Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

9 april Korenaren uit de volle oogst

Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden, want Gij zijt mijn lof.
Jeremia 17:14

Wanneer wij voelen dat wij onze eigen ziel verdorven hebben, dat geen menselijke arm ons kan redden en dat wij geen zaligheid in ons eigen geweten kunnen brengen; wanneer wij in onszelf geen enkele schoonheid, heerlijkheid, lieflijkheid of overeenkomst met de Heere Jezus Christus zien, en toch worstelen in smeekbeden en gebeden om de zoom van Zijn kleed aan te raken, de zoetheid van Zijn stervende liefde te smaken, de kracht van Zijn verzoenend bloed te voelen, gehuld te worden in het heerlijke kleed van de gerechtigheid, en Hem te kennen in de lieflijke openbaringen van Zijn genade, dan kunnen ook wij zeggen: „Behoud mij, Heere, zo zal ik behouden zijn.”

Hier is deze zonde: red mij! Hier is deze valstrik: verbreek hem! Hier is deze begeerte: Heere, dood haar! Hier is deze verzoeking: verlos mij ervan! Hier is mijn trotse hart: Heere, verneder het! Mijn ongelovig hart: neem het weg en geef mij geloof! Geef mij onderwerping aan Uw zin en wil. Neem mij zoals ik ben, met al mijn zonde en schande, en werk in mij alles wat welbehaaglijk is in Uw oog, want „Gij zijt mijn lof.”

Als ik U ooit geprezen heb, dan was het om Uw goedheid die U aan mijn ziel bewezen hebt. Als mijn hart ooit gestemd was tot Uw lof, als mijn lippen U ooit gedankt hebben, dan was het om de rijkdom van Uw genade en de openbaringen van Uw goedertierenheid. Ik ben niets en zal in Uw ogen nooit iets anders zijn dan een schuldig zondaar. Maar ik moet U prijzen voor alles wat voorbij is en op U hopen voor alles wat nog komt, „want Gij, en Gij alleen, o Heere! zijt mijn lof.”

Gij zijt mijn God, U zal ik loven,
verhogen Uwe majesteit.
Mijn God, niets gaat Uw roem te boven,
U prijz’ ik tot in eeuwigheid.
Laat ieder ’s Heeren goedheid loven,
want goed is d’ Oppermajesteit:
zijn goedheid gaat het al te boven,
zijn goedheid duurt in eeuwigheid!

Ps. 118:14

Aan de lezer…

Voelt u dat u uw eigen ziel verdorven hebt en dat geen menselijke arm u kan redden? Ziet u in uzelf niets dan zonde en schande, en worstelt u toch om de zoom van Zijn kleed aan te raken? Dan mag u met de profeet zeggen: „Genees mij, Heere, zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden.”

Breng Hem dan alles, één voor één: deze zonde, deze valstrik, deze verzoeking, dit trotse en ongelovige hart. Vraag niet eerst om beter te worden, maar zeg: neem mij zoals ik ben. Hij geneest en Hij behoudt. En wanneer u terugkijkt, zult u moeten erkennen dat elke lofzang die ooit uit uw hart opkwam, haar oorsprong had in Zijn goedheid en niet in uw waardigheid. Prijs Hem dan voor alles wat voorbij is, en hoop op Hem voor alles wat nog komt, want Hij alleen is uw lof.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

9 april 365 dagen met Philpot

Het lijden en sterven van Christus

En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israël verlossen zou.
Luk. 24:21

Wat moet de dood van Jezus het geloof van Zijn discipelen en gelovige volgelingen op de proef hebben gesteld! Toen hun Heere en Meester stierf, scheen hun hoop, in elk geval voor even, bijna met Hem gestorven te zijn. Dat blijkt uit de woorden van de twee discipelen die naar Emmaüs reisden: „En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israël verlossen zou.” Hoe moest het hun geloof doen wankelen dat de Heere van het leven ter dood werd gebracht, dat de Koning der ere met smaad en schande werd overladen, en dat Hij Die de hemel der hemelen niet kan bevatten, in een klein graf kwam te liggen!

Maar bij de geestelijke overdenking van dit vruchtbare onderwerp komt nog een gedachte op: de schijnbare overwinning van het kwaad en van de machten van de duisternis door de dood en de begrafenis van de Heere Jezus. Het natuurlijke verstand zei dat waarheid, heiligheid en onschuld alle werden verpletterd door de arm van het geweld toen Jezus aan het kruis hing. Voor de toeschouwer werd alles uitgedoofd toen Hij, terwijl Zijn vijanden triomfeerden, Zijn laatste adem uitblies. Al Zijn wonderen van liefde en barmhartigheid, Zijn woorden van genade en waarheid, Zijn heilig en smetteloos leven, Zijn belijdenis de Zoon van God, de beloofde Messias, de Verlosser van Israël te zijn, met elke belofte en elke voorzegging over Hem: het scheen allemaal gedoofd.

We begrijpen nu dat de dierbare Heere door Zijn bloed te vergieten en te sterven de verlossing tot stand bracht. Hij volbracht het werk dat de Vader Hem had opgedragen, deed de zonde weg door Zichzelf te offeren, verzoende de Kerk met God, zegevierde over dood en hel, overwon de satan, hield de wet en maakte haar heerlijk, eerde de gerechtigheid, bewees barmhartigheid, verenigde alle schijnbaar strijdige eigenschappen, verheerlijkte Zijn hemelse Vader en verloste miljoenen met een eeuwige verlossing. Maar stel dat wij dit niet hadden gezien zoals we het nu zien. Stel dat wij bij het kruis hadden gestaan met de wenende Maria en een diepbedroefde Johannes, en het geschimp en gehoon van de Farizeeën en Schriftgeleerden hadden gehoord, het ruwe gelach van de Romeinse soldaten en het spottende geschreeuw van de Joodse menigte, en dat we de donker geworden hemel hadden gezien en de vaste grond onder onze voeten hadden voelen schudden. Wat zou er dan met ons geloof gebeurd zijn? Wat anders dan een wonder van almachtige genade en kracht had het in stand kunnen houden te midden van zulke donkere wolken, zo’n macht van het verstand, zo’n menigte van tegenstrijdige hartstochten, zo’n tegenwerking van het ongeloof?

Lezen: Lukas 24:13-35

Aan de lezer…

Er zijn tijden waarin ook u met die twee bedroefde discipelen moet zeggen: „En wij hoopten…” Was er een tijd dat het scheen alsof uw hoop met al uw verwachtingen begraven werd, en het kwaad de overhand kreeg? Dan bent u niet de eerste. Toen de Heere van het leven ter dood gebracht werd en de Koning der ere in een klein graf lag, wankelde het geloof van Zijn eigen volgelingen. Het verstand zag niets dan nederlaag.

En toch werd juist daar de verlossing volbracht, de zonde weggedaan en de satan overwonnen. Wat voor het oog het einde leek, was het werk dat de Vader Hem had opgedragen. Laat dit u bemoedigen in uw donkere uren. Uw geloof wordt niet in stand gehouden door wat u ziet, maar door een wonder van de almachtige genade. Hij Die het geloof van die verslagen discipelen niet liet sterven, zal ook het uwe dragen te midden van donkere wolken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

9 april Door Baca’s vallei

Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en Uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.
Matth. 5:16

God te mogen verheerlijken is de hoogste eer van de engelen. De stralendste seraf voor de troon heeft geen hoger doel en geen groter geluk dan Zijn Naam eer te brengen. En toch mag een arme zondaar op aarde God evengoed verheerlijken, en in zeker opzicht zelfs meer dan de schitterendste engel in de zalen van eeuwige gelukzaligheid. Wat verschillen de gedachten van God van de gedachten van de mens over de gebeurtenissen die op aarde plaatsvinden! Welke eer wordt God gebracht door alle overwinningen die het ene volk op het andere behaald heeft?

Ik heb weleens gedacht aan een arme, oude man of een zwakke, afgeleefde vrouw, liggend op een strobed in een of ander armenhuis, strijdend tegen de zonde, tegen het eigen ik en de duivel. Midden in al die omstandigheden wordt zo iemand in staat gesteld op de Heere Jezus te zien, en door een woord van Zijn lippen overwint hij zowel de dood als de hel. Na zijn sterven wordt hij in een ruwe iepenhouten doodkist gelegd om in een armengraf tot ontbinding te komen. Toch brengt zo iemand God meer eer toe dan alle heldendaden van een Nelson of een Wellington dat kunnen, en is zijn overwinning heerlijker dan die van Trafalgar of Waterloo.

Het is waar dat de ambtsdragers van de parochie zo’n overwinning niet zullen rondbazuinen; er zullen geen klokken luiden en geen kanonnen bulderen. Maar de God van hemel en aarde zal meer eer ontvangen van zo’n veracht schepsel dan van alle generaals en admiraals die een leger in slagorde hebben opgesteld of vijandelijke vloten in de golven hebben doen ondergaan. „Waarlijk,” zegt de Heere, „Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen niet Mijn wegen.”

Het is werkelijk wonderlijk dat Zijn grote Naam eer zou ontvangen door wat Zijn volk hier op aarde doet en lijdt. Hun zwakke pogingen om in Hem te geloven, Hem lief te hebben en op Hem te hopen, om goed van Zijn Naam te spreken en Zijn leer in hun leven door handel en wandel te versieren, dienen tot Zijn eer en lof. Wonderlijk is het inderdaad dat een arme, onbeduidende worm, die door zijn medemens misschien niet eens wordt aangekeken of met minachtend schouderophalen wordt voorbijgelopen, eer mag brengen aan de grote God, Die in de eeuwigheid woont en voor Wie de heilige engelen en serafs zich in heilige aanbidding neerbuigen. Wel mogen wij zeggen: „Wat zijn al de heerlijke heldendaden, waar de mensen zo prat op gaan, in vergelijking met de schat van heerlijkheid die Zijn lijdende heiligen Gode toebrengen?”

U mag uzelf een van de ellendigste, vuilste en armste wormen op aarde achten. Maar als u met een levend geloof in de Heere Jezus Christus gelooft, op Zijn barmhartigheid hoopt, Zijn dierbare Naam liefhebt en in uw beroep Zijn leer versiert door een godzalig en standvastig leven, dan bent u bevoorrecht boven prinsen en edelen, ja, boven gekroonde hoofden en alle heerlijkheid van de mens, omdat u God eer toebrengt. Het is om het even wat uw positie in dit leven is. U kunt knecht of meester zijn, vrouw, man of kind, uw rang kan hoog of laag zijn; wat die ook is, u mag daarin God de eer geven. Bent u een knecht, dan doet u dit door gehoorzaamheid, netheid, vlijt en oplettendheid tegenover uw meester of meesteres. Bent u een meester of meesteres, dan doet u dit door vriendelijkheid en vrijgevigheid te betonen aan wie onder u staan, en door alles te doen om het juk van de dienstbaarheid te verzachten.

Er is niet één christen of hij mag God verheerlijken, in welke aardse omstandigheden hij ook verkeert of zou komen te verkeren. God wordt verheerlijkt door hen die in Zijn vreze wandelen, en vaak meer nog door armen dan door rijken. Versier slechts de leer van God in alle opzichten, en u zult in alle opzichten God de eer geven.

Aan de lezer…

Denkt u soms dat uw leven te klein en te onbeduidend is om voor God iets te betekenen? Dat u voorbijgelopen wordt en niemand naar u omkijkt? Bedenk dan hoezeer de gedachten van God verschillen van de gedachten van de mens. Een arme, oude man op een strobed die, strijdend tegen de zonde en het eigen ik, op de Heere Jezus mag zien, brengt God meer eer toe dan alle heldendaden waarop de wereld zo prat gaat.

U mag uzelf de armste worm op aarde achten; maar gelooft u in Hem, hoopt u op Zijn barmhartigheid en hebt u Zijn dierbare Naam lief, dan mag u Hem verheerlijken, wat uw positie ook is. Niet met klokgelui of kanongebulder, maar in de stille trouw van elke dag: in gehoorzaamheid, vlijt en vriendelijkheid. Laat zo uw licht schijnen, en uw Vader, Die in de hemelen is, zal eer ontvangen van uw zwakke, maar oprechte wandel.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina