10 de junio
Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode: want van Hem is mijn verwachting.
Psalm 62:6
Ik geloof dat de Heere, vóórdat Hij ooit een zegen aan de ziel van Zijn arme en behoeftige kinderen schenkt, hen niet slechts door de Geest overtuigt van de diepte hunner armoede, van hun van nature verloren toestand, van gans gebrek aan enig goed; maar Hij opent hun ogen op een geheimzinnige wijze om zekere zegeningen te zien die in Christus zijn weggelegd, zoals: rechtvaardigmaking, om hun naaktheid te bedekken; bloed, om voor hun overtredingen te boeten; genade, die oneindig groot is, om de grootte der zonden te bedekken; geloof, om dingen te bewijzen die men niet ziet; hoop, om binnen de voorhang te ankeren; en liefde, die een voorsmaak moet zijn van eeuwige zaligheid.
Deze en dergelijke zegeningen vertoont de Heere aan hun ogen en geeft hun geestelijk te verstaan dat deze barmhartigheden in Christus zijn weggelegd; en als Hij hun dit begrip geeft van hetgeen de zegen is, en hun toont dat deze zegeningen niet in het schepsel, maar in Christus zijn, wekt Hij in hun ziel de begeerten en zuchten en vurige liefde voor die zegeningen, zodat niets dan juist deze genade hen werkelijk kan tevredenstellen, hun geest tot rust brengen, hun onrust verminderen, hun wonden verbinden en olie en wijn gieten in hun geweten. En alzo maakt Hij hen tot smekelingen en legt ze als bedelaars aan Zijn voeten.
Toch is er, laag als zij zich gevoelen, zwart als zij weten dat zij zijn, die geheimzinnige aantrekkingskracht van de Geest, zowel als dat geheimzinnig één zijn van hun armoede en de gerechtigheid van Christus, hun naaktheid en het kleed van rechtvaardigmaking van Christus, hun hulpeloosheid en Zijn oneindige kracht, zodat zij nooit tevreden kunnen zijn, tenzij er een ervaren en genoten vereniging van die beide in hun geweten plaatsheeft.
De Heer verlost en spaart
zijn volk, dat op zijn hulp vertrouwt.
Het zal, door Hem in gunst beschouwd,
niet schuldig zijn verklaard.
Ps. 34:11
Aan de lezer…
Voelt u zich, lezer, als een bedelaar aan de voeten des Heeren, arm, naakt en zonder enig goed in uzelf? Dan bent u op de plaats waar Hij Zijn kinderen pleegt te brengen vóórdat Hij zegent. Eerst overtuigt Hij van de diepte der armoede, en dan opent Hij de ogen voor wat in Christus is weggelegd: gerechtigheid om de naaktheid te bedekken, bloed om voor de overtredingen te boeten, genade die groter is dan de zonde.
Nu kunt u met minder niet meer tevreden zijn; niets dan juist deze genade kan uw onrust stillen en uw wonden verbinden. Dat zuchten en die honger zijn Zijn werk. Zwijg dan Gode, niet in moedeloosheid, maar in stille verwachting, want van Hem is uw verwachting. Hij, Die u uw armoede deed kennen en uw begeerte naar Christus verwekte, zal uw armoede en Zijn rijkdom eens in uw geweten samenbrengen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode: want van Hem is mijn verwachting.
Psalm 62:6
Ik geloof dat de Heere, voordat Hij ooit een zegen schenkt aan de ziel van Zijn arme en behoeftige kinderen, hen niet alleen door de Geest overtuigt van de diepte van hun armoede, van hun van nature verloren toestand en van hun volstrekt gebrek aan enig goed. Hij opent ook op een geheimzinnige manier hun ogen om bepaalde zegeningen te zien die in Christus zijn weggelegd. Zoals de rechtvaardiging, om hun naaktheid te bedekken; het bloed, om voor hun overtredingen te boeten; de genade, die oneindig groot is, om de grootheid van de zonden te bedekken; het geloof, om dingen te bewijzen die men niet ziet; de hoop, om binnen het voorhangsel te ankeren; en de liefde, die een voorsmaak moet zijn van de eeuwige zaligheid.
Deze en dergelijke zegeningen stelt de Heere hun voor ogen, en Hij geeft hun geestelijk te verstaan dat deze barmhartigheden in Christus zijn weggelegd. Wanneer Hij hun zo laat begrijpen wat de zegen is, en hun laat zien dat deze zegeningen niet in het schepsel maar in Christus zijn, wekt Hij in hun ziel verlangens, zuchten en een vurige liefde naar die zegeningen. Dan kan niets anders dan juist deze genade hen werkelijk tevredenstellen, hun geest tot rust brengen, hun onrust verminderen, hun wonden verbinden en olie en wijn in hun geweten gieten. Zo maakt Hij hen tot smekelingen en legt Hij hen als bedelaars aan Zijn voeten.
Toch is er, hoe laag zij zich ook voelen en hoe zwart zij ook weten dat zij zijn, die geheimzinnige aantrekkingskracht van de Geest. Er is ook die geheimzinnige verbinding tussen hun armoede en de gerechtigheid van Christus, tussen hun naaktheid en het kleed van Christus’ rechtvaardiging, tussen hun hulpeloosheid en Zijn oneindige kracht. Daarom kunnen zij nooit tevreden zijn, tenzij die beide in hun geweten met elkaar verenigd worden, zodat zij die vereniging ervaren en genieten.
De Heer verlost en spaart
zijn volk, dat op zijn hulp vertrouwt.
Het zal, door Hem in gunst beschouwd,
niet schuldig zijn verklaard.
Ps. 34:11
Aan de lezer…
Voelt u zich, lezer, als een bedelaar aan de voeten van de Heere, arm, naakt en zonder enig goed in uzelf? Dan bent u op de plaats waar Hij Zijn kinderen gewoonlijk brengt voordat Hij zegent. Eerst overtuigt Hij van de diepte van de armoede, en dan opent Hij de ogen voor wat in Christus is weggelegd: gerechtigheid om de naaktheid te bedekken, bloed om voor de overtredingen te boeten, genade die groter is dan de zonde.
Nu kunt u met minder niet meer tevreden zijn; niets dan juist deze genade kan uw onrust stillen en uw wonden verbinden. Dat zuchten en die honger zijn Zijn werk. Zwijg dan Gode, niet in moedeloosheid, maar in stille verwachting, want van Hem is uw verwachting. Hij Die u uw armoede liet kennen en uw verlangen naar Christus wekte, zal uw armoede en Zijn rijkdom eens in uw geweten samenbrengen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
My soul, wait thou only upon God; for my expectation is from him.
Psalm 62:5
I believe that the Lord, before ever He communicates a real blessing to the souls of His poor and needy children, not merely convinces them by the Spirit of the depth of their poverty, of their truly ruined and lost state by nature, of the destitution of everything good in them; but He opens their eyes in a mysterious manner to see certain blessings which are stored up in Christ. For instance, righteousness to cover their nakedness, blood to atone for their transgressions, grace to superabound over all the aboundings of sin, faith to be the evidence of things not seen, hope to anchor within the veil, and love to be a foretaste of eternal bliss.
These and similar blessings the Lord presents before their eyes, and gives them a spiritual understanding that these mercies are stored up in Christ; and as He gives them this perception of what the blessing is, and shows them that these blessings are not in the creature, but in Christ, He draws forth the desires and sighs and ardent affections of their souls after these blessings, so that nothing but these special mercies can really satisfy them, ease their minds, assuage their troubles, bind up their wounds, and pour oil and wine into their conscience.
And thus He brings them to be suppliants, He lays them at His feet as beggars. Yet, base though they feel themselves to be, black though they know they are, there is that mysterious attraction of the Spirit, as well as that mysterious fitting together of their poverty and Christ’s righteousness, their nakedness and Christ’s justifying robe, their helplessness and His almighty strength; that they never can be satisfied, unless an experienced and enjoyed union of the two takes place in their conscience.
To the reader…
Do you feel like a beggar at the Lord’s feet, poor, naked and without any good thing in yourself? Then you are in the place where He usually brings His children before He blesses them. First He convinces them of the depth of their poverty, and then He opens their eyes to what is stored up in Christ: righteousness to cover their nakedness, blood to atone for their transgressions, grace that is greater than sin.
Now you can no longer be content with less; nothing but this very grace can quiet your unrest and bind up your wounds. That sighing and that hunger are His work. Wait silently upon God, then, not in despondency, but in quiet expectation, for your expectation is from Him. He Who made you know your poverty and awakened your longing for Christ will one day bring your poverty and His riches together in your conscience.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Alma mía, en Dios solamente reposa; porque de Él es mi esperanza.
Salmo 62:5
Creo que el Señor, antes de comunicar jamás una bendición real a las almas de Sus hijos pobres y necesitados, no solo los convence por el Espíritu de la profundidad de su pobreza, de su estado verdaderamente arruinado y perdido por naturaleza, de la carencia de todo bien en ellos; sino que abre sus ojos de una manera misteriosa para ver ciertas bendiciones que están guardadas en Cristo. Por ejemplo, justicia para cubrir su desnudez, sangre para expiar sus transgresiones, gracia para sobreabundar sobre toda la abundancia del pecado, fe para ser la demostración de las cosas que no se ven, esperanza para anclar dentro del velo, y amor para ser un anticipo de la dicha eterna.
Estas y otras bendiciones semejantes el Señor las presenta ante sus ojos, y les da un entendimiento espiritual de que estas misericordias están guardadas en Cristo; y al darles esta percepción de lo que es la bendición, y mostrarles que estas bendiciones no están en la criatura, sino en Cristo, hace brotar los deseos y suspiros y ardientes afectos de sus almas tras estas bendiciones, de modo que nada sino estas misericordias especiales puede realmente satisfacerlos, aliviar su mente, mitigar sus angustias, vendar sus heridas y derramar aceite y vino en su conciencia.
Y así los lleva a ser suplicantes; los pone a Sus pies como mendigos. Sin embargo, por viles que se sientan, por negros que sepan que son, existe esa misteriosa atracción del Espíritu, así como ese misterioso encaje entre su pobreza y la justicia de Cristo, su desnudez y el manto justificador de Cristo, su impotencia y Su fuerza todopoderosa; de modo que nunca pueden quedar satisfechos a menos que tenga lugar en su conciencia una unión experimentada y gozada de ambas cosas.
Al lector…
¿Se siente usted como un mendigo a los pies del Señor, pobre, desnudo y sin ningún bien en sí mismo? Entonces está en el lugar al que Él suele llevar a Sus hijos antes de bendecirlos. Primero los convence de la profundidad de su pobreza, y luego abre sus ojos a lo que está guardado en Cristo: justicia para cubrir su desnudez, sangre para expiar sus transgresiones, gracia que es mayor que el pecado.
Ahora ya no puede contentarse con menos; nada sino esta misma gracia puede calmar su inquietud y vendar sus heridas. Ese suspirar y esa hambre son obra Suya. Repose, pues, en silencio en Dios, no con desaliento, sino con serena expectativa, porque de Él es su esperanza. El que le hizo conocer su pobreza y despertó su anhelo de Cristo un día unirá su pobreza y Sus riquezas en su conciencia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl