5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen, opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot de dag van Christus.
Filippenzen 1:10
Indien het Goddelijk licht uw ziel heeft verlicht, het Goddelijk leven uw hart heeft levendgemaakt en gij de Heere en Zijn volk liefhebt, moet gij de dingen beproeven die daarvan verschillen. (In de Eng. tekst staat: „die uitmuntend zijn.”) Want zij zijn zo zeer aan uw geweten aanbevolen, dat gij evenmin anders doen kunt, dan een opzettelijke leugen zeggen, of zwart wit noemen. En als gij ze goedkeurt, zult gij afkeuren al wat er mee in strijd is, of ervan verschilt. Dit nu is het wat ons van de wereld en de geest der wereld onderscheidt, en van allen die door de god dezer wereld verblind zijn — dat, terwijl zij de dingen beproeven die Gode een gruwel zijn, wij de dingen beproeven die Gode welgevallig zijn. Hierin is de Geest van Christus; hierin is de leerling des Geestes ons in zekere mate gegeven, om te zien zoals Christus ziet, om te gevoelen zoals Christus gevoelt, om lief te hebben zoals Christus liefheeft, en te beproeven wat Christus beproeft.
Wij zullen nooit ver afdwalen, zolang wij de dingen beproeven die daarvan verschillen, en zoeken, waartoe de Heere ons in staat kan stellen, de wil van God te kennen en die te doen. Maar zodra wij de geestelijke standaard uit het oog verliezen en ons hechten aan de mening van mensen, worden onze ogen verblind, onze harten verhard, ons geweten bezoedeld, en in plaats van de dingen te beproeven die uitmuntend zijn, dwalen wij langzamerhand en onbemerkt af in de geest van goddeloosheid.
Leer mij naar Uw wil te hand’len,
’k zal dan in Uw waarheid wand’len.
Neig mijn hart en voeg het saam
tot de vreze van Uw naam.
Heer, mijn God, ik zal U loven,
heffen ’t ganse hart naar boven.
’k Zal Uw naam en majesteit
eren tot in eeuwigheid!
Ps. 86:6
Aan de lezer…
Hoe dikwijls meet u uw leven af aan de mening van mensen, in plaats van aan de geestelijke standaard van het Woord? Ik waarschuw u eerlijk hoe langzaam en onbemerkt wij kunnen afdwalen, zodra wij die standaard uit het oog verliezen: de ogen worden verblind, het hart verhard en het geweten bezoedeld. Niemand van ons staat daar zo vast dat hij die waarschuwing niet nodig heeft.
Maar heeft het Goddelijk licht uw ziel verlicht en hebt u de Heere en Zijn volk lief, dan is er ook iets in u dat de dingen beproeft die uitmuntend zijn. Dat is geen eigen deugd, maar de Geest van Christus, Die leert zien en liefhebben zoals Hij. Bid daarom dat Hij u daarin bewaart en u leert Zijn wil te kennen en te doen. Dan zult u oprecht zijn en zonder aanstoot, tot de dag van Christus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen, opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot de dag van Christus.
Filippenzen 1:10
Als het goddelijk licht uw ziel heeft verlicht, het goddelijk leven uw hart levend heeft gemaakt en u de Heere en Zijn volk liefhebt, dan moet u de dingen beproeven die daarvan verschillen. (In de Engelse tekst staat: „die uitmuntend zijn.”) Want zij worden zo sterk bij uw geweten aanbevolen, dat u evenmin anders kunt als dat u een opzettelijke leugen kunt vertellen of zwart wit kunt noemen. En als u ze goedkeurt, zult u alles afkeuren wat ermee in strijd is of ervan verschilt. Dit is nu wat ons onderscheidt van de wereld en de geest van de wereld, en van allen die door de god van deze wereld verblind zijn: terwijl zij de dingen beproeven die God een gruwel zijn, beproeven wij de dingen die God welgevallig zijn. Hierin is de Geest van Christus; hierin is ons in zekere mate het onderwijs van de Geest gegeven, om te zien zoals Christus ziet, te voelen zoals Christus voelt, lief te hebben zoals Christus liefheeft, en te beproeven wat Christus beproeft.
Wij zullen nooit ver afdwalen zolang wij de dingen beproeven die daarvan verschillen, en zoeken, voor zover de Heere ons daartoe in staat stelt, de wil van God te kennen en die te doen. Maar zodra wij de geestelijke maatstaf uit het oog verliezen en ons hechten aan de mening van mensen, worden onze ogen verblind, ons hart verhard en ons geweten bezoedeld. Dan dwalen wij, in plaats van de dingen te beproeven die uitmuntend zijn, langzaam en ongemerkt af in de geest van goddeloosheid.
Leer mij naar Uw wil te hand’len,
’k zal dan in Uw waarheid wand’len.
Neig mijn hart en voeg het saam
tot de vreze van Uw naam.
Heer, mijn God, ik zal U loven,
heffen ’t ganse hart naar boven.
’k Zal Uw naam en majesteit
eren tot in eeuwigheid!
Ps. 86:6
Aan de lezer…
Hoe vaak meet u uw leven af aan de mening van mensen, in plaats van aan de geestelijke maatstaf van het Woord? Ik waarschuw u eerlijk hoe langzaam en ongemerkt wij kunnen afdwalen zodra wij die maatstaf uit het oog verliezen: de ogen worden verblind, het hart verhard en het geweten bezoedeld. Niemand van ons staat zo vast dat hij die waarschuwing niet nodig heeft.
Maar heeft het goddelijk licht uw ziel verlicht en hebt u de Heere en Zijn volk lief, dan is er ook iets in u dat de dingen beproeft die uitmuntend zijn. Dat is geen eigen deugd, maar de Geest van Christus, Die leert zien en liefhebben zoals Hij. Bid daarom of Hij u daarin wil bewaren en u wil leren Zijn wil te kennen en te doen. Dan zult u oprecht zijn en zonder aanstoot te geven, tot de dag van Christus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
That ye may approve things that are excellent; that ye may be sincere and without offence till the day of Christ.
Philippians 1:10
If divine light has enlightened your mind, and divine life quickened your heart, and you love the Lord and His people, you must approve of the things that are excellent. For they are so commended to your conscience that you can no more do otherwise than you can tell a deliberate lie or call black white. And as you approve of them, you will disapprove of everything which is contrary to, or falls short of this excellency.
Now this is what distinguishes us from the world and the spirit of it, and from all whose eyes are blinded by the god of this world—that while they approve of the things God abhors, we approve of the things that God loves. Here is the mind of Christ; here is the teaching of the Spirit giving us in some measure to see as Christ sees, to feel as Christ feels, to love as Christ loves, and to approve as Christ approves. We shall never go far wrong so long as we are approving the things that are excellent, and seeking, as the Lord may enable, to know the will of God and do it.
But directly we lose sight of this spiritual standard and set up the opinion of men, then our eyes get blinded, our hearts hardened, our consciences benumbed, and instead of approving the things that are excellent, we may gradually and insensibly drift into the very spirit of ungodliness.
To the reader…
How often do you measure your life by the opinion of men, instead of by the spiritual standard of the Word? I warn you honestly how slowly and unnoticed we can drift away as soon as we lose sight of that standard: the eyes are blinded, the heart hardened and the conscience defiled. None of us stands so firm that he does not need that warning.
But if divine light has enlightened your soul and you love the Lord and His people, then there is also something in you that approves the things that are excellent. That is no virtue of your own, but the Spirit of Christ, Who teaches you to see and to love as He does. So pray that He will keep you in this and teach you to know and to do His will. Then you will be sincere and without offence till the day of Christ.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Para que discernáis lo mejor; que seáis sinceros, y sin ofensa para el día de Cristo.
Filipenses 1:10
Si la luz divina ha iluminado su mente y la vida divina ha vivificado su corazón, y usted ama al Señor y a Su pueblo, no puede sino aprobar lo mejor. Porque esas cosas se recomiendan de tal modo a su conciencia que no puede hacer otra cosa, como no puede decir una mentira deliberada ni llamar blanco a lo negro. Y al aprobarlas, desaprobará todo lo que sea contrario a esta excelencia o quede por debajo de ella.
Ahora bien, esto es lo que nos distingue del mundo y de su espíritu, y de todos aquellos cuyos ojos ha cegado el dios de este siglo: que mientras ellos aprueban las cosas que Dios aborrece, nosotros aprobamos las cosas que Dios ama. Aquí está la mente de Cristo; aquí está la enseñanza del Espíritu, que nos da en alguna medida ver como Cristo ve, sentir como Cristo siente, amar como Cristo ama y aprobar como Cristo aprueba. Nunca nos desviaremos mucho mientras estemos aprobando lo mejor y procurando, según el Señor nos capacite, conocer la voluntad de Dios y hacerla.
Pero en cuanto perdemos de vista esta norma espiritual y ponemos en su lugar la opinión de los hombres, nuestros ojos se ciegan, nuestro corazón se endurece, nuestra conciencia se embota, y en lugar de aprobar lo mejor, podemos ir a la deriva, gradual e insensiblemente, hacia el mismo espíritu de la impiedad.
Al lector…
¿Con qué frecuencia mide usted su vida por la opinión de los hombres, en lugar de por la norma espiritual de la Palabra? Le advierto con sinceridad cuán lenta e inadvertidamente podemos ir a la deriva en cuanto perdemos de vista esa norma: los ojos se ciegan, el corazón se endurece y la conciencia se mancha. Ninguno de nosotros está tan firme que no necesite esa advertencia.
Pero si la luz divina ha iluminado su alma y usted ama al Señor y a Su pueblo, entonces hay también algo en usted que aprueba lo mejor. Eso no es virtud suya, sino el Espíritu de Cristo, que le enseña a ver y a amar como Él. Ore, pues, para que Él le guarde en esto y le enseñe a conocer y a hacer Su voluntad. Entonces será sincero y sin ofensa para el día de Cristo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Het lijden en sterven van Christus
Het is volbracht!
Johannes 19:30
Laten we altijd in gedachten houden dat het lijden van de heilige ziel van Jezus even echt was, dat wil zeggen, even echt werd ondergaan als het lijden van Zijn heilige lichaam, en wel duizendmaal sterker en ondraaglijker. Ofschoon onbeschrijflijk pijnlijk en martelend, was het lijden van het lichaam licht vergeleken met het lijden van de ziel. Dit is ook zo bij de heiligen Gods zelf, als de Heere hun geweten beproeft en hun rechtvaardigheid toetst, en iets van Zijn toorn en ongenoegen in hun ziel neerlaat. Wat is al het lichamelijke lijden vergeleken met iets van Gods ongenoegen en de pijlen van Zijn toorn die in het geweten steken? Zo was het met onze grote Hogepriester, toen Hij als offeraar zowel als offer, evenzeer priester als slachtoffer, met de touwen van liefde en gehoorzaamheid aan de hoornen van het altaar werd gebonden (Ps. 118:27).
Er was beslist nooit zo’n pijn geweest sinds de fundamenten van de aarde werden gelegd, als die welke de ziel van de Verlosser in stukken scheurde, toen de laatste druppel pijn in de reeds overlopende beker werd gegoten, en Hij uitriep: „Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!” (Matth. 27:46). De natuur zelf had mededogen met Zijn smart en werd door Zijn uitroep in beroering gebracht, want de aarde daverde, de zon hield op met schijnen, en de graven stonden hun doden af. Zo werd het verlossingswerk volbracht, de zonde verzoend en uitgevaagd, de toorn Gods gestild, eeuwige gerechtigheid aangebracht en de Kerk voor altijd geheiligd en behouden. Toen de Heere volledig was gelouterd door Zijn doop van lijden en bloed, toen Hij de beker van smart en pijn tot de laatste druppel had uitgedronken en alle gehoorzaamheid had betoond die de wet vroeg en de wil van God vereiste, riep Hij met luide stem uit, opdat hemel en aarde het zouden horen: „Het is volbracht!”; toen, en niet eerder, boog Hij zachtmoedig het hoofd, gaf Zijn leven op als laatste daad van Zijn vrijwillige, lijdende gehoorzaamheid, en gaf de geest.
Lezen: Johannes 19:17-37
Aan de lezer…
Misschien hebt u ooit ervaren dat lichamelijke pijn licht is vergeleken met de pijlen van Gods ongenoegen in het geweten. Dan verstaat u iets van wat de Heere Jezus aan het kruis leed, toen Hij uitriep: „Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!” Zijn ziel werd in stukken gescheurd, en de laatste druppel werd in de reeds overlopende beker gegoten. Nooit was er zulke smart sinds de fundamenten van de aarde gelegd werden.
Maar hoor dan ook dat andere woord, met luide stem geroepen opdat hemel en aarde het zouden horen: „Het is volbracht!” Niet half, niet bijna, maar geheel: de zonde verzoend, de toorn Gods gestild, eeuwige gerechtigheid aangebracht. Komt u met uw schuld en uw vrezen, denk dan niet dat u nog iets moet toevoegen aan wat Hij volbracht heeft. Rust alleen op Hem. Wat Hij volbracht noemde, kan niemand weer onvolkomen maken, ook uw zonden niet.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Het is volbracht!
Johannes 19:30
Laten we altijd in gedachten houden dat het lijden van de heilige ziel van Jezus even werkelijk was, dat wil zeggen even werkelijk werd ondergaan, als het lijden van Zijn heilige lichaam, en zelfs duizendmaal sterker en ondraaglijker. Hoe onbeschrijflijk pijnlijk en martelend het lijden van het lichaam ook was, het was licht vergeleken met het lijden van de ziel. Zo is het ook bij de heiligen van God zelf, wanneer de Heere hun geweten beproeft, hun gerechtigheid toetst en iets van Zijn toorn en ongenoegen in hun ziel neerlaat. Wat is al het lichamelijke lijden vergeleken met iets van Gods ongenoegen en met de pijlen van Zijn toorn die in het geweten steken? Zo was het met onze grote Hogepriester, toen Hij, zowel offeraar als offer, evenzeer priester als slachtoffer, met de touwen van liefde en gehoorzaamheid aan de hoornen van het altaar werd gebonden (Ps. 118:27).
Er is zeker nooit, sinds de fundamenten van de aarde werden gelegd, zo’n pijn geweest als die welke de ziel van de Verlosser verscheurde, toen de laatste druppel pijn in de al overlopende beker werd gegoten en Hij uitriep: „Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!” (Matth. 27:46). De natuur zelf had medelijden met Zijn smart en raakte door Zijn uitroep in beroering: de aarde beefde, de zon hield op met schijnen en de graven gaven hun doden terug. Zo werd het verlossingswerk volbracht, de zonde verzoend en uitgewist, de toorn Gods gestild, eeuwige gerechtigheid aangebracht en de Kerk voor altijd geheiligd en behouden.
Toen de Heere volkomen was gelouterd door Zijn doop van lijden en bloed, toen Hij de beker van smart en pijn tot de laatste druppel had leeggedronken en alle gehoorzaamheid had betoond die de wet vroeg en de wil van God eiste, riep Hij met luide stem, zodat hemel en aarde het zouden horen: „Het is volbracht!” Toen, en niet eerder, boog Hij zachtmoedig het hoofd, gaf Hij Zijn leven op als laatste daad van Zijn vrijwillige, lijdende gehoorzaamheid, en gaf de geest.
Lezen: Johannes 19:17-37
Aan de lezer…
Misschien hebt u ooit ervaren dat lichamelijke pijn licht is vergeleken met de pijlen van Gods ongenoegen in het geweten. Dan verstaat u iets van wat de Heere Jezus aan het kruis leed, toen Hij uitriep: „Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!” Zijn ziel werd verscheurd, en de laatste druppel werd in de al overlopende beker gegoten. Nooit was er zulke smart sinds de fundamenten van de aarde gelegd werden.
Maar hoor dan ook dat andere woord, met luide stem geroepen zodat hemel en aarde het zouden horen: „Het is volbracht!” Niet half, niet bijna, maar geheel: de zonde verzoend, de toorn Gods gestild, eeuwige gerechtigheid aangebracht. Komt u met uw schuld en uw vrezen, denk dan niet dat u nog iets moet toevoegen aan wat Hij volbracht heeft. Rust alleen op Hem. Wat Hij volbracht noemde, kan niemand weer onvolkomen maken, ook uw zonden niet.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
It is finished.
John 19:30
Let us ever bear in mind that the sufferings of the holy soul of Jesus were as real, that is, as really endured, as the sufferings of His holy body, and indeed a thousand times more intense and unbearable. However unspeakably painful and tormenting the sufferings of the body were, they were light compared with the sufferings of the soul. So it is with the saints of God themselves, when the Lord tries their conscience, searches their righteousness, and lets down into their soul something of His wrath and displeasure. What are all bodily sufferings compared with a sense of God’s displeasure, and with the arrows of His wrath sticking fast in the conscience? So it was with our great High Priest, when He, both offerer and offering, as much Priest as victim, was bound with the cords of love and obedience to the horns of the altar (Psalm 118:27).
Surely there never was, since the foundations of the earth were laid, such pain as that which rent the soul of the Redeemer, when the last drop of agony was poured into the already overflowing cup, and He cried out, “My God, My God, why hast Thou forsaken Me?” (Matthew 27:46). Nature herself sympathised with His sorrow and was convulsed at His cry: the earth quaked, the sun ceased to shine, and the graves gave up their dead. Thus was the work of redemption accomplished, sin atoned for and blotted out, the wrath of God appeased, everlasting righteousness brought in, and the Church for ever sanctified and saved.
When the Lord had been fully perfected by His baptism of suffering and blood, when He had drunk the cup of sorrow and pain to the very last drop, and had rendered all the obedience which the law required and the will of God demanded, He cried with a loud voice, that heaven and earth might hear it, “It is finished!” Then, and not before, He meekly bowed His head, laid down His life as the last act of His voluntary, suffering obedience, and gave up the ghost.
Reading: John 19:17-37
To the reader…
Perhaps you have at some time felt that bodily pain is light compared with the arrows of God’s displeasure in the conscience. Then you understand something of what the Lord Jesus suffered on the cross, when He cried out, “My God, My God, why hast Thou forsaken Me?” His soul was torn, and the last drop was poured into the already overflowing cup. Never was there such sorrow since the foundations of the earth were laid.
But then hear that other word as well, cried with a loud voice so that heaven and earth might hear it: “It is finished!” Not half, not nearly, but wholly: sin atoned for, the wrath of God appeased, everlasting righteousness brought in. If you come with your guilt and your fears, do not think that you must still add something to what He has finished. Rest on Him alone. What He called finished, no one can make unfinished again, not even your sins.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Consumado es.
Juan 19:30
Tengamos siempre presente que los padecimientos de la santa alma de Jesús fueron tan reales, es decir, tan realmente soportados, como los padecimientos de Su santo cuerpo, y en verdad mil veces más intensos e insoportables. Por indeciblemente dolorosos y atormentadores que fueran los padecimientos del cuerpo, eran ligeros comparados con los padecimientos del alma. Así sucede con los mismos santos de Dios, cuando el Señor prueba su conciencia, examina su justicia y derrama en su alma algo de Su ira y desagrado. ¿Qué son todos los padecimientos corporales comparados con un sentimiento del desagrado de Dios, y con las saetas de Su ira clavadas en la conciencia? Así fue con nuestro gran Sumo Sacerdote, cuando Él, a la vez oferente y ofrenda, tanto Sacerdote como víctima, fue atado con las cuerdas del amor y de la obediencia a los cuernos del altar (Salmo 118:27).
Ciertamente nunca hubo, desde que se pusieron los fundamentos de la tierra, un dolor como el que desgarró el alma del Redentor, cuando la última gota de agonía fue vertida en la copa ya rebosante, y clamó: “Dios Mío, Dios Mío, ¿por qué me has desamparado?” (Mateo 27:46). La naturaleza misma se compadeció de Su dolor y se estremeció ante Su clamor: la tierra tembló, el sol dejó de brillar y los sepulcros devolvieron a sus muertos. Así fue consumada la obra de la redención, expiado y borrado el pecado, aplacada la ira de Dios, traída la justicia eterna, y la Iglesia santificada y salvada para siempre.
Cuando el Señor hubo sido plenamente perfeccionado por Su bautismo de padecimiento y de sangre, cuando hubo bebido la copa de tristeza y de dolor hasta la última gota, y hubo rendido toda la obediencia que la ley requería y la voluntad de Dios exigía, clamó a gran voz, para que el cielo y la tierra lo oyeran: “¡Consumado es!”. Entonces, y no antes, inclinó mansamente la cabeza, entregó Su vida como último acto de Su obediencia voluntaria y sufriente, y dio el espíritu.
Lectura: Juan 19:17-37
Al lector…
Quizá haya sentido usted alguna vez que el dolor corporal es ligero comparado con las saetas del desagrado de Dios en la conciencia. Entonces comprende algo de lo que el Señor Jesús padeció en la cruz, cuando clamó: “Dios Mío, Dios Mío, ¿por qué me has desamparado?”. Su alma fue desgarrada, y la última gota fue vertida en la copa ya rebosante. Nunca hubo tal dolor desde que se pusieron los fundamentos de la tierra.
Pero oiga entonces también aquella otra palabra, clamada a gran voz para que el cielo y la tierra la oyeran: “¡Consumado es!”. No a medias, no casi, sino enteramente: el pecado expiado, la ira de Dios aplacada, la justicia eterna traída. Si viene con su culpa y sus temores, no piense que todavía debe añadir algo a lo que Él ha consumado. Descanse solo en Él. Lo que Él llamó consumado, nadie puede volver a deshacerlo, ni siquiera sus pecados.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Het heeft u verdorven, o Israël! Want in Mij is uw hulp.
Hosea 13:9
God is alwijs, derhalve doet Hij geen haastige, onbezonnen stappen. Gelijk het oorspronkelijke voornemen der zaligheid door oneindige wijsheid werd daargesteld, zo worden al de opeenvolgende daden ter uitvoering van dit voornemen door dezelfde onbegrensde wijsheid bestuurd. „Met welke Hij overvloedig geweest is over ons — zegt Paulus — in alle wijsheid en voorzichtigheid.” Zo stelt de Heere, in Zijn handelingen met Zijn volk, hen niet opeens in het bezit van al de zegeningen die Hij hun schenken wil.
Hij heeft bijvoorbeeld hun zonden vergeven, maar wanneer Hij hen door genade roept, stelt Hij hen niet dadelijk in het bezit van deze weldaad. Hij onderwijst hen eerst over de noodzakelijkheid daarvan. Hij moet hun hart bereiden voor de rechte ontvangst. Het is geen algemene gave, daarom onderwijst Hij hen hoe deze gave te waarderen. Zij worden bevrijd van toorn en eeuwige ellende, van Zijn vreselijk ongenoegen en eeuwig brandende afkeer tegen de zonde. Hun moet noodzakelijk worden aangetoond en zij moeten ernstig worden overtuigd waarvan zij verlost worden, zowel als waartoe zij verlost worden.
En gelijk een eik niet tot volle wasdom komt in één dag, maar jaren van zonneschijn en onweders en huilende stormwinden moet doorstaan, om hem sterk en vast wortel te doen schieten en een statige en met takken voorziene stam te verkrijgen, zo hebben Gods kinderen maanden en jaren van beproeving en verzoeking nodig, opdat zij diepe wortelen mogen schieten en gezond en kloek opwaarts mogen groeien. Dus vóór de ziel iets kennen kan van de zaligheid, moet zij diep en bevindelijk de natuur van de zonde en van zichzelf leren kennen en leren zien hoe verdorven zij daarin is. De mens is hoogmoedig en moet vernederd worden; hij is zorgeloos en moet worden wakker geschud; hij leeft en moet sterven; hij is overvol en moet ontledigd; hij is gezond en moet verwond; hij is gekleed en moet ontkleed worden. Hij is van nature eigengerechtig, zichzelf zoekend, zeer diep bedolven onder wereldsgezindheid en vleselijkheid, uiterst blind en onkundig, vervuld met vooroordeel, verwaandheid, scheve voorstellingen en vijandschap, en haat alles wat hemels en geestelijk is.
De zonde in haar verscheidene vormen is zijn natuurlijk element. De Moorman kan zijn huid niet veranderen, noch de luipaard zijn vlekken. Om een mens het direct tegenovergestelde te doen zijn van hetgeen hij oorspronkelijk is; hem God te doen beminnen in plaats van Hem te haten; Hem te vrezen in plaats van te bespotten; Hem te gehoorzamen in plaats van tegen Hem op te staan; voor Zijn majesteit te vrezen in plaats van tegen Hem dikke, hoogverheven schilden op te heffen; om dit grote werk en deze wonderlijke verandering te doen plaatshebben, moet hem door de onmiddellijke hand van God een nieuwe natuur worden ingeschapen.
Aan de lezer…
Er zijn tijden dat u niet begrijpt waarom de Heere u zo lang laat leren wat u bent, voordat Hij u Zijn vergeving doet smaken. Hij is alwijs en doet geen haastige stappen. Gelijk een eik niet in één dag tot volle wasdom komt, maar jaren van zonneschijn en stormwinden nodig heeft om vast wortel te schieten, zo hebben Gods kinderen tijden van beproeving en verzoeking nodig. Hij ontdekt u aan uw verdorvenheid, opdat u zou weten waarvan u verlost wordt, en de vergeving recht zou waarderen.
Het is waar: het heeft u verdorven. De mens kan zijn natuur niet veranderen, evenmin als de luipaard zijn vlekken. Maar het tweede deel van de tekst is even waar: in Mij is uw hulp. Wat geen mens in zichzelf kan bewerken, doet de onmiddellijke hand van God, Die een nieuwe natuur inschept. Wordt u vernederd, ontledigd en verwond, laat het u dan uitdrijven naar Hem, want bij Hem alleen is uw hulp.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Het heeft u verdorven, o Israël! Want in Mij is uw hulp.
Hosea 13:9
God is alwijs; daarom doet Hij geen haastige, onbezonnen stappen. Zoals het oorspronkelijke voornemen van de zaligheid door oneindige wijsheid werd vastgesteld, zo worden alle opeenvolgende daden ter uitvoering van dit voornemen door dezelfde onbegrensde wijsheid bestuurd. „Met welke Hij overvloedig geweest is over ons — zegt Paulus — in alle wijsheid en voorzichtigheid.” Zo geeft de Heere in Zijn omgang met Zijn volk hun niet in één keer het bezit van alle zegeningen die Hij hun wil schenken.
Hij heeft bijvoorbeeld hun zonden vergeven, maar wanneer Hij hen door genade roept, geeft Hij hun deze weldaad niet direct in bezit. Hij onderwijst hen eerst over de noodzaak ervan. Hij moet hun hart voorbereiden om haar op de juiste wijze te ontvangen. Het is geen alledaagse gave, en daarom leert Hij hun deze gave te waarderen. Zij worden bevrijd van toorn en eeuwige ellende, van Zijn vreselijk ongenoegen en Zijn eeuwig brandende afkeer van de zonde. Het moet hun dus getoond worden, en zij moeten er ernstig van overtuigd worden, waarvan zij verlost worden, en ook waartoe zij verlost worden.
Een eik komt niet in één dag tot volle wasdom, maar moet jaren van zonneschijn, onweer en gierende stormwinden doorstaan om sterk te worden, vast wortel te schieten en een statige stam met takken te krijgen. Zo hebben Gods kinderen maanden en jaren van beproeving en verzoeking nodig, opdat zij diepe wortels mogen schieten en gezond en krachtig omhoog mogen groeien. Voordat de ziel iets van de zaligheid kan kennen, moet zij dus diep en bevindelijk de aard van de zonde en van zichzelf leren kennen en leren zien hoe verdorven zij daardoor is. De mens is hoogmoedig en moet vernederd worden; hij is zorgeloos en moet wakker geschud worden; hij leeft en moet sterven; hij is overvol en moet leeggemaakt worden; hij is gezond en moet verwond worden; hij is gekleed en moet ontkleed worden. Hij is van nature eigengerechtig en zelfzuchtig, diep bedolven onder wereldsgezindheid en vleselijkheid, uiterst blind en onwetend, vol vooroordeel, verwaandheid, scheve voorstellingen en vijandschap, en hij haat alles wat hemels en geestelijk is.
De zonde in haar verschillende vormen is zijn natuurlijk element. De Moorman kan zijn huid niet veranderen, en de luipaard zijn vlekken niet. Om een mens precies het tegenovergestelde te maken van wat hij oorspronkelijk is; om hem God te laten liefhebben in plaats van Hem te haten, Hem te laten vrezen in plaats van Hem te bespotten, Hem te laten gehoorzamen in plaats van tegen Hem in opstand te komen, voor Zijn majesteit te laten vrezen in plaats van dikke, hoog verheven schilden tegen Hem op te heffen; om dit grote werk en deze wonderlijke verandering tot stand te brengen, moet hem door de onmiddellijke hand van God een nieuwe natuur worden ingeschapen.
Aan de lezer…
Er zijn tijden dat u niet begrijpt waarom de Heere u zo lang laat leren wat u bent, voordat Hij u Zijn vergeving laat smaken. Hij is alwijs en doet geen haastige stappen. Zoals een eik niet in één dag tot volle wasdom komt, maar jaren van zonneschijn en stormwinden nodig heeft om vast wortel te schieten, zo hebben Gods kinderen tijden van beproeving en verzoeking nodig. Hij ontdekt u aan uw verdorvenheid, opdat u zou weten waarvan u verlost wordt, en de vergeving recht zou waarderen.
Het is waar: het heeft u verdorven. De mens kan zijn natuur niet veranderen, evenmin als de luipaard zijn vlekken. Maar het tweede deel van de tekst is even waar: in Mij is uw hulp. Wat geen mens in zichzelf kan bewerken, doet de onmiddellijke hand van God, Die een nieuwe natuur inschept. Wordt u vernederd, leeggemaakt en verwond, laat het u dan uitdrijven naar Hem, want bij Hem alleen is uw hulp.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“O Israel, thou hast destroyed thyself; but in Me is thine help.”
Hosea 13:9
God is all-wise, and therefore takes no rash, precipitate steps. As the original plan of salvation was devised by infinite wisdom, so all the successive steps of the execution of that plan are directed by the same boundless wisdom also. “Wherein He has abounded towards us,” says Paul (Eph. 1:8), “in all wisdom and prudence.” Thus, in His dealings with His people, God does not put them at once into possession of all the blessings which He has laid up for them.
He has pardoned, for instance, their sins; but He does not immediately, when He calls them by His grace, put them into possession of this blessing. He has first to teach them their need of it. He has to prepare their heart for the right reception of it. It is no common gift, and He has to teach them how to value it. They are saved from wrath and eternal misery, from His dreadful displeasure and ever-burning indignation against sin. They have need to be shown, and made deeply to feel, from what they are saved, as well as to what they are saved. And as the oak does not grow to its full stature in a day, but needs years of sunshine and storm, of beating winds and howling tempests, to give it strength and constancy, a deep and wide root, as well as a lofty and branching stem, so do God’s children need months and years of trial and temptation, that they may push a deep root downwards, and shoot up healthy and vigorous upwards.
Thus, before the soul can know anything about salvation, it must learn deeply and experimentally the nature of sin, and of itself, as stained and polluted thereby. It is proud, and needs to be humbled; careless, and needs to be awakened; alive, and needs to be killed; full, and requires to be emptied; whole, and needs to be wounded; clothed, and requires to be stripped. It is, by nature, self-righteous and self-seeking; is buried deep in worldliness and carnality; is utterly blind and ignorant; is filled with presumption, arrogance, conceit, and enmity, and hates all that is heavenly and spiritual. Sin, in all its various forms, is its natural element.
“The Ethiopian cannot change his skin, nor the leopard his spots.” To make man the direct opposite of what he originally is; to make him love God instead of hating Him; fear, instead of mocking Him; obey, instead of rebelling against Him; and to tremble at His terrible majesty, instead of running upon the thick bosses of His shield;—to do this mighty work, and to effect this wonderful change, requires the implantation of a new nature by the immediate hand of God Himself.
To the reader…
There are times when you do not understand why the Lord lets you learn for so long what you are before He lets you taste His forgiveness. He is all-wise and takes no hasty steps. Just as an oak does not reach its full stature in a day, but needs years of sunshine and storm to take firm root, so God’s children need seasons of trial and temptation. He shows you your corruption, so that you may know what you are saved from and may rightly value the pardon.
It is true: you have destroyed yourself. Man cannot change his nature, any more than the leopard his spots. But the second half of the text is just as true: in Me is thine help. What no man can work in himself, the immediate hand of God does by creating a new nature. If you are being humbled, emptied and wounded, let it drive you to Him, for with Him alone is your help.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Te perdiste, oh Israel; mas en Mí está tu ayuda.
Oseas 13:9
Dios es todo sabio y, por lo tanto, no da pasos temerarios ni precipitados. Así como el plan original de la salvación fue ideado por sabiduría infinita, así también todos los pasos sucesivos de la ejecución de ese plan son dirigidos por la misma sabiduría sin límites. “Que sobreabundó en nosotros”, dice Pablo (Efesios 1:8), “en toda sabiduría e inteligencia.” Así, en Su trato con Su pueblo, Dios no los pone de inmediato en posesión de todas las bendiciones que ha guardado para ellos.
Él ha perdonado, por ejemplo, sus pecados; pero no los pone inmediatamente, cuando los llama por Su gracia, en posesión de esta bendición. Primero tiene que enseñarles su necesidad de ella. Tiene que preparar su corazón para recibirla como es debido. No es un don común, y tiene que enseñarles a apreciarlo. Son salvados de la ira y de la miseria eterna, de Su terrible desagrado y de Su indignación siempre ardiente contra el pecado. Necesitan que se les muestre, y que sientan profundamente, de qué son salvados, así como para qué son salvados. Y así como la encina no alcanza su plena estatura en un día, sino que necesita años de sol y tormenta, de vientos que azotan y tempestades que rugen, para darle fuerza y firmeza, una raíz honda y extensa, así como un tronco elevado y frondoso, así también los hijos de Dios necesitan meses y años de prueba y tentación, para que echen raíz profunda hacia abajo y crezcan sanos y vigorosos hacia arriba.
Así, antes de que el alma pueda saber algo de la salvación, tiene que aprender profunda y experimentalmente la naturaleza del pecado, y de sí misma como manchada y contaminada por él. Es orgullosa, y necesita ser humillada; descuidada, y necesita ser despertada; viva, y necesita ser muerta; llena, y requiere ser vaciada; sana, y necesita ser herida; vestida, y requiere ser despojada. Es por naturaleza justa en su propia opinión y egoísta; está hundida en lo mundano y lo carnal; es totalmente ciega e ignorante; está llena de presunción, arrogancia, vanidad y enemistad, y aborrece todo lo celestial y espiritual. El pecado, en todas sus diversas formas, es su elemento natural.
“¿Mudará el negro su pellejo, y el leopardo sus manchas?” Hacer del hombre lo directamente opuesto a lo que es originalmente; hacerle amar a Dios en lugar de aborrecerle; temerle, en lugar de burlarse de Él; obedecerle, en lugar de rebelarse contra Él; y temblar ante Su terrible majestad, en lugar de correr contra la espesa barrera de Sus escudos; llevar a cabo esta obra poderosa y efectuar este cambio maravilloso requiere la implantación de una naturaleza nueva por la mano inmediata de Dios mismo.
Al lector…
Hay momentos en que usted no entiende por qué el Señor le deja aprender durante tanto tiempo lo que usted es antes de dejarle gustar Su perdón. Él es todo sabio y no da pasos apresurados. Así como una encina no alcanza su plena estatura en un día, sino que necesita años de sol y tormenta para echar raíz firme, así también los hijos de Dios necesitan temporadas de prueba y tentación. Él le muestra su corrupción, para que sepa de qué es salvado y aprecie debidamente el perdón.
Es verdad: usted se ha perdido a sí mismo. El hombre no puede cambiar su naturaleza, como tampoco el leopardo sus manchas. Pero la segunda mitad del texto es igualmente verdadera: en Mí está tu ayuda. Lo que ningún hombre puede obrar en sí mismo, lo hace la mano inmediata de Dios creando una naturaleza nueva. Si está siendo humillado, vaciado y herido, deje que eso le empuje hacia Él, porque solo en Él está su ayuda.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl