ha entrado un cambio en su alma, una vida nueva que no tenía por sí mismo? ¿Le ha sido quitado alguna vez el velo de incredulidad, de modo que vio algo de la gloria de Dios en la faz de Jesucristo?
Si es así, eso no es obra de carne y sangre, sino del Espíritu Santo. Por naturaleza todos yacemos en tinieblas y en sombra de muerte; que usted haya aprendido a conocer a Dios y a temer Su gran Nombre es don Suyo. Atrévase a concluir de ello que Él no le ha olvidado. El que hizo resplandecer la luz en su corazón también cumplirá Su promesa con usted.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Geroepen en bewaard in Jezus Christus.
Judas 1
Wat een barmhartigheid is het voor Gods volk, dat zij, vóór zij in de tijd met Christus verenigd zijn, vóór zij bevindelijk in Hem zijn ingeënt, vóór de grondlegging der wereld eeuwig en onafscheidelijk met Hem verenigd waren. Het is door deze eeuwige vereniging dat zij in de tijd een bestaan ontvangen. Het is krachtens deze vereniging dat zij in de wereld komen op zulk een tijd, op zulk een plaats, van zulke ouders, onder zulke omstandigheden, als God heeft bepaald. Het is uit kracht van deze eeuwige vereniging dat de omstandigheden van hun levensloop zijn beschikt.
Uit kracht van deze eeuwige vereniging worden zij in Christus Jezus bewaard aleer zij geroepen worden. Zij kunnen niet sterven voordat God de daadwerkelijke vereniging met Christus heeft bewerkstelligd. Welke ziekten zij ook mogen doormaken, aan welke rampen zij ook mogen blootgesteld worden, welke gevaren zij ook te land of ter zee mogen ontmoeten, zij zullen noch kunnen sterven, tot God Zijn voornemen, hen te brengen tot de dadelijke vereniging met de Zoon Zijner liefde, heeft ten uitvoer gebracht. Zo waakt deze eeuwige vereniging over iedere omstandigheid van hun geboorte, hun kindsheid, hun middelbare leeftijd, totdat de bestemde tijd en plaats er is, wanneer de God aller genade, overeenkomstig Zijn eeuwige beschikking, het behaagt hun ziel het leven te schenken en hen dus bevindelijk te verenigen met de Heere des levens en der heerlijkheid.
Aan de lezer…
U die soms terugkijkt op uw leven, vraagt u zich af waarom het zo gelopen is: die plaats, die omstandigheden, die gevaren waaruit u gespaard bleef? Het is geen toeval geweest. Wie in Christus Jezus geroepen worden, zijn ook in Hem bewaard, al lang voordat zij het wisten.
Is uw ziel nu bekommerd en weet u nog niet of u deel hebt aan Hem, zie dan toch hoe trouw de Heere over uw leven gewaakt heeft. Hij heeft u gespaard tot op deze dag. Roep dan tot Hem, of Hij u ook bevindelijk wil verenigen met de Heere des levens en der heerlijkheid. Wie Hij bewaart, laat Hij niet los.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Geroepen en bewaard in Jezus Christus.
Judas 1
Wat een barmhartigheid is het voor Gods volk dat zij, al vóórdat zij in de tijd met Christus verenigd zijn, vóórdat zij bevindelijk in Hem zijn ingeënt, vóór de grondlegging van de wereld eeuwig en onafscheidelijk met Hem verenigd waren. Door deze eeuwige vereniging ontvangen zij in de tijd hun bestaan. Op grond van deze vereniging komen zij in de wereld op zo’n tijd, op zo’n plaats, uit zulke ouders en onder zulke omstandigheden als God heeft bepaald. Krachtens deze eeuwige vereniging zijn de omstandigheden van hun levensloop beschikt.
Krachtens deze eeuwige vereniging worden zij in Christus Jezus bewaard voordat zij geroepen worden. Zij kunnen niet sterven voordat God de werkelijke vereniging met Christus tot stand heeft gebracht. Welke ziekten zij ook doormaken, aan welke rampen zij ook blootgesteld worden, welke gevaren zij ook op land of op zee tegenkomen, zij zullen en kunnen niet sterven totdat God Zijn voornemen om hen tot de daadwerkelijke vereniging met de Zoon van Zijn liefde te brengen, heeft uitgevoerd. Zo waakt deze eeuwige vereniging over iedere omstandigheid van hun geboorte, hun kinderjaren en hun middelbare leeftijd. Dat duurt totdat de bestemde tijd en plaats daar is, wanneer het de God van alle genade, overeenkomstig Zijn eeuwige beschikking, behaagt om hun ziel het leven te schenken en hen zo bevindelijk te verenigen met de Heere van het leven en van de heerlijkheid.
Aan de lezer…
U die soms terugkijkt op uw leven, vraagt u zich af waarom het zo gelopen is: die plaats, die omstandigheden, die gevaren waaruit u gespaard bleef? Het is geen toeval geweest. Wie in Christus Jezus geroepen worden, zijn ook in Hem bewaard, al lang voordat zij het wisten.
Is uw ziel nu bekommerd en weet u nog niet of u deel aan Hem hebt, zie dan toch hoe trouw de Heere over uw leven gewaakt heeft. Hij heeft u gespaard tot op deze dag. Roep dan tot Hem of Hij u ook bevindelijk wil verenigen met de Heere van het leven en van de heerlijkheid. Wie Hij bewaart, laat Hij niet los.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Jude, the servant of Jesus Christ, and brother of James, to them that are sanctified by God the Father, and preserved in Jesus Christ, and called.
Jude 1
What a mercy it is for God’s people that before they have a vital union with Christ, before they are grafted into Him experimentally—they have an eternal, immanent union with Him before all worlds. It is this eternal union that brings them into time existence. It is by virtue of this eternal union that they come into the world at such a time, at such a place, from such parents, under such circumstances, as God has appointed. It is by virtue of this eternal union that the circumstances of their time-state are ordained. By virtue of this eternal union they are preserved in Christ before they are called; they cannot die until God has brought about a vital union with Christ.
Whatever sickness they may pass through, whatever injuries they may be exposed to, whatever perils assault them on sea or land, die they will not, die they cannot, until God’s purposes are executed in bringing them into a vital union with the Son of His love. Thus, this eternal union watched over every circumstance of their birth, watched over their childhood, watched over their manhood, watched over them until the appointed time and spot, when “the God of all grace,” according to His eternal purpose, was pleased to quicken their souls, and thus bring about an experimental union with the Lord of life and glory.
To the reader…
You who sometimes look back on your life, do you wonder why it went the way it did: that place, those circumstances, those dangers from which you were spared? It was no accident. Those who are called in Christ Jesus are also preserved in Him, long before they knew it.
Is your soul troubled now, and do you not yet know whether you have a part in Him? Then see how faithfully the Lord has watched over your life. He has spared you to this very day. Cry to Him, then, that He would also unite you experimentally with the Lord of life and glory. Those whom He preserves, He does not let go.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Judas, siervo de Jesucristo, y hermano de Jacobo, a los llamados, santificados en Dios Padre, y conservados en Jesucristo.
Judas 1
¡Qué misericordia es para el pueblo de Dios que, antes de tener una unión vital con Cristo, antes de ser injertados en Él de manera experimental, tengan una unión eterna e inmanente con Él antes de todos los siglos! Es esta unión eterna la que los trae a la existencia en el tiempo. Es en virtud de esta unión eterna que vienen al mundo en tal tiempo, en tal lugar, de tales padres, en tales circunstancias, como Dios ha dispuesto. Es en virtud de esta unión eterna que las circunstancias de su estado en el tiempo están ordenadas. En virtud de esta unión eterna son conservados en Cristo antes de ser llamados; no pueden morir hasta que Dios haya producido una unión vital con Cristo.
Cualquiera que sea la enfermedad por la que pasen, cualesquiera que sean los daños a que estén expuestos, cualesquiera que sean los peligros que los asalten en el mar o en la tierra, morir no morirán, morir no pueden, hasta que se cumplan los propósitos de Dios de traerlos a una unión vital con el Hijo de Su amor. Así, esta unión eterna veló sobre cada circunstancia de su nacimiento, veló sobre su niñez, veló sobre su edad adulta, veló sobre ellos hasta el tiempo y el lugar señalados, cuando “el Dios de toda gracia”, conforme a Su propósito eterno, tuvo a bien vivificar sus almas, y así producir una unión experimental con el Señor de la vida y de la gloria.
Al lector…
Usted que a veces mira atrás a su vida, ¿se pregunta por qué fue como fue: aquel lugar, aquellas circunstancias, aquellos peligros de los que fue librado? No fue casualidad. Los que son llamados en Cristo Jesús son también conservados en Él, mucho antes de saberlo.
¿Está ahora turbada su alma, y no sabe todavía si tiene parte en Él? Entonces vea con cuánta fidelidad el Señor ha velado sobre su vida. Le ha guardado hasta este mismo día. Clame, pues, a Él para que le una también de manera experimental con el Señor de la vida y de la gloria. A los que Él conserva, no los suelta.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl