1 de diciembre
Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde; Die ons tevoren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen door Jezus Christus, in Zichzelf, naar het welbehagen van Zijn wil.
Efeze 1:4-5
Het is een zeer ware bewering, dat niemand zijn eigen ziel kan levend maken, en het is een even ware betuiging, wij kunnen bijna zeggen een geduchte waarheid, dat het Evangelie alleen in kracht komt tot degenen die God verkoren heeft tot de eeuwige zaligheid. Inderdaad, het een vloeit uit het ander voort; want als niemand zijn eigen ziel kan levend maken, dan volgt daaruit noodzakelijk, dat het alleen door soevereine genade is, dat zij levend gemaakt wordt. Eens de val toegestaan en erkend dat een mens van nature geheel dood is door de misdaden en de zonden, en dat hij zichzelf niet kan opheffen uit deze staat tot de nieuwigheid des levens, zo moet daaruit noodzakelijk de leerstelling der uitverkiezing volgen.
Een levend mens kan aldus redeneren: Ben ik levend gemaakt? Ja. Heb ik mijzelf levend gemaakt? Neen, ik kon dit niet, want ik was dood door de zonde. Heeft God mij dan levend gemaakt? Wie anders kon er leven geven aan mijn dode ziel? Maar waarom heeft Hij mij levend gemaakt toen ik dood was door de zonde? Omdat Hij mij liefhad en mij in Christus heeft uitverkoren tot een erfgenaam van Zijn eeuwige heerlijkheid.
Of gij nu zo kunt spreken of niet, er is geen twijfel aan of de Heere heeft een volk dat Hem dierbaar is en aan wie Hij Zichzelf dierbaar maakt. Dezen, ofschoon veracht en miskend door de mensen, zijn de uitverkorenen Gods; en als gij een vat der barmhartigheid zijt, dat Hij tot het eeuwige leven verkoren heeft, dan is het Evangelie reeds gekomen, of het zal op Zijn eigen tijd en op Zijn eigen wijze komen, en het zal aan uw hart en consciëntie met kracht worden toegepast.
Aan de lezer…
Kunt u zo redeneren, lezer? Weet u dat u levend gemaakt bent, en weet u ook dat u het uzelf niet gegeven hebt, omdat u dood was door de zonde? Dan rust uw hoop niet op iets in uzelf, maar op die soevereine genade waardoor Hij u in Christus heeft uitverkoren tot een erfgenaam van Zijn eeuwige heerlijkheid. Dat is geen leer om koud over te twisten, maar een bron om uit te drinken in dagen van armoede.
En durft u het nog niet zo te zeggen? Wanhoop dan niet. Er is geen twijfel aan of de Heere heeft een volk dat Hem dierbaar is, hoe veracht en miskend het ook mag zijn bij de mensen. Bent u een vat der barmhartigheid, dan zal het Evangelie op Zijn eigen tijd en op Zijn eigen wijze tot u komen, en met kracht aan uw hart en consciëntie worden toegepast. Houd daarom aan bij Hem Die alleen leven geven kan aan een dode ziel.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde; Die ons tevoren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen door Jezus Christus, in Zichzelf, naar het welbehagen van Zijn wil.
Efeze 1:4-5
Het is een zeer ware uitspraak dat niemand zijn eigen ziel levend kan maken. En het is een even ware verklaring, wij zouden bijna zeggen een geduchte waarheid, dat het Evangelie alleen met kracht komt tot hen die God verkoren heeft tot de eeuwige zaligheid. Het een vloeit inderdaad uit het ander voort. Want als niemand zijn eigen ziel levend kan maken, dan volgt daar noodzakelijk uit dat zij alleen door soevereine genade levend gemaakt wordt. Wie de val aanvaardt en erkent dat een mens van nature volkomen dood is door de misdaden en de zonden, en dat hij zichzelf niet uit deze staat kan opheffen tot nieuwheid van leven, die moet daaruit noodzakelijk de leer van de uitverkiezing afleiden.
Een levend mens kan zo redeneren: Ben ik levend gemaakt? Ja. Heb ik mijzelf levend gemaakt? Nee, dat kon ik niet, want ik was dood door de zonde. Heeft God mij dan levend gemaakt? Wie anders kon leven geven aan mijn dode ziel? Maar waarom heeft Hij mij levend gemaakt toen ik dood was door de zonde? Omdat Hij mij liefhad en mij in Christus heeft uitverkoren tot een erfgenaam van Zijn eeuwige heerlijkheid.
Of u nu zo kunt spreken of niet, het staat buiten twijfel dat de Heere een volk heeft dat Hem dierbaar is en voor wie Hij Zich dierbaar maakt. Zij zijn, hoewel veracht en miskend door de mensen, de uitverkorenen van God. En als u een vat van barmhartigheid bent dat Hij tot het eeuwige leven verkoren heeft, dan is het Evangelie al gekomen of het zal op Zijn eigen tijd en op Zijn eigen wijze komen, en het zal met kracht aan uw hart en geweten worden toegepast.
Aan de lezer…
Kunt u zo redeneren, lezer? Weet u dat u levend gemaakt bent, en weet u ook dat u dat leven niet uzelf gegeven hebt, omdat u dood was door de zonde? Dan rust uw hoop niet op iets in uzelf, maar op die soevereine genade waardoor Hij u in Christus heeft uitverkoren tot een erfgenaam van Zijn eeuwige heerlijkheid. Dat is geen leer om koel over te twisten, maar een bron om uit te drinken in dagen van armoede.
En durft u het nog niet zo te zeggen? Wanhoop dan niet. Het staat buiten twijfel dat de Heere een volk heeft dat Hem dierbaar is, hoe veracht en miskend het ook mag zijn bij de mensen. Bent u een vat van barmhartigheid, dan zal het Evangelie op Zijn eigen tijd en op Zijn eigen wijze tot u komen en met kracht aan uw hart en geweten worden toegepast. Houd daarom aan bij Hem Die alleen leven kan geven aan een dode ziel.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“According as he hath chosen us in him before the foundation of the world, that we should be holy and without blame before him in love: having predestinated us unto the adoption of children by Jesus Christ to himself, according to the good pleasure of his will.”
Ephesians 1:4, 5
It is a very solemn but a very true assertion, that no man can quicken his own soul; and it is an equally solemn, we might almost say, a tremendous truth, that the gospel only comes in power to those whom God has chosen unto eternal life. Indeed the one flows from the other; for if no man can quicken his own soul, it necessarily follows it must be of sovereign grace that it is quickened at all. Once allow the fall, and acknowledge that a man is by nature so thoroughly dead in trespasses and sins that he cannot raise himself up out of this state to newness of life, and the doctrine of election necessarily follows.
A living soul may reason thus—“Am I quickened? Yes. Did I quicken myself? No. I could not; for I was dead in sin. Did God then quicken me? Who but He could have given life to my dead soul? But why did He quicken me, when dead in sins? Because He loved me, and chose me in Christ to be an heir of His eternal glory.”
Whether, however, you can speak thus or not, there is no doubt that the Lord has a people who are dear to Him, and to whom He makes Himself dear. These, though despised of, or unnoticed by men, are the elect of God; and if you are a vessel of mercy whom He has thus chosen to eternal life, the gospel either has already come, or, in His own time and way, will be made to come with power to your heart and conscience.
To the reader…
Can you reason like this, reader? Do you know that you have been quickened, and do you also know that you did not give yourself that life, because you were dead in sin? Then your hope does not rest on anything in yourself, but on that sovereign grace by which He chose you in Christ to be an heir of His eternal glory. That is not a doctrine to dispute about coolly, but a spring to drink from in days of poverty.
And do you not yet dare to speak like this? Then do not despair. There is no doubt that the Lord has a people who are dear to Him, however despised and overlooked they may be among men. If you are a vessel of mercy, the gospel will come to you in His own time and in His own way and be applied with power to your heart and conscience. So hold on to Him Who alone can give life to a dead soul.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Según nos escogió en Él antes de la fundación del mundo, para que fuésemos santos y sin mancha delante de Él en amor; habiéndonos predestinado para ser adoptados hijos por Jesucristo a Sí mismo, según el puro afecto de Su voluntad.”
Efesios 1:4, 5
Es una afirmación muy solemne, pero muy verdadera, que ningún hombre puede vivificar su propia alma; y es una verdad igualmente solemne, casi podríamos decir tremenda, que el evangelio solo viene con poder a aquellos a quienes Dios ha escogido para vida eterna. En efecto, lo uno fluye de lo otro; porque si ningún hombre puede vivificar su propia alma, se sigue necesariamente que, si es vivificada, ha de ser por gracia soberana. Admítase una vez la caída, y reconózcase que el hombre está por naturaleza tan completamente muerto en delitos y pecados que no puede levantarse de este estado a novedad de vida, y la doctrina de la elección se sigue necesariamente.
Un alma viva puede razonar así: “¿Estoy vivificado? Sí. ¿Me vivifiqué a mí mismo? No. No podía; porque estaba muerto en el pecado. ¿Me vivificó entonces Dios? ¿Quién sino Él podría haber dado vida a mi alma muerta? ¿Pero por qué me vivificó, estando muerto en pecados? Porque me amó y me escogió en Cristo para ser heredero de Su gloria eterna.”
Sin embargo, pueda usted hablar así o no, no hay duda de que el Señor tiene un pueblo que le es querido, y para el cual Él se hace querido. Estos, aunque despreciados o inadvertidos por los hombres, son los escogidos de Dios; y si usted es un vaso de misericordia a quien Él ha escogido así para vida eterna, el evangelio o ya ha venido, o, en Su propio tiempo y manera, será hecho venir con poder a su corazón y su conciencia.
Al lector…
¿Puede usted razonar así, lector? ¿Sabe que ha sido vivificado, y sabe también que no se dio a sí mismo esa vida, porque estaba muerto en el pecado? Entonces su esperanza no descansa en nada de usted mismo, sino en aquella gracia soberana por la cual Él le escogió en Cristo para ser heredero de Su gloria eterna. Esa no es una doctrina para discutirla con frialdad, sino una fuente de la cual beber en días de pobreza.
¿Y todavía no se atreve a hablar así? Entonces no desespere. No hay duda de que el Señor tiene un pueblo que le es querido, por despreciado y pasado por alto que sea entre los hombres. Si usted es un vaso de misericordia, el evangelio vendrá a usted en Su propio tiempo y a Su propia manera, y será aplicado con poder a su corazón y su conciencia. Aférrese, pues, a Aquel que es el único que puede dar vida a un alma muerta.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl