Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

10 juni Korenaren uit de volle oogst

Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode: want van Hem is mijn verwachting.
Psalm 62:6

Ik geloof dat de Heere, voordat Hij ooit een zegen schenkt aan de ziel van Zijn arme en behoeftige kinderen, hen niet alleen door de Geest overtuigt van de diepte van hun armoede, van hun van nature verloren toestand en van hun volstrekt gebrek aan enig goed. Hij opent ook op een geheimzinnige manier hun ogen om bepaalde zegeningen te zien die in Christus zijn weggelegd. Zoals de rechtvaardiging, om hun naaktheid te bedekken; het bloed, om voor hun overtredingen te boeten; de genade, die oneindig groot is, om de grootheid van de zonden te bedekken; het geloof, om dingen te bewijzen die men niet ziet; de hoop, om binnen het voorhangsel te ankeren; en de liefde, die een voorsmaak moet zijn van de eeuwige zaligheid.

Deze en dergelijke zegeningen stelt de Heere hun voor ogen, en Hij geeft hun geestelijk te verstaan dat deze barmhartigheden in Christus zijn weggelegd. Wanneer Hij hun zo laat begrijpen wat de zegen is, en hun laat zien dat deze zegeningen niet in het schepsel maar in Christus zijn, wekt Hij in hun ziel verlangens, zuchten en een vurige liefde naar die zegeningen. Dan kan niets anders dan juist deze genade hen werkelijk tevredenstellen, hun geest tot rust brengen, hun onrust verminderen, hun wonden verbinden en olie en wijn in hun geweten gieten. Zo maakt Hij hen tot smekelingen en legt Hij hen als bedelaars aan Zijn voeten.

Toch is er, hoe laag zij zich ook voelen en hoe zwart zij ook weten dat zij zijn, die geheimzinnige aantrekkingskracht van de Geest. Er is ook die geheimzinnige verbinding tussen hun armoede en de gerechtigheid van Christus, tussen hun naaktheid en het kleed van Christus’ rechtvaardiging, tussen hun hulpeloosheid en Zijn oneindige kracht. Daarom kunnen zij nooit tevreden zijn, tenzij die beide in hun geweten met elkaar verenigd worden, zodat zij die vereniging ervaren en genieten.

De Heer verlost en spaart
zijn volk, dat op zijn hulp vertrouwt.
Het zal, door Hem in gunst beschouwd,
niet schuldig zijn verklaard.

Ps. 34:11

Aan de lezer…

Voelt u zich, lezer, als een bedelaar aan de voeten van de Heere, arm, naakt en zonder enig goed in uzelf? Dan bent u op de plaats waar Hij Zijn kinderen gewoonlijk brengt voordat Hij zegent. Eerst overtuigt Hij van de diepte van de armoede, en dan opent Hij de ogen voor wat in Christus is weggelegd: gerechtigheid om de naaktheid te bedekken, bloed om voor de overtredingen te boeten, genade die groter is dan de zonde.

Nu kunt u met minder niet meer tevreden zijn; niets dan juist deze genade kan uw onrust stillen en uw wonden verbinden. Dat zuchten en die honger zijn Zijn werk. Zwijg dan Gode, niet in moedeloosheid, maar in stille verwachting, want van Hem is uw verwachting. Hij Die u uw armoede liet kennen en uw verlangen naar Christus wekte, zal uw armoede en Zijn rijkdom eens in uw geweten samenbrengen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

10 juni 365 dagen met Philpot

Een grote Hogepriester

Dewijl wij dan een grote Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, de Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.
Hebreeën 4:14

Maar tussen de hogepriester onder de wet en de „Hogepriester over het huis Gods” zijn er naast punten van overeenkomst ook punten van verschil. De hogepriester onder de wet was slechts een mens, maar de „Hogepriester over het huis Gods” is God-mens, „Immanuël, God met ons”, de eeuwige „Zoon van de Vader, in Waarheid en Liefde”, Die onze natuur heeft verenigd met Zijn eigen goddelijke en heerlijke Persoon. De hogepriester onder de wet stierf na verloop van jaren en werd opgevolgd door een hogepriester die even sterfelijk was als hijzelf (zie Hebr. 7:23), maar de Hogepriester hierboven leeft voor eeuwig om „voor ons te bidden”.

De hogepriester onder de wet kon iemand zijn (en de apostel lijkt hierop te zinspelen) die geen medelijden of medegevoel had met de gebreken en zonden van hen voor wie hij offerde. Hij kon zijn als een priester die een en al heiligheid lijkt, maar geen teder hart heeft om mededogen te hebben met afvalligen en met hen die zijn afgedwaald. Over de „Hogepriester over het huis Gods” zegt de apostel echter dat Hij „medelijden kan hebben met onze zwakheden”. De hogepriester onder de wet kon al dan niet verzocht worden. Hij kon al dan niet iemand zijn die de kwelling van zijn eigen hart en de werkingen van zijn gevallen natuur kende, en daarom was hij misschien niet „in alle dingen verzocht” zoals zij voor wie hij een offer bracht.

De „Hogepriester over het huis Gods” is „in alle dingen, gelijk als wij, verzocht geweest”, en kan daarom medelijden hebben met wie verzocht worden. De hogepriester onder de wet was een zondaar; de „Hogepriester over het huis Gods” is smetteloos, zonder zonde, „heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden”.

Lezen: Hebreeën 9:1-15

Aan de lezer…

Arme zondaar, schrikt u ervoor terug om tot de Heere te gaan, omdat u zo vaak bent afgedwaald? Bent u bang dat Hij zal zijn als een priester die een en al heiligheid lijkt, maar geen teder hart heeft voor de afvalligen? Dan zegt het Woord u hier iets anders. De Hogepriester over het huis Gods is God-mens, Immanuël, God met ons, en Hij leeft eeuwig om voor de Zijnen te bidden.

Hij is heilig, onnozel en onbesmet, afgescheiden van de zondaren. Toch is Hij in alle dingen, gelijk als wij, verzocht geweest, en daarom kan Hij medelijden hebben met onze zwakheden. Zijn heiligheid houdt de zondaar niet op afstand, maar maakt Zijn medelijden volmaakt. Een sterfelijke priester stierf en liet zijn volk achter; deze Hogepriester verlaat u nooit. Breng Hem dan uw zwakheid; Hij weet wat verzoeking is.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

10 juni Door Baca’s vallei

En hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.
1 Korinthe 3:13

Onder het vuur dat ieders werk zal beproeven, verstaat men niet alleen de toorn van God zoals die zich op de laatste dag zal openbaren, maar ook de vurige beproeving in dit leven. Die laat de Heere in Zijn grote barmhartigheid over Zijn volk komen, om hun hout, hooi en stoppels te laten verteren. Het is nu een onuitsprekelijk voorrecht als al dit brandbare materiaal verbrand wordt voordat wij op ons sterfbed komen. Deze vurige beproevingen, die God over ons laat komen door verdrukkingen, verzoekingen, smartelijke ervaringen en pijnlijke zielsoefeningen, zullen het hout, het hooi en de stoppels verbranden die de een of ander van Zijn volk voor de bovenbouw heeft verzameld.

Schuld die op iemands geweten drukt; de verschrikkingen van de Almachtige in een vurige wet; de pijlen die diep in het hart treffen en waarvan het vurige gif de geest uitdroogt; de vrees voor dood, hel en oordeel, samen met de vreselijke gedachte te zullen sterven onder de toorn van God: dit alles hoort bij de vurige beproeving die het hout, het hooi en de stoppels zal verbranden die de Babelbouwers op het fundament gelegd hebben. Dit alles verteert voor het vuur tot zwarte as. Zo wordt duidelijk wat het is en wat een ijdele toevlucht het biedt in dagen van moeite en zorg.

Wat zal er dan staande kunnen blijven in de vurige beproeving? Het geloof dat de Heere door Zijn Geest heeft ingeplant, dus het werk van God in de ziel. Het mag zwak zijn, maar het zal beproefd worden. Het mag soms lijken alsof het nauwelijks staande zal blijven, maar het zal elke storm doorstaan en ten slotte overwinnen. Een goede hoop door genade, een hoop die de Heere Zelf schenkt en onderhoudt, is als een goed beproefd anker dat het in de storm zal uithouden. Zij is als goud en zilver dat de heetste oven kan verdragen. Het verliest daarin wel het schuim, maar niet de zuivere bestanddelen; door de beproeving wordt het alleen maar gelouterd en gereinigd, en het bewijst des te meer dat het een edel metaal is.

Zo kunnen ook deze „kostelijke stenen” (1 Kor. 3:12) nooit verloren gaan of verbranden: deze hemelse bezoeken, zoete openbaringen, dierbare beloften, vertroostende ontdekkingen en heerlijke openbaringen van de Zoon van God, met de blikken van Zijn stervende, bloedende liefde, deze hemelse juwelen. Zij mogen beproefd worden, ja scherp en hevig beproefd, maar omdat zij Gods gave en werk zijn, zijn zij in wezen onverwoestbaar.

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u door het vuur gaat: verdrukkingen, verzoekingen, een schuld die op uw geweten drukt, de vrees voor dood en oordeel. Het is pijnlijk, en ik maak het niet mooier dan het is. Maar ik noem het toch een onuitsprekelijk voorrecht wanneer het hout, het hooi en de stoppels al verbranden vóór het sterfbed. Wat nu tot as wordt, was nooit een veilige toevlucht.

Vrees echter niet dat alles verteert. Het geloof dat de Heere door Zijn Geest heeft ingeplant, zal staande blijven, hoe zwak het ook is. Een goede hoop door genade is als goud in de oven: het verliest wel zijn schuim, maar niets van zijn waarde. En die kostelijke stenen, de bezoeken van Zijn liefde, de beloften die Hij u eens toesprak, kunnen nooit verbranden. Het zijn Zijn gaven, en wat Hij geeft, gaat niet verloren.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina