August 8
Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg.
Johannes 14:6
Hoe is Jezus de weg? In alles wat Hij voor Gods volk is, is Hij de weg. Het bloed is de weg tot de hemel, want de gehele weg, gelijk Hart spreekt, is omlijnd met bloed. Door Zijn dierbaar bloed, op Golgotha’s kruis vergoten, heeft Hij de zonde weggenomen door Zijns Zelfs offerande en daardoor een weg van toenadering tot God ontsloten. Zijn gerechtigheid is ook een deel van die weg, want alleen in zover wij gekleed staan in Zijn heerlijke gerechtigheid, hebben wij enige toenadering tot en gunstige ontvangst bij God de Vader. En Zijn liefde is de weg; want indien wij wandelen in de liefde, wandelen wij in Hem, want Hij is liefde. Elk gedeelte van de weg was bepaald en uitgewerkt door de liefde van Zijn teder hart.
Maar ook is de weg de weg van verdrukking. Was niet Jezus Zelf de grote Lijder? En indien Hij de weg is, de enige weg, dan moet ik Zijn lijden gelijkvormig worden. Christus niet te kennen in verdrukkingen en smarten, is Hem niet te kennen. Hij was een Man van smarten en verzocht in krankheid, en niets van die smart te kennen, wil met alle nadruk zeggen dat wij geen vereniging en gemeenschap hebben met de Heere Jezus Christus.
Doch wij keren ons gewoonlijk terzijde, óf ter rechter-, óf ter linkerhand. De lafhartigheid kan het kruis niet dragen; er is een afglijden tot vleselijk gemak en een vleselijke gerustheid, om weg te komen van onder het smartelijke kruis van verdrukking en lijden. Doch wanneer wij ons óf ter rechter-, óf ter linkerhand wenden, dan zendt de Heere ons de stem achterna: „Dit is de weg”, de weg der verdrukking, en geen andere; de weg van moeite, van beproeving, van oefening. Dit is de weg die de Koning van ouds bewandelde; en dit is de weg waarop al Zijn volk vóór en na Hem gewandeld heeft, want dit is de enige weg waarin de voetstappen der schapen kunnen gevonden worden.
Aan de lezer…
Herkent u dit? U hebt wel eens gedacht dat u van de weg af was, omdat uw pad zo vol moeite, beproeving en smart is. Zie dan naar Hem, Die de weg is. Was Hij niet Zelf de grote Lijder, een Man van smarten en verzocht in krankheid? Christus niet te kennen in verdrukking, is Hem niet te kennen. Uw kruis is dus geen teken dat Hij u vergeten heeft; het kan juist het spoor zijn waarin u Hem gelijkvormig wordt.
Ach, hoe graag glijden wij af naar vleselijk gemak, ter rechter- of ter linkerhand, om onder het kruis vandaan te komen! Maar de Heere zendt Zijn stem ons achterna: „Dit is de weg.” Het is een weg omlijnd met bloed, gekleed in Zijn gerechtigheid en uitgewerkt door de liefde van Zijn teder hart. Wandel daarin met moed, want het is de weg die de Koning bewandelde, en daar worden de voetstappen der schapen gevonden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg.
Johannes 14:6
Hoe is Jezus de weg? In alles wat Hij voor Gods volk is, is Hij de weg. Het bloed is de weg naar de hemel, want de hele weg is, zoals Hart zegt, omlijnd met bloed. Door Zijn dierbaar bloed, vergoten aan het kruis op Golgotha, heeft Hij de zonde weggenomen door de offerande van Zichzelf en zo een weg geopend om tot God te naderen. Zijn gerechtigheid is ook een deel van die weg, want alleen voor zover wij gekleed staan in Zijn heerlijke gerechtigheid, kunnen wij tot God de Vader naderen en worden wij door Hem gunstig ontvangen. En Zijn liefde is de weg; want als wij wandelen in de liefde, wandelen wij in Hem, want Hij is liefde. Elk deel van de weg werd bepaald en uitgewerkt door de liefde van Zijn teder hart.
Maar de weg is ook de weg van verdrukking. Was Jezus niet Zelf de grote Lijder? En als Hij de weg is, de enige weg, dan moet ik aan Zijn lijden gelijkvormig worden. Christus niet kennen in verdrukkingen en smarten, is Hem niet kennen. Hij was een Man van smarten en verzocht in krankheid. Niets van die smart kennen, betekent met alle nadruk dat wij geen vereniging en gemeenschap hebben met de Heere Jezus Christus.
Maar wij wijken gewoonlijk af, naar rechts of naar links. De lafheid kan het kruis niet dragen; er is een afglijden naar vleselijk gemak en vleselijke gerustheid, om onder het smartelijke kruis van verdrukking en lijden vandaan te komen. Maar wanneer wij ons naar rechts of naar links wenden, zendt de Heere ons Zijn stem achterna: „Dit is de weg”, de weg van de verdrukking, en geen andere; de weg van moeite, van beproeving, van oefening. Dit is de weg die de Koning van oudsher ging. En dit is de weg waarop heel Zijn volk vóór en na Hem gewandeld heeft, want het is de enige weg waarop de voetstappen van de schapen te vinden zijn.
Aan de lezer…
Herkent u dit? U hebt wel eens gedacht dat u van de weg af was, omdat uw pad zo vol moeite, beproeving en smart is. Zie dan naar Hem, Die de weg is. Was Hij niet Zelf de grote Lijder, een Man van smarten en verzocht in krankheid? Christus niet kennen in verdrukking, is Hem niet kennen. Uw kruis is dus geen teken dat Hij u vergeten heeft; het kan juist het spoor zijn waarin u aan Hem gelijkvormig wordt.
Ach, wat glijden wij graag af naar vleselijk gemak, naar rechts of naar links, om onder het kruis vandaan te komen! Maar de Heere zendt ons Zijn stem achterna: „Dit is de weg.” Het is een weg omlijnd met bloed, waarop wij gekleed gaan in Zijn gerechtigheid, uitgewerkt door de liefde van Zijn teder hart. Wandel daarop met moed, want het is de weg die de Koning ging, en daar zijn de voetstappen van de schapen te vinden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Jesus saith unto him, I am the way.”
John 14:6
How is Jesus the way? In everything that He is to God’s people He is the way. His blood is the way to heaven; “for the whole path,” as Hart speaks, “is lined with blood.” By His precious blood shed upon Calvary’s tree He has put away sin by the sacrifice of Himself, and opened a way of access to God. His righteousness, also, is part of the way; for only so far as we stand clothed in His glorious righteousness have we any access unto, any acceptance with God the Father. And His love is the way; for if we walk in love, we walk in Him, for He is love. Every part of the way was devised and is executed by the love of His tender heart.
But the way, also, is the way of tribulation. Was not Jesus Himself the great Sufferer? And if He be the way, the only way, I must be conformed to His likeness in suffering. Not to know afflictions and tribulations, is not to know Christ. He was “a Man of sorrows and acquainted with grief!” And if so, to have no sorrow, to have no acquaintance with grief, and to know nothing of tribulation, is to proclaim to all with a loud voice that we have no union and communion with the Lord Jesus Christ.
But we are continually turning aside “to the right hand” or “to the left.” There is that cowardice in the heart which cannot bear the cross; there is that slipping into carnal ease and fleshly security, so as to get away from under the painful cross of affliction and suffering. But when we thus turn aside “to the right hand” or “to the left,” the voice the Lord sends after us is, “This is the way”—the way of affliction; no other; the way of tribulation, the way of trial, the way of exercise. This is the way in which the King walked of old; and this is the way in which all His people have walked before Him and after Him; for this is the only path in which the footsteps of the flock can be found.
To the reader…
Do you recognize this? You have sometimes thought that you were off the way, because your path is so full of trouble, trial, and sorrow. Look, then, to Him Who is the way. Was He not Himself the great Sufferer, a Man of sorrows and acquainted with grief? Not to know Christ in tribulation is not to know Him. Your cross, then, is no sign that He has forgotten you; it may be precisely the track in which you are being conformed to Him.
Ah, how readily we slip away into carnal ease, to the right hand or to the left, to get out from under the cross! But the Lord sends His voice after us: “This is the way.” It is a way lined with blood, on which we go clothed in His righteousness, wrought out by the love of His tender heart. Walk on it with courage, for it is the way the King walked, and there the footsteps of the flock are to be found.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Jesús le dice: Yo soy el camino.”
Juan 14:6
¿Cómo es Jesús el camino? En todo lo que Él es para el pueblo de Dios, Él es el camino. Su sangre es el camino al cielo; “porque toda la senda”, como dice Hart, “está bordeada de sangre”. Por Su preciosa sangre derramada en el madero del Calvario ha quitado el pecado por el sacrificio de Sí mismo, y ha abierto un camino de acceso a Dios. Su justicia es también parte del camino; porque solo en cuanto estamos revestidos de Su gloriosa justicia tenemos algún acceso a Dios el Padre, alguna aceptación ante Él. Y Su amor es el camino; porque si andamos en amor, andamos en Él, pues Él es amor. Cada parte del camino fue ideada y es llevada a cabo por el amor de Su tierno corazón.
Pero el camino es también el camino de la tribulación. ¿No fue Jesús mismo el gran Sufriente? Y si Él es el camino, el único camino, he de ser conformado a Su semejanza en el padecimiento. No conocer aflicciones y tribulaciones es no conocer a Cristo. ¡Él fue “varón de dolores, experimentado en quebranto”! Y si es así, no tener dolor, no tener experiencia del quebranto y no saber nada de la tribulación es proclamar a todos a gran voz que no tenemos unión ni comunión con el Señor Jesucristo.
Pero continuamente nos desviamos “á la mano derecha” o “á la mano izquierda”. Hay en el corazón aquella cobardía que no puede soportar la cruz; hay aquel deslizarse hacia la comodidad carnal y la seguridad de la carne, para escapar de debajo de la dolorosa cruz de la aflicción y el padecimiento. Pero cuando así nos desviamos “a la mano derecha” o “a la mano izquierda”, la voz que el Señor envía tras nosotros es: “Este es el camino”: el camino de la aflicción, y ningún otro; el camino de la tribulación, el camino de la prueba, el camino del ejercicio. Este es el camino por el que anduvo el Rey antiguamente; y este es el camino por el que todo Su pueblo ha andado antes de Él y después de Él; porque esta es la única senda en la que pueden hallarse las huellas del rebaño.
Al lector…
¿Reconoce usted esto? A veces ha pensado que estaba fuera del camino, porque su senda está tan llena de angustia, prueba y dolor. Mire, entonces, a Aquel Que es el camino. ¿No fue Él mismo el gran Sufriente, varón de dolores, experimentado en quebranto? No conocer a Cristo en la tribulación es no conocerle. Su cruz, pues, no es señal de que Él le ha olvidado; puede ser precisamente la huella en la que usted está siendo conformado a Él.
¡Ah, con qué facilidad nos deslizamos hacia la comodidad carnal, a la mano derecha o a la izquierda, para salir de debajo de la cruz! Pero el Señor envía Su voz tras nosotros: “Este es el camino.” Es un camino bordeado de sangre, por el que vamos revestidos de Su justicia, obrado por el amor de Su tierno corazón. Ande por él con valor, porque es el camino por el que anduvo el Rey, y allí se hallan las huellas del rebaño.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl