Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

1 december Korenaren uit de volle oogst

De lofzang is in stilheid tot U, o God, in Zion; en U zal de gelofte betaald worden.
Psalm 65:2

Hoe zoet is het God te loven en te prijzen! Er is geen gevoel op aarde dat daarmee te vergelijken is. Maar hoe vaak zijn wij in een toestand waarin wij bidden noch loven kunnen! Dan hebben knorrigheid en ontevredenheid zo’n bezit van ons genomen dat wij, verre van God te loven, zelfs niet in staat zijn Zijn aangezicht te zoeken. Dan zijn er, verre van dat wij Hem zegenen, zelfs treurige gedachten in het hart, die op vreselijke wijze getuigen van de vijandschap van ons vleselijke gemoed. Zij die door zulke gevoelens pijnlijk geoefend worden, zijn er daarom zeker van dat het alleen het werk van God is dat hen bekwaam maakt om Zijn heilige Naam te loven en te prijzen.

En komt een ziel die zo door de hemel onderwezen is, niet soms in de toestand dat zij uitroept: „O, mocht de Heere mij iets geven waarvoor ik Hem kan prijzen; mocht Hij mij uit deze beproevingen helpen; die rampzalige strik verbreken; die vreselijke verzoeking van mij wegnemen; mij uit deze moeilijkheid verlossen; mijn ziel zegenen en besproeien; mijn hart vertroosten; mijn geest versterken; mij een zoete getuigenis geven Zijner liefde!” „O,” zegt die ziel, „hoe zou ik Hem dan loven en prijzen! Ik zou luidkeels roepen om Zijn heilige Naam te verheffen.”

Maar als de Heere de zegen die zij zo vurig begeert, aan de ziel onthoudt, kan zij er van verre naar staren, hem in de geest aanschouwen en verlangen hem te ervaren. Maar zij zegt: „Vóórdat die zegen met kracht komt, vóórdat hij in al zijn lieflijkheid tot mij komt, vóórdat hij aan mijn hart is bezegeld, zodat hij mijn gemoed geheel heeft ingenomen, kan ik, durf ik Gods heilige Naam niet loven en prijzen.” O, wat is een ziel die door de hemel onderwezen is toch een afhankelijk schepsel! Hoe houdt zij niet op bij de Heilige Geest aan te houden, dat Hij in haar werkt wat welbehaaglijk is in Zijn oog! Hoe is zij ervan overtuigd dat zij de zonde niet kan voelen of belijden, dat zij geen gebed en geen lof kan uitademen, tenzij de „God aller genade” deze gezegende vruchten van de lippen met Zijn eigen krachtige hand schept (Jes. 57:19)! Bent u in uw gevoelens ook zo hulpeloos? Bent u zo volkomen afhankelijk van Gods soevereine genade? Dan bent u geestelijk door God onderwezen. Want het is Gods onderwijs in de ziel dat een mens brengt tot een bevindelijke kennis van zijn eigen volkomen hulpeloosheid voor Zijn aangezicht.

De lofzang klimt uit Sions zalen
tot U met stil ontzag.
Daar zal men U, o God, betalen
geloften, dag bij dag.
Gij hoort hen, die uw heil verwachten,
o Hoorder der gebeên,
dies zullen allerlei geslachten
ootmoedig tot U treên.

Ps. 65:1

Aan de lezer…

Hoe vaak kunt u bidden noch loven! Zijn knorrigheid en ontevredenheid zo in uw hart gekropen dat u zelfs Zijn aangezicht niet zoekt, en schrikt u van de treurige gedachten die daar opkomen? Schaam u daarover voor de Heere, maar wanhoop niet. Juist zo leert de ziel dat het alleen het werk van God is dat haar bekwaam maakt om Zijn heilige Naam te prijzen; uit haar eigen hart komt geen lofzang op.

Staart u dan van verre naar een zegen die u nog niet smaakt, en durft u niet te loven voordat hij met kracht aan uw hart bezegeld is? Houd dan als een afhankelijk schepsel aan bij de Heilige Geest, dat Hij in u werkt wat welbehaaglijk is in Zijn oog. Hij is de Hoorder van de gebeden. Ook de lofzang in stilheid is Hem niet vreemd, en wie nu in stilte wacht, zal Hem eens zijn gelofte betalen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

1 december 365 dagen met Philpot

Hebt de wereld niet lief

Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid, maar die de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.
1 Johannes 2:15-17

De apostel Johannes zet vollediger en duidelijker uiteen wat er in de wereld is, om ons nog een reden te geven haar niet lief te hebben. Hij vat wat in de wereld is samen onder drie veelzeggende en scherpe noemers: „de begeerlijkheid des vleses, de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens.” Al deze begeerlijkheden worden veroordeeld als niet uit de Vader, maar uit de wereld. God is hier niet; Zijn Woord is hier niet; Zijn wil is hier niet; Zijn wijsheid is hier niet; Zijn liefde, goedheid, tegenwoordigheid en macht zijn hier geen van alle. Het is allemaal de mens, de valse, gevallen, bedrogen en bedriegende mens. Het is allemaal het voortbrengsel van de grondregels, bezigheden, het welbehagen en de goedkeuring van een wereld die in het boze ligt, een wereld onder de verschrikkelijke vloek en de openlijke veroordeling van de Almachtige.

Aan welke kant wilt u dan staan? Bent u een liefhebber van de wereld of een geliefde van God? Wat bent u? „Welnu,” zeggen sommigen van u misschien, „ik weet het niet.” U zult het niet weten zolang u op twee gedachten hinkt, zolang u met uw leven en gedrag hand in hand met de wereld wandelt. Maar als het leven van God en de godsvrucht in uw gemoed zijn, moet u zich wel heel ellendig voelen in deze toestand van twijfel en onzekerheid.

Dan moet u wel vele bittere gedachten hebben op uw bed; dan moet u wel vaak het hoofd laten hangen voor God, en ook voor Zijn kinderen, en dan moet er wel een donkere schaduw over uw gezicht trekken, wanneer stilte en eenzaamheid u tijd geven om na te denken en te voelen. Als de godsvrucht en het leven van God in uw ziel zijn, kunt u de wereld niet met liefde najagen zonder dat God het in uw geweten aanwijst en u Zijn ongenoegen in uw hart voelt. Maar misschien zegt u: „Ik zou graag vrijer van deze ellendige liefde voor de wereld zijn, maar ik kan mijzelf niet bevrijden.” Nee, en u zult er ook nooit van bevrijd worden totdat u plat neervalt voor God en tot Hem roept om u ervan te bevrijden.

Maar als Hij uw gebed verhoort en u zegent met iets van Zijn liefde, zou u merken dat, wanneer die met goddelijke kracht in uw ziel kwam, in een ogenblik tot stand kwam wat u zelf in honderd jaar nog niet zou kunnen. U zou gereinigd worden van die ellendige liefde voor de wereld, die nu zowel uw verzoeking als uw last is, doordat u een beter voorwerp van liefde krijgt. Want daardoor zou uw liefde gehecht worden aan de dingen die boven zijn, waar Jezus zit aan de rechterhand van God.

Lezen: Psalm 73

Aan de lezer…

Er zijn tijden dat u zelf niet weet aan welke kant u staat. Hinkt u nog op twee gedachten, met het ene oog op de Heere en het andere op wat de wereld biedt? Wees dan eerlijk: is er geen bittere gedachte op uw bed, geen neergeslagen hoofd voor God en voor Zijn kinderen, wanneer de stilte u tot nadenken dwingt? Die onrust is geen bewijs dat het leven van God u vreemd is; zij kan juist het teken zijn dat Hij in uw geweten aanwijst wat u liever verborgen hield.

Probeer uzelf echter niet los te worstelen; dat zult u in honderd jaar niet kunnen. Val plat neer voor Hem en roep tot Hem om bevrijding. Eén aanraking van Zijn liefde, met goddelijke kracht in uw ziel gebracht, doet in een ogenblik wat al uw voornemens niet konden: zij geeft u een beter voorwerp van liefde. Dan wordt uw hart gehecht aan de dingen die boven zijn, waar Jezus zit aan de rechterhand van God, en de wereld gaat voorbij met al haar begeerlijkheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

1 december Door Baca’s vallei

Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde; Die ons tevoren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen door Jezus Christus, in Zichzelf, naar het welbehagen van Zijn wil.
Efeze 1:4-5

Het is een zeer ware uitspraak dat niemand zijn eigen ziel levend kan maken. En het is een even ware verklaring, wij zouden bijna zeggen een geduchte waarheid, dat het Evangelie alleen met kracht komt tot hen die God verkoren heeft tot de eeuwige zaligheid. Het een vloeit inderdaad uit het ander voort. Want als niemand zijn eigen ziel levend kan maken, dan volgt daar noodzakelijk uit dat zij alleen door soevereine genade levend gemaakt wordt. Wie de val aanvaardt en erkent dat een mens van nature volkomen dood is door de misdaden en de zonden, en dat hij zichzelf niet uit deze staat kan opheffen tot nieuwheid van leven, die moet daaruit noodzakelijk de leer van de uitverkiezing afleiden.

Een levend mens kan zo redeneren: Ben ik levend gemaakt? Ja. Heb ik mijzelf levend gemaakt? Nee, dat kon ik niet, want ik was dood door de zonde. Heeft God mij dan levend gemaakt? Wie anders kon leven geven aan mijn dode ziel? Maar waarom heeft Hij mij levend gemaakt toen ik dood was door de zonde? Omdat Hij mij liefhad en mij in Christus heeft uitverkoren tot een erfgenaam van Zijn eeuwige heerlijkheid.

Of u nu zo kunt spreken of niet, het staat buiten twijfel dat de Heere een volk heeft dat Hem dierbaar is en voor wie Hij Zich dierbaar maakt. Zij zijn, hoewel veracht en miskend door de mensen, de uitverkorenen van God. En als u een vat van barmhartigheid bent dat Hij tot het eeuwige leven verkoren heeft, dan is het Evangelie al gekomen of het zal op Zijn eigen tijd en op Zijn eigen wijze komen, en het zal met kracht aan uw hart en geweten worden toegepast.

Aan de lezer…

Kunt u zo redeneren, lezer? Weet u dat u levend gemaakt bent, en weet u ook dat u dat leven niet uzelf gegeven hebt, omdat u dood was door de zonde? Dan rust uw hoop niet op iets in uzelf, maar op die soevereine genade waardoor Hij u in Christus heeft uitverkoren tot een erfgenaam van Zijn eeuwige heerlijkheid. Dat is geen leer om koel over te twisten, maar een bron om uit te drinken in dagen van armoede.

En durft u het nog niet zo te zeggen? Wanhoop dan niet. Het staat buiten twijfel dat de Heere een volk heeft dat Hem dierbaar is, hoe veracht en miskend het ook mag zijn bij de mensen. Bent u een vat van barmhartigheid, dan zal het Evangelie op Zijn eigen tijd en op Zijn eigen wijze tot u komen en met kracht aan uw hart en geweten worden toegepast. Houd daarom aan bij Hem Die alleen leven kan geven aan een dode ziel.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina