5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Want Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld.
Psalm 107:9
Soms worden de levende kinderen van God voorgesteld als hongerig. Laat ons zien waarnaar zij hongeren. Is het genot, eer, bevordering, aanzien? O nee, zulk speelgoed en zulke onbenulligheden kan de hongerige geestelijke ziel niet verzadigen. Zij kunnen niet hongeren naar iets dat geen brood is. Zij hongeren dan naar de gerechtigheid, zoals de Heere zegt: „Zalig zijt gij, die hongert en dorst naar de gerechtigheid.” Zij hongeren naar God Zelf in Zijn gezegende openbaringen. Zij hongeren naar het Brood des Levens dat van de hemel neerdaalde, opdat een mens daarvan eet en niet sterft.
Christus kan naar de letterlijke zin de honger niet stillen. Zij moeten zich inwendig aan Hem verzadigen, of hun honger zal voortduren. Voor die hongerige ziel is Christus in letterlijke zin als een uitgehongerde bedelaar die voor een winkel vol levensmiddelen staat en geen cent heeft om er iets van te kopen. Wat is Christus naar de letter? Zal een blik op de Christus in het Woord van God de zondelast wegnemen, vrede uitstorten in de ziel, het geweten reinigen, of de macht van de zonde verbreken? Zal alleen de leer van Christus liefde tot Hem wekken, de wereld doen verzaken, het eigen ik onttronen, of het hart zuiveren?
Helaas! wij zeggen bij smartelijke ervaring: „Geen enkele jota, geen enkele jota!” Maar de tegenwoordigheid van Christus in de ziel kan opeens al deze dingen doen. Zo kan een hongerige ziel alleen verzadigd worden, als Christus komt in het hart als de Hope der heerlijkheid.
Hij maakte, Hij die heerlijk is,
Zijn wond’ren een gedachtenis.
Hij is barmhartig en genadig.
Hij gaf hun, die Hem vrezen, spijs
en, zijne grote naam ten prijs,
Gedenkt Hij zijns verbonds gestadig.
Ps. 111:3
Aan de lezer…
Hongert uw ziel, en kunnen genot, eer en aanzien haar niet verzadigen? Dan bent u in goed gezelschap, want zo worden hier de levende kinderen van God beschreven. Zij hongeren naar de gerechtigheid, naar God Zelf, naar het Brood des Levens dat uit de hemel nederdaalde. Ik zeg het u eerlijk: ook de leer van Christus alleen, hoe zuiver ook, neemt de zondelast niet weg en reinigt het geweten niet. Wie Christus slechts naar de letter kent, staat als een bedelaar voor een volle winkel.
Laat dat u niet ontmoedigen, maar naar Hem drijven. Want de tegenwoordigheid van Christus in de ziel kan opeens doen wat geen kennis vermag: vrede uitstorten, de macht van de zonde breken, liefde tot Hem wekken en de wereld doen verzaken. Uw honger is geen teken dat u buitengesloten bent; hij is de plaats waar de belofte u vindt: „Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld.” Roep dan om Hem Zelf.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld.
Psalm 107:9
Soms worden de levende kinderen van God voorgesteld als hongerigen. Laten we zien waarnaar zij hongeren. Is het genot, eer, bevordering, aanzien? O nee, zulk speelgoed en zulke nietigheden kunnen de hongerige geestelijke ziel niet verzadigen. Zij kunnen niet hongeren naar iets wat geen brood is. Zij hongeren dan ook naar de gerechtigheid, zoals de Heere zegt: „Zalig zijt gij, die hongert en dorst naar de gerechtigheid.” Zij hongeren naar God Zelf in Zijn gezegende openbaringen. Zij hongeren naar het Brood des Levens dat uit de hemel neerdaalde, opdat een mens daarvan eet en niet sterft.
Christus naar de letter kan de honger niet stillen. Zij moeten zich inwendig aan Hem verzadigen, anders blijft hun honger. Voor die hongerige ziel is een Christus naar de letter als een winkel vol levensmiddelen voor een uitgehongerde bedelaar die geen cent heeft om er iets van te kopen. Wat is Christus naar de letter? Zal een blik op de Christus in het Woord van God de last van de zonde wegnemen, vrede in de ziel uitstorten, het geweten reinigen of de macht van de zonde verbreken? Zal de leer van Christus alleen liefde tot Hem wekken, de wereld doen verzaken, het eigen ik onttronen of het hart reinigen?
Helaas! Wij zeggen uit smartelijke ervaring: „Geen enkele jota, geen enkele jota!” Maar de tegenwoordigheid van Christus in de ziel kan al deze dingen in één keer doen. Een hongerige ziel kan dus alleen verzadigd worden wanneer Christus in het hart komt als de Hoop der heerlijkheid.
Hij maakte, Hij die heerlijk is,
Zijn wond’ren een gedachtenis.
Hij is barmhartig en genadig.
Hij gaf hun, die Hem vrezen, spijs
en, zijne grote naam ten prijs,
Gedenkt Hij zijns verbonds gestadig.
Ps. 111:3
Aan de lezer…
Hongert uw ziel, en kunnen genot, eer en aanzien haar niet verzadigen? Dan bent u in goed gezelschap, want zo worden hier de levende kinderen van God beschreven. Zij hongeren naar de gerechtigheid, naar God Zelf, naar het Brood des Levens dat uit de hemel neerdaalde. Ik zeg het u eerlijk: ook de leer van Christus alleen, hoe zuiver ook, neemt de last van de zonde niet weg en reinigt het geweten niet. Wie Christus alleen naar de letter kent, staat als een bedelaar voor een volle winkel.
Laat dat u niet ontmoedigen, maar naar Hem drijven. Want de tegenwoordigheid van Christus in de ziel kan in één keer doen wat geen kennis vermag: vrede uitstorten, de macht van de zonde breken, liefde tot Hem wekken en de wereld doen verzaken. Uw honger is geen teken dat u buitengesloten bent; juist daar vindt de belofte u: „Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld.” Roep dan om Hem Zelf.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For He satisfieth the longing soul, and filleth the hungry soul with goodness.
Psalm 107:9
We find the living family of God sometimes set forth under the character of the ‘hungry’. Let us see what they are hungering after. Is it pleasure, honor, promotion, respectability? O no; these toys and baubles cannot satisfy the spiritual hunger of a living soul. They cannot hunger after that on which they cannot feed. They hunger then after righteousness, as the Lord said—“Blessed are you who hunger and thirst after righteousness.” They hunger after God Himself in His blessed manifestations; they hunger after the bread of life which came down from heaven, that a man should eat thereof and not die.
Christ in the mere letter of the word cannot satisfy their keen appetite. They must feed upon Him internally, or their famine still continues. To these hungry, famishing souls, to have Christ in the letter is like a starving beggar standing outside a shop where there is plenty of provisions, and not having a farthing to buy them with.
What is Christ in the letter? Will a sight of Christ in the Word of God remove the burden of guilt, bring peace into the soul, purge the conscience or subdue the power of sin? Will the mere doctrine of Christ draw up the affections to Him, cast out the world, dethrone self, or purify the heart? “Alas!” we say by painful experience, “not one jot, not one jot.” But the ‘presence of Christ in the soul’ can at once do all these things. Thus a hungry, famishing soul can only be pacified by Christ coming into his heart as the hope of glory.
To the reader…
Is your soul hungry, and can pleasure, honour and standing not satisfy it? Then you are in good company, for that is how the living children of God are described here. They hunger after righteousness, after God Himself, after the Bread of life that came down from heaven. I tell you honestly: even the doctrine of Christ on its own, however pure, does not take away the burden of sin or cleanse the conscience. Whoever knows Christ only in the letter stands like a beggar before a well-stocked shop.
Do not let that discourage you, but let it drive you to Him. For the presence of Christ in the soul can do at once what no knowledge can: pour out peace, break the power of sin, awaken love to Him and make you renounce the world. Your hunger is no sign that you are shut out; it is precisely there that the promise finds you: “He satisfieth the longing soul, and filleth the hungry soul with goodness.” So cry out for Him Himself.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque sació al alma menesterosa, y llenó de bien al alma hambrienta.
Salmo 107:9
Encontramos a la familia viva de Dios presentada a veces bajo el carácter de los ‘hambrientos’. Veamos de qué tienen hambre. ¿De placer, de honra, de ascenso, de respetabilidad? ¡Oh, no! Esos juguetes y baratijas no pueden saciar el hambre espiritual de un alma viva. No pueden tener hambre de aquello de lo que no pueden alimentarse. Tienen hambre, pues, de justicia, como dijo el Señor: “Bienaventurados los que tienen hambre y sed de justicia”. Tienen hambre de Dios mismo en Sus benditas manifestaciones; tienen hambre del pan de vida que descendió del cielo, para que el que de él comiere no muera.
Cristo en la mera letra de la palabra no puede saciar su agudo apetito. Tienen que alimentarse de Él interiormente, o su hambre continúa. Para estas almas hambrientas y famélicas, tener a Cristo en la letra es como un mendigo hambriento que está fuera de una tienda llena de provisiones y no tiene ni una moneda para comprarlas.
¿Qué es Cristo en la letra? ¿Quitará una vista de Cristo en la Palabra de Dios la carga de la culpa, traerá paz al alma, purificará la conciencia o sojuzgará el poder del pecado? ¿Atraerá hacia Él los afectos la mera doctrina de Cristo, echará fuera el mundo, destronará al yo o purificará el corazón? “¡Ay!”, decimos por dolorosa experiencia, “ni una jota, ni una jota”. Pero la ‘presencia de Cristo en el alma’ puede hacer al instante todas estas cosas. Así, un alma hambrienta y famélica solo puede ser apaciguada por Cristo viniendo a su corazón como la esperanza de gloria.
Al lector…
¿Tiene hambre su alma, y no pueden saciarla el placer, la honra ni la posición? Entonces está usted en buena compañía, porque así se describe aquí a los hijos vivos de Dios. Tienen hambre de justicia, de Dios mismo, del Pan de vida que descendió del cielo. Se lo digo con sinceridad: aun la doctrina de Cristo por sí sola, por pura que sea, no quita la carga del pecado ni limpia la conciencia. Quien conoce a Cristo solo en la letra está como un mendigo delante de una tienda bien surtida.
No deje que eso le desanime, sino que le empuje hacia Él. Porque la presencia de Cristo en el alma puede hacer al instante lo que ningún conocimiento puede: derramar paz, quebrantar el poder del pecado, despertar amor hacia Él y hacerle renunciar al mundo. Su hambre no es señal de que esté excluido; es precisamente ahí donde la promesa le encuentra: “Porque sació al alma menesterosa, y llenó de bien al alma hambrienta”. Clame, pues, por Él mismo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Het gebed van Salomo
Wanneer ook Uw volk Israël voor het aangezicht des vijands zal geslagen worden, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en zij zich bekeren, en Uw Naam belijden, en voor Uw aangezicht in dit huis bidden en smeken zullen, hoor Gij dan uit de hemel, en vergeef de zonden van Uw volk Israël.
2 Kronieken 6:24-25
Is de duivel onze vijand? Maar wat brengen we de duivel in het voordeel door de zonde! Door geen aandacht aan onze weg te besteden, door gebrek aan oplettendheid en gebed, raken we eerst verstrengeld. Dit mishaagt de Heere; we worden vervolgens zwak door Zijn afwezigheid; en als de vijand doorzet, worden we tenslotte voor zijn aangezicht geslagen. Onder deze omstandigheden zou zonder de genade die in Christus Jezus is, de wet ons tot de hel verdoemen, het geweten in wanhoop verzwelgen, en de duivel uitroepen van helse triomf over de ziel uitstorten.
Salomo, als type van de Middelaar, doet een gebed ten behoeve van zulke mensen. Hij spreekt niet om iemand in zonde aan te moedigen, maar hij zegt: „Als zij zich bekeren, en Uw Naam belijden, en voor Uw aangezicht in dit huis bidden en smeken zullen, hoor Gij dan uit de hemel, en vergeef de zonden van Uw volk Israël, en breng hen weder in het land, dat Gij hun en hun vaderen gegeven hebt” (2 Kron. 6:24-25). De Heere zal berouw en godzalige smart in de ziel van Zijn kinderen bewerkstelligen; Hij zal hen de bitterheid van de zonde en hun eigen dwaasheid door tegen Hem te zondigen laten voelen. Hij zal Zijn genadige vinger uitsteken om hun hart zacht te maken, en hun geweten aan te raken en te doen smelten, en hen ertoe bewegen zich biddend en smekend „te bekeren”. En als Hij dit ziet, zal Hij Zijn vergevende barmhartigheid tonen, en Zijn liefde in hun hart uitstorten door de Heilige Geest.
Maar allemaal, en dat moeten we nooit vergeten, via de Middelaar. Er zit geen verdienste in berouw, geen deugd in tranen. U kunt er oceanen van vergieten, ze zouden niet één enkele zonde afwassen. Uw ogen zouden een fontein van tranen kunnen zijn, ze zouden de zonden niet uitwissen, de karmozijnen zonden die uw geweten hebben bezoedeld. Het moet door „een beter offer” zijn: het bloed van de verzoening, het bloed van het Lam Gods aan het kruis vergoten en toegepast aan de ziel, dat de zonde wordt uitgedelgd.
Lezen: Spreuken 6:12-35
Aan de lezer…
Hebt u, lezer, uw ziel verstrikt door onoplettendheid en gebrek aan gebed? Voelt u hoe de Heere Zich terugtrok, hoe u zwak werd en hoe de vijand u overmocht? Dan spreekt deze bede van Salomo juist tot u. Hij moedigt niemand aan in de zonde, maar hij bidt voor hen die zich bekeren, Gods Naam belijden en smeken. En de Heere Zelf is het Die het hart zacht maakt, het geweten doet smelten en die godzalige smart werkt.
Maar vergeet nooit waar de vergeving vandaan komt. Er zit geen verdienste in berouw en geen deugd in tranen; al vergoot u er oceanen van, ze wasten niet één zonde af. Alleen het bloed van het Lam Gods, aan het kruis vergoten en aan de ziel toegepast, delgt de karmozijnen zonden uit. Kom daarom met uw tranen, maar steun er niet op. Zie op de Middelaar, en vraag of Hij Zijn liefde door de Heilige Geest in uw hart wil uitstorten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wanneer ook Uw volk Israël voor het aangezicht des vijands zal geslagen worden, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en zij zich bekeren, en Uw Naam belijden, en voor Uw aangezicht in dit huis bidden en smeken zullen, hoor Gij dan uit de hemel, en vergeef de zonden van Uw volk Israël.
2 Kronieken 6:24-25
Is de duivel onze vijand? Maar wat geven we de duivel een voordeel door de zonde! Doordat we niet op onze weg letten, doordat het ons ontbreekt aan waakzaamheid en gebed, raken we eerst verstrikt. Dat mishaagt de Heere. Daarna worden we zwak doordat Hij Zich terugtrekt, en als de vijand doorzet, worden we ten slotte voor zijn aangezicht geslagen. In zulke omstandigheden zou, zonder de genade die in Christus Jezus is, de wet ons tot de hel verdoemen, het geweten ons in wanhoop verzwelgen, en de duivel zijn helse triomfkreten over de ziel uitstorten.
Salomo bidt, als type van de Middelaar, voor zulke mensen. Hij spreekt niet om iemand in de zonde aan te moedigen, maar hij zegt: „Als zij zich bekeren, en Uw Naam belijden, en voor Uw aangezicht in dit huis bidden en smeken zullen, hoor Gij dan uit de hemel, en vergeef de zonden van Uw volk Israël, en breng hen weder in het land, dat Gij hun en hun vaderen gegeven hebt” (2 Kron. 6:24-25). De Heere zal berouw en godvruchtige droefheid in de ziel van Zijn kinderen werken. Hij zal hen de bitterheid laten voelen van de zonde en van hun eigen dwaasheid, dat zij tegen Hem gezondigd hebben. Hij zal Zijn genadige vinger uitsteken om hun hart zacht te maken, hun geweten aan te raken en te doen smelten, en hen te bewegen zich biddend en smekend „te bekeren”. En als Hij dat ziet, zal Hij Zijn vergevende barmhartigheid tonen en Zijn liefde door de Heilige Geest in hun hart uitstorten.
Maar dat alles, en dat mogen we nooit vergeten, gaat door de Middelaar. Er zit geen verdienste in berouw en geen kracht in tranen. U zou er oceanen van kunnen vergieten, maar ze zouden niet één enkele zonde afwassen. Uw ogen zouden een fontein van tranen kunnen zijn, maar ze zouden de zonden niet uitwissen, de karmozijnen zonden die uw geweten bezoedeld hebben. Het moet door „een beter offer” gebeuren: door het bloed van de verzoening, het bloed van het Lam van God, aan het kruis vergoten en aan de ziel toegepast, wordt de zonde uitgedelgd.
Lezen: Spreuken 6:12-35
Aan de lezer…
Hebt u, lezer, uw ziel verstrikt door onoplettendheid en gebrek aan gebed? Voelt u hoe de Heere Zich terugtrok, hoe u zwak werd en hoe de vijand u overmocht? Dan spreekt deze bede van Salomo juist tot u. Hij moedigt niemand aan in de zonde, maar hij bidt voor hen die zich bekeren, Gods Naam belijden en smeken. En het is de Heere Zelf Die het hart zacht maakt, het geweten doet smelten en die godvruchtige droefheid werkt.
Maar vergeet nooit waar de vergeving vandaan komt. Er zit geen verdienste in berouw en geen kracht in tranen; al vergoot u er oceanen van, ze zouden niet één zonde afwassen. Alleen het bloed van het Lam van God, aan het kruis vergoten en aan de ziel toegepast, delgt de karmozijnen zonden uit. Kom daarom met uw tranen, maar steun er niet op. Zie op de Middelaar, en vraag of Hij Zijn liefde door de Heilige Geest in uw hart wil uitstorten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And if Thy people Israel be put to the worse before the enemy, because they have sinned against Thee; and shall return and confess Thy Name, and pray and make supplication before Thee in this house; then hear Thou from the heavens, and forgive the sin of Thy people Israel.
2 Chronicles 6:24-25
Is the devil our enemy? But what an advantage we give the devil by sin! Through not watching our way, through a lack of watchfulness and prayer, we first become entangled. That displeases the Lord. Then we grow weak through His withdrawing Himself, and when the enemy presses on, we are at last put to the worse before him. In such circumstances, were it not for the grace that is in Christ Jesus, the law would condemn us to hell, conscience would swallow us up in despair, and the devil would pour out his hellish shouts of triumph over the soul.
Solomon, as a type of the Mediator, prays for such. He does not speak to encourage anyone in sin, but he says: “If they shall return and confess Thy Name, and pray and make supplication before Thee in this house; then hear Thou from the heavens, and forgive the sin of Thy people Israel, and bring them again unto the land which Thou gavest to them and to their fathers” (2 Chron. 6:24-25). The Lord will work repentance and godly sorrow in the souls of His children. He will make them feel the bitterness of sin and of their own folly in having sinned against Him.
He will put forth His gracious finger to soften their hearts, to touch and melt their consciences, and to move them to “return” with prayer and supplication. And when He sees that, He will show His pardoning mercy and shed abroad His love in their hearts by the Holy Ghost.
But all this, and we must never forget it, comes through the Mediator. There is no merit in repentance and no virtue in tears. You might shed oceans of them, but they would not wash away one single sin. Your eyes might be a fountain of tears, but they would not blot out the sins, the crimson sins that have stained your conscience. It must be done by “a better sacrifice”: by the blood of atonement, the blood of the Lamb of God, shed on the cross and applied to the soul, sin is blotted out.
Reading: Proverbs 6:12-35
To the reader…
Reader, have you entangled your soul through carelessness and a lack of prayer? Do you feel how the Lord withdrew Himself, how you grew weak and how the enemy overpowered you? Then this petition of Solomon speaks to you in particular. He encourages no one in sin, but he prays for those who return, confess God’s Name and make supplication. And it is the Lord Himself Who softens the heart, melts the conscience and works that godly sorrow.
But never forget where forgiveness comes from. There is no merit in repentance and no virtue in tears; though you shed oceans of them, they would not wash away one sin. Only the blood of the Lamb of God, shed on the cross and applied to the soul, blots out crimson sins. So come with your tears, but do not lean on them. Look to the Mediator, and ask Him to shed abroad His love in your heart by the Holy Ghost.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Si Tu pueblo Israel cayere delante de los enemigos, por haber prevaricado contra Ti, y se convirtieren, y confesaren Tu Nombre, y rogaren delante de Ti en esta casa, Tú oirás desde los cielos, y perdonarás el pecado de Tu pueblo Israel.
2 Crónicas 6:24-25
¿Es el diablo nuestro enemigo? ¡Pero qué ventaja le damos al diablo por el pecado! Por no vigilar nuestro camino, por falta de vigilancia y de oración, primero nos enredamos. Eso desagrada al Señor. Luego nos debilitamos porque Él se retira, y cuando el enemigo arremete, al fin caemos delante de él. En tales circunstancias, si no fuera por la gracia que es en Cristo Jesús, la ley nos condenaría al infierno, la conciencia nos tragaría en la desesperación, y el diablo derramaría sus gritos infernales de triunfo sobre el alma.
Salomón, como figura del Mediador, ora por los tales. No habla para alentar a nadie en el pecado, sino que dice: “Si se convirtieren, y confesaren Tu Nombre, y rogaren delante de Ti en esta casa, Tú oirás desde los cielos, y perdonarás el pecado de Tu pueblo Israel, y los volverás a la tierra que diste a ellos y a sus padres” (2 Crón. 6:24-25). El Señor obrará arrepentimiento y tristeza según Dios en las almas de Sus hijos. Les hará sentir la amargura del pecado y de su propia necedad al haber pecado contra Él.
Extenderá Su dedo lleno de gracia para ablandar sus corazones, para tocar y derretir sus conciencias, y para moverlos a “convertirse” con oración y ruego. Y cuando Él vea eso, mostrará Su misericordia perdonadora y derramará Su amor en sus corazones por el Espíritu Santo.
Pero todo esto, y nunca debemos olvidarlo, viene por medio del Mediador. No hay mérito en el arrepentimiento ni virtud en las lágrimas. Usted podría derramar océanos de ellas, pero no lavarían un solo pecado. Sus ojos podrían ser una fuente de lágrimas, pero no borrarían los pecados, los pecados como la grana que han manchado su conciencia. Tiene que hacerse por “un sacrificio mejor”: por la sangre de la expiación, la sangre del Cordero de Dios, derramada en la cruz y aplicada al alma, es borrado el pecado.
Lectura: Proverbios 6:12-35
Al lector…
Lector, ¿ha enredado su alma por descuido y falta de oración? ¿Siente cómo el Señor se retiró, cómo usted se debilitó y cómo el enemigo le venció? Entonces esta petición de Salomón le habla a usted en particular. Él no alienta a nadie en el pecado, sino que ora por los que se convierten, confiesan el Nombre de Dios y ruegan. Y es el Señor mismo quien ablanda el corazón, derrite la conciencia y obra esa tristeza según Dios.
Pero nunca olvide de dónde viene el perdón. No hay mérito en el arrepentimiento ni virtud en las lágrimas; aunque derramara océanos de ellas, no lavarían un solo pecado. Solo la sangre del Cordero de Dios, derramada en la cruz y aplicada al alma, borra los pecados como la grana. Venga, pues, con sus lágrimas, pero no se apoye en ellas. Mire al Mediador, y pídale que derrame Su amor en su corazón por el Espíritu Santo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft.
Romeinen 1:16
Wat wordt verstaan onder het woord „kracht”? Het is een uitdrukking, die veel voorkomt in het Nieuwe Testament. Het Koninkrijk Gods, zo wordt er gezegd, is niet gelegen in woorden, maar in kracht; en het ware geloof, zo leest men, bestaat niet in de wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods. Wat is dan kracht? Het is een Goddelijke werking, die God Zelf in de ziel schept.
Het kan eigenlijk niet door woorden worden uitgedrukt of verklaard, zo, dat het door ons natuurlijk begrip verstaan wordt. Om het te kennen moet het gevoeld en daadwerkelijk in de ziel ondervonden worden, zal hij er enig geestelijk begrip voor hebben. Maar „Uw volk”, lezen wij, „zal zeer gewillig zijn op de dag Uwer heirkracht.” En wanneer het Evangelie tot de ziel komt door de toepassing van de gezegende Geest, en de Goddelijke kracht het vergezelt, ofschoon de kracht daarvan door de persoon zelf niet kan omschreven worden, dan wordt dit kenbaar door de vruchten, die eruit voortkomen.
Bijvoorbeeld, er is een arm zondaar, veroordeeld door de wet en naar zijn begrip voor eeuwig onder haar verschrikkelijke vloek liggende. Hij kan mogelijk zien, dat er een zaligheid in Christus is en in niemand anders, maar hij kan niet de hand op Christus leggen, noch ontkomen aan de veroordeling, waaronder hij ligt. Waarom? Omdat het Evangelie in zijn ziel niet is geworden een kracht Gods tot zaligheid. Maar hij bedelt, roept, bidt en smeekt God om genade. Gedurig tracht hij God te zoeken en bidt Hem zijn ziel genadig te zijn. Doch hij kan geen vrede vinden in zijn consciëntie; hij is nog in moeite en verslagenheid, nedergedrukt en in banden, vanwege schuld en vrees. Hier is dan iemand, die uitziet naar „kracht”.
Nu, wanneer het de Heere behaagt enig deel van Zijn gezegend Woord aan zijn ziel toe te passen, of enige bijzondere belofte tot hem te spreken, dan verwekt de kracht, die dit Woord of die belofte vergezelt, een bijzonder geloof, waardoor dat deel van Gods heilig Woord, hetwelk van Christus of van die bijzondere belofte spreekt, wordt aangegrepen. Hier dan ligt de kracht, door het Evangelie medegedeeld. Nu is het Evangelie tot hem gekomen, „niet slechts in woorden”, zoals het dit voorheen mag gedaan hebben, hem toentertijd in schuld en vrees latende, „maar in kracht”. En door het geloof alzo in hem verwekt, gelooft hij in Jezus tot behouding zijner ziel. Tevoren kon hij in Hem niet geloven, want het geloof als zodanig was ontbloot van kracht, het liet hem waar het hem vond, verlaten en hulpeloos, als de man, die onder de rovers gevallen was. Neen, hij kon evenzeer getracht hebben een wereld te scheppen, als te geloven in de Zoon van God tot behoudenis.
Maar zodra hij gelooft wat de Heilige Geest toepast, vloeit een zoete en geheiligde kracht in zijn ziel, die de twijfel en vrees afdrijft en de schuld van zijn consciëntie wegneemt. De nevelen en de mist, die maanden lang over zijn ziel hingen, trekken op; en de dierbare Jezus wordt hem ontdekt, terwijl de beloften van het Evangelie voor zijn ogen als de dauwdruppen in de herfst zijn. Dit geeft hem een onuitsprekelijke nabijheid van God, door de Persoon, het bloed en de gerechtigheid van Christus, zoals hij nooit gekend had, totdat het Evangelie kwam met kracht en het geloof in zijn ziel verwekt was.
Aan de lezer…
Zoekt u, lezer, naar kracht? U ziet wel dat er zaligheid is in Christus en in niemand anders, maar u kunt uw hand niet op Hem leggen. U bidt en smeekt om genade, en toch blijft u in schuld en vrees, gebonden en nedergedrukt. Weet dan dat dit geen teken is dat u buitengesloten bent. Het Evangelie is nog niet met kracht in uw ziel gekomen, en die kracht kan geen mens zichzelf geven.
Maar de Heere kan het. Eén woord, één belofte, door de Geest toegepast, kan geloof verwekken waar het tevoren onmogelijk scheen. Dan trekken de nevelen op die maanden lang over uw ziel hingen, en wordt de dierbare Jezus u ontdekt. Blijf daarom roepen en wachten. Het Evangelie van Christus is „een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft”, en ook voor u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft.
Romeinen 1:16
Wat wordt verstaan onder het woord „kracht”? Het is een uitdrukking die veel voorkomt in het Nieuwe Testament. Het Koninkrijk van God, zo wordt gezegd, bestaat niet in woorden, maar in kracht; en het ware geloof, zo lezen we, bestaat niet in de wijsheid van mensen, maar in de kracht van God. Wat is dan kracht? Het is een goddelijke werking die God Zelf in de ziel teweegbrengt.
Eigenlijk kan zij niet zo met woorden worden uitgedrukt of verklaard dat ons natuurlijk verstand haar begrijpt. Om haar te kennen moet zij gevoeld en daadwerkelijk in de ziel ervaren worden, wil iemand er enig geestelijk begrip van hebben. Maar „Uw volk”, lezen wij, „zal zeer gewillig zijn op de dag Uwer heirkracht.” En wanneer het Evangelie door de toepassing van de gezegende Geest tot de ziel komt en de goddelijke kracht het vergezelt, dan wordt dat kenbaar aan de vruchten die eruit voortkomen, ook al kan de persoon zelf die kracht niet omschrijven.
Neem bijvoorbeeld een arme zondaar, veroordeeld door de wet, die naar zijn besef voor eeuwig onder haar verschrikkelijke vloek ligt. Hij kan misschien zien dat er zaligheid is in Christus en in niemand anders, maar hij kan zijn hand niet op Christus leggen en evenmin ontkomen aan de veroordeling waaronder hij ligt. Waarom niet? Omdat het Evangelie in zijn ziel nog geen kracht van God tot zaligheid geworden is. Maar hij bedelt, roept, bidt en smeekt God om genade. Steeds weer probeert hij God te zoeken en bidt hij Hem zijn ziel genadig te zijn. Toch kan hij geen vrede vinden in zijn geweten; hij is nog in moeite en verslagenheid, neergedrukt en in banden door schuld en vrees. Hier is dan iemand die uitziet naar „kracht”.
Wanneer het de Heere nu behaagt een deel van Zijn gezegend Woord aan zijn ziel toe te passen, of een bijzondere belofte tot hem te spreken, dan wekt de kracht die dit Woord of die belofte vergezelt, een bijzonder geloof op. Daardoor wordt dat deel van Gods heilig Woord dat van Christus spreekt, of die bijzondere belofte, aangegrepen. Hier ligt dan de kracht die door het Evangelie wordt meegedeeld. Nu is het Evangelie tot hem gekomen „niet slechts in woorden”, zoals het voorheen misschien gedaan heeft, toen het hem in schuld en vrees liet, „maar in kracht”. En door het geloof dat zo in hem gewekt is, gelooft hij in Jezus tot behoud van zijn ziel.
Tevoren kon hij niet in Hem geloven, want het geloof als zodanig was zonder kracht. Het liet hem waar het hem vond, verlaten en hulpeloos, zoals de man die onder de rovers gevallen was. Nee, hij had net zo goed kunnen proberen een wereld te scheppen als te geloven in de Zoon van God tot behoudenis. Maar zodra hij gelooft wat de Heilige Geest toepast, stroomt er een zoete en geheiligde kracht in zijn ziel, die twijfel en vrees verdrijft en de schuld van zijn geweten wegneemt. De nevels en de mist die maandenlang over zijn ziel hingen, trekken op; de dierbare Jezus wordt hem ontdekt, en de beloften van het Evangelie zijn voor zijn ogen als de dauwdruppels in de herfst. Dit geeft hem een onuitsprekelijke nabijheid van God, door de Persoon, het bloed en de gerechtigheid van Christus, zoals hij die nooit gekend had voordat het Evangelie met kracht kwam en het geloof in zijn ziel gewekt was.
Aan de lezer…
Zoekt u, lezer, naar kracht? U ziet wel dat er zaligheid is in Christus en in niemand anders, maar u kunt uw hand niet op Hem leggen. U bidt en smeekt om genade, en toch blijft u in schuld en vrees, gebonden en neergedrukt. Weet dan dat dit geen teken is dat u buitengesloten bent. Het Evangelie is nog niet met kracht in uw ziel gekomen, en die kracht kan geen mens zichzelf geven.
Maar de Heere kan het. Eén woord, één belofte, door de Geest toegepast, kan geloof wekken waar het tevoren onmogelijk leek. Dan trekken de nevels op die maandenlang over uw ziel hingen, en wordt de dierbare Jezus u ontdekt. Blijf daarom roepen en wachten. Het Evangelie van Christus is „een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft”, ook voor u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“For I am not ashamed of the gospel of Christ: for it is the power of God unto salvation to every one that believeth.”
Romans 1:16
What is meant by the word “power?” It is a term much used in the New Testament. “The kingdom of God,” it is declared, “is not in word, but in power;” and true faith is said to “stand not in the wisdom of men, but in the power of God.” What, then, is power? It is a divine operation that God Himself puts forth in the soul. It cannot be described by words, nor explained so as to be understood by our mental capacity. It must be felt to be known; and must be realized in a man’s own soul before he can have any spiritual conception of it. “Your people,” we read, “shall be made willing in the day of Your power.”
And when the gospel does come to the soul by the application of the blessed Spirit, and a divine power accompanies it, though the power itself cannot be described even by the person himself, it is made known by the effects which follow it. For instance, here is a poor wretch condemned by the law, and in his apprehensions lying forever under its fearful curse. He may, perhaps, see there is salvation in Christ, and know in his judgment there is salvation in no other; but he cannot lay hold of Christ, nor get from under the condemnation he feels. Why? Because the gospel is not made the power of God unto salvation to his soul.
But how he begs, cries, prays, and supplicates God to have mercy on him. Continually he is endeavoring to seek God, and beseech Him to have mercy on his soul. But he cannot get peace to his conscience; he is still in trouble and distress, bowed down with bondage, guilt, and fear. Here is a man longing for “power.”
Now, when the Lord is pleased to apply some portion of His blessed Word to his soul, or to speak home some particular promise, the power which accompanies this raises up a special faith, whereby that portion of God’s holy Word, which speaks of Christ, or that particular promise is laid hold of. Here, then, is “power” communicated with the gospel. The gospel has now come to him, “not in word only,” as it might often have done before, leaving him all the while in guilt and fear, but with “power;” and, by the faith thus raised up, he believes in Jesus to the saving of his soul. He could not believe in Him before, for his faith, such as it was, being devoid of power, left him where it found him, as forlorn and helpless as the man who fell among thieves. No. He might as well attempt to create a world, as to believe in the Son of God unto deliverance.
But no sooner does he believe what the Holy Spirit applies, than a sweet and sacred power comes into his soul, which takes away his doubts and fears; dispels guilt from his conscience; banishes the mists and fogs that for months have hung over his soul; reveals in him a precious Jesus; makes the promises of the gospel to glitter before his eyes like dew-drops in autumn; and gives him an unspeakable nearness to God, through the Person, blood, and righteousness of Christ, such as he never knew until the gospel came with power, and faith was raised up in his soul.
To the reader…
Are you, dear reader, looking for power? You do see that there is salvation in Christ and in no one else, but you cannot lay your hand on Him. You pray and plead for mercy, and yet you remain in guilt and fear, bound and bowed down. Know, then, that this is no sign that you are shut out. The gospel has not yet come into your soul with power, and no one can give himself that power.
But the Lord can. One word, one promise, applied by the Spirit, can raise up faith where it seemed impossible before. Then the mists that hung over your soul for months will lift, and the precious Jesus will be revealed to you. Keep on crying, therefore, and waiting. The gospel of Christ is “the power of God unto salvation to every one that believeth”, and that includes you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Porque no me avergüenzo del evangelio: porque es potencia de Dios para salud a todo aquel que cree.”
Romanos 1:16
¿Qué se quiere decir con la palabra “potencia”? Es un término muy usado en el Nuevo Testamento. “El reino de Dios”, se declara, “no consiste en palabras, sino en virtud”; y de la fe verdadera se dice que “no está fundada en sabiduría de hombres, mas en poder de Dios”. ¿Qué es, pues, el poder? Es una operación divina que Dios mismo ejerce en el alma. No puede describirse con palabras, ni explicarse de modo que la entienda nuestra capacidad mental. Ha de sentirse para conocerse, y ha de hacerse real en la propia alma del hombre antes de que este pueda tener alguna idea espiritual de ella. “Tu pueblo”, leemos, “serálo de buena voluntad en el día de Tu poder.”
Y cuando el evangelio llega al alma por la aplicación del bendito Espíritu, y un poder divino lo acompaña, aunque el poder mismo no pueda ser descrito ni aun por la persona misma, se da a conocer por los efectos que lo siguen. Por ejemplo, he aquí un pobre miserable condenado por la ley, y que, según su sentir, yace para siempre bajo su terrible maldición. Quizá vea que hay salvación en Cristo, y sepa en su entendimiento que en ningún otro hay salvación; pero no puede asirse de Cristo, ni salir de debajo de la condenación que siente. ¿Por qué? Porque el evangelio no se ha hecho para su alma potencia de Dios para salud.
¡Pero cómo ruega, clama, ora y suplica a Dios que tenga misericordia de él! Continuamente procura buscar a Dios y rogarle que tenga misericordia de su alma. Pero no puede hallar paz para su conciencia; sigue en angustia y aflicción, encorvado bajo la servidumbre, la culpa y el temor. He aquí un hombre que anhela “poder”.
Ahora bien, cuando al Señor le place aplicar a su alma alguna porción de Su bendita Palabra, o hacerle llegar al corazón alguna promesa particular, el poder que acompaña a esto levanta una fe especial, por la cual se ase de aquella porción de la santa Palabra de Dios que habla de Cristo, o de aquella promesa particular. He aquí, pues, “poder” comunicado con el evangelio. El evangelio ha venido ahora a él, “no en palabra solamente”, como a menudo pudo haber venido antes, dejándole todo el tiempo en culpa y temor, sino “en potencia”; y por la fe así levantada cree en Jesús para la salvación de su alma. Antes no podía creer en Él, porque su fe, tal como era, falta de poder, le dejaba donde le había hallado, tan desamparado e impotente como el hombre que cayó en manos de ladrones. No. Lo mismo podría intentar crear un mundo que creer en el Hijo de Dios para liberación.
Pero tan pronto como cree lo que el Espíritu Santo aplica, entra en su alma un poder dulce y sagrado que le quita sus dudas y temores; disipa la culpa de su conciencia; ahuyenta las nieblas y brumas que durante meses han pesado sobre su alma; revela en él a un Jesús precioso; hace que las promesas del evangelio brillen ante sus ojos como gotas de rocío en otoño; y le da una cercanía inefable a Dios, por medio de la Persona, la sangre y la justicia de Cristo, como nunca la conoció hasta que el evangelio vino con poder y la fe fue levantada en su alma.
Al lector…
¿Busca usted, querido lector, poder? Ve bien que hay salvación en Cristo y en ningún otro, pero no puede poner la mano sobre Él. Ora y suplica misericordia, y aun así permanece en culpa y temor, atado y encorvado. Sepa, pues, que esto no es señal de que esté excluido. El evangelio todavía no ha venido a su alma con poder, y nadie puede darse ese poder a sí mismo.
Pero el Señor sí puede. Una palabra, una promesa, aplicada por el Espíritu, puede levantar la fe donde antes parecía imposible. Entonces se levantarán las nieblas que durante meses pesaron sobre su alma, y el precioso Jesús le será revelado. Siga, por tanto, clamando y esperando. El evangelio de Cristo es “potencia de Dios para salud a todo aquel que cree”, y eso le incluye a usted.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl