Joseph Charles Philpot
J.C. Philpot

Rijkdommen van Philpot — deel 6: Het waren niet de spijkers (deel 1 van 2)

Korte stukken van Philpot over het lijden van Christus aan het kruis, Zijn onveranderlijke liefde en de verzoekingen en beproevingen onderweg. Ook over de hartendoorzoekende God, de waarheid van een levende godsdienst en de wegen waarlangs genade een zondaar tot Jezus brengt.

Het waren niet de spijkers die door Zijn handen en voeten werden geslagen. Het was niet de doornenkroon op Zijn voorhoofd. Het waren niet de striemen die Zijn rug verscheurden. Het was niet de uitputting en machteloosheid waaronder Hij leed. Dit alles was het niet dat de Heere deed sterven. Het was niet slechts de lichamelijke pijn van het kruis — niet slechts de pijn, hoe scherp en hevig ook, van de spijkers door Zijn heilige handen en voeten. Dat Hij zes uur lang aan het kruis was uitgestrekt vormde niet het voornaamste deel van het lijden van de Verlosser.

Het was de bijna onverdraaglijke last van toegerekende zonde — de toegerekende zonden van miljoenen. Het was de verschrikkelijke uitstorting van Gods toorn in Zijn heilige ziel. Het was het verbergen van het aangezicht van Zijn Vader en de pijnen van de hel zelf die Hem daar overvielen! Onze lijdende Zaligmaker dronk de beker van Gods toorn tot op de bodem leeg toen onze gemene, verschrikkelijke en afschuwelijke zonden op Hem werden gelegd!

Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben (Jesaja 53:10)

Satans keten!

Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen (Hebreeën 2:8)

Zie de soevereine oppermacht van Jezus! Ook alle verzoekingen zijn onder de voeten van Jezus gesteld. Hoe zoet is het dit te zien en te voelen! Uw pad is op dit ogenblik misschien een pad van grote verzoeking. Strikken van de gevaarlijkste en meest bedrieglijke soort kunnen in allerlei richtingen voor uw voeten gespannen zijn. Satan mag uw ziel misschien aanvallen met al zijn hellekunsten en wapens. U kunt een droevige strijd hebben met de gemene begeerten van uw verdorven natuur en voelen dat u evenveel zonden levend in uw hart hebt als er haren op uw hoofd zijn!

Maar zijn ook deze dingen niet onder Zijn voeten onderworpen? Zou het waar zijn dat God alle dingen onder Zijn voeten heeft gesteld als de verzoekingen waren weggelaten? Kan Satan u ook maar één punt verder verzoeken dan de Heere toestaat? Hoe was het met Job toen Satan hem mocht verzoeken? Had God niet de precieze lengte van Satans keten bepaald toen Hij zei: verschoon zijn leven?

Satan mocht al zijn bezittingen vernietigen. Hij mocht al zijn kinderen in één klap wegvagen. Hij mocht hem met zweren slaan van de voetzool tot de kruin van zijn hoofd. Maar hij kon zijn leven niet aantasten, zijn natuurlijke noch zijn geestelijke leven. Hij kon hem er ook niet toe drijven God te lasteren, al slaagde hij er wel in dat Job de dag van zijn geboorte vervloekte.

Tot hiertoe zult gij komen, en niet verder, zei de Heere in feite tegen Satan, en hier zal hij zich stellen tegen den hoogmoed uwer golven. Zo is het ook met u. Welke verzoekingen u ook moet verduren — zij kunnen nooit uw leven aantasten. Want dat is verborgen met Christus en veilig bewaard in het hart en de handen van Hem Die regeert in oppermacht en heerlijkheid!

Liefde op het eerste gezicht!

Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid (Jeremia 31:3)

Er is geen begin aan de liefde van Christus, want zij bestond toen Hij bestond — en dat was van eeuwigheid. Er is ook geen einde aan die liefde. Zijn liefde is dus even eeuwig als Hijzelf. Wat een barmhartigheid is het voor wie enige genadige, bevindelijke kennis van de liefde van Christus hebben te kunnen geloven dat zij van eeuwigheid tot eeuwigheid is! Geen gebeurtenissen in de tijd — geen stormen van zonde of Satan — kunnen die eeuwige liefde ooit veranderen of wijzigen. Zij blijft nu en zal in alle eeuwigheid dezelfde blijven!

De liefde van Christus tot Zijn volk is eeuwig, onveranderlijk en onwrikbaar. En waarom? Omdat Hij liefheeft als God. Dit eeuwige, onveranderlijke karakter van de liefde van Christus geeft ons iets om op te staan, los van onze wisselende gevoelens — onze wankelende gemoedsstemmingen — en de veranderingen die voortdurend plaatsvinden in onze gedachten, harten en levens. De liefde van Christus tot ons is niet veranderlijk en wisselvallig zoals de onze tot Hem. Zij blijft eeuwig bestaan, zoals Hij Zelf. Jezus heeft hen die Hem door de Vader gegeven zijn in de raadsbesluiten van de eeuwigheid vrij, volkomen en onveranderlijk lief. Zij zijn Hem voorgesteld als Zijn toekomstige gemalin en bruid.

De liefde van Christus tot Zijn bruid was liefde op het eerste gezicht! Toen zij Hem door de Vader werd voorgesteld om Zijn gemalin te zijn werd Hij verliefd op haar zodra Hij Zijn uitverkoren bruid aanschouwde. Want Hij zag haar niet verzonken en gevallen maar in al haar schoonheid. Hij zag haar bekleed met de volheid van die heerlijkheid waarin zij eens zal stralen wanneer zij met Hem aanzit aan het bruiloftsmaal van het Lam!

Niets kan de liefde van Christus uitdoven of vernietigen! Zij zal zegevieren over zonde, dood en hel — ja, over elke belemmering en elk obstakel — totdat zij de eindoverwinning behaalt. In de gloed van de volle volmaaktheid en het volle genot zal zij de hemel vervullen met haar eeuwige heerlijkheid!

Zij zijn slechts mestkevers!

Welker einde is het verderf, welker God is de buik, en welker heerlijkheid is in hun schande, dewelken aardse dingen bedenken (Filippenzen 3:19)

Paulus snijdt hier duizenden naamchristenen af als hen dewelken aardse dingen bedenken. Dit betekent dat zij geen smaak, geen eetlust en geen behagen hebben in goddelijke dingen en geen genegenheden die op de dingen boven zijn gericht. Hun gedachten zijn op aardse dingen gericht. Zij zijn slechts mestkevers — voortdurend tastend en kruipend naar geld en gewin!

Naar hun verschillende behoeften

En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, ook genade voor genade (Johannes 1:16)

Jezus schenkt Zijn volk voortdurend Zijn genade naar hun verschillende behoeften. Genade voor elke last die wij moeten dragen — genade voor elke beproeving die wij moeten doorstaan — genade voor elke verdrukking die wij moeten lijden — genade voor elke plicht die wij moeten vervullen — genade om ons door het leven te dragen — genade om bij ons te zijn in de dood zelf en ons er veilig doorheen te dragen!

Wanneer de Heere Zijn juwelen samenstelt

Als onbekenden, en nochtans bekend (2 Korinthe 6:9)

Gods volk wordt evenals Gods dienaren in deze wereld weinig gekend en nog minder geacht. Het is Gods bedoeling en een deel van Zijn oneindige wijsheid dat het zo is. De Heere kweekt erfgenamen op van een uitnemend en eeuwig gewicht van heerlijkheid. Hij bereidt hen voor op die woningen van heiligheid en zaligheid die Hij voor hen heeft bereid vóór de grondlegging van de wereld. Maar zolang zij hier beneden zijn, verkeren zij in een staat van onbekendheid.

Wij kunnen hen vergelijken met een grote, kostbare diamant die op dit moment wordt geslepen en gepolijst in een of ander afgelegen binnenplaatsje van de stad. Bijna niemand weet van zijn bestaan of waarde dan zijn eigenaar en de juwelier die hem geduldig in vorm slijpt. Maar op een dag kan hij de kroon van een vorst sieren! Zo zijn Gods diamanten verborgen voor de ogen van de mensen terwijl God ze slijpt en polijst door beproevingen en verzoekingen, lijden en verdrukkingen. Maar wanneer de Heere Zijn juwelen samenstelt zullen zij voor altijd stralen in Zijn kroon!

God heeft voor het grootste deel de armen van deze wereld uitgekozen om rijk te zijn in het geloof. Niet veel mensen die bekend zijn in de annalen van geleerdheid, macht of rang — niet vele edelen, niet vele rijken, niet vele machtigen — heeft Hij door Zijn genade geroepen tot de kennis van Zichzelf. Het volk van de Heere bezit zelden rijkdom, positie, eigendom of wereldse onderscheiding. Zij zijn voor het grootste deel arm en veracht, zoals hun Heere en Meester vóór hen. En naar zulke mensen vraagt de wereld niet en zij let ook niet op hen.

zij zullen, zegt de HEERE der heirscharen, te dien dage, dien Ik maken zal, Mij een eigendom zijn (Maleachi 3:17)

Gever en Onderhouder

De Heilige Geest is niet alleen de Gever maar ook de Onderhouder van al het leven in de ziel.

Aanstootgevend voor de wereld?

Niets is aanstootgevender voor de wereld dan levende godzaligheid!

Een monster in de gemeente van God!

Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit den dood in het leven, dewijl wij de broeders liefhebben; die zijn broeder niet liefheeft, blijft in den dood (1 Johannes 3:14)

Wat zou een christen zijn zonder liefde? Een monster inderdaad! Soms horen wij van monsters in de natuur — van een lam dat met twee koppen, zes poten of twee harten geboren is. Zo zou ook een belijdend christen zonder enige liefde voor het volk van God een monster zijn in de gemeente van God. De genade kent vele pijnlijke en langdurige geboorten. Maar het hemelse Jeruzalem, dat de moeder van ons allen is, heeft nog nooit een monster voortgebracht uit haar vruchtbare schoot.

de vrucht des Geestes is liefde (Galaten 5:22)

Doof en stom?

Die uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gijlieden niet, omdat gij uit God niet zijt (Johannes 8:47)

Sommigen worden, zoals dat heet, doof en stom geboren. Zij zijn niet werkelijk spraakloos, hoewel men dat zegt, want al hun spraakorganen zijn even volmaakt als de onze. Maar zij kunnen ze niet gebruiken om verstaanbare taal te vormen, omdat er nooit enig geluid tot hun gemoed is doorgedrongen. En wat zij nooit gehoord hebben kunnen zij niet nabootsen.

Ook in de godsdienstige wereld hebben wij onze doven en stommen. Zij kunnen de taal van Kanaän niet spreken, want zij hebben haar nooit in hun hart horen spreken. En ook hebben wij hen die eens doof waren en nu horen — en dat door de kracht van een almachtig ‘Word geopend!’

Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij (Johannes 10:27)

Veranderd naar Zijn gelijkenis

ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen (1 Petrus 2:21)

Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft (1 Johannes 2:6)

Het beeld van Jezus wordt weerspiegeld in de harten van Zijn volk. Een echte christen is zachtmoedig, nederig, teder, gebroken en verbrijzeld. Hij heeft een hart van geloof, hoop en liefde en wandelt in de vreze Gods. Hij wil Gods wil kennen en doen, is onderworpen in het lijden en geestelijk gezind, en siert de leer door een godzalig leven. Maar de ‘louter belijder van godsdienst’ leeft in strijd met de gezindheid en het beeld van Christus. Hij is trots, halsstarrig, werelds en hebzuchtig. Hij is opschepperig en aanmatigend en vol zelfverheffing en eigenwaan. Hij is luchtig, onbenullig, vleselijk en aards gezind.

De soevereiniteit van God

En al de inwoners der aarde zijn als niets geacht, en Hij doet naar Zijn wil met het heir des hemels en de inwoners der aarde, en er is niemand, die Zijn hand afslaan, of tot Hem zeggen kan: Wat doet Gij? (Daniël 4:35)

Het oordeel van God in Zijn Woord is dat Hij Soeverein is. Gods soevereiniteit, zoals die in alle zaken groot en klein wordt uitgeoefend, is voor het volk van God vaak moeilijk — vooral wanneer zij hen persoonlijk raakt. Wanneer zij afgoden uit hun boezem wegneemt, hun plannen verdort, hun vooruitzichten doet verwelken en hun verwachtingen teleurstelt. Wanneer zij voor hen staat als een berg van koper en een poort van ijzer waar zij niet overheen en niet doorheen kunnen.

De woestijn

Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken (Hosea 2:13)

De kinderen van God zouden niet vrijwillig de woestijn ingaan. Het is een te kale plaats voor hen om te betreden, tenzij zij op bijzondere wijze door de genade van God gelokt en door de kracht van God geleid worden. Meestal weten zij ook niet waarheen de Heere hen brengt. Zij volgen Zijn trekken en worden geleid door Zijn lokken. Zij luisteren naar Zijn overredende stem en vertrouwen op Hem als op een onfeilbare Gids. Maar zij kennen de ‘plaats van kaalheid’ niet waarheen Hij hen brengt — dit verbergt de Heere gewoonlijk voor hun ogen.

Hij lokt en zij volgen. Maar Hij vertelt hun niet wat Hij met hen gaat doen of waar Hij hen heen wil brengen. Hij verbergt Zijn genadige bedoelingen om ze later duidelijker aan het licht te brengen.

Kijk naar de plaats waar Hij Zijn volk brengt: de woestijn. Dit is een beeld en zinnebeeld dat de Heilige Geest veel gebruikt en dat ons veel diepe en nuttige lering geeft. De woestijn is een afgelegen, eenzame plek, ver, ver van steden en dorpen en andere drukke verblijfplaatsen van mensen. Het is een verre en vaak troosteloze woonplaats waar geen indringend oog is dat de stappen van de zwerver gadeslaat en geen luisterend oor dat zijn zuchten en kreten hoort.

Wanneer de Heere Zijn heilige kracht op het hart laat werken om Zijn volk de woestijn in te lokken, brengt Hij hen op een plek waar zij in eenzaamheid en stilte van iedereen behalve van Hem gescheiden zijn. De ‘woestijn’ nemen wij als zinnebeeld van alleen zijn met God — uit de wereld komen — weg van de zonde en de wereldse gezelschappen — uit alles wat vleselijk, zinnelijk en aards is — en gebracht worden op die plechtige plek waar geheime, heilige en eenzame omgang met God plaatsvindt!

Slechts een enorme kluit stof

Ziet, de volken zijn geacht als een druppel van een emmer, en als een stofje van de weegschaal; ziet, Hij werpt de eilanden henen als dun stof (Jesaja 40:15)

Alles op aarde is, bezien door de ogen van de Majesteit van de hemel, waardeloos en armzalig. De aarde is tenslotte slechts een enorme kluit stof! En als zodanig is zij in de ogen van haar Maker even onbeduidend als een druppel in de emmer of stof op de weegschaal. Wat zijn dan alle hoogste doelen, verhevenste streven, grootste bezigheden en edelste werkzaamheden van de aarde in de ogen van Hem Die in de eeuwigheid woont? Zij zijn slechts laag en waardeloos.

Nee, zelfs in onze ogen is er één overweging die het stempel van ijdelheid op dit alles drukt. Alle bezigheden van de aarde — welke hoge dingen de mensen in dit leven ook bereiken, of het nu rijkdom, rang, geleerdheid, macht of genot is — eindigen allemaal in de dood. De adem van Gods misnoegen werpt alles wat rijk en machtig, hoog en trots is spoedig neer in het graf. Want de Heere, de Almachtige, zal de hoogmoedigen straffen en hen tot in het stof neerhalen!

Het krachtige werk van de genade in het hart, waardoor de uitverkoren vaten van barmhartigheid verlost worden uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van Gods dierbare Zoon, roept hen uit die lage, kruipende bezigheden — die aardse speeltjes — die gemene en zinnelijke lusten waarin de mensen van deze wereld tegelijk hun geluk en hun ondergang zoeken!

Gemeenschap met God te genieten — te voelen hoe het gemoed omhoog wordt getrokken naar hoge en hemelse dingen — het hart te hebben gespeend en losgemaakt van de armzalige, kruipende, ellendige zorgen van deze wereld — de ziel plechtig bezig te hebben met de werkelijkheden van een eeuwigheid zonder einde — te leven een leven van geloof in de Zoon van God — geestelijk gezind te zijn — dood voor de zonde en de wereld — geluk te zoeken in het kennen en doen van de wil van God — en uit te zien naar het einde van de wedloop als de gever van een kroon van heerlijkheid — zeker, er is iets in deze levende bevinding van het kind van God dat zijn ziel verheft boven dit arme, ellendige tranendal — dit ellendige toneel waar alles het stempel van kwelling en teleurstelling draagt!

Velen zijn geroepen

Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren (Mattheüs 22:14)

Er is een roeping die niet krachtdadig is — die niet zaligmakend is — die niet bewijst en bevestigt dat iemand uitverkoren is naar Gods eeuwige voornemen tot het eeuwige leven. Sterfgevallen in het gezin en lichamelijke ziekte — vooral als de ziekte gevaarlijk of ernstig is — het klimmen van de jaren en gebreken en zware slagen in de voorzienigheid. Sterke overtuigingen van het geweten en verlangens om zich te bekeren en tot de Heere te keren. Vrees voor dood en hel en het zitten onder het geluid van de waarheid. De raad en het voorbeeld van godvrezende ouders. De schrikken van de Heere in een verbroken wet en de uitnodigingen van barmhartigheid in een gepredikt evangelie. Dit alles zijn roepstemmen waarin en waardoor de Wijsheid bij de ingang van de stad, bij de poorten van de stad, overluid roept.

Maar wij weten heel goed dat al deze ‘uitwendige roepingen’ krachteloos blijven totdat de Heilige Geest Zijn verborgen en heilige kracht op het hart laat werken!

Hij legt Zijn hand op een geheimzinnige wijze in het hart

Voordat wij Christus kunnen ontvangen moet er ruimte voor Hem gemaakt worden. Dat moet gebeuren door de kracht van Gods genade, want zonde en Satan zijn zo sterk dat niets anders ze kan overwinnen. De gewone manier waarop deze ruimte voor Christus wordt gemaakt is door snijdende overtuigingen, benauwende verzoekingen en verontrustende zichten op de majesteit en reinheid van God. Want door zulke handelingen met het geweten leren wij bevindelijk onze eigen ellendige zondigheid kennen.

De gezegende Geest werkt in en door deze overtuigingen en maakt het hart zacht en week door goddelijke invloed. Zo breekt Hij de trots en de eigengerechtigheid in stukken. Hij breekt ook het vooroordeel, de vijandschap en het verzet. Hij breekt al die hindernissen die het evangelie zo buiten hebben gesloten, de ogen zo verblind, de oren gestopt en het hart verhard tegen de stem van de waarheid. Het is nu niet meer de vraag of wij ons al dan niet tot de Heere zullen keren en de wegen van de zonde zullen verlaten. Want Hij maakt ons gewillig op de dag van Zijn kracht en legt Zijn hand op een geheimzinnige wijze in het hart.

De Heere legt door de verborgen kracht en invloed van Zijn genade Zijn hand in het hart. Door de verborgen bewegingen van Zijn Geest in en op het geweten wekt Hij niet alleen een besef op van de ondergang en ellende van de ziel. Hij wordt uitgestort als een Geest van genade en gebeden en deelt dan verlangens, ademtochten, zuchten, kreten en kermen mee. Ook geeft Hij een uitzien en smachten naar barmhartigheid, vergeving en vrede.

Op deze wijze maakt de Heere Jezus Christus Zijn volk bereid om Hem te ontvangen. Want Hij overtuigt hen niet alleen van hun ellendige toestand. Op een verborgen, geheimzinnige wijze ontdekt Hij hun van tijd tot tijd zoveel van Zijn geschiktheid, schoonheid, zaligheid, genade en heerlijkheid dat het hart bereid is Hem te ontvangen. Het hart vreest dan niets zozeer als te leven en te sterven zonder de openbaring van Zijn bloed en liefde!

Hoe nemen wij Jezus aan?

Maar zovelen Hem aangenomen hebben (Johannes 1:12)

Hoe nemen wij Jezus aan? Wij nemen Jezus aan als de eeuwige Zoon van God in al Zijn gezegende betrekkingen. Wij nemen Jezus aan als onze verzoenende Hogepriester. Wij nemen Jezus aan als onze lerende Profeet Die ons zal leiden in alle waarheid. Wij nemen Jezus aan als onze zeer genadige Vorst Die Zijn vredige scepter zal zwaaien over elk vermogen van de ziel.

Wij nemen Jezus aan als onze Heere en Koning. Wij nemen Jezus aan als onze Zaligmaker van de toekomende toorn. Wij nemen Jezus aan als onze Middelaar tussen God en mensen. Wij nemen Jezus aan als onze Bruidegom Die ons in het eeuwige verbond heeft verloofd.

Wij nemen Jezus aan als onze Broeder, geboren voor de nood. Wij nemen Jezus aan als onze Vriend Die te allen tijde liefheeft. Wij nemen Jezus aan als onze Plaatsvervanger Die onze zonden in Zijn eigen lichaam heeft gedragen. Wij nemen Jezus aan als onze Vertegenwoordiger in de hoven van de hemel. Wij nemen Jezus aan als ons heerlijke Hoofd uit Wie wij alle voorzieningen ontvangen om ons te heiligen en geschikt te maken voor het erfdeel van de heiligen in het licht.

Zonde, Satan en de wereld

Door de kracht van de zonde, de sluwheid van Satan en de sterkte van de verzoeking raken wij vaak afgetrokken van de eenvoudigheid die in Christus is.

1. Wanneer het de Heere behaagt Zich op enigerlei wijze aan de ziel te openbaren, krijgt de zonde een verlammende slag. Zij kan haar hoofd niet opheffen in de tegenwoordigheid van Jezus. Hij zet Zijn zegevierende voeten op haar nek, want Hij staat niet toe dat zij in het hart van de gelovige regeert en heerst. Dat kan zij ook niet onder de invloed van Zijn genade, volgens de belofte: de zonde zal over u niet heersen.

Maar wanneer Hij Zijn genadige tegenwoordigheid onttrekt, begint de zonde die eerst dood lag weer op te leven. Het is als de slapende slang die in de winter verstijfd is maar door de warme stralen van de lente weer tot leven komt.

Wanneer de zonde zo weer uit haar verstijfde toestand tevoorschijn komt en zich opnieuw begint te tonen in al haar verborgen kracht en verschrikkelijke invloed, raakt de ziel in erger verwarring en nood dan ooit. Want nieuwe zonde brengt nieuwe schuld. En wanneer schuld als een donkere, sombere wolk over het geweten valt, verbergt en verduistert zij alles wat God in het hart heeft gedaan. Zij begraaft de bewijzen, werpt een nevel van duisternis over de troon van de genade, sluit de toegang tot God af en vervult het hele gemoed met gebondenheid, twijfel en vrees.

2. Ook Satan, die zich een tijd lang terugtrok toen de Heere Zich wilde openbaren, begint weer zijn verborgen strikken te leggen. Soms blaast hij het hart op met trots. Soms fluistert hij heimelijk in hoe goed en gezegend de bevinding is waarmee de ziel is begunstigd, zodat zij zich verheft met ijdel vertrouwen en aanmatiging, zichzelf verhoogt en anderen veracht. Soms spant hij een verborgen valstrik voor de voeten waarin hij haar verstrikt in een gemene zonde of waardoor hij haar in één keer neerhaalt door een plotselinge misstap of val.

Lukt hem dat niet, dan misleidt hij soms het gemoed met een dwaling. Of hij werkt op ons verstand in of wekt ongelovige gedachten op of fluistert gemene ingevingen in. Hij laat ons ook weleens denken dat alles wat de ziel heeft geproefd, aangeraakt en gevoeld slechts waan en misleiding was en dat wij schuldig zijn aan huichelarij als wij spreken over iets wat God volgens ons voor ons heeft gedaan.

3. De wereld, die weinig invloed leek te hebben toen de ziel onder het gezegende onderwijs van de Heere stond, begint opnieuw met hernieuwde kracht te werken. De wereldse geest die in de boezem van elke gelovige bestaat is gemakkelijk te ontvlammen, want zonde en Satan zijn altijd bij de hand om brandbaar materiaal op te stapelen en het in brand te steken. Onder deze ellendige invloed neemt een hele troep wereldse gedachten en verlangens opnieuw bezit van het gemoed.

Naarmate deze hun vroegere kracht herwinnen, sluiten zij de vereniging en gemeenschap met de Heere van leven en heerlijkheid buiten.

Die gedachten en verlangens brengen innerlijke duisternis, doodsheid, koude, hardheid, dorheid en een algemene afstomping van het gemoed voort. Al deze droevige kwaden geven de machten van de hel veel aanmoediging om hun aanvallen te vernieuwen en dat vaak met te veel succes. Op deze en verschillende andere manieren wordt de ziel afgetrokken van de eenvoudigheid die in Christus is. Zij wordt beroofd van haar genietingen, haar geestelijke gezindheid en haar hemelse genegenheden. Zo is zij niet langer in staat met God te wandelen in de zoete gemeenschap waarmee zij begunstigd was toen Christus dierbaar voor de ziel was gemaakt.

Het moeilijkste ding ter wereld!

Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven (Mattheüs 11:28)

Voordat wij op de juiste wijze tot Jezus kunnen komen moeten wij door de Heilige Geest geleerd worden onze behoefte aan Hem te voelen. Dit lijkt misschien heel eenvoudig en dat is het ook in leer en theorie — maar niet in bevinding. Want tot Jezus komen is het moeilijkste ding ter wereld!

Niemand komt werkelijk tot Hem voordat hij elke andere toevlucht en elke andere hoop op zaligheid heeft beproefd. Hij komt pas wanneer hij uit huis en haard is verdreven en een verstotene is geworden die op het punt staat te vergaan. John Newton zegt terecht: ‘Weinigen, zo er al enigen zijn, komen tot Jezus totdat zij tot wanhoop aan zichzelf gebracht zijn.’

Het eerste goddelijke werk van de Heilige Geest aan de ziel is vooral ons onze behoefte aan Jezus te doen voelen. Onze overtuigingen, onze benauwende gewaarwordingen van schuld, schaamte en droefheid, onze twijfels en vrezen, onze beproevingen en verzoekingen en onze verschillende verdrukkingen — uit welke bron zij ook komen en van welke aard zij ook zijn — zijn allemaal middelen in de hand van de Geest om ons dicht bij Jezus te brengen!

Het waren niet de spijkers en niet de speer

Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout (1 Petrus 2:24)

In zekere zin zijn wij allen moordenaars van Jezus. Het waren niet de spijkers en niet de speer die de Zoon van God doodden. Onze zonden — dat waren de spijkers! Onze ongerechtigheid — dat was de Romeinse speer!

De Godheid leed, bloedde en stierf!

Want gij zijt duur gekocht (1 Korinthe 6:20)

Het kan zijn dat sommigen van u zichzelf op verschillende tijden hebben gezien en gevoeld als de smerigste, vuilste, zwartste en meest besmette ellendelingen die God op Zijn aarde laat kruipen. Want hoewel uw leven vrij mag zijn geweest van uitwendige vlekken en u ertoe gebracht bent te wandelen in de vreze Gods, heeft het inschijnen van goddelijk onderwijs u de diepten van uw gevallen natuur ontdekt. U voelde dat uw schuld niet te betalen was, uw misdaden te groot waren, uw zonden te zwart en uw ongerechtigheid te vuil.

Miljoenen zonden van miljoenen zondaren zijn weggedaan, uitgewist, doorgehaald, verwijderd, achter Gods rug geworpen en verdronken in de diepten van de zee. Dat gebeurde toen dat dierbare bloed van de handen, de voeten en de zijde van Jezus viel op Golgotha’s wrede boom. De Godheid leed, bloedde en stierf! Jezus stond als het ware tussen de toorn van God en Zijn volk. Het was alsof Hij daardoor zei: ‘Laat de wet al haar vloeken op Mij uitstorten. Hier is Mijn hoofd — laat de bliksem vallen. Ik ontbloot Mijn voorhoofd. Laat de toorn van God over Mij komen — opdat Mijn schapen vrij uitgaan!’

Wij zullen de verlossende liefde, het verzoenende bloed, de rechtvaardigmakende gerechtigheid en de gave van de Zoon van God nooit naar waarde schatten totdat wij bevindelijk de slavernij van de zonde hebben gekend en als arme gevangenen hebben gekreund onder de heerschappij van Satan. Voordat het ijzer onze ziel is binnengedrongen, voordat de boeien onze voeten en de ketens onze polsen hebben stukgeschuurd en wij naar God kunnen opzien en wijzen op onze bloedende wonden die door zonde, Satan en de wet zijn toegebracht — kunnen wij nooit waarlijk onze behoefte aan de verlossing voelen of die werkelijk waarderen die door de lijdende Zoon van God is volbracht.

Maar o, wat een gezegende verandering is het wanneer de eerste straal van barmhartigheid de ziel binnenbreekt en de arme gevangene verkwikt die jarenlang heeft gekreund. Hij zat opgesloten in onze kerkercellen, half uitgehongerd, bedekt met vuil en weerzinwekkend van het ongedierte — het ongedierte van de zonde. Maar o, het daglicht door de gevangenisdeuren te zien binnenbreken en van boven geluiden te horen van vergeving, vrede en zalige bevrijding — is dat niet genoeg om het hart van de arme gevangene van vreugde te doen springen?

Als u een verlamd kind had

HEERE! Gij doorgrondt en kent mij (Psalm 139:1)

Wij kunnen onszelf bedriegen en wij kunnen elkaar bedriegen. Maar er is Eén Die wij niet kunnen bedriegen — een God Die het hart doorgrondt. De Heere Zelf schrijft deze waarheid met Zijn eigen vinger in elk wedergeboren hart. Hij leert elke ziel in wie Zijn machtige hand werkt twee lessen: 1. Dat Hij niet bedrogen kan worden. 2. Dat men Hem niet bespotten mag. Dit onderwijs van boven maakt een mens oprecht voor God.

Want als hij niet oprecht is, wat is hij dan of wat is iemand in een belijdenis van godsdienst? Niets! Niets, zei ik? Hij is erger dan niets — want onoprecht zijn voor God is huichelarij toevoegen aan onze andere zonden.

Het is de Majesteit van de hemel beledigen. Het is, als het mogelijk was, een dubbele molensteen om onze hals binden om ons in de diepten van de hel te laten zinken. God, de alziende, alwetende Jehova, doorzoekt de harten. Hij doorzoekt ze naar het goede evenzeer als naar het kwade — want beide liggen even naakt voor Zijn doordringend oog. Er is geen kwade gedachte, geen wellustige begeerte, geen hebzuchtige wens en geen goddeloze verbeelding in ons gemoed gevormd die niet openligt voor de ogen van onze hartendoorzoekende God!

Net als de struisvogel kunt u uw kop in het zand steken en denken dat u niet gezien wordt — maar uw hele lichaam staat bloot aan de boog van de onfeilbare schutter. God ziet dus al het kwaad dat in ons is — en wel mag die gedachte ons bedekken met schaamte en verlegenheid! U zou uw naaste en dierbaarste vriend niet kunnen vertellen wat dagelijks en elk uur in de diepten van uw vleselijke gezindheid gebeurt — maar alles ligt open voor God!

Dit moet u waakzaam en biddend maken omdat u leeft onder het oog van een alwetend Wezen Dat elke gedachte leest, elk woord hoort en elke daad bespiedt. Dit moet u bevreesd maken om te beledigen en verlangend om de Majesteit van de hemel te behagen.

Maar Hij Die het hart doorzoekt, doorzoekt niet alleen naar het kwade maar ook naar het goede. Hij is vol mededogen, barmhartigheid, liefde en waarheid. Voor Zijn kinderen is Hij geen strenge Rechter of harde Meester. Hij is een goedertieren, liefhebbende Vader en Vriend. Een ouder kijkt met een zeer tedere blik naar de onvermijdelijke zwakheden van zijn kinderen en handelt daarnaar. Zo doet ook de grote Hartendoorzoeker met Zijn geestelijke gezin. Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde, dat wij stof zijn.

Als u een verlamd kind had, zou u het dan hardhandig neerduwen omdat het niet met vaste en krachtige tred kon lopen? Of als het met enig lichamelijk of geestelijk gebrek was getroffen — zou juist dat gebrek het dan niet des te meer aanbevelen aan uw tederste genegenheid en bezorgde zorg? Hoe u het naar uw beste vermogen zou beschermen tegen de ruwheid en onvriendelijke behandeling van anderen! U zou het nauwelijks uit het oog kunnen verliezen uit vrees dat het enig letsel oploopt. Zo ziet onze hemelse Vader met medelijden en mededogen neer op de zwakheden van Zijn kinderen. Hij beziet hun leed met ogen van heilig medelijden!

Waar gebed

Waar gebed is de innerlijke ademtocht van het hart naar God. Er is vaak meer diepte, kracht en overwinning in de innerlijke zucht en kreet van een gebroken hart en een verslagen geest dan in de uitdrukking van de lippen!

Een verzegeld boek

Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden (Lukas 24:45)

Duizenden lezen de Schriften en voor hen is de Schrift een verzegeld boek. Wij moeten de Heere smeken de heilige bladzijde te verlichten en een goddelijk licht te laten schijnen over de Schriften en daarna in ons hart. Dan zullen wij de Schriften verstaan door dezelfde inspiratie waaronder dat heilige Woord geschreven is. Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.

Het oog van God

HEERE! Gij doorgrondt en kent mij (Psalm 139:1)

Mensen letten over het algemeen niet op ‘hartzonden’. Als zij zich kunnen onthouden van zonden in het leven — van openlijke daden van onzedelijkheid — zijn zij tevreden. Wat er in de binnenkamers vol beeldwerk omgaat zien noch voelen zij. Zo is het niet met het kind van de genade. Hij draagt de verborgen overtuiging met zich mee dat het oog van God elke gedachte leest. Hij voelt innerlijk dat het heilige oog van God elke innerlijke beweging leest — van trots, eigengerechtigheid, opstandigheid, ontevredenheid, gemelijkheid, mopperen, wellust en baldadigheid. Dat oog merkt alles op en haat en verfoeit alles.

Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten. En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg (Psalm 139:23-24)

Een ruwe, oneffen en doornige weg

dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods (Handelingen 14:22)

De weg naar de hemel is een weg van beproeving, verzoeking en verdrukking. Het is geen gladde en gemakkelijke weg maar een ruwe, oneffen en doornige weg. Gebeurtenissen in de voorzienigheid en beproevingen in de genade komen voortdurend op om ons die les te leren. Verdriet in het gezin, lichamelijke ziekte, pijnlijke sterfgevallen, verlies van bezittingen en een uiterst ruw en oneffen pad in allerlei uitwendige omstandigheden zijn gewoonlijk het deel van Gods gezin. En bij dit ruwe pad van buitenaf komen er gewoonlijk vele pijnlijke beproevingen van binnenuit bij.

Jezus zei Zijn volk dat zij door de wereld gehaat en veracht zouden worden en een pad van droefheid zouden moeten bewandelen. Toch ontdekken zij dat al deze dingen medewerken tot hun geestelijk goed. Geen van deze beproevingen en verdrukkingen scheidt hen van de liefde van God of kan dat doen. Zij ontdekken ook dat deze droevige dingen alle in de juiste maat en gewicht zijn afgewogen — alle door soevereine wijsheid zijn bestemd — alle door eeuwige liefde zijn getimed!

Als ik iets geleerd heb

want zonder Mij kunt gij niets doen (Johannes 15:5)

Ik ben meer dan dertig jaar predikant geweest — en toch voel ik mij nu zwakker dan ooit. Ik ben louter zwakheid! Hoewel ik honderden, ik zou bijna zeggen duizenden preken heb gehouden, heb ik geen kracht om enig deel van Gods waarheid met uitspraak, vrijheid, leven of gevoel open te leggen. Ik sta vanmorgen voor u zoals ik voor God sta — geheel afhankelijk van Zijn kracht die in mijn zwakheid wordt volbracht.

Als ik iets geleerd heb dan is het mijn zondigheid en zwakheid. En ik weet en voel dat als ik iets ben — iets heb — iets doe — iets spreek — iets schrijf wat geestelijk is en aanvaardbaar voor de gemeente van God — het moet zijn door de werking en invloed van de gezegende Geest op mijn hart!

Naarmate wij dus onze zwakheid leren kennen beginnen wij onze kracht te leren kennen. Wanhopend aan alle kracht in onszelf zien wij op naar de Heere Jezus Christus. Alleen wanneer wij zo kracht ontvangen uit Zijn volheid worden wij sterk — om te geloven — te hopen — lief te hebben — te strijden tegen onze aanklevende zonden — en het vlees met zijn driften en begeerten te kruisigen!

Kijk hoe de zonde uw ziel heeft verwoest

Kijk hoe de zonde uw ziel heeft verwoest — hoe zij u onder de toorn van God heeft gebracht. Zie hoe u in de zonde verstrikt bent geraakt. Kijk naar de lange lijst van misdaden die u hebt begaan — zo niet in daad dan wel in woord of gedachte — sinds u in de schoot van uw moeder lag.

Denk alleen maar aan de zonden van één enkele dag — wat een vleselijkheid — wat een ongeloof — wat een trots — wat een hebzucht — wat een zelfzucht! Maar ik hoef de lijst niet door te lopen. Ik zou niet kunnen opstaan om haar voor te lezen en u zou niet kunnen blijven zitten om haar te horen — artikel voor artikel de inhoud van die lange donkere rol.

Het menselijk hart is een te diepe afgrond van zonde om open en bloot te worden gelegd! Het is als het openbare riool — het is het best afgedekt met een overwelving. Er is stank genoeg bij de opening zonder door te dringen tot de hele lengte van zijn afschuwelijke inhoud!

Een wortel verborgen in de grond

Want de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad, tot welke sommigen lust hebbende zijn afgedwaald van het geloof, en hebben zichzelven met vele smarten doorstoken (1 Timotheüs 6:10)

De geldzucht verblindt het gemoed wanneer zij ook maar enigszins buitensporig is. Zij verhardt en verdooft het geweten in vreselijke mate. Sommige zonden, zoals dronkenschap, oneerlijkheid of onzedelijkheid, dragen hun eigen veroordeling zo bij zich dat zij hun verschrikkelijke zondigheid niet goed kunnen verbergen — noch voor de schuldige zelf noch voor de wereld om hem heen. Maar hebzucht is een zonde van zo subtiele aard en zo onmerkbare groei dat een mens er ver in kan zijn zonder dat zijn eigen geweten wordt gealarmeerd. Zij roept ook niet veel opmerkingen of afkeuring op van belijders of goddelozen.

Een wortel is verborgen in de grond. Daarom trekt de geldzucht niet veel aandacht totdat de stengel dik en hoog wordt en bloemen en vruchten toont. Juist dit maakt haar des te bedrieglijker en gevaarlijker. Hebt u ooit een hebzuchtig mens gekend die zijn eigen hebzucht kon zien? Of hebt u ooit iemand gekend die ervan overtuigd werd, haar beleed en haar verliet? Nee! Zij gaan erin voort en naarmate zij ouder worden, worden zij er meer in verhard en bevestigd. Want anders dan andere zonden is hebzucht de bijzondere en groeiende kleefzonde van de toenemende leeftijd.

Ziet toe en wacht u van de gierigheid (Lukas 12:15)

De geschiedenis van het Oude Testament

De geschiedenis van het Oude Testament is bijna niets anders dan een verslag van de weerspannigheid van de mens en van de goedheid en barmhartigheid van God. Vanaf de dag dat de Heere de kinderen van Israël uit Egypte leidde tot het slot van de canon van het Oude Testament is hun geschiedenis niets dan één ononderbroken reeks van weerspannigheid en opstand. En al Gods handelingen met hen waren van begin tot eind slechts herhaalde voorbeelden van Zijn onvergelijkelijke lankmoedigheid, rijke verdraagzaamheid en onuitsprekelijke goedheid jegens hen.

Maar hoewel de Heere zo Zijn goedheid en barmhartigheid jegens hen toonde, moeten wij altijd bedenken dat Hij hun zonden haatte en terecht door hun ongerechtigheden werd getergd. Daarom wekte Hij van tijd tot tijd profeten op om tegen hun zonden te getuigen en Zijn ongenoegen tegen hen aan te kondigen. En niet alleen dat — Hij zond tuchtiging na tuchtiging en verkocht hen telkens weer in gevangenschap om hen tot berouw te brengen over hun ongehoorzaamheid.

Steun J.C. Philpot

Beste bezoeker,

U kunt jcphilpot.nl steunen met een donatie. Dankzij uw gift kunnen wij deze website blijven onderhouden en beschikbaar houden. Uw bijdrage wordt gebruikt voor de jaarlijkse kosten van hosting en het beheer van de site.

Elke donatie, groot of klein, helpt ons om dit werk voort te zetten. Hartelijk dank voor uw steun!