Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

7 juni Korenaren uit de volle oogst

Gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij.
Johannes 14:1

In God geloven is in Hem geloven zoals Hij Zich in Zijn Zoon geopenbaard heeft, in heel de volheid van Zijn liefde, in heel de rijkdom van Zijn genade en in heel de diepte van Zijn barmhartigheid. God moet niet gezien worden in de verschrikking van een heilige wet, maar in de genade en waarheid van het heerlijke Evangelie van de Zoon van God. Daarom moeten wij tot Hem naderen en in Hem geloven als de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, en als onze Vader in Hem. Wat zijn er weinigen die dit zien en in praktijk brengen, en hoe slecht zijn velen van het levende huisgezin op dit punt geoefend!

In God geloven is een weg die vergeving en vrede in het geweten brengt. Het is zo in God geloven dat men weet door Hem aangenomen te zijn. Het is zo in God geloven dat wij Hem „Abba, Vader” kunnen noemen en voelen dat de Geest met onze geest getuigt dat wij Zijn kinderen zijn. Het is zo in God geloven dat wij Hem altijd bereid vinden om in nood te helpen, dat wij verhoring op ons gebed ontvangen, in het licht van Zijn aangezicht wandelen, Zijn liefde in ons hart uitgestort hebben, de zekerheid hebben met Hem verzoend te zijn en Zijn geopenbaarde goedheid en genade bewust ervaren. Dit alles samen is in God geloven door Jezus Christus.

En o, hoe verschilt dit van alleen maar geloven wat wij in de natuur om ons heen zien, namelijk dat Hij de Schepper van alle dingen is! Of van wat wij in de voetstappen van Zijn voorzienigheid hebben opgemerkt, namelijk dat Hij over ons waakt in de dingen die vergaan. Of van in de letter van het Woord zien dat Hij de God van alle genade is voor hen die in Zijn Naam geloven!

U alleen, U loven wij:
ja, wij loven U, o Heer,
want uw naam, zo rijk van eer,
is tot onze vreugd nabij.
Dies vertelt men in ons land
al de wond’ren uwer hand.

Ps. 75:1

Aan de lezer…

Er zijn tijden dat de eenvoudige vraag ons treft: gelooft u in God? Velen zullen ja zeggen, omdat zij Hem als Schepper in de natuur zien of opmerken hoe Hij waakt over de dingen die vergaan. Maar laat ik u verder wijzen: in God geloven is Hem kennen zoals Hij Zich in Zijn Zoon geopenbaard heeft. Niet in de verschrikking van een heilige wet, maar in de genade en waarheid van het Evangelie, als de Vader van onze Heere Jezus Christus en onze Vader in Hem.

Moet u bekennen dat u op dit punt nog slecht geoefend bent, dat uw hart meer vreest dan vertrouwt? Wees daar eerlijk over voor Hem. Hij Die zegt: „Gelooft ook in Mij”, wil dat u door Christus tot God nadert, om vergeving en vrede in het geweten te ontvangen, om Hem „Abba, Vader” te mogen noemen en Hem bereid te vinden om in nood te helpen. Vraag Hem dan om die Geest, Die met uw geest getuigt dat u Zijn kind bent.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

7 juni 365 dagen met Philpot

Christus’ zitten ter rechterhand Gods

Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige, en Hij is een verzoening voor onze zonden.
1 Johannes 2:1-2

Hier komt de gezegende, eeuwig levende Pleitbezorger en Voorspraak aan de rechterhand van de Vader naar voren. Door Zijn bloed en liefde met kracht toe te passen, zegt Hij tot de ziel: „Ik ben uw heil.” Daarom wordt van Hem gezegd: „Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden” (Hebr. 7:25).

Wie zal Gods „volkomenlijk” beschrijven, wie zal het begrenzen? David, „van de einden der aarde” (Ps. 135:7); Heman, „in de ondersten kuil gelegd, in duisternissen, in diepten” (Ps. 88:7); Hizkia, „van de poorten des grafs en de groeve der vertering” (Jes. 38:10, 17); Jeremia, „uit de ondersten kuil”, waar de wateren over zijn hoofd vloeiden, en hij zei: „Ik ben afgesneden!” (Klaagl. 3:54, 55); Jona, „uit de buik des grafs” (Jon. 2:2). Al deze uitnemend onderwezen en diep beproefde heiligen van God kenden zowel het „volkomenlijk” van de mens als dat van God. Zij wisten dat het „volkomenlijk” van de mens zonde, hel en wanhoop was, en dat Gods „volkomenlijk” barmhartigheid, verlossing en de hemel was. Nooit wordt de macht van de voorspraak van onze grote Hogepriester zo duidelijk bewezen als wanneer zij volkomen zalig maakt.

Juist hier erkennen we hoe werkelijk en gezegend het is dat we zo’n Voorspraak hebben bij de Vader, tegen Wie en voor Wiens aangezicht we gezondigd hebben. De Heere maakt het ons mogelijk onze zaak in Zijn handen te leggen, hoe ernstig of hopeloos die ook is, en te wachten totdat we Hem zien verschijnen om ons zalig te maken.

Lezen: Psalm 57

Aan de lezer…

Is uw zaak zo ernstig, dat u denkt dat het te laat is? Kijk dan, lezer, naar dat woord „volkomenlijk”. De heiligen van God hebben gelegen in de ondersten kuil, in duisternis en diepten, aan de poorten des grafs, met de wateren boven hun hoofd. Ze kenden het „volkomenlijk” van de mens: zonde, hel en wanhoop. Maar ze leerden ook Gods „volkomenlijk” kennen: barmhartigheid, verlossing en de hemel.

Er is geen diepte waaruit Hij niet zalig kan maken, want Hij leeft altijd om voor de Zijnen te bidden. Hij is de eeuwig levende Voorspraak aan de rechterhand van de Vader, en Hij kan nog tot een verloren ziel zeggen: „Ik ben uw heil.” Leg dan uw zaak, hoe hopeloos ook, in Zijn handen. Ga door Hem tot God, en wacht tot u Hem ziet verschijnen om u zalig te maken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

7 juni Door Baca’s vallei

Hoor nu toe, Jozua, gij hogepriester, gij en uw vrienden, die voor uw aangezicht zitten, want zij zijn een wonderteken.
Zacharia 3:8

Een verloste zondaar is een wonderteken voor de engelen om te aanschouwen. Zoals de apostel zegt: „Wij zijn een schouwspel geworden èn de wereld, èn de engelen, èn de mensen.” De ouden zeiden vaak dat een goed mens die met veel tegenspoed worstelde, voor de góden een schouwspel was om te zien. Wij mogen in alle christelijke eenvoud zeggen dat de verborgenheden van de verlossing dingen zijn waarin de engelen begerig zijn in te zien. En wat is er onder deze verborgenheden van de verlossing groter dan een verloste zondaar?

Een mens die door de erfzonde en de dadelijke zonden niets anders dan de eeuwige toorn van God verdient, wordt uit het verderf opgehaald en krijgt een recht op de zaligheid, waarop hij nooit aanspraak had kunnen maken. Dat is werkelijk altijd een reden tot heilige verwondering. En dat u of ik opgenomen zouden zijn in de verkiezende liefde van God, ooit aan Jezus gegeven zouden zijn om verlost te worden, ooit door de Geest levend gemaakt zouden zijn om onze verloren, gevallen staat te leren kennen; dat u of ik ooit gezegend zouden worden met enige ontdekking van de Heere Jezus Christus en Zijn reddende genade: dat is en moet hier altijd een zaak van heilige verwondering zijn, en het zal hierna de stof zijn van eeuwige en eindeloze lofzegging.

Iemand te zien die zo totaal anders is dan hij eens was, vroeger zo zorgeloos, vleselijk, onwetend en onverschillig, en diezelfde man nu op zijn knieën te zien, smekend om genade, terwijl de tranen over zijn wangen biggelen; hem nu diep ontroerd zijn verzuchtingen te zien uitstorten, met zijn ogen naar boven gericht, of hem vergeving geschonken mag worden tot rust van zijn verontruste gemoed: is dat niet iemand naar wie wij met verbazing en verwondering moeten kijken? Iemand te zien die een knikje van Jezus’ vriendelijk aangezicht, een woordje van Zijn lippen die vrede spreken, verre verkiest boven alle voorrechten, genoegens en vriendschap die de wereld kan bieden: waarlijk, als er op aarde een wonder kan plaatsvinden, dan is zo iemand een wonder.

Was het ook niet zo in de ogen van de discipelen, toen Paulus voor het eerst in de synagogen Christus predikte, dat Hij de Zoon van God was? Allen die hem hoorden, verwonderden zich en zeiden: „Is deze niet die eertijds de kerk van God vervolgde?” Zo zien wij het ook en verwonderen wij ons, en soms ervaren wij een heilige blijdschap in onze ziel dat Hij, Die regeert aan de rechterhand van God, nog steeds parels aan Zijn onsterfelijke kroon toevoegt. En wanneer het dan mag gebeuren dat sommigen van hen die nauw met ons naar het vlees verbonden zijn, worden toegebracht, of het nu man, vrouw, zuster, broer, kind, familie of vrienden zijn, dan kijken wij daar niet alleen met een heilige verwondering naar, maar ook met de tederste genegenheid. En dan vermengen wij die met tranen van dankbaarheid aan de God van alle barmhartigheden.

Aan de lezer…

Hebt u zich wel eens verwonderd dat u nog leeft onder de prediking, dat er een verlangen naar genade in uw hart is, dat de wereld u niet meer kan vervullen? Wie niets anders dan de eeuwige toorn van God verdient en toch uit het verderf wordt opgehaald, is een wonderteken, ook voor de engelen. Misschien ziet u in uzelf alleen nog de oude zorgeloosheid en vleselijkheid. Maar als er tranen zijn op uw knieën en een smeken om vergeving, dan komt dat niet uit uzelf.

Want Hij, Die regeert aan de rechterhand van God, voegt nog altijd parels toe aan Zijn kroon. Laat dat ook uw hoop zijn voor wie u lief zijn en nog ver van Hem af staan: een man, een vrouw, een kind. Bid voor hen en geef het niet op. Wat Hij voor anderen deed, kan Hij ook voor u en de uwen doen, tot eeuwige lofzegging van de God van alle barmhartigheden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina