Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

8 augustus Korenaren uit de volle oogst

Zijt mij genadig, o God, naar Uwe goedertierenheid, delg mijn overtredingen uit, naar de grootheid Uwer barmhartigheden.
Psalm 51:3

Deze psalm past zo goed bij de behoeften en gevoelens van elke overtuigde zondaar. Men hoeft immers Davids zonde niet bedreven te hebben om iets te voelen van de mate van Davids berouw en belijdenis, en om Davids verlangens, uitroepen en smekingen tot de zijne te maken. „Zijt mij genadig, o God!” zegt hij, „naar Uwe goedertierenheid.”

God vragen ons genadig te zijn, is een van de eerste beden die een overtuigd zondaar tot God opzendt. Zo was het met de zondaar in de tempel. En waar die bede oprecht is, zal God haar zeker verhoren, „naar Zijn goedertierenheid”. Zo smeekt de psalmdichter de Heere ook „zijn overtredingen uit te delgen, naar de grootheid Zijner barmhartigheden”. Omdat onze zonden in gedachten, woorden en daden talloos zijn en elk daarvan de hel verdient, hebben wij „de grootheid Zijner barmhartigheden” nodig om ze uit te delgen.

Wij kunnen de sterren aan de hemel zien, het zand aan de oever van de zee, de dauwdruppels op het gras en de golven die op het strand rollen; maar zowel onze zonden als Gods barmhartigheid overtreffen die alle. Hoe toonde Hij die barmhartigheden door Zijn lieve Zoon over te geven aan lijden, bloedstorting en sterven voor ellendige zondaren! En hoe hebben wij al die barmhartigheden nodig, zodat Hij medelijden heeft met ons en onze overtredingen, en ze vergeeft!

En hoe ernstig bad David: „Was mij wel van mijn ongerechtigheid, en reinig mij van mijn zonden.” Alleen het wassen door God Zelf kan ons wel wassen, dat wil zeggen: helemaal en volkomen. Al konden wij een oceaan van tranen storten, dan zouden die nog geen enkele zonde kunnen afwassen; maar het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden en schenkt ons vergeving. Vergeving moet Zijn eigen vrije gave zijn, en dat is wat elke ontdekte zondaar moet leren voelen.

Mijn God, U zal ik eeuwig loven,
omdat Gij ’t hebt gedaan!
’k Verwacht Uw trouwe hulp van boven;
Uw waarheid zal bestaan.
Uw naam is voor ’t oprecht gemoed
van al Uw gunstvolk goed.

Psalm 52:7

Aan de lezer…

Bent u een overtuigd zondaar, die zijn overtredingen niet meer kan tellen? U hoeft Davids zonde niet bedreven te hebben om zijn gebed tot het uwe te maken. Uw zonden in gedachten, woorden en daden zijn talloos als de sterren en als het zand van de zee, en elk daarvan verdient de hel. Een oceaan van tranen zou er niet één van kunnen afwassen.

Maar zie, Gods barmhartigheid overtreft ze alle. Hij toonde haar door Zijn lieve Zoon over te geven aan lijden, bloedstorting en sterven voor ellendige zondaren, en het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden. Zeg dan met de zondaar in de tempel en met David: „Zijt mij genadig, o God, naar Uwe goedertierenheid.” Waar die bede oprecht is, zal God haar zeker verhoren. Vergeving is Zijn eigen vrije gave; zij wordt niet verdiend, maar ontvangen door wie met lege handen komt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

8 augustus 365 dagen met Philpot

Genees mij

Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden; behoud mij, zo zal ik behouden worden, want Gij zijt mijn lof.
Jeremia 17:14

Wanneer we voor het eerst voelen wat een arme, blinde en onwetende schepselen we zijn, zoeken we vaak onze toevlucht bij menselijke geneesmiddelen. We denken misschien dat studie onze blindheid kan genezen. We menen dat we die ziekte kunnen genezen door een aantal degelijke boeken te verzamelen, veel in de Bijbel te lezen en naar de beste predikers te luisteren. Maar helaas, we ontdekken al snel dat we door al die middelen alleen maar blinder, duisterder en onwetender worden dan eerst.

Wanneer we merken hoe blind we zijn, hoe weinig we weten en dat er een sluier van onwetendheid over ons hart ligt, dan zuchten, roepen, smeken en bidden we. We wenden ons tot de Heere, dat Hij onze blinde ogen opent en licht, kennis en waarheid in ons hart brengt. Dat is in feite een deel van wat onze tekst zegt: „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden.”

En wanneer het de Heere behaagt onze ogen te openen en ons iets van Zijn eigen schoonheid, gezegendheid en heerlijkheid te tonen, dan verhoort Hij dat gebed. Dat gebeurt wanneer de gezegende Geest onze ogen zalft met hemelse ogenzalf, zodat we iets kunnen zien van de heerlijke Persoon van Christus, de rijkdom van Zijn genade, de kracht van Zijn bloed, en de zoetheid en geschiktheid van alle personen en ambten in Zijn verbond. Wanneer Hij zo een mate van goddelijk licht, leven en kracht in onze ziel legt, verhoort Hij dat gebed en geneest Hij onze blindheid.

Lezen: Jeremia 17:1-18

Aan de lezer…

Hoe velen hebben het met menselijke geneesmiddelen geprobeerd, en misschien u ook! Hebt u gelezen, gestudeerd en geluisterd, in de hoop dat uw blindheid zou wijken, en gemerkt dat u er alleen maar duisterder en onwetender door werd? Dat is een pijnlijke les, maar geen verloren les. Want juist wie merkt hoe weinig hij weet en hoe dik de sluier over zijn hart ligt, leert zuchten en roepen tot de Heere.

Laat de tekst dan uw gebed zijn: „Genees mij, Heere! zo zal ik genezen worden.” Uw ogen kan geen mens openen, maar de gezegende Geest kan ze zalven met hemelse ogenzalf. Wanneer Hij u iets laat zien van de heerlijke Persoon van Christus, van de rijkdom van Zijn genade en de kracht van Zijn bloed, dan verhoort Hij dat gebed. Houd daarom aan; Hij Die de blinde ogen opent, is Dezelfde Die u leert om licht te vragen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

8 augustus Door Baca’s vallei

Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg.
Johannes 14:6

Hoe is Jezus de weg? In alles wat Hij voor Gods volk is, is Hij de weg. Het bloed is de weg naar de hemel, want de hele weg is, zoals Hart zegt, omlijnd met bloed. Door Zijn dierbaar bloed, vergoten aan het kruis op Golgotha, heeft Hij de zonde weggenomen door de offerande van Zichzelf en zo een weg geopend om tot God te naderen. Zijn gerechtigheid is ook een deel van die weg, want alleen voor zover wij gekleed staan in Zijn heerlijke gerechtigheid, kunnen wij tot God de Vader naderen en worden wij door Hem gunstig ontvangen. En Zijn liefde is de weg; want als wij wandelen in de liefde, wandelen wij in Hem, want Hij is liefde. Elk deel van de weg werd bepaald en uitgewerkt door de liefde van Zijn teder hart.

Maar de weg is ook de weg van verdrukking. Was Jezus niet Zelf de grote Lijder? En als Hij de weg is, de enige weg, dan moet ik aan Zijn lijden gelijkvormig worden. Christus niet kennen in verdrukkingen en smarten, is Hem niet kennen. Hij was een Man van smarten en verzocht in krankheid. Niets van die smart kennen, betekent met alle nadruk dat wij geen vereniging en gemeenschap hebben met de Heere Jezus Christus.

Maar wij wijken gewoonlijk af, naar rechts of naar links. De lafheid kan het kruis niet dragen; er is een afglijden naar vleselijk gemak en vleselijke gerustheid, om onder het smartelijke kruis van verdrukking en lijden vandaan te komen. Maar wanneer wij ons naar rechts of naar links wenden, zendt de Heere ons Zijn stem achterna: „Dit is de weg”, de weg van de verdrukking, en geen andere; de weg van moeite, van beproeving, van oefening. Dit is de weg die de Koning van oudsher ging. En dit is de weg waarop heel Zijn volk vóór en na Hem gewandeld heeft, want het is de enige weg waarop de voetstappen van de schapen te vinden zijn.

Aan de lezer…

Herkent u dit? U hebt wel eens gedacht dat u van de weg af was, omdat uw pad zo vol moeite, beproeving en smart is. Zie dan naar Hem, Die de weg is. Was Hij niet Zelf de grote Lijder, een Man van smarten en verzocht in krankheid? Christus niet kennen in verdrukking, is Hem niet kennen. Uw kruis is dus geen teken dat Hij u vergeten heeft; het kan juist het spoor zijn waarin u aan Hem gelijkvormig wordt.

Ach, wat glijden wij graag af naar vleselijk gemak, naar rechts of naar links, om onder het kruis vandaan te komen! Maar de Heere zendt ons Zijn stem achterna: „Dit is de weg.” Het is een weg omlijnd met bloed, waarop wij gekleed gaan in Zijn gerechtigheid, uitgewerkt door de liefde van Zijn teder hart. Wandel daarop met moed, want het is de weg die de Koning ging, en daar zijn de voetstappen van de schapen te vinden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina