Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

7 januari Korenaren uit de volle oogst

Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede.
Romeinen 8:6

In de mate waarin ons hart en onze liefde op het hemelse gericht zijn, zullen wij ook een zoete smaak van de hemel in ons binnenste voelen. Wij kunnen alleen teruggeven wat wij ontvangen. Daarom is ook elke uiting naar buiten van het goddelijk leven de vrucht en de werking van dat leven dat van boven in ons komt. Christus is ons leven (Kol. 3:4). Als Hij door Zijn Geest en genade het leven van het geloof in de ziel in stand houdt, blijkt dat in dankbaarheid aan Hem. Zonder deze geestelijke gezindheid is de godsdienst niets meer dan een naam, een leeg masker, een zelfbedrog en een valstrik. God neemt niet in Zijn hemel, in de volheid van Zijn eigen eeuwige zaligheid, hen op die Hij niet liefheeft en die Hem niet liefhebben. Het is een toebereid volk voor een toebereide woning.

Die toebereiding voor de hemel, als een innerlijke genade, bestaat vooral in die zoete geestelijke gesteldheid van de ziel waarin de hemelse dingen ons enige geluk zijn. Dan smaakt men een innerlijk genot dat het hart verruimt, de ziel veredelt en de hele ziel als het ware doet opstijgen in een heilige atmosfeer, waarin zij zich baadt als in haar meest geliefde element. Het is „het leven”. Niet die koude, dode belijdenis van vleselijke mensen die alleen een natuurlijk geloof hebben in de Heere Jezus Christus en in de waarheden van Zijn Evangelie. Nee, het is dat zalige leven dat nooit zal sterven, maar zal leven in de eeuwige tegenwoordigheid van God, wanneer de aarde en alles wat zij bevat in de verterende vlammen van het vuur zal vergaan. En het is door „vrede”, de nalatenschap van de Verlosser bij Zijn sterven, dat Hij de ziel vervult en tegelijk haar verborgen golven bedaart. Hij stilt elke weerspannige aandrift en plaatst Zichzelf op de troon als de Vorst des Vredes.

Geef dat mijn oog het goed’ aanschouw’,
’t welk Gij uit onbezweken trouw
Uw uitverkoor’nen toe wilt voegen.

Ps. 106:3

Aan de lezer…

Misschien schrikt u van dit woord: „Het bedenken des vleses is de dood.” U merkt immers hoe uw gedachten telkens weer naar beneden trekken, naar de zorgen en de dingen van deze aarde, en u vraagt zich af of er in u wel iets van die geestelijke gezindheid te vinden is. Weet dan dat het hart alleen kan teruggeven wat het ontvangen heeft. U kunt die hemelse smaak niet uit uzelf voortbrengen; hij komt van boven, van Christus, Die het leven van Zijn volk is.

Zoek het dan niet in uzelf, maar bij Hem. Als Hij Zich door Zijn Geest aan de ziel ontdekt, worden de hemelse dingen het enige ware geluk en wordt het hart verruimd. En wat zoekt u anders dan vrede? Die vrede heeft de Verlosser bij Zijn sterven nagelaten. Hij kan de verborgen golven in uw binnenste bedaren en elke weerspannige gedachte stillen, wanneer Hij als de Vorst des Vredes Zijn troon in uw hart opricht. Bid Hem dat Hij dat in u wil doen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

7 januari 365 dagen met Philpot

Leer mij Uw paden

Leid mij in Uw waarheid en leer mij.
Psalm 25:5

Wanneer iemand binnen het bereik van de waarheid is gekomen en hij haar kracht voelt, grijpt hij haar meteen aan als iets wat in zijn situatie bruikbaar is. Het is voedsel waar hij geestelijk naar verlangt, en de stem van God klinkt er zo duidelijk in door, dat er gevoelens in zijn hart komen die hij voorheen niet kende.

De Heere werkt soms heel sterk op deze manier. Iemand kan jarenlang naar dwalingen hebben geluisterd. Telkens kwam hij er innerlijk tegen in verzet, omdat hij er een afkeer van had, en toch durfde hij ze bijna niet los te laten, uit angst dat dat een misstap zou zijn. Maar laat deze persoon in Gods voorzienigheid binnen het bereik van de waarheid komen, of breng hem in een situatie waarin hij moet omgaan met mensen die van de waarheid houden, en meteen omhelst hij haar. Op deze manier, of soms door het lezen van boeken van mensen die de waarheid liefhebben, valt er een licht in zijn ziel waardoor hij de waarheid ziet, en de dwaling die hij eerder niet zag, gaat hem tegenstaan.

Al die tijd stond hij onder goddelijk onderricht zonder het te weten. Maar nu omhelst hij de waarheid, die niet alleen past bij zijn behoeften en waar zijn hart zich werkelijk mee wil voeden, maar die ook God verheerlijkt. Ik weet dit uit ervaring. Toen het de Heere behaagde eeuwige dingen krachtig en duidelijk op mijn geweten te leggen, ontstond er bijna meteen een neiging tot Gods waarheid, en een verlangen haar te kennen en ervan te genieten. Een ziel kan maanden- of jarenlang verstrikt zijn in allerlei dwalingen en verwarringen, terwijl daarachter toch een neiging en een verlangen naar Gods waarheid aanwezig is.

Waar God leven in de ziel heeft geplant, zal dus een behoefte aan het licht ontstaan, al komt dat licht maar door een kier binnen. Dit zal na verloop van tijd leiden tot grotere openbaringen van de waarheid, en die zullen de ziel naar het paleis van de Koning brengen. Dan zal zij geen vreemdeling zijn die buiten het terrein rondloopt en door de omheining van het park gluurt, maar een kind dat thuis in de tuin speelt en naar believen de kamers in- en uitloopt.

Lezen: Psalm 119:161-176

Aan de lezer…

Herkent u dit? Misschien hebt u lang onder dwaling verkeerd, met een innerlijke afkeer ervan, en toch zonder te durven loslaten wat u kende. Dan is dit een woord voor u. Waar God leven in de ziel heeft geplant, daar ontstaat honger naar het licht, al komt dat licht maar door een kier naar binnen. Misschien stond u al die tijd onder goddelijk onderricht zonder het te weten.

Het verlangen naar Gods waarheid, dat ook achter allerlei verwarringen in u leefde, is geen toeval; het is Zijn werk. En de Heere laat het niet bij een kier. Hij leidt de ziel tot grotere openbaringen van de waarheid, totdat zij niet langer als een vreemdeling door de omheining gluurt, maar als een kind thuis is in het paleis van de Koning. Bid dan met de Psalmist: „Leid mij in Uw waarheid en leer mij”, en wacht op Zijn verdere licht.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

7 januari Door Baca’s vallei

Laat ons ons hart opheffen, mitsgaders de handen, tot God in de hemel.
Klaagliederen 3:41

Wanneer de Heere het recht stelt naar het richtsnoer en de gerechtigheid naar het paslood, wanneer Hij de levend gemaakte zondaar laat klagen over de verdiende kastijding vanwege de zonde, en hem zo ertoe brengt zijn wegen te onderzoeken en te doorzoeken, dan wekt dit in de ziel van die zondaar de ernstige uitroep: „Laat ons ons hart opheffen, mitsgaders onze handen.” Niet de handen zonder het hart, niet alleen het buigen van de knie, niet alleen het tonen van een ernstig en deftig gezicht, wat de gemakkelijke en gewone dekmantel van de huichelaar is; niet alleen de vorm van het gebed, die in deze dagen steeds meer op de voorgrond treedt, maar een opheffen van het hart met de handen. Dat is het enige ware gebed: wanneer het hart zich uitstort voor de troon van de genade en de Geest voor ons en in ons pleit met onuitsprekelijke zuchtingen. God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en in waarheid. Het verslagen hart en de verbroken geest, het innerlijk verlangen van de ziel naar Hem nadat Zijn tegenwoordigheid geproefd is, het bedroefde zuchten en smartelijke wenen, zal de Heere aanzien, terwijl Hij Zich zal afkeren van lippenwerk en vleselijke oefening.

Maar er ligt ook veel in de woorden „God in de hemel”. Deze uitdrukking stelt Hem voor als gezeten ver boven alle hemelen, in licht, majesteit en onuitsprekelijke heerlijkheid, en toch zittend op Zijn troon van barmhartigheid en genade om de ziel te zegenen die op Hem wacht. Hij is vol liefde en medelijden voor de arme en nooddruftige die zijn hart, en ook zijn hand, opheft. Hij heft hart en hand op om vergeving en vrede te ontvangen uit de volheid van Jezus, terwijl hij met onuitsprekelijke verlangens uitziet of de Heere Zelf hem genadig wil toelachen en liefde en gunst in zijn ziel wil laten stralen.

Deze opheffing van het hart — het enige ware en aangename gebed — kan niemand zichzelf geven. Alleen God, Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil, kan in ons werken „het willen en het werken naar Zijn welbehagen”. De natuur, met al haar krachtsinspanningen en al haar nagebootste godzaligheid, kan dit geestelijk offer niet voortbrengen. Zij mag zich snijden met messen en van de morgen tot de avond uitroepen: „Baal, antwoord ons”, maar zij kan het heilige vuur niet uit de hemel laten neerdalen. Zij kan de hand opheffen, maar niet het hart.

Reken erop dat in deze geestelijke omgang met de levende God, buiten het zicht en buiten het bereik van de meest verfijnde huichelaar en zelfbedrieger, veel van de kracht van de ware godzaligheid ligt. Deze opheffing van het hart wanneer geen oog ons ziet en geen oor ons hoort, bij de dagelijkse bezigheden van het leven, in de eenzame kamer en op bed te middernacht, misschien omringd door de wereld en toch in de geest ervan afgezonderd, is een geheim dat alleen bekend is aan het levende huisgezin van God.

Aan de lezer…

Hier wordt een vraag gesteld die dieper gaat dan het uiterlijk: het is gemakkelijk de handen te vouwen en de knie te buigen, maar hoe staat het met uw hart? Misschien voelt u hoe koud en dor uw gebeden zijn, en schaamt u zich over het lippenwerk dat zo vaak opkomt. Wees daarover eerlijk voor de Heere. Een verbroken hart en een verslagen geest, een zucht en een traan in het verborgen, zal Hij niet verachten, al kan de natuur ze niet voortbrengen.

Want het opheffen van het hart kan niemand zichzelf geven; God moet het werken. Vraag Hem er dan om. Hij is God in de hemel, hoog verheven in majesteit, en toch gezeten op een troon van genade, vol medelijden voor de arme en nooddruftige. In de eenzame kamer, op bed te middernacht, te midden van de dagelijkse bezigheden: hef daar uw hart op tot Hem, en wacht of Hij u genadig wil toelachen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina