Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

9 maart Korenaren uit de volle oogst

En gij zult gedenken aan al de weg, die u de Heere uw God deze veertig jaar in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige om u te verzoeken, om te weten wat in uw hart was; of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet.
Deuteronomium 8:2

Wanneer u terugkijkt op de weg die de Heere u zoveel jaren door de woestijn heeft geleid, ziet u dan niet hoe de ene omstandigheid na de andere en de ene gebeurtenis na de andere zich voordeed om te tonen wat er in u was? Is het de vreze Gods, of eenvoud en oprechtheid? Is het een verlangen om God te vrezen, een vrees om Hem te onteren, of het leven en de kracht van ware godsvrucht? Of is het weinig meer dan een loze belijdenis, zonder de levendmakende kracht van God in de ziel?

Wat is het een genade als u kunt terugkijken en zien hoe de Heere aan u verscheen in een tijd waarin u zonder Hem zou zijn omgekomen. Wat een genade als u tot troost van uw ziel kunt voelen dat de Heere uw Sterkte was in het uur van beproeving. Dat Hij aan u verscheen in moeilijke omstandigheden, dat Hij Zijn rechterarm ontblootte toen u geen kracht in uzelf had, dat Hij u leidde toen u de weg kwijt was, en dat Hij u veilig door alles heen droeg, terwijl u in uw hulpeloosheid volkomen verloren zou zijn geraakt. Wat een genade is het om door de werking van een levend geloof (want dat moet er toch zijn) terug te kijken op de weg en te geloven dat de genade van God werkelijk in uw hart was. Wat een genade om te zien dat de Heere haar beproefde en door alle omstandigheden heen liet zien dat het een waar geloof was.

Vraagt naar de Heer en zijne sterkte;
Naar Hem, die al uw heil bewerkte.
Zoekt dagelijks zijn aangezicht,
gedenkt aan ’t geen Hij heeft verricht,
Aan Zijn doorluchte wonderdaan,
en wilt zijn straffen gadeslaan.

Ps. 105:3

Aan de lezer…

Hoe vaak hebt u stilgestaan bij de weg die de Heere u door de woestijn geleid heeft? De ene omstandigheid na de andere kwam op uw pad, en zij moesten openbaar maken wat er in uw hart was. Ik vraag het u ernstig: was het de vreze Gods, oprechtheid en het leven van ware godsvrucht, of was het weinig meer dan een loze belijdenis? Die vraag is niet bedoeld om u te verschrikken, maar om u eerlijk te maken voor God.

En zie dan ook de genade op die weg. Was er geen tijd waarin u zonder Hem zou zijn omgekomen, en Hij uw Sterkte werd in het uur van beproeving? Ontblootte Hij Zijn rechterarm niet toen u geen kracht had, en leidde Hij u niet toen u de weg kwijt was? Gedenk dan wat Hij gedaan heeft. Hij Die u door alles heen gedragen heeft, beproeft uw geloof niet om het te vernietigen, maar om te tonen dat het echt is.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

9 maart 365 dagen met Philpot

Het gebed van Salomo

Wanneer ook Uw volk Israël voor het aangezicht des vijands zal geslagen worden, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en zij zich bekeren, en Uw Naam belijden, en voor Uw aangezicht in dit huis bidden en smeken zullen, hoor Gij dan uit de hemel, en vergeef de zonden van Uw volk Israël.
2 Kronieken 6:24-25

Het eerste geval waarin Salomo de Heere nederig om barmhartigheid vraagt, is: „Wanneer ook Uw volk Israël voor het aangezicht des vijands zal geslagen worden, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben” (vs. 24). Hoe vaak worden wij voor het aangezicht van de vijand geslagen! Vijanden hebben we zeker, en we moeten ze ook hebben als we de weg gaan die naar de heerlijkheid leidt, want: „Allen, die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden” (2 Tim. 3:12).

Maar de grootste vijand met wie we te maken krijgen, is de vijand van het eigen ik. Misschien hebt u veel vijanden; maar weinigen hebben er geen. Toch is geen vijand zo listig, zo gevaarlijk, zo onvermoeibaar en altijd zo dichtbij als de vijand die u in uw eigen borst meedraagt. Iemand kan zichzelf in vijf minuten meer kwaad doen dan al zijn vijanden samen in vijftig jaar zouden kunnen. Het eigen ik is daarom de grootste en ergste vijand van een mens, en zal dat altijd blijven. En hoe vaak worden we voor het aangezicht van deze vijand geslagen!

Het eigen ik krijgt de overhand. Hoogmoed, hebzucht of vleselijke begeerten, zinnelijkheid en wereldsgezindheid, ongeloof, een bepaald kwaad of een zonde die ons gemakkelijk omringt, overwinnen een tijdlang de ziel. Dan worden we voor het aangezicht van de vijand geslagen. Salomo heeft de juiste reden genoemd waarom we „voor het aangezicht des vijands worden geslagen”. Als we op onze wachttoren stonden, sterk in genade en geloof, zouden we overwinnen. Maar al te vaak worden Gods kinderen voor het aangezicht van de vijand geslagen „omdat zij tegen U gezondigd hebben”.

We hoeven geen enkele vijand te vrezen, tenzij we onszelf eerst verzwakken door tegen God te zondigen. Daardoor worden we geslagen voor het aangezicht van de drie machtigste vijanden: de wet, het geweten en de duivel. Als er geen zonde was, zou de wet onze vijand niet zijn; als de wet niets kon vinden om ons te veroordelen, zouden we nooit voor haar aangezicht geslagen worden. Is een schuldig geweten, hoewel in één opzicht onze vriend, niet in een ander opzicht onze vijand? Maar zou een schuldig geweten macht over ons kunnen hebben, of zouden we ooit voor het aangezicht van deze vijand geslagen kunnen worden, als we niet tegen God gezondigd hadden?

Lezen: 2 Kronieken 6:12-28

Aan de lezer…

Misschien vraagt u zich af wie uw grootste vijand is. Niet de wereld, niet de mensen die u tegenstaan, maar die vijand die u in uw eigen borst meedraagt. Hoe vaak hebt u al ervaren dat hoogmoed, wereldsgezindheid, ongeloof of een omringende zonde het een tijd van u won, en u voor het aangezicht van de vijand geslagen werd? Het is pijnlijk dat te erkennen, maar Salomo noemt de oorzaak eerlijk: omdat wij tegen de Heere gezondigd hebben.

Toch staat er in deze bede niet alleen een oorzaak, maar ook een weg terug. Wet, geweten en duivel hebben alleen macht over ons waar de zonde hun die macht geeft. Laat het u dan uitdrijven naar Hem Die de zonde wegneemt. Hij, Die beloofde het gebed in het huis des gebeds te horen, hoort ook nu de zucht van een geslagen ziel. Zoek uw kracht niet in uzelf, maar in Zijn genade, want alleen daar staat u sterk.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

9 maart Door Baca’s vallei

Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt.
Romeinen 6:17

Wat hebben wij een reden om God te danken dat Hij de apostel zo onderwezen heeft om te beschrijven hoe een zondaar gerechtvaardigd wordt. Want hoe zouden wij zonder goddelijke openbaring tot de kennis van deze verborgenheid gekomen zijn? Hoe konden wij weten op welke weg God rechtvaardig kon zijn en toch de Rechtvaardiger van de goddeloze? Hoe zouden wij al Gods volmaaktheden in de Persoon en het werk van Jezus met elkaar in overeenstemming kunnen zien? Hoe zouden wij kunnen zien dat Zijn wet gehandhaafd wordt in al haar strikte zuiverheid en rechtvaardigheid, en dat barmhartigheid, genade en liefde zich toch vrij kunnen uitstromen tot zaligheid van de zondaar?

Maar de Geest van God leidde Paulus diep in dit gezegende onderwerp binnen, en vooral deed Hij dit in de brief aan de Romeinen. Daarin beschreef Paulus deze grote fundamentele waarheid met zoveel kracht en helderheid, gewicht en kracht, dat de kerk van God niet dankbaar genoeg kan zijn voor dit deel van de goddelijke openbaring. Zijn voornaamste doel is aan te tonen hoe God de goddeloze rechtvaardigt door het bloed en de gehoorzaamheid van Zijn beminde Zoon, zodat, zoals door de ongehoorzaamheid van één velen tot zondaars gesteld zijn, zo ook door de gehoorzaamheid van Eén velen tot rechtvaardigen gesteld worden. Hij verklaart dat de rechtvaardigheid van God is tot allen en over allen die geloven. En hij verklaart dat God, door de verlossing die in Christus Jezus is, Die God tot een verzoening heeft voorgesteld door het geloof in Zijn bloed, de zondaar de zonden vergeeft, de goddeloze rechtvaardigt en hem aanziet als rechtvaardig in de Zoon van Zijn liefde.

De apostel behandelt dit onderwerp nader in Romeinen 5 en brengt deze rechtvaardigmaking daar terug tot de vereniging van de kerk met haar Verbondshoofd. Hij toont ons haar staat in Christus, maar ook die in Adam, en laat zien dat al haar ellende, die voortkomt uit haar staan in Adam, overtroffen wordt door de barmhartigheden die voortvloeien uit haar staan in Christus. Hij besluit met die hartverkwikkende waarheid dat, waar de zonde meerder geworden is, de genade veel meer overvloedig geweest is. Opdat, zoals de zonde geheerst heeft tot de dood, zo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven.

Dit is dan ook een vorm van onderwijs of leerstof waaraan de ziel wordt overgegeven, wanneer zij die bevindelijk mag smaken en proeven. En doordat zij in meerdere of mindere mate tot de ware bevinding daarvan geleid wordt, wordt zij begunstigd met een eerbiedig berusten in en een kinderlijke onderwerping aan deze leer, als al haar zaligheid en al haar begeerte. Zoals de vorm zijn afdruk achterlaat in het vochtige gips, of zoals het gesmolten metaal dat in de vorm gegoten wordt, de gedaante daarvan aanneemt, zo wordt het hart door het gezegende onderwijs van de Geest vertederd en ontvangt het met kinderlijk vertrouwen de indruk van Zijn goddelijke waarheid. Het voelt haar zoetheid en kracht en is vervuld van een heilige verwondering daarover, omdat dit de enige weg is waarin God een goddeloze kan rechtvaardigen. En dat niet alleen zonder dat Hij één van Zijn deugden opoffert, maar Hij verheerlijkt daardoor zelfs de reinheid van Zijn natuur en de eisen van Zijn onveranderlijke rechtvaardigheid.

Aan de lezer…

Er zijn tijden dat u zich afvraagt hoe een heilig God een goddeloze kan rechtvaardigen. U kent uw zonden en weet dat de wet niets van haar eisen laat vallen. Hoe kan God dan rechtvaardig blijven en u toch vergeven? Dat hadden wij nooit zelf kunnen bedenken. Maar God heeft het geopenbaard: door het bloed en de gehoorzaamheid van Zijn beminde Zoon worden velen tot rechtvaardigen gesteld.

Waar de zonde meerder geworden is, is de genade veel meer overvloedig geweest. Vraag de Heere of die leer niet alleen in uw hoofd blijft, maar uw hart vertedert, zoals gesmolten metaal de gedaante van de vorm aanneemt. Dan zult u er met kinderlijk vertrouwen in berusten als al uw zaligheid en al uw begeerte, en met de apostel zeggen: „Gode zij dank.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina