8 de julio
Ik zal hem op een hoogte stellen, want hij kent Mijn Naam.
Psalm 91:14
Iemand zal eerst des Heeren Naam moeten kennen, zal hij de ware liefde tot Hem kunnen oefenen. Nu, dit is noodzakelijk, en het is wat de Heere aan Zijn volk doet. Hij doet hen Zijn Naam kennen. „Zij zullen Mij allen kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen” (Jer. 31:34). Zij allen zullen, zij zullen. De Heere heeft het gezegd. Zij zullen Mij kennen.
Nu, wat is de Naam van God? Toen de Heere Zich aan Mozes openbaarde, zei Hij toen niet: „Ik zal zijn, Die Ik zijn zal”? Dit was de wijze waarop de Heere Mozes inzake Zijn Naam onderwees, en wij mogen eruit opmaken dat hetgeen God is, Zijn Naam is. God is heilig; God is rechtvaardig; God is barmhartig; God is een God van liefde.
Nu, dit moet de zondaar kennen. Hij moet kennen dat God een vlekkeloos en heilig God is. En wanneer hij dit in den beginne gaat leren, dan wordt hij erdoor verpletterd en is hij verbaasd. Het doet hem beven en hij verbergt zich voor God. „Hoe zal ik voor God kunnen verschijnen, Die te rein van ogen is dan dat Hij het kwade zou kunnen aanschouwen?”, zo roept hij uit. En zo ziet gij dat het beroering brengt in zijn consciëntie.
Het eerste werk van de Geest is te overtuigen van zonde, en een gevoel van Gods heiligheid is het, hetwelk ons tot de overtuiging brengt van onze zonden en van Gods vlekkeloosheid. Hoe kan de zondaar voor God verschijnen en tot Hem naderen? En terwijl hij is onder de verschrikking van de wet, is hij vol kommer, en bij tijden wenst hij wel nooit geboren te zijn geweest, en op andere tijden wordt hij aangevallen met harde gedachten van God, maaiende waar Hij niet gezaaid heeft en vandaar vergaderende waar Hij niet gestrooid heeft. Zo wordt de Heere beschouwd in zijn verdorven hart.
De duivel is nabij hem en tracht aldoor zijn hart tegen de Almachtige te verharden. Maar de verschrikkingen des Almachtigen grijpen hem aan, en hij tracht op menigerlei wijze deze pijlen uit zijn hart te trekken; doch al dit trekken en duwen maakt de wond slechts erger. En zo tobt hij voort, totdat hij gaat zien dat God een God van barmhartigheid is, en dit wordt hem geopenbaard in en door de Heere Jezus.
Dit is het, hetgeen de verborgenheid verklaart, als hij Christus ziet, bloedende aan het kruis. Hier ziet hij dat God is beide een rechtvaardig God en een Heiland. God is zuiver en heilig en vordert tot de laatste penning van de enorme schuld die hij schuldig is. En toch openbaart en bewijst Hij Zijn genade door Christus aan een bloedend en verbroken hart.
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor wie de heiligheid van God tot een verschrikking geworden is. Hebt u met bevende lippen gevraagd hoe u ooit voor Hem kunt verschijnen, Die te rein van ogen is om het kwade te aanschouwen? Misschien wenst u soms nooit geboren te zijn, en fluistert de vijand u harde gedachten van God in. Ach, al dat trekken aan de pijlen maakt de wond slechts erger. Maar weet: dit is het eerste werk van de Geest, Die overtuigt van zonde. Hij verplettert om te leren.
Want God blijft niet alleen de Heilige voor uw ziel; Hij wil ook gekend worden als een God van barmhartigheid, en dat wordt geopenbaard in de Heere Jezus, bloedende aan het kruis. Daar ziet een verbroken hart dat God tegelijk een rechtvaardig God en een Heiland is. Hij vordert de schuld tot de laatste penning, en toch bewijst Hij genade door Christus. Wie Zijn Naam zo leert kennen, die zal Hij op een hoogte stellen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik zal hem op een hoogte stellen, want hij kent Mijn Naam.
Psalm 91:14
Iemand moet eerst de Naam van de Heere kennen, wil hij ware liefde tot Hem kunnen beoefenen. Dat is noodzakelijk, en dat is wat de Heere aan Zijn volk doet. Hij doet hen Zijn Naam kennen. „Zij zullen Mij allen kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen” (Jer. 31:34). Zij allen zullen, zij zullen. De Heere heeft het gezegd. Zij zullen Mij kennen.
Wat is dan de Naam van God? Toen de Heere Zich aan Mozes openbaarde, zei Hij toen niet: „Ik zal zijn, Die Ik zijn zal”? Zo onderwees de Heere Mozes over Zijn Naam, en wij mogen eruit opmaken dat wat God is, Zijn Naam is. God is heilig; God is rechtvaardig; God is barmhartig; God is een God van liefde.
Dit moet de zondaar kennen. Hij moet weten dat God een vlekkeloos en heilig God is. En wanneer hij dat in het begin gaat leren, wordt hij erdoor verpletterd en staat hij verbijsterd. Het doet hem beven en hij verbergt zich voor God. „Hoe zal ik voor God kunnen verschijnen, Die te rein van ogen is dan dat Hij het kwade zou kunnen aanschouwen?”, roept hij uit. Zo ziet u dat het onrust brengt in zijn geweten.
Het eerste werk van de Geest is te overtuigen van zonde, en het is een besef van Gods heiligheid dat ons tot de overtuiging brengt van onze zonden en van Gods vlekkeloosheid. Hoe kan de zondaar voor God verschijnen en tot Hem naderen? Zolang hij onder de verschrikking van de wet is, is hij vol kommer. Soms wenst hij wel nooit geboren te zijn, en op andere momenten wordt hij aangevallen door harde gedachten over God, alsof Hij maait waar Hij niet gezaaid heeft en vergadert waar Hij niet gestrooid heeft. Zo wordt de Heere in zijn verdorven hart gezien.
De duivel is dicht bij hem en probeert steeds zijn hart tegen de Almachtige te verharden. Maar de verschrikkingen van de Almachtige grijpen hem aan, en hij probeert op allerlei manieren deze pijlen uit zijn hart te trekken; maar al dat trekken en duwen maakt de wond alleen maar erger. Zo tobt hij voort, totdat hij gaat zien dat God een God van barmhartigheid is, en dat wordt hem geopenbaard in en door de Heere Jezus.
Dat is wat de verborgenheid verklaart, wanneer hij Christus ziet, bloedend aan het kruis. Hier ziet hij dat God zowel een rechtvaardig God als een Heiland is. God is zuiver en heilig en eist tot de laatste penning van de enorme schuld die hij schuldig is. En toch openbaart en bewijst Hij Zijn genade door Christus aan een bloedend en verbroken hart.
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor wie de heiligheid van God tot een verschrikking geworden is. Hebt u met bevende lippen gevraagd hoe u ooit voor Hem kunt verschijnen, Die te rein van ogen is om het kwade te aanschouwen? Misschien wenst u soms nooit geboren te zijn, en fluistert de vijand u harde gedachten over God in. Ach, al dat trekken aan de pijlen maakt de wond alleen maar erger. Maar weet: dit is het eerste werk van de Geest, Die overtuigt van zonde. Hij verplettert om te onderwijzen.
Want God blijft voor uw ziel niet alleen de Heilige; Hij wil ook gekend worden als een God van barmhartigheid, en dat wordt geopenbaard in de Heere Jezus, bloedend aan het kruis. Daar ziet een verbroken hart dat God tegelijk een rechtvaardig God en een Heiland is. Hij eist de schuld tot de laatste penning, en toch bewijst Hij genade door Christus. Wie Zijn Naam zo leert kennen, die zal Hij op een hoogte stellen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“I will set him on high, because he hath known my name.”
Psalm 91:14
A man must know the Lord’s Name before ever he can feel any real love to Him. Now this is needful, this is what the Lord does for His people, He causes them to know His Name. “They shall all know Me, from the least of them unto the greatest” (Jer. 31:34). “They shall all;” they shall. The Lord has declared it. They shall know Me.
Now what is the Name of the Lord? When God revealed Himself unto Moses, did He not say, “I AM THAT I AM?” This was the way God taught Moses His Name, and we may gather from it that whatever God is, that is His Name. God is holy, God is just, God is merciful, God is a God of love. Now the sinner must know this. He must know that God is a pure and holy God, and at first when he is beginning to learn this lesson, he is completely astonished and appalled by it. It causes him to shrink away and hide himself from God. “How can I appear before God, Who is of purer eyes than to behold iniquity?” he cries. And so you see it brings distress into his conscience.
It is the first work of the Spirit to “convince of sin,” and a sense of God’s holiness is that which brings us this conviction—our sin and God’s purity. How can the sinner appear before and approach to God? And while he is under the terrors of the law, he is full of distress, and at times, perhaps, wishes he had never been born, and at other times he is tempted with hard thoughts of God, reaping where He had not sown, and gathering where He had not strawed. This is how God is seen in his perverted mind. The devil is at him, and tries all he can to harden his heart against the Almighty.
But the terrors of the Almighty have taken hold of him, and he tries many ways to get these arrows extracted; but all his tugging and pulling only make the wound worse. And so he goes on until he is brought to see that God is a God of mercy—and this is revealed to him in and through the Lord Jesus. This is what clears up the mystery—when he sees Christ bleeding on the cross. Here he sees God is both a just God and a Saviour. God is pure and holy, and exacts to the utmost farthing all the enormous debt he owes, and yet to the bleeding, broken heart, He, through Christ, can and does manifest His mercy.
To the reader…
Here is a word for those to whom the holiness of God has become a terror. Have you asked with trembling lips how you can ever appear before Him Who is of purer eyes than to behold evil? Perhaps you sometimes wish you had never been born, and the enemy whispers hard thoughts of God into your ear. Ah, all that tugging at the arrows only makes the wound worse. But know this: it is the first work of the Spirit, Who convinces of sin. He crushes in order to teach.
For God does not remain to your soul only the Holy One; He also wills to be known as a God of mercy, and that is revealed in the Lord Jesus, bleeding on the cross. There a broken heart sees that God is at once a just God and a Saviour. He exacts the debt to the last farthing, and yet He shows mercy through Christ. Whoever comes to know His Name in this way, him will He set on high.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Ponerlo he en alto, por cuanto ha conocido mi nombre.”
Salmo 91:14
El hombre tiene que conocer el Nombre del Señor antes de poder sentir algún amor verdadero hacia Él. Ahora bien, esto es necesario, y esto es lo que el Señor hace por Su pueblo: les hace conocer Su Nombre. “Todos me conocerán, desde el más pequeño de ellos hasta el más grande” (Jer. 31:34). “Todos”; lo harán. El Señor lo ha declarado. Me conocerán.
Ahora bien, ¿cuál es el Nombre del Señor? Cuando Dios Se reveló a Moisés, ¿no dijo: “YO SOY EL QUE SOY”? Así enseñó Dios a Moisés Su Nombre, y de ello podemos deducir que todo lo que Dios es, eso es Su Nombre. Dios es santo, Dios es justo, Dios es misericordioso, Dios es un Dios de amor. Ahora bien, el pecador tiene que saber esto. Tiene que saber que Dios es un Dios puro y santo, y al principio, cuando empieza a aprender esta lección, queda del todo asombrado y espantado por ella. Le hace retroceder y esconderse de Dios. “¿Cómo podré comparecer ante Dios, Que es muy limpio de ojos para ver la iniquidad?”, clama. Y así ve usted que ello trae angustia a su conciencia.
La primera obra del Espíritu es “redargüir de pecado”, y el sentido de la santidad de Dios es lo que nos trae esta convicción: nuestro pecado y la pureza de Dios. ¿Cómo puede el pecador comparecer ante Dios y acercarse a Él? Y mientras está bajo los terrores de la ley, está lleno de angustia, y a veces quizá desearía no haber nacido nunca, y otras veces es tentado con duros pensamientos de Dios, como si segara donde no sembró y recogiera donde no esparció. Así es como se ve a Dios en su mente pervertida. El diablo lo acosa y hace cuanto puede por endurecer su corazón contra el Todopoderoso.
Pero los terrores del Todopoderoso se han apoderado de él, y prueba muchas maneras de que le saquen esas saetas; pero todos sus tirones y forcejeos solo empeoran la herida. Y así sigue hasta que es llevado a ver que Dios es un Dios de misericordia, y esto se le revela en y por medio del Señor Jesús. Esto es lo que aclara el misterio: cuando ve a Cristo sangrando en la cruz. Aquí ve que Dios es a la vez Dios justo y Salvador. Dios es puro y santo, y exige hasta el último cuadrante toda la enorme deuda que él debe; y sin embargo, al corazón sangrante y quebrantado, Él, por medio de Cristo, puede manifestar y manifiesta Su misericordia.
Al lector…
He aquí una palabra para aquellos a quienes la santidad de Dios se les ha vuelto un terror. ¿Ha preguntado usted con labios temblorosos cómo podrá jamás comparecer ante Aquel Que es muy limpio de ojos para ver el mal? Quizá a veces desea no haber nacido nunca, y el enemigo le susurra al oído duros pensamientos de Dios. Ah, todo ese tirar de las saetas solo empeora la herida. Pero sepa esto: es la primera obra del Espíritu, Que redarguye de pecado. Él quebranta para enseñar.
Porque Dios no sigue siendo para su alma solo el Santo; también quiere ser conocido como un Dios de misericordia, y eso se revela en el Señor Jesús, sangrando en la cruz. Allí un corazón quebrantado ve que Dios es a la vez Dios justo y Salvador. Él exige la deuda hasta el último cuadrante, y sin embargo muestra misericordia por medio de Cristo. Al que llega a conocer así Su Nombre, Él lo pondrá en alto.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl