Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

8 oktober Korenaren uit de volle oogst

Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.
Psalm 119:176

Als de Heere ons niet zocht, zouden wij de Heere nooit zoeken. Dat staat vast. Als u de Heere zoekt in gebed, in smeking, in stil verlangen, met menige hartverscheurende zucht, bij nacht en bij dag, wees er dan van verzekerd dat u de Heere nooit gezocht zou hebben als de Heere u niet eerst gezocht had. Hij zoekt u nu. Het kan zijn (zoals u vreest) dat het enige tijd duurt voordat Hij u vindt, maar Hij zal u ten slotte vinden.

Hoe lieflijk heeft de Heere Zelf dit laten uitkomen in de gelijkenis van het verloren schaap! Het arme schaap is afgedwaald, en als het eenmaal de schaapskooi verlaten heeft, is het vrijwel zeker ergens op een vreemde plaats terechtgekomen. Het is van een rots gevallen, of in een sloot gerold, of het heeft zich achter een struik verborgen, of het is in een hol gekropen, of het ligt in een diepe holle weg, waar het alleen door een ervaren oog en een ervaren hand gevonden en gered kan worden. Zo is het ook met de verloren schapen van de Heere: ook zij zijn op vreemde plaatsen beland. Zij storten van de rotsen, glijden in holen, verbergen zich tussen de struiken en kruipen steeds dieper weg, om in de holen om te komen.

Wanneer het schaap is afgedwaald, gaat de herder op weg om het te zoeken. Hier ziet hij de afdruk van de poten, daar een vlokje wol dat door de doornen is afgerukt. Hij doorzoekt elke schuilplaats, totdat hij ten slotte het arme schaap vindt, uitgeput en half stervend, nauwelijks sterk genoeg om zijn verlatenheid uit te kermen. Hij slaat het niet naar huis en steekt geen prikkel in zijn rug. Hij neemt het zacht op, legt het op zijn schouder en brengt het blij naar huis. Zo zijn ook de wegen van de Heere in Zijn genade met Zijn verloren schaap. Zo gaat het met de mens. Mensen handelen echter heel anders. Als een farizeeër een schaap ziet dat, zoals ze op het platteland zeggen, „vastligt”, dat wil zeggen: hulpeloos op zijn rug ligt, dan zou hij het al gauw met een trap overeind schoppen en het met schoppen naar huis drijven, het met zijn staf op de kop slaan of de scherpe spijker in zijn flank steken.

Het gebed van David was een verstandig gebed: „Laat mij vallen in Gods handen, en niet in de handen der mensen.” O, te mogen vallen in de handen van God, in de handen van een barmhartige en medelijdende Hogepriester, Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, en daarom kan meeleven met Zijn arme, verzochte volk! Gods handen zijn de enige handen waarin men veilig kan vallen. Wie in deze handen valt, zal er nooit meer uit vallen of erdoorheen vallen, want „daaronder zijn de eeuwige armen”, en die laten niet los; zij bezwijken nooit.

Gun leven aan mijn ziel, dan looft mijn mond
uw trouwe hulp; stier mij in rechte sporen.

Ps. 119:88

Aan de lezer…

Bent u afgedwaald, en ligt u als een verloren schaap ergens op een vreemde plaats, uitgeput en nauwelijks sterk genoeg om uw verlatenheid uit te kermen? Zoekt u de Heere met menige hartverscheurende zucht, bij nacht en bij dag, en vreest u dat Hij u nooit zal vinden? Wees er dan van verzekerd: u zou Hem nooit gezocht hebben als Hij u niet eerst gezocht had.

Hij zoekt u nu. Het kan enige tijd duren, maar Hij zal u ten slotte vinden; elke schuilplaats is Hem bekend. En als Hij u vindt, neemt Hij u zacht op en draagt Hij u blij naar huis. Laat u dan in Zijn handen vallen. Wie daarin valt, valt er nooit meer uit, want daaronder zijn de eeuwige armen, en die bezwijken nooit.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

8 oktober 365 dagen met Philpot

Evangelische voorschriften

Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren.
Psalm 119:5

Als ik op mijn eigen ervaring afga, denk ik dat we soms aan de voorschriften van Gods Woord voorbijgaan. We proberen ze te wettisch te maken. We zien hun verband met de genade van de Heere Jezus Christus niet, maar proberen ze op een wettische manier uit te voeren, alsof ze een wezenlijk onderdeel van de wet waren. We denken dat we Gods gunst verwerven als we ze uitvoeren. Bij velen blijft dat hun hele leven zo. Maar na enige tijd maakt de Heere deze strik los door ons in de waarheid van het evangelie te leiden, haar zoetheid en heerlijke smaak aan onze ziel mee te delen en ons enige heilige en geestelijke vrijheid te geven. Daardoor gaan we inzien dat het evangelie louter een middel van Gods genade is.

Nu staan we echter bloot aan een verzoeking wat het voorschrift betreft. We proberen het te kleineren; niet te verachten, dat kunnen we niet. Maar eerst zien we niet de juiste plaats ervan in deze openbaring in het Nieuwe Testament, en ook zien we niet welke invloed het heeft op het leven van een christen. Na een tijdje beginnen we echter iets van de waarde ervan te begrijpen. Maar nadat we de voorschriften eerst veronachtzaamd hebben, kunnen we ertoe vervallen ze te overtreden, en zo laden we schuld en ellende op ons geweten.

Dan zullen we inzien hoe vreselijk dwaas het was om geen acht te slaan op de voorschriften die God in de Heilige Schrift geopenbaard heeft, omdat ze ons zoveel beperkingen opleggen. Dan gaan we merken dat de voorschriften bedoeld zijn om de ziel te leiden en te behoeden voor afglijden naar alles wat het geweten verdriet doet en Gods barmhartigheden te schande maakt. Dan gaan we de voorschriften liefhebben om de schoonheid en zaligheid die we erin zien stralen, en willen we ons eraan houden. Niet omdat we, door ons eraan te houden, behoed worden voor wat God te schande maakt, maar omdat er een grote beloning ligt in het houden ervan: het is een zegen te doen wat behaaglijk is voor God (1 Joh. 3:22).

Lezen: Leviticus 26:1-22

Aan de lezer…

Vandaag wordt u gewezen op Gods voorschriften. Hebt u ooit gemeend dat u door het houden ervan Zijn gunst moest verwerven? Dan weet u hoe zwaar die last kan drukken. Of bent u, nadat de Heere u iets van de zoetheid van het evangelie liet smaken, de voorschriften gaan kleineren, en hebt u daarna schuld en ellende op uw geweten geladen? Wees dan niet verbaasd dat de Heere u zo leidt; langs deze weg leert Hij de Zijnen hoe dwaas het is om geen acht te slaan op wat Hij in Zijn Woord geopenbaard heeft.

Zijn voorschriften zijn geen ketenen, maar een gids die de ziel behoedt voor wat het geweten verdriet doet. Wie ze in het licht van de genade van de Heere Jezus Christus leert zien, gaat ze liefhebben om hun schoonheid. Bid dan dat Hij uw wegen zo richt, en u zult ervaren dat het een zegen is te doen wat behaaglijk is voor God.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

8 oktober Door Baca’s vallei

Tot de verlossing van de gekochte bezitting.
Efeze 1:14 (Eng. vertaling)

De kerk is verlost door een prijs, maar is nog niet volledig verlost door kracht. Christus heeft met Zijn dierbaar bloed de ziel en het lichaam van Zijn volk gekocht, maar Hij heeft hen nog niet openlijk verlost. Deze verlossing ligt nog in de toekomst. Zij zal niet voltooid worden vóór de heerlijke opstandingsmorgen, wanneer de lichamen van de gestorven heiligen zullen worden opgewekt en hun lichamen in een ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin, veranderd zullen worden. Dit is dus de verlossing van de gekochte bezitting. Omdat zij in de toekomst ligt, moeten wij ernaar uitzien, zoals de apostel zegt: „Maar indien wij hopen hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid” (Rom. 8:25).

Ons lichaam is nog niet verlost van zijn aangeboren verderf. Maar op de opstandingsmorgen, wanneer de doden onverderfelijk zullen opstaan, zal de verlossing volledig worden. Dan zal er een ingaan zijn in de volle erfenis. De opgestane en verheerlijkte heiligen zullen Christus erven, en Christus zal hen erven. Zijn gekochte bezitting zal voor eeuwig verlost zijn van elke vijand en van alle vrees, van elke zonde en van alle smart, van alle verderf van lichaam en ziel, en gekroond worden met een zeer uitnemend eeuwig gewicht van heerlijkheid. Tot op deze dag van de verlossing verzegelt de Heilige Geest de levende kerk van God (Efeze 4:30). Hij doet dat niet alleen door haar te verzekeren van haar aandeel in de erfenis en van Zichzelf als de Eersteling van deze erfenis, maar Hij verzekert haar ook van het zekerste bezit ervan.

Aan de lezer…

Zucht u onder een lichaam dat nog niet verlost is van zijn aangeboren verderf? Voelt u de zonde, de vrees en de smart, en vraagt u zich af of u werkelijk de Zijne bent? Bedenk dan dat Christus met Zijn dierbaar bloed de ziel en het lichaam van Zijn volk gekocht heeft. De prijs is betaald; wat nog ontbreekt, is de verlossing door kracht, en die komt zeker op de heerlijke opstandingsmorgen.

Daarom mag u met geduld verwachten wat u nog niet ziet. Zijn gekochte bezitting zal eenmaal verlost zijn van elke vijand en van alle vrees, en gekroond worden met een eeuwig gewicht van heerlijkheid. Tot die dag verzegelt de Heilige Geest de levende kerk en verzekert Hij haar van haar aandeel in de erfenis. Ziet u daar iets van in uw eigen hart, houd dan moed: Hij Die betaald heeft, zal ook verlossen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina