7 de marzo
Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het Noorden; de stad des groten Konings.
Psalm 48:3
Wij hebben wel eens gedacht, dat de reden, waarom Sion zinnebeeldig de Koninklijke troon van Jezus voorstelt, door velen niet goed begrepen wordt. De berg Sion was letterlijk een steile heuvel van de stad Jeruzalem, zó steil en ontoegankelijk, dat gedurende geslachten de kinderen Israëls er geen bezit van konden nemen. Het bleef als een klein Gibraltar in de handen der Jebusieten, de oorspronkelijke bewoners van die plaats. „Maar de kinderen van Juda konden de Jebusieten, inwoners van Jeruzalem, niet verdrijven; alzo woonden de Jebusieten bij de kinderen van Juda te Jeruzalem, tot deze dag toe”, Jozua 15:63.
Maar toen David tot koning over Israël gezalfd was, en hij zeven jaren en zes maanden te Hebron geregeerd had, wendde hij zijn oog naar Jeruzalem, als een verkieslijke hoofdstad en een meer geschikte zetel voor zijn uitgestrekt koninkrijk. Doch zolang de heuvel van Sion bezet was door de oorlogszuchtige Jebusieten, wilden zij hun bevel over het lagere deel der stad behouden. Zijn eerste stap derhalve was met Gods hulp de Jebusieten uit hun sterkte te verdrijven. Maar zó sterk was dit bolwerk, door de natuur en de kunst verkregen, dat dezen al zijn pogingen om het in te nemen bespotten. Zij zetten de blinde en de lamme soldaten van het garnizoen op de wallen; wij zouden hen de afgedankte invaliden van het leger noemen. Zij konden dus noch zien, noch wandelen, en dezen achtten zij ruim voldoende om Davids pogingen tot inname te kunnen verijdelen, 2 Sam. 5:6-8.
Joab echter, met het uitzicht op een beloning, want hij was Davids overste, beklom de heuvel, sloeg de lammen en de blinden op de muur en de Jebusieten achter de muur en nam bezit van de begeerde plaats, 1 Kron. 11:6. Daar woonde David voortaan als haar overwinnaar als in een kasteel; daar vestigde hij zijn koninklijk huis en vandaar zwaaide hij zijn scepter over gans Israël, van Dan tot Berseba toe. Haar naam was zeer voorbeeldig, want zij beduidt letterlijk „zonnig”, of „op wat schijnen”, omdat zij naar het Zuiden zag en zich koesterde in de stralen van de warme zon.
Zo werd de zonnige heuvel van Sion, als een heuvel van overwinning, en als de koninklijke zetel van David een passend zinnebeeld van Jezus’ troon in het hof daarboven, wettelijk overwonnen, Openb. 3:21. Aldaar nu is Zijn Koninklijk paleis en regeert Hij als de gezalfde Koning van hemel en aarde. Zo stelt de berg Sion niet het kruis voor, maar de kroon, niet de wet, maar het Evangelie, niet de oorlog, maar de overwinning.
Aan de lezer…
Deze woorden over de berg Sion vragen u: waarheen richt u uw ogen? Misschien ziet u vooral uw eigen strijd, de vijanden die nog op de muren staan en die spotten met al uw pogingen. Maar zie eens op de berg Sion. Wat voor geslachten onneembaar scheen, werd ingenomen; en daar vestigde de koning zijn troon. Zo heeft ook de Heere Jezus overwonnen, en regeert Hij nu als de gezalfde Koning van hemel en aarde.
Sion betekent „zonnig”, een heuvel die zich koestert in de warme stralen van het Zuiden. Zo is het Evangelie: het stelt niet de wet maar de genade voor, niet de oorlog maar de overwinning, niet het kruis alleen maar de kroon. Hebt u koude en donkere dagen, zoek dan de warmte van Zijn troon. „Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het Noorden; de stad des groten Konings.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het Noorden; de stad des groten Konings.
Psalm 48:3
Wij hebben wel eens gedacht dat velen niet goed begrijpen waarom Sion zinnebeeldig de koninklijke troon van Jezus voorstelt. De berg Sion was letterlijk een steile heuvel van de stad Jeruzalem, zo steil en ontoegankelijk dat de kinderen Israëls er geslachten lang geen bezit van konden nemen. Hij bleef als een klein Gibraltar in de handen van de Jebusieten, de oorspronkelijke bewoners van die plaats. „Maar de kinderen van Juda konden de Jebusieten, inwoners van Jeruzalem, niet verdrijven; alzo woonden de Jebusieten bij de kinderen van Juda te Jeruzalem, tot deze dag toe”, Jozua 15:63.
Maar toen David tot koning over Israël gezalfd was en hij zeven jaar en zes maanden in Hebron geregeerd had, richtte hij zijn oog op Jeruzalem, als een betere hoofdstad en een meer geschikte zetel voor zijn uitgestrekte koninkrijk. Maar zolang de heuvel Sion bezet was door de oorlogszuchtige Jebusieten, wilden zij ook hun gezag over het lagere deel van de stad behouden. Zijn eerste stap was daarom om met Gods hulp de Jebusieten uit hun vesting te verdrijven. Maar dit bolwerk was door natuur en kunst zo sterk gemaakt, dat zij met al zijn pogingen om het in te nemen spotten. Zij zetten de blinde en de lamme soldaten van het garnizoen op de wallen; wij zouden hen de afgedankte invaliden van het leger noemen. Zij konden dus zien noch lopen, en toch achtten zij hen ruim voldoende om Davids pogingen tot inname te verijdelen, 2 Sam. 5:6-8.
Joab echter, die een beloning in het vooruitzicht had, want hij zou Davids overste worden, beklom de heuvel, sloeg de lammen en de blinden op de muur en de Jebusieten achter de muur, en nam de begeerde plaats in bezit, 1 Kron. 11:6. Daar woonde David voortaan als haar overwinnaar, als in een kasteel; daar vestigde hij zijn koninklijk huis en van daaruit zwaaide hij zijn scepter over heel Israël, van Dan tot Berseba toe. Haar naam was zeer veelzeggend, want die betekent letterlijk „zonnig”, of „waarop de zon schijnt”, omdat zij op het zuiden lag en zich koesterde in de stralen van de warme zon.
Zo werd de zonnige heuvel Sion, als een heuvel van overwinning en als de koninklijke zetel van David, een passend zinnebeeld van de troon van Jezus in het hof daarboven, rechtmatig veroverd, Openb. 3:21. Daar is nu Zijn koninklijk paleis en daar regeert Hij als de gezalfde Koning van hemel en aarde. Zo stelt de berg Sion niet het kruis voor, maar de kroon; niet de wet, maar het Evangelie; niet de oorlog, maar de overwinning.
Aan de lezer…
Deze woorden over de berg Sion vragen u: waarheen richt u uw ogen? Misschien ziet u vooral uw eigen strijd, de vijanden die nog op de muren staan en die spotten met al uw pogingen. Maar zie eens naar de berg Sion. Wat geslachten lang onneembaar leek, werd ingenomen, en daar vestigde de koning zijn troon. Zo heeft ook de Heere Jezus overwonnen, en regeert Hij nu als de gezalfde Koning van hemel en aarde.
Sion betekent „zonnig”, een heuvel die zich koestert in de warme stralen van het zuiden. Zo is het Evangelie: het stelt niet de wet maar de genade voor, niet de oorlog maar de overwinning, niet het kruis alleen maar de kroon. Hebt u koude en donkere dagen? Zoek dan de warmte van Zijn troon. „Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het Noorden; de stad des groten Konings.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Beautiful for situation, the joy of the whole earth, is mount Zion, on the sides of the north, the city of the great King.”
Psalm 48:2
We have sometimes thought that the reason why Zion typically represents the royal throne of Jesus, is by many not well understood. Mount Zion literally was a steep hill of Jerusalem, so steep and inaccessible that for generations after the children of Israel had gained possession of the land, it still remained, like a little Gibraltar, in the hands of the Jebusites, the original inhabitants of the place. “As for the Jebusites, the inhabitants of Jerusalem, the children of Judah could not drive them out; but the Jebusites dwell with the children of Judah at Jerusalem unto this day” (Josh. 15:63).
But when David was anointed king over Israel, and had reigned at Hebron seven years and six months, he cast his eyes toward Jerusalem, as a preferable metropolis, and a more suitable seat of his extended empire. But as long as the hill of Zion was occupied by the warlike Jebusites, they would retain their command of the lower city. His first step, therefore, was, with the help of God, to dispossess the Jebusites of this their stronghold. But so strong was this hill-fort by nature and art, that the Jebusites ridiculed all his attempts to capture it, putting on the ramparts “the blind and the lame” soldiers of the garrison, what we would call the worn-out invalids of the army, as if these Chelsea pensioners, who could neither see nor walk, were amply sufficient to baffle all David’s attempts at its capture (2 Sam. 5:6-8).
Joab, however, as a prize set before him, for which he was to be David’s chief captain, mounted the hill, smote the lame and the blind on the wall, and the Jebusites behind the wall, and won possession of the coveted spot (1 Chron. 11:6). There David henceforward dwelt, as its conqueror, as in a castle; there he fixed his royal abode, and thence he swayed his scepter over the whole land of Israel, from Dan to Beersheba. Its very name was typical, for it signifies literally, “sunny,” or “shine upon,” as facing the south, and ever basking in the rays of the warm sun.
Thus the sunny hill of Zion, as a hill of conquest, and as the royal seat of David, became a suitable type of the throne of Jesus in the courts above, won by lawful conquest (Rev. 3:21), where is now His royal palace, and where He rules and reigns as the anointed King of heaven and earth. Thus mount Zion typically represents not the cross, but the crown; not the law, but the gospel; not the battle, but the victory.
To the reader…
These words about mount Zion ask you: where are you turning your eyes? Perhaps you see mostly your own struggle, the enemies still standing on the walls and mocking all your efforts. But look at mount Zion. What for generations seemed impregnable was taken, and there the king set up his throne. So too the Lord Jesus has conquered, and He now reigns as the anointed King of heaven and earth.
Zion means “sunny”, a hill basking in the warm rays of the south. So it is with the gospel: it sets before you not the law but grace, not the war but the victory, not the cross alone but the crown. Do you have cold and dark days? Then seek the warmth of His throne. “Beautiful for situation, the joy of the whole earth, is mount Zion, on the sides of the north, the city of the great King.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Hermosa provincia, el gozo de toda la tierra es el monte de Sion, a los lados del aquilón, la ciudad del gran Rey.”
Salmo 48:2
A veces hemos pensado que muchos no entienden bien la razón por la que Sion representa en figura el trono real de Jesús. El monte de Sion era literalmente una colina empinada de Jerusalén, tan empinada e inaccesible que, durante generaciones después de que los hijos de Israel hubieron tomado posesión de la tierra, seguía todavía, como un pequeño Gibraltar, en manos de los jebuseos, los habitantes originales del lugar. “Mas a los jebuseos que habitaban en Jerusalén, los hijos de Judá no los pudieron desarraigar; antes quedó el jebuseo en Jerusalén con los hijos de Judá, hasta hoy” (Jos. 15:63).
Pero cuando David fue ungido rey sobre Israel, y hubo reinado en Hebrón siete años y seis meses, puso los ojos en Jerusalén como capital preferible y sede más adecuada de su extenso reino. Pero mientras la colina de Sion estuviera ocupada por los belicosos jebuseos, estos conservarían su dominio sobre la ciudad baja. Su primer paso fue, por tanto, con la ayuda de Dios, desalojar a los jebuseos de esta su fortaleza. Pero tan fuerte era este fuerte de la colina, por naturaleza y por arte, que los jebuseos se burlaban de todos sus intentos de tomarlo, poniendo sobre las murallas a “los ciegos y los cojos”, soldados de la guarnición, lo que nosotros llamaríamos los inválidos gastados del ejército, como si estos pensionistas de Chelsea, que no podían ni ver ni andar, bastaran sobradamente para frustrar todos los intentos de David de tomarla (2 Sam. 5:6-8).
Joab, sin embargo, con un premio puesto delante de él, por el cual había de ser el jefe principal de David, subió la colina, hirió a los cojos y a los ciegos sobre la muralla y a los jebuseos detrás de la muralla, y ganó la posesión del codiciado lugar (1 Crón. 11:6). Allí habitó David en adelante, como su conquistador, como en un castillo; allí fijó su morada real, y desde allí extendió su cetro sobre toda la tierra de Israel, desde Dan hasta Beerseba. Su mismo nombre era figurativo, pues significa literalmente “soleado”, o “brillar sobre”, por estar orientado al sur y bañarse siempre en los rayos del cálido sol.
Así la colina soleada de Sion, como colina de conquista y como sede real de David, llegó a ser una figura adecuada del trono de Jesús en los atrios de arriba, ganado por legítima conquista (Apoc. 3:21), donde está ahora Su palacio real, y donde Él gobierna y reina como el Rey ungido del cielo y de la tierra. Así el monte de Sion representa en figura no la cruz, sino la corona; no la ley, sino el evangelio; no la batalla, sino la victoria.
Al lector…
Estas palabras sobre el monte de Sion le preguntan a usted: ¿hacia dónde vuelve los ojos? Quizá vea sobre todo su propia lucha, los enemigos que todavía están sobre las murallas y se burlan de todos sus esfuerzos. Pero mire el monte de Sion. Lo que durante generaciones pareció inexpugnable fue tomado, y allí el rey estableció su trono. Así también el Señor Jesús ha vencido, y ahora reina como el Rey ungido del cielo y de la tierra.
Sion significa “soleado”, una colina que se baña en los cálidos rayos del sur. Así es el evangelio: no le presenta la ley, sino la gracia; no la guerra, sino la victoria; no solo la cruz, sino la corona. ¿Tiene días fríos y oscuros? Busque entonces el calor de Su trono. “Hermosa provincia, el gozo de toda la tierra es el monte de Sion, a los lados del aquilón, la ciudad del gran Rey.”
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl