Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

8 juli Korenaren uit de volle oogst

Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn.
Romeinen 8:1

Er is in het hele Woord van de Waarheid geen zaliger verklaring. Het is de zoetste toon van de bazuin van het Evangelie, want die zet de kroon op het hele jubeljaar. Is de verdoemenis niet de bitterste druppel in de beker van de bevenden? Is zij niet de schrilste, scherpste toon van die geduchte bazuin die zo lang en zo luid van de brandende top van de Sinaï weerklonk, zodat allen die in de legerplaats waren, beefden (Exod. 19:13,16)?

Verdoemenis is de uiteindelijke voltrekking van Gods rechtvaardige wet. Daarom brengt zij alles met zich mee wat de dood met zijn prikkel en het graf met zijn verschrikking bewapent. De vrees daarvoor, de vrees en de schrik om voor eeuwig uit de tegenwoordigheid van God verbannen te zijn, onherstelbaar verloren te zijn en weg te zinken onder de brandende toorn van Hem, Die een verterend vuur is, heeft duizenden harten met schrik vervuld. En zo moet het ook zijn, zolang de wet spreekt in haar donderslagen, zolang de stem van het geweten haar uitspraak herhaalt en zolang de toorn van God brandt in het diepst van de hel. O, gezegend woord van genade en waarheid, dat het waard is door de stem van cherubs en serafs in de hemel en op aarde te weerklinken: „Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn!”

Geloofd zij God met diepst ontzag!
Hij overlaadt ons dag aan dag
met zijne gunstbewijzen.
Die God is onze zaligheid:
wie zou die hoogste Majesteit
dan niet met eerbied prijzen?
Die God is ons een God van heil,
Hij schenkt uit goedheid, zonder peil,
ons ’t eeuwig zalig leven.
Hij kan en wil en zal in nood,
zelfs bij het naad’ren van de dood,
volkomen uitkomst geven.

Ps. 68:10

Aan de lezer…

Klonken de donderslagen van de Sinaï ooit in uw geweten? Kent u iets van die schrik om voor eeuwig uit de tegenwoordigheid van God verbannen te zijn en weg te zinken onder de toorn van Hem, Die een verterend vuur is? Ik verzwijg het niet: zo moet het zijn, zolang de wet spreekt en het geweten haar uitspraak herhaalt. Het is de bitterste druppel in de beker van de bevenden.

Maar luister dan ook naar de zoetste toon van de bazuin van het Evangelie: „Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn.” Niet straks, niet wanneer u beter bent, maar nu. Op wie in Hem is, rust de vloek niet meer. Zoek uw schuilplaats dan niet in uzelf, maar in Christus Jezus. Dat woord is het waard door cherubs en serafs te worden bezongen, en het is gesproken voor zulke bevende zondaars als u.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

8 juli 365 dagen met Philpot

Gods leiding met Israël in de woestijn

Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken, zo leidde hem de Heere alleen, en er was geen vreemd God met hem.
Deuteronomium 32:11,12

Hier wordt gezegd dat de arend haar jongen „neemt”, dat wil zeggen, zo kunnen we afleiden, naar de rand van het nest. De jonge arenden die nu in het nest liggen, zullen op een dag hun vleugels uitspreiden en uitvliegen. Maar nu, wanneer ze over de rand van hun nest gluren en langs de steile rotswand naar beneden kijken waarop het arendsnest gebouwd is, deinzen ze doodsbang terug. Maar de arend leert hun in de steile afgrond te kijken, zodat ze de diepte leren peilen en er niet bang voor zijn.

Zo laat de Heere Zijn kinderen soms in de afgrond van de eeuwigheid kijken. Nu zijn ze nog veilig in het nest onder Zijn vleugels, maar soms, in moeilijke ogenblikken, zoals bij ziekte, schrikken ze terug voor de dood en de eeuwigheid. Ze deinzen terug voor de onmetelijke afgrond en kruipen achteruit het nest in. Maar de arend houdt hen stevig vast en laat hen kijken, totdat ze door haar nabijheid en warmte de moed krijgen om zonder vrees naar beneden te kijken.

Dan laat zij hen hun krachten beproeven, en om hen tijdens hun vlucht omhoog te houden, draagt zij hen op haar vlerken, draagt zij hen op haar rug, waar ze veilig zijn onder de boog van haar uitgespreide vlerken. Zo is het ook in Gods genadige omgang met Zijn Israël. Wanneer Hij hen de eeuwigheid heeft laten inkijken en ze voor die aanblik terugschrikken, neemt Hij hen op Zijn vlerken. Hij geeft hun enkele zoete en hartverwarmende blikken op hun recht op Zijn bloed en neemt de angst voor de dood weg, totdat Hij hen leert weg te vliegen en op te stijgen naar de hemelse hoogten.

Lezen: Exodus 19:1-9

Aan de lezer…

Herkent u dit? U hebt ook weleens over de rand van het nest gekeken en bent teruggedeinsd. Misschien in een tijd van ziekte, toen de dood en de eeuwigheid ineens zo dichtbij kwamen, en uw hart beefde voor die onmetelijke afgrond. Schaam u daar niet voor; zo gaat het de jonge arenden, en zo gaat het ook veel kinderen van God. De Heere laat hen soms in die diepte kijken, niet om hen te verschrikken, maar om hen te onderwijzen.

Want de arend laat haar jongen niet los. Zij houdt hen vast, verwarmt hen en draagt hen op haar vlerken. Zo neemt ook de Heere Zijn bevende kinderen op en geeft hun zoete, hartverwarmende blikken op hun recht op Zijn bloed. Daar wordt de angst voor de dood weggenomen. Vraag Hem dan niet in de eerste plaats om de afgrond weg te nemen, maar om u op Zijn vlerken te dragen; dan zult u eens zonder vrees omhoogvliegen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

8 juli Door Baca’s vallei

Ik zal hem op een hoogte stellen, want hij kent Mijn Naam.
Psalm 91:14

Iemand moet eerst de Naam van de Heere kennen, wil hij ware liefde tot Hem kunnen beoefenen. Dat is noodzakelijk, en dat is wat de Heere aan Zijn volk doet. Hij doet hen Zijn Naam kennen. „Zij zullen Mij allen kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen” (Jer. 31:34). Zij allen zullen, zij zullen. De Heere heeft het gezegd. Zij zullen Mij kennen.

Wat is dan de Naam van God? Toen de Heere Zich aan Mozes openbaarde, zei Hij toen niet: „Ik zal zijn, Die Ik zijn zal”? Zo onderwees de Heere Mozes over Zijn Naam, en wij mogen eruit opmaken dat wat God is, Zijn Naam is. God is heilig; God is rechtvaardig; God is barmhartig; God is een God van liefde.

Dit moet de zondaar kennen. Hij moet weten dat God een vlekkeloos en heilig God is. En wanneer hij dat in het begin gaat leren, wordt hij erdoor verpletterd en staat hij verbijsterd. Het doet hem beven en hij verbergt zich voor God. „Hoe zal ik voor God kunnen verschijnen, Die te rein van ogen is dan dat Hij het kwade zou kunnen aanschouwen?”, roept hij uit. Zo ziet u dat het onrust brengt in zijn geweten.

Het eerste werk van de Geest is te overtuigen van zonde, en het is een besef van Gods heiligheid dat ons tot de overtuiging brengt van onze zonden en van Gods vlekkeloosheid. Hoe kan de zondaar voor God verschijnen en tot Hem naderen? Zolang hij onder de verschrikking van de wet is, is hij vol kommer. Soms wenst hij wel nooit geboren te zijn, en op andere momenten wordt hij aangevallen door harde gedachten over God, alsof Hij maait waar Hij niet gezaaid heeft en vergadert waar Hij niet gestrooid heeft. Zo wordt de Heere in zijn verdorven hart gezien.

De duivel is dicht bij hem en probeert steeds zijn hart tegen de Almachtige te verharden. Maar de verschrikkingen van de Almachtige grijpen hem aan, en hij probeert op allerlei manieren deze pijlen uit zijn hart te trekken; maar al dat trekken en duwen maakt de wond alleen maar erger. Zo tobt hij voort, totdat hij gaat zien dat God een God van barmhartigheid is, en dat wordt hem geopenbaard in en door de Heere Jezus.

Dat is wat de verborgenheid verklaart, wanneer hij Christus ziet, bloedend aan het kruis. Hier ziet hij dat God zowel een rechtvaardig God als een Heiland is. God is zuiver en heilig en eist tot de laatste penning van de enorme schuld die hij schuldig is. En toch openbaart en bewijst Hij Zijn genade door Christus aan een bloedend en verbroken hart.

Aan de lezer…

Hier staat een woord voor wie de heiligheid van God tot een verschrikking geworden is. Hebt u met bevende lippen gevraagd hoe u ooit voor Hem kunt verschijnen, Die te rein van ogen is om het kwade te aanschouwen? Misschien wenst u soms nooit geboren te zijn, en fluistert de vijand u harde gedachten over God in. Ach, al dat trekken aan de pijlen maakt de wond alleen maar erger. Maar weet: dit is het eerste werk van de Geest, Die overtuigt van zonde. Hij verplettert om te onderwijzen.

Want God blijft voor uw ziel niet alleen de Heilige; Hij wil ook gekend worden als een God van barmhartigheid, en dat wordt geopenbaard in de Heere Jezus, bloedend aan het kruis. Daar ziet een verbroken hart dat God tegelijk een rechtvaardig God en een Heiland is. Hij eist de schuld tot de laatste penning, en toch bewijst Hij genade door Christus. Wie Zijn Naam zo leert kennen, die zal Hij op een hoogte stellen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina