Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

7 maart Korenaren uit de volle oogst

En hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.
1 Johannes 2:15

Dit zijn woorden met een ruime betekenis. Zij reiken een hand uit die veel kan omvatten. Zij plaatsen ons als het ware op een hoge berg, zoals die waarop de Heere stond toen Hij door satan verzocht werd, en zeggen tegen ons: „Kijk om u heen: er is niet één van al deze dingen die u mag liefhebben.” Zij nemen ons mee door de straten van een drukke stad en tonen ons etalages vol mooie en sierlijke voorwerpen. Zij wijzen op alle rijkdom en grootsheid van de groten en edelen, en op alles wat het menselijk hart bewondert en liefheeft. Zoals satan onze Heere op de berg de koninkrijken van de wereld voorhield, zo houden ook deze woorden ons alles voor, maar zij zeggen niet, zoals satan: „Dit alles zal ik u geven”, maar: „Dit alles zal ik van u nemen.”

Niets van deze dingen is voor u. U mag niets van al die prachtige nietigheden liefhebben. U mag ze zelfs niet aanraken, ja, er zelfs niet naar kijken, opdat zij u niet verleiden zoals het goud en het Babylonische kleed Achan verleidden, zodat u ze neemt en in uw tent verbergt. Het gebod leidt ons door de wereld zoals een moeder haar kind door een winkel vol speelgoed en sieraden leidt en zegt: „Die dingen mag je niet aanraken.” Zo gaan ook wij met dit bevel door de wereld. En als wij al dat speelgoed en al die sieraden hebben gezien, klinkt het in onze oren: „Raak ze niet aan, geen enkele; ze zijn niet van u; u mag ze niet genieten, zelfs niet begeren.” Zouden de woorden „Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is” niet altijd in het oor van Gods kinderen moeten klinken?

’t Rechtvaardig volk zal zich verblijden,
betrouwend op de Heer alleen;
d’oprechten zullen weltevreên,
terwijl zij Hem hun harten wijden,
zijn naam belijden.

Ps. 64:10

Aan de lezer…

Hoe sterk kan de wereld trekken, ook aan uw hart! Haar etalages zijn vol, haar rijkdom en grootsheid lokken, en het hart bewondert zo snel wat voor ogen is. Ik verzwijg niet hoe streng het gebod is: „Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is.” Het neemt ons niet maar iets af; het zegt van alles wat glanst: het is niet van u, raak het niet aan, begeer het zelfs niet. Want wie de wereld liefheeft, in hem is de liefde van de Vader niet.

Toch spreekt hier geen harde meester, maar een Vader. Zoals een moeder haar kind aan de hand door een winkel vol speelgoed leidt en zegt: „Dat mag je niet aanraken”, zo leidt de Heere Zijn kinderen door de wereld. Is uw hart nog aan die dingen gebonden? Belijd het Hem eerlijk en vraag om Zijn liefde in uw hart. Want wie die liefde smaakt, laat het speelgoed van de wereld los.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

7 maart 365 dagen met Philpot

Zaligmaken dat verloren was

Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.
Lukas 19:10

De Heere kwam om ons van de zonde te verlossen. Er zijn vijf dingen die met de zonde samenhangen en waarvan de Heere ons kwam verlossen. Daar is de schuld van de zonde. Die ligt zwaar en krachtig op elk geweten waar de wet binnenkomt en waar de reinheid, heiligheid en majesteit van God geopenbaard worden.

Daar is het vuil van de zonde. De zonde geeft niet slechts als het ware een steek in het geweten; of liever gezegd, de wet, die de toorn van God over de zonde bekendmaakt, brengt een last van schuld mee. Maar het vuil van de zonde verontreinigt en bezoedelt ook het hart en de verbeelding.

Daar is de afschuwelijke liefde tot de zonde. „O,” zegt u, „een kind van God kan toch niet van de zonde houden? Ik heb, sinds ik met godsdienst in aanraking ben gekomen, altijd geleerd dat als iemand wordt herboren, hij liefheeft wat hij haatte, en haat wat hij liefhad. Daarom kunt u mij er nooit van overtuigen dat er zoiets in mijn hart is als liefde om te zondigen!” Ik wil u niet overtuigen; ik wil dat u uzelf overtuigt. En als u evenveel van het menselijk hart wist als sommigen, zou u pijnlijk genoeg weten dat er in de vleselijke gezindheid vijandschap tegen God is, en liefde tot het kwaad. Begrijp mij niet verkeerd: in de vleselijke gezindheid.

Daar is de macht van de zonde. „De zonde zal over u niet heersen.” Waarom niet? „Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade” (Rom. 6:14). „Jawel,” zegt u, „maar de zonde heeft macht.” Dat is zeker zo. Maar wat geeft de zonde haar macht? Liefde. O, wat een geheimzinnige macht heeft de zonde in onze vleselijke gezindheid! Mensen zeggen dat ze niet van de zonde houden. „O, die is afschuwelijk!” roepen ze uit. Maar de zonde houdt van hen, ook al houden zij niet van de zonde. Wat maakt hen anders zo hoogmoedig, zo aanmatigend, zo werelds?

Daar is het begaan van zonden. Bent u in dit opzicht heel rein? Zou u het kunnen verdragen om elke dag van de week, elk uur van de dag gevolgd te worden? Zou u willen dat een prediker van het Evangelie u altijd achternaliep en in de gaten hield wat u zegt en doet, en hoe u de hele dag leeft? „Nee,” zegt u, „ik denk soms dat ik liever zou wegkruipen.” Dus ook al bewaart God u uiterlijk voor onbetamelijke dingen (God geve dat het zo is!), wie is er toch niet in enige mate schuldig aan een misstap, een val? Wie kan zeggen dat hij zijn ogen, zijn handen, zijn voeten of zijn tong zo rein houdt als hij zou moeten?

Lezen: Jeremia 3

Aan de lezer…

Durft u, lezer, eerlijk naar uw eigen hart te kijken? Ik noem u vijf dingen: de schuld, het vuil, de liefde, de macht en het begaan van de zonde. Misschien schrikt u het meest van die liefde tot de zonde, en zegt u: „Dat kan bij een kind van God toch niet zo zijn?” Maar wie zou het kunnen verdragen elk uur van de dag gevolgd te worden? Wie houdt zijn ogen, handen, voeten en tong zo rein als hij zou moeten?

Laat zulk zelfonderzoek u niet in moedeloosheid wegdrijven, maar naar Hem toe. Want juist hiervan kwam de Heere ons verlossen. Van de zonde wordt het woord gesproken: „De zonde zal over u niet heersen, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Wat de wet alleen aanwijst, neemt Christus weg. Breng Hem dan uw schuld en uw vuil, en ook die geheimzinnige liefde die u in uw vlees ontdekt, en vraag Hem of Hij uw hart daarvan losmaakt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

7 maart Door Baca’s vallei

Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het Noorden; de stad des groten Konings.
Psalm 48:3

Wij hebben wel eens gedacht dat velen niet goed begrijpen waarom Sion zinnebeeldig de koninklijke troon van Jezus voorstelt. De berg Sion was letterlijk een steile heuvel van de stad Jeruzalem, zo steil en ontoegankelijk dat de kinderen Israëls er geslachten lang geen bezit van konden nemen. Hij bleef als een klein Gibraltar in de handen van de Jebusieten, de oorspronkelijke bewoners van die plaats. „Maar de kinderen van Juda konden de Jebusieten, inwoners van Jeruzalem, niet verdrijven; alzo woonden de Jebusieten bij de kinderen van Juda te Jeruzalem, tot deze dag toe”, Jozua 15:63.

Maar toen David tot koning over Israël gezalfd was en hij zeven jaar en zes maanden in Hebron geregeerd had, richtte hij zijn oog op Jeruzalem, als een betere hoofdstad en een meer geschikte zetel voor zijn uitgestrekte koninkrijk. Maar zolang de heuvel Sion bezet was door de oorlogszuchtige Jebusieten, wilden zij ook hun gezag over het lagere deel van de stad behouden. Zijn eerste stap was daarom om met Gods hulp de Jebusieten uit hun vesting te verdrijven. Maar dit bolwerk was door natuur en kunst zo sterk gemaakt, dat zij met al zijn pogingen om het in te nemen spotten. Zij zetten de blinde en de lamme soldaten van het garnizoen op de wallen; wij zouden hen de afgedankte invaliden van het leger noemen. Zij konden dus zien noch lopen, en toch achtten zij hen ruim voldoende om Davids pogingen tot inname te verijdelen, 2 Sam. 5:6-8.

Joab echter, die een beloning in het vooruitzicht had, want hij zou Davids overste worden, beklom de heuvel, sloeg de lammen en de blinden op de muur en de Jebusieten achter de muur, en nam de begeerde plaats in bezit, 1 Kron. 11:6. Daar woonde David voortaan als haar overwinnaar, als in een kasteel; daar vestigde hij zijn koninklijk huis en van daaruit zwaaide hij zijn scepter over heel Israël, van Dan tot Berseba toe. Haar naam was zeer veelzeggend, want die betekent letterlijk „zonnig”, of „waarop de zon schijnt”, omdat zij op het zuiden lag en zich koesterde in de stralen van de warme zon.

Zo werd de zonnige heuvel Sion, als een heuvel van overwinning en als de koninklijke zetel van David, een passend zinnebeeld van de troon van Jezus in het hof daarboven, rechtmatig veroverd, Openb. 3:21. Daar is nu Zijn koninklijk paleis en daar regeert Hij als de gezalfde Koning van hemel en aarde. Zo stelt de berg Sion niet het kruis voor, maar de kroon; niet de wet, maar het Evangelie; niet de oorlog, maar de overwinning.

Aan de lezer…

Deze woorden over de berg Sion vragen u: waarheen richt u uw ogen? Misschien ziet u vooral uw eigen strijd, de vijanden die nog op de muren staan en die spotten met al uw pogingen. Maar zie eens naar de berg Sion. Wat geslachten lang onneembaar leek, werd ingenomen, en daar vestigde de koning zijn troon. Zo heeft ook de Heere Jezus overwonnen, en regeert Hij nu als de gezalfde Koning van hemel en aarde.

Sion betekent „zonnig”, een heuvel die zich koestert in de warme stralen van het zuiden. Zo is het Evangelie: het stelt niet de wet maar de genade voor, niet de oorlog maar de overwinning, niet het kruis alleen maar de kroon. Hebt u koude en donkere dagen? Zoek dan de warmte van Zijn troon. „Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het Noorden; de stad des groten Konings.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina