1 de abril
Het heeft u verdorven, o Israël! Want in Mij is uw hulp.
Hosea 13:9
God is alwijs, derhalve doet Hij geen haastige, onbezonnen stappen. Gelijk het oorspronkelijke voornemen der zaligheid door oneindige wijsheid werd daargesteld, zo worden al de opeenvolgende daden ter uitvoering van dit voornemen door dezelfde onbegrensde wijsheid bestuurd. „Met welke Hij overvloedig geweest is over ons — zegt Paulus — in alle wijsheid en voorzichtigheid.” Zo stelt de Heere, in Zijn handelingen met Zijn volk, hen niet opeens in het bezit van al de zegeningen die Hij hun schenken wil.
Hij heeft bijvoorbeeld hun zonden vergeven, maar wanneer Hij hen door genade roept, stelt Hij hen niet dadelijk in het bezit van deze weldaad. Hij onderwijst hen eerst over de noodzakelijkheid daarvan. Hij moet hun hart bereiden voor de rechte ontvangst. Het is geen algemene gave, daarom onderwijst Hij hen hoe deze gave te waarderen. Zij worden bevrijd van toorn en eeuwige ellende, van Zijn vreselijk ongenoegen en eeuwig brandende afkeer tegen de zonde. Hun moet noodzakelijk worden aangetoond en zij moeten ernstig worden overtuigd waarvan zij verlost worden, zowel als waartoe zij verlost worden.
En gelijk een eik niet tot volle wasdom komt in één dag, maar jaren van zonneschijn en onweders en huilende stormwinden moet doorstaan, om hem sterk en vast wortel te doen schieten en een statige en met takken voorziene stam te verkrijgen, zo hebben Gods kinderen maanden en jaren van beproeving en verzoeking nodig, opdat zij diepe wortelen mogen schieten en gezond en kloek opwaarts mogen groeien. Dus vóór de ziel iets kennen kan van de zaligheid, moet zij diep en bevindelijk de natuur van de zonde en van zichzelf leren kennen en leren zien hoe verdorven zij daarin is. De mens is hoogmoedig en moet vernederd worden; hij is zorgeloos en moet worden wakker geschud; hij leeft en moet sterven; hij is overvol en moet ontledigd; hij is gezond en moet verwond; hij is gekleed en moet ontkleed worden. Hij is van nature eigengerechtig, zichzelf zoekend, zeer diep bedolven onder wereldsgezindheid en vleselijkheid, uiterst blind en onkundig, vervuld met vooroordeel, verwaandheid, scheve voorstellingen en vijandschap, en haat alles wat hemels en geestelijk is.
De zonde in haar verscheidene vormen is zijn natuurlijk element. De Moorman kan zijn huid niet veranderen, noch de luipaard zijn vlekken. Om een mens het direct tegenovergestelde te doen zijn van hetgeen hij oorspronkelijk is; hem God te doen beminnen in plaats van Hem te haten; Hem te vrezen in plaats van te bespotten; Hem te gehoorzamen in plaats van tegen Hem op te staan; voor Zijn majesteit te vrezen in plaats van tegen Hem dikke, hoogverheven schilden op te heffen; om dit grote werk en deze wonderlijke verandering te doen plaatshebben, moet hem door de onmiddellijke hand van God een nieuwe natuur worden ingeschapen.
Aan de lezer…
Er zijn tijden dat u niet begrijpt waarom de Heere u zo lang laat leren wat u bent, voordat Hij u Zijn vergeving doet smaken. Hij is alwijs en doet geen haastige stappen. Gelijk een eik niet in één dag tot volle wasdom komt, maar jaren van zonneschijn en stormwinden nodig heeft om vast wortel te schieten, zo hebben Gods kinderen tijden van beproeving en verzoeking nodig. Hij ontdekt u aan uw verdorvenheid, opdat u zou weten waarvan u verlost wordt, en de vergeving recht zou waarderen.
Het is waar: het heeft u verdorven. De mens kan zijn natuur niet veranderen, evenmin als de luipaard zijn vlekken. Maar het tweede deel van de tekst is even waar: in Mij is uw hulp. Wat geen mens in zichzelf kan bewerken, doet de onmiddellijke hand van God, Die een nieuwe natuur inschept. Wordt u vernederd, ontledigd en verwond, laat het u dan uitdrijven naar Hem, want bij Hem alleen is uw hulp.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Het heeft u verdorven, o Israël! Want in Mij is uw hulp.
Hosea 13:9
God is alwijs; daarom doet Hij geen haastige, onbezonnen stappen. Zoals het oorspronkelijke voornemen van de zaligheid door oneindige wijsheid werd vastgesteld, zo worden alle opeenvolgende daden ter uitvoering van dit voornemen door dezelfde onbegrensde wijsheid bestuurd. „Met welke Hij overvloedig geweest is over ons — zegt Paulus — in alle wijsheid en voorzichtigheid.” Zo geeft de Heere in Zijn omgang met Zijn volk hun niet in één keer het bezit van alle zegeningen die Hij hun wil schenken.
Hij heeft bijvoorbeeld hun zonden vergeven, maar wanneer Hij hen door genade roept, geeft Hij hun deze weldaad niet direct in bezit. Hij onderwijst hen eerst over de noodzaak ervan. Hij moet hun hart voorbereiden om haar op de juiste wijze te ontvangen. Het is geen alledaagse gave, en daarom leert Hij hun deze gave te waarderen. Zij worden bevrijd van toorn en eeuwige ellende, van Zijn vreselijk ongenoegen en Zijn eeuwig brandende afkeer van de zonde. Het moet hun dus getoond worden, en zij moeten er ernstig van overtuigd worden, waarvan zij verlost worden, en ook waartoe zij verlost worden.
Een eik komt niet in één dag tot volle wasdom, maar moet jaren van zonneschijn, onweer en gierende stormwinden doorstaan om sterk te worden, vast wortel te schieten en een statige stam met takken te krijgen. Zo hebben Gods kinderen maanden en jaren van beproeving en verzoeking nodig, opdat zij diepe wortels mogen schieten en gezond en krachtig omhoog mogen groeien. Voordat de ziel iets van de zaligheid kan kennen, moet zij dus diep en bevindelijk de aard van de zonde en van zichzelf leren kennen en leren zien hoe verdorven zij daardoor is. De mens is hoogmoedig en moet vernederd worden; hij is zorgeloos en moet wakker geschud worden; hij leeft en moet sterven; hij is overvol en moet leeggemaakt worden; hij is gezond en moet verwond worden; hij is gekleed en moet ontkleed worden. Hij is van nature eigengerechtig en zelfzuchtig, diep bedolven onder wereldsgezindheid en vleselijkheid, uiterst blind en onwetend, vol vooroordeel, verwaandheid, scheve voorstellingen en vijandschap, en hij haat alles wat hemels en geestelijk is.
De zonde in haar verschillende vormen is zijn natuurlijk element. De Moorman kan zijn huid niet veranderen, en de luipaard zijn vlekken niet. Om een mens precies het tegenovergestelde te maken van wat hij oorspronkelijk is; om hem God te laten liefhebben in plaats van Hem te haten, Hem te laten vrezen in plaats van Hem te bespotten, Hem te laten gehoorzamen in plaats van tegen Hem in opstand te komen, voor Zijn majesteit te laten vrezen in plaats van dikke, hoog verheven schilden tegen Hem op te heffen; om dit grote werk en deze wonderlijke verandering tot stand te brengen, moet hem door de onmiddellijke hand van God een nieuwe natuur worden ingeschapen.
Aan de lezer…
Er zijn tijden dat u niet begrijpt waarom de Heere u zo lang laat leren wat u bent, voordat Hij u Zijn vergeving laat smaken. Hij is alwijs en doet geen haastige stappen. Zoals een eik niet in één dag tot volle wasdom komt, maar jaren van zonneschijn en stormwinden nodig heeft om vast wortel te schieten, zo hebben Gods kinderen tijden van beproeving en verzoeking nodig. Hij ontdekt u aan uw verdorvenheid, opdat u zou weten waarvan u verlost wordt, en de vergeving recht zou waarderen.
Het is waar: het heeft u verdorven. De mens kan zijn natuur niet veranderen, evenmin als de luipaard zijn vlekken. Maar het tweede deel van de tekst is even waar: in Mij is uw hulp. Wat geen mens in zichzelf kan bewerken, doet de onmiddellijke hand van God, Die een nieuwe natuur inschept. Wordt u vernederd, leeggemaakt en verwond, laat het u dan uitdrijven naar Hem, want bij Hem alleen is uw hulp.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“O Israel, thou hast destroyed thyself; but in Me is thine help.”
Hosea 13:9
God is all-wise, and therefore takes no rash, precipitate steps. As the original plan of salvation was devised by infinite wisdom, so all the successive steps of the execution of that plan are directed by the same boundless wisdom also. “Wherein He has abounded towards us,” says Paul (Eph. 1:8), “in all wisdom and prudence.” Thus, in His dealings with His people, God does not put them at once into possession of all the blessings which He has laid up for them.
He has pardoned, for instance, their sins; but He does not immediately, when He calls them by His grace, put them into possession of this blessing. He has first to teach them their need of it. He has to prepare their heart for the right reception of it. It is no common gift, and He has to teach them how to value it. They are saved from wrath and eternal misery, from His dreadful displeasure and ever-burning indignation against sin. They have need to be shown, and made deeply to feel, from what they are saved, as well as to what they are saved. And as the oak does not grow to its full stature in a day, but needs years of sunshine and storm, of beating winds and howling tempests, to give it strength and constancy, a deep and wide root, as well as a lofty and branching stem, so do God’s children need months and years of trial and temptation, that they may push a deep root downwards, and shoot up healthy and vigorous upwards.
Thus, before the soul can know anything about salvation, it must learn deeply and experimentally the nature of sin, and of itself, as stained and polluted thereby. It is proud, and needs to be humbled; careless, and needs to be awakened; alive, and needs to be killed; full, and requires to be emptied; whole, and needs to be wounded; clothed, and requires to be stripped. It is, by nature, self-righteous and self-seeking; is buried deep in worldliness and carnality; is utterly blind and ignorant; is filled with presumption, arrogance, conceit, and enmity, and hates all that is heavenly and spiritual. Sin, in all its various forms, is its natural element.
“The Ethiopian cannot change his skin, nor the leopard his spots.” To make man the direct opposite of what he originally is; to make him love God instead of hating Him; fear, instead of mocking Him; obey, instead of rebelling against Him; and to tremble at His terrible majesty, instead of running upon the thick bosses of His shield;—to do this mighty work, and to effect this wonderful change, requires the implantation of a new nature by the immediate hand of God Himself.
To the reader…
There are times when you do not understand why the Lord lets you learn for so long what you are before He lets you taste His forgiveness. He is all-wise and takes no hasty steps. Just as an oak does not reach its full stature in a day, but needs years of sunshine and storm to take firm root, so God’s children need seasons of trial and temptation. He shows you your corruption, so that you may know what you are saved from and may rightly value the pardon.
It is true: you have destroyed yourself. Man cannot change his nature, any more than the leopard his spots. But the second half of the text is just as true: in Me is thine help. What no man can work in himself, the immediate hand of God does by creating a new nature. If you are being humbled, emptied and wounded, let it drive you to Him, for with Him alone is your help.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Te perdiste, oh Israel; mas en Mí está tu ayuda.
Oseas 13:9
Dios es todo sabio y, por lo tanto, no da pasos temerarios ni precipitados. Así como el plan original de la salvación fue ideado por sabiduría infinita, así también todos los pasos sucesivos de la ejecución de ese plan son dirigidos por la misma sabiduría sin límites. “Que sobreabundó en nosotros”, dice Pablo (Efesios 1:8), “en toda sabiduría e inteligencia.” Así, en Su trato con Su pueblo, Dios no los pone de inmediato en posesión de todas las bendiciones que ha guardado para ellos.
Él ha perdonado, por ejemplo, sus pecados; pero no los pone inmediatamente, cuando los llama por Su gracia, en posesión de esta bendición. Primero tiene que enseñarles su necesidad de ella. Tiene que preparar su corazón para recibirla como es debido. No es un don común, y tiene que enseñarles a apreciarlo. Son salvados de la ira y de la miseria eterna, de Su terrible desagrado y de Su indignación siempre ardiente contra el pecado. Necesitan que se les muestre, y que sientan profundamente, de qué son salvados, así como para qué son salvados. Y así como la encina no alcanza su plena estatura en un día, sino que necesita años de sol y tormenta, de vientos que azotan y tempestades que rugen, para darle fuerza y firmeza, una raíz honda y extensa, así como un tronco elevado y frondoso, así también los hijos de Dios necesitan meses y años de prueba y tentación, para que echen raíz profunda hacia abajo y crezcan sanos y vigorosos hacia arriba.
Así, antes de que el alma pueda saber algo de la salvación, tiene que aprender profunda y experimentalmente la naturaleza del pecado, y de sí misma como manchada y contaminada por él. Es orgullosa, y necesita ser humillada; descuidada, y necesita ser despertada; viva, y necesita ser muerta; llena, y requiere ser vaciada; sana, y necesita ser herida; vestida, y requiere ser despojada. Es por naturaleza justa en su propia opinión y egoísta; está hundida en lo mundano y lo carnal; es totalmente ciega e ignorante; está llena de presunción, arrogancia, vanidad y enemistad, y aborrece todo lo celestial y espiritual. El pecado, en todas sus diversas formas, es su elemento natural.
“¿Mudará el negro su pellejo, y el leopardo sus manchas?” Hacer del hombre lo directamente opuesto a lo que es originalmente; hacerle amar a Dios en lugar de aborrecerle; temerle, en lugar de burlarse de Él; obedecerle, en lugar de rebelarse contra Él; y temblar ante Su terrible majestad, en lugar de correr contra la espesa barrera de Sus escudos; llevar a cabo esta obra poderosa y efectuar este cambio maravilloso requiere la implantación de una naturaleza nueva por la mano inmediata de Dios mismo.
Al lector…
Hay momentos en que usted no entiende por qué el Señor le deja aprender durante tanto tiempo lo que usted es antes de dejarle gustar Su perdón. Él es todo sabio y no da pasos apresurados. Así como una encina no alcanza su plena estatura en un día, sino que necesita años de sol y tormenta para echar raíz firme, así también los hijos de Dios necesitan temporadas de prueba y tentación. Él le muestra su corrupción, para que sepa de qué es salvado y aprecie debidamente el perdón.
Es verdad: usted se ha perdido a sí mismo. El hombre no puede cambiar su naturaleza, como tampoco el leopardo sus manchas. Pero la segunda mitad del texto es igualmente verdadera: en Mí está tu ayuda. Lo que ningún hombre puede obrar en sí mismo, lo hace la mano inmediata de Dios creando una naturaleza nueva. Si está siendo humillado, vaciado y herido, deje que eso le empuje hacia Él, porque solo en Él está su ayuda.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl