Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

7 oktober Korenaren uit de volle oogst

Broeders, vaartwel.
Handelingen 15:29

In geestelijke zin welvaren betekent: alles hebben waardoor God ons gelukkig kan maken. Heel Gods volk zal het ten slotte wél gaan. Zij zijn allen volmaakt in Christus; niets kan hun eeuwig welzijn schaden, want zij zijn allen volmaakt in Hem, „zonder vlek of rimpel”. Zo bezien moeten zij allen aan het einde en voor eeuwig welvaren.

Maar wanneer wij bij de ervaring komen, zien wij vaak dat juist de tijden waarin de kinderen van God denken dat zij niet welvaren, de tijden zijn waarin zij werkelijk welvaren. En op andere tijden, wanneer zij menen dat zij welvaren, gaat het hun juist dan niet wel. Een voorbeeld: wanneer hun ziel gebogen gaat onder onrust en leed, lijkt het hun dat zij niet welvaren. Het lijkt alsof Gods hand tegen hen is, alsof Hij Zijn aangezicht van hen heeft afgekeerd. Zij kunnen geen toegang vinden tot de troon der genade.

Zij hebben geen lieflijke getuigenissen van de Heere dat het pad waarop Hij hen leidt, het pad van Zijn keuze is, en dat alle dingen voor hen ten goede zullen uitlopen. Zij menen werkelijk dat het hun nu niet wel gaat, en toch ging het hun misschien nooit beter dan juist in die omstandigheden van moeite, zorg en smart.

Deze dingen spenen hen van de wereld. Als hun hart en hun verlangen uitgingen naar afgoden, brengen deze dingen hen langs die weg terug. Als zij zich gebroken waterbakken uithouwen, slaan deze dingen ze allemaal stuk. Als zij in hun verbeelding afgoden oprichtten en zich daarvoor bogen, slaan droefheid en moeite ze voor hun ogen in stukken. Zij nemen hun góden weg en laten hun geen andere schuilplaats dan alleen de Heere God der heirscharen.

Als u maar terugkijkt, zult u zien dat het grootste zoet dat u genoten hebt, vaak voortkwam uit wat voor u het bitterst was. De grootste zegeningen zijn voortgekomen uit de grootste ellende, uit wat u toen voor uw grootste verdriet hield. Het helderste licht is opgegaan in de diepste duisternis, en de Heere heeft Zich nooit zo dierbaar gemaakt als toen u het diepst gezonken was, zonder menselijke hulp, wijsheid of kracht. Wanneer een kind van God dus denkt dat het hem heel slecht gaat, omdat hij beladen is met verdriet, verzoekingen en beproevingen, dan gaat het hem juist nooit zo goed. De donkerste wolken zullen op Gods tijd openbreken, en de meest raadselachtige dingen zullen vroeg of laat ontraadseld worden doordat de gezegende Geest ze uitlegt. De donkerste wegen van de Voorzienigheid zullen worden opgehelderd, en wij zullen zien dat God ons op al die wegen leidt en bestuurt „op de rechte weg, opdat wij gaan mogen tot een stad ter woning” (Psalm 107:7).

Zijn wacht, waarop men hopen mag,
zal, daar zij u bedekt
en u ter schaduw strekt,
de maan bij nacht, de zon bij dag
in koud’ en gloed vermind’ren,
opdat zij u niet hind’ren.

Ps. 121:3

Aan de lezer…

Kent u dat? U meent dat het u niet goed gaat. Gaat uw ziel gebogen onder onrust en leed, lijkt het alsof Gods hand tegen u is en Hij Zijn aangezicht van u heeft afgekeerd? Vindt u geen toegang tot de troon der genade? Concludeer dan niet te snel dat het slecht met u staat. Het kan zijn dat het u juist nu beter gaat dan in de dagen dat alles u voor de wind ging.

Want zulke moeite, zorg en smart spenen het hart van de wereld. Zij slaan de gebroken waterbakken stuk en nemen de afgoden weg, totdat er geen schuilplaats overblijft dan alleen bij de Heere God der heirscharen. Kijk maar eens terug: kwam het grootste zoet niet vaak voort uit wat het bitterst was? Hij, Die u leidt, leidt u op de rechte weg, en eens zult u zien dat ook de donkerste wegen naar de stad ter woning voerden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

7 oktober 365 dagen met Philpot

Evangelische voorschriften

Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren.
Psalm 119:5

In de weg die de Heere met ons gaat, komt vaak een toestand of periode voor, eerder dalend dan stijgend, waarin de voorschriften van het evangelie nog meer veronachtzaamd worden. Het gebeurt maar al te vaak dat onze eerste liefde voorbij is, dat ons hart koud en doods wordt voor de dingen van God, dat de zonde weer opleeft en haar verschrikkelijke kracht weer begint te tonen, en dat de wereld ons aantrekt en verleidt. Onze voeten raken verstrikt in de strikken die de duivel overal heeft uitgezet, en we dwalen, tot onze schande en ons verdriet moet het gezegd worden, af van de Heere. We verlaten de Springader des levenden waters en houwen ons bakken uit, gebroken bakken, die geen water houden (Jer. 2:13). Dan verwaarlozen we, helaas maar al te vaak, de voorschriften. We hebben dan namelijk het gevoel dat ze te bezwarend voor ons zijn, of dat ze ons geweten misschien te scherp aanklagen. Onder de wet zijn we vervallen tot een wettische en starre geest. Nu vervallen we vaak tot een antinomiaanse geest, deels uit onwetendheid en deels moedwillig, soms door gebrekkig onderwijs, soms doordat we onder verkeerde invloeden komen of slechte voorbeelden zien. Dit is een van de gevaarlijkste en ergste dingen waarin een kind van God verzeild kan raken.

Maar de Heere zal Zijn kinderen dan niet in de steek laten. Na enige tijd beginnen we de ellendige gevolgen te merken van het feit dat we niet teder en gewetensvol leven en niet handelen in overeenstemming met onze heilige belijdenis. Er komt schuld op ons geweten, de Heere onthoudt ons het licht van Zijn aangezicht, de geest vervalt tot dienstbaarheid, en net als de wielen van de wagens van Farao rijden we moeizaam verder (Ex. 14:25). Nu beginnen we in te zien dat het iets vreselijk slechts en bitters is om tegen de Heere te zondigen. We zien dat we ons niet aan de voorschriften van het evangelie hebben gehouden zoals we hadden moeten doen, en dat we de aanwijzingen van de Heere, die als met een lichtstraal in het Woord der waarheid geschreven staan, niet hebben opgevolgd met de stipte gehoorzaamheid die we hadden moeten tonen.

Terwijl we zo geleid en geoefend worden, valt er een nieuw en fris licht op het deel van Gods Woord met de voorschriften, en beginnen we te zien dat wij veel schuld hebben omdat we er niet meer acht op hebben geslagen. Zo beginnen we door allerlei oefeningen, sommige pijnlijk en andere aangenaam, soms gepaard met dienstbaarheid en soms met zoete vrijheid, ten slotte duidelijker dan ooit tevoren te begrijpen wat de aard van de voorschriften van het evangelie is. En we gaan begrijpen hoe noodzakelijk het is dat allen die God vrezen en liefhebben en verlangen Zijn wil te kennen en te doen, ze gehoorzamen.

Lezen: 1 Thessalonicensen 5

Aan de lezer…

Dat woord „Och, dat mijn wegen gericht werden” past wel op uw lippen als uw eerste liefde verkoeld is. Is uw hart koud en doods geworden voor de dingen van God, en bent u afgedwaald van de Springader des levenden waters naar gebroken bakken, die geen water houden? Wees dan eerlijk voor de Heere: het is iets vreselijk slechts en bitters om tegen Hem te zondigen. Voelt u de schuld op uw geweten, en rijdt u moeizaam verder als met de wielen van Farao’s wagens, dan is het omdat Hij u zo terugroept.

Want de Heere zal Zijn kinderen niet in de steek laten. Ook wanneer Hij het licht van Zijn aangezicht inhoudt, doet Hij dat om u Zijn Woord in een nieuw en fris licht te laten zien. Langs pijnlijke en aangename wegen leert Hij de Zijnen dat het goed is Zijn wil te kennen en te doen. Klaag Hem dan uw afdwalen, en zie weer op naar Hem, Die u met zoete vrijheid op Zijn wegen kan leiden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

7 oktober Door Baca’s vallei

In diezelfde tijd antwoordde Jezus en zeide: Ik dank U, Vader, Heere des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve de kinderkens geopenbaard.
Mattheüs 11:25

Welke godsdienstige kennis, vleselijke wijsheid of wereldse inzichten iemand ook bezit, als hij het leven van God in zijn ziel mist, dan zijn de werkingen van de vreze Gods hem vreemd. Hij heeft geen diep ontzag of eerbied voor Jehova. Hij heeft zijn zonden nooit gezien in het licht van Gods aangezicht en nooit gevreesd voor de toekomende toorn. Hij heeft zich nooit in ootmoed neergeworpen voor de ogen van een hartdoorzoekend God, Die tot in het binnenste van het hart ziet. Al zijn kennis, wijsheid en verstand laten hem waar hij is: zonder indrukken, vleselijk gezind, zinnelijk, werelds, dood in de misdaden en de zonden.

Al zijn wijsheid kwam nooit verder dan de oppervlakte. Zij brak nooit door de bedekking van het ongeloof heen en drong nooit door die verschroeide laag tot in het geweten, dat levende vruchten zal voortbrengen wanneer het door de vinger van God is aangeraakt. Al zijn kennis, zijn wetenschap en zijn verstand bleven drijven aan de oppervlakte van zijn oordeel en daalden nooit af in de diepten van zijn hart. God verbergt de werkingen van de vreze Gods voor de wijzen en verstandigen. De Heere verwaardigt Zich niet Zich aan hen te openbaren. Hij geeft hun geen licht in Zijn licht, Hij openbaart Zich niet aan hun geweten, Hij komt niet met kracht in hun harten, en Hij neemt het deksel van ongeloof en blindheid niet weg van hun vleselijk gemoed.

Hij zet hen niet waar Hij Mozes zette, in de kloof van de rots, waar Hij Zijn heerlijkheid liet voorbijgaan. Hij handelt niet met hen zoals Hij met Jesaja handelde, toen Hij hem de heerlijkheid liet zien in Zijn tempel. Hij ontdekt Zich niet aan hen zoals Hij dat aan Job deed: „hij verfoeide zichzelf in stof en as.” Al hun kennis van God is daarom niets anders dan een uitwendige, verstandelijke kennis, een louter oefenen van de vermogens van de ziel, zonder enig geestelijk onderwijs of enige bijzondere openbaring van de tegenwoordigheid, kracht, heerlijkheid en majesteit van God in hun geweten.

Maar het kind, het levende kind in Sion, heeft de vreze des Heeren in zijn ziel, als het beginsel der wijsheid. Daarom heeft het de fontein van het leven in zich; het kent die opwellingen en geestelijke oefeningen. Zoals de apostel zegt: het dient de Heere met eerbied en godvruchtigheid; het durft niet met verwaandheid in Zijn heilige tegenwoordigheid te verschijnen. Wanneer het in Zijn heiligdom verschijnt, valt er van tijd tot tijd een eerbiedige vreze op zijn geest.

Het deelt in wat Jesaja voelde: „Ik ben een man van onreine lippen, want mijn ogen hebben de Koning, de Heere der heirscharen, gezien.” Het deelt in de bevinding van Jakob, toen hij bang werd en zei: „Hoe vreselijk is deze plaats”; in wat Mozes ervoer toen hij bij het brandende braambos stond en zijn schoenen van zijn voeten deed, omdat de plaats waarop hij stond heilig land was. Het deelt in de gestalte van de hogepriester in de tempel, wanneer hij op de grote Verzoendag helemaal alleen, en niet zonder bloed, het heiligdom, het heilige der heiligen, binnenging en daar de Schechinah zag, de Goddelijke tegenwoordigheid, als een wolk rustend op het verzoendeksel.

Het kind kent dus deze oefeningen van de vreze Gods, en daarvan weet de vleselijke, onvernederde, wereldwijze belijder niets. Het kind kent ook tijden waarin het geen godsdienst lijkt te beoefenen die het in waarheid geestelijk durft te noemen of waarmee het tevreden kan zijn. Toch heeft het die tederheid, eerbied en hoogachting die een vleselijke belijder volkomen mist, hoe hoog hij ook in het leerstellige is opgeklommen en hoe hoog zijn ijdel vertrouwen ook gestegen is.

Aan de lezer…

Hoe indrukwekkend kunnen zij op u overkomen die veel weten en hoog in het leerstellige zijn opgeklommen, terwijl u uzelf maar een kind vindt! Weet dan dat alle kennis van de wijzen en verstandigen aan de oppervlakte blijft, zolang God Zich niet aan het geweten openbaart. Maar valt er weleens een eerbiedige vreze op uw geest als u in Zijn tegenwoordigheid komt? Hebt u met Jesaja gevoeld dat u onrein bent, of met Jakob gezegd: „Hoe vreselijk is deze plaats”?

Dan is de vreze des Heeren in uw ziel als het beginsel der wijsheid, en die komt niet uit uzelf, maar is u door Hem geschonken. Ook als u tijden kent waarin u geen godsdienst lijkt te hebben die u geestelijk durft te noemen, zijn die tederheid en eerbied tekenen van leven. Dank dan met de Heere Jezus de Vader, Die deze dingen aan de kinderkens geopenbaard heeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina