Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

6 maart Korenaren uit de volle oogst

Want Gij hebt mijn ziel gered van de dood.
Psalm 56:14

U kunt net als David van de dood gered zijn en toch geen volle zekerheid hebben over uw verlossing. Ik hoop dat God uw ziel heeft opgewekt tot een godvruchtig leven. Hij kan Zijn genade aan uw hart hebben meegedeeld, terwijl u toch twijfelt en vreest of het wel een wezenlijk werk van genade in uw ziel was. Niet elk kind van God dat door wederbarende genade van de dood is gered, kan de woorden met de zekerheid die hier wordt uitgedrukt nazeggen: „Gij hebt mijn ziel gered van de dood.” Maar ik zal u laten zien wanneer hij dat wel kan.

Dat is wanneer het God behaagt hem te zegenen met een gewaarwording van Zijn vergevende liefde, wanneer Jezus aan zijn hart is ontdekt en met kracht aan zijn ziel is geopenbaard. Het is wanneer het bloed der besprenging zijn geweten heeft gereinigd van schuld, van onreinheid en van dode werken, om de levende God te dienen. Het is wanneer de Geest der aanneming is geschonken en hij kan roepen: „Abba, Vader”; wanneer hij door het getuigenis van de Heilige Geest in zijn ziel duidelijk zijn recht op de hemelse woningen kan lezen, namelijk dat hij een kind van God is. Het is wanneer hij de nabijheid van God ervaart en er een zoete uitstorting van liefde en genegenheid naar zijn hemelse Vader is. Bij zulke gelukkige gelegenheden kan hij in het volle vertrouwen van het geloof zeggen: „Gij hebt mijn ziel gered van de dood.”

Door al Uw deugden aangespoord,
Hebt Gij Uw woord
En trouw verheven.
Gij hebt mijn ziel, op haar gebed,
Verhoord, gered,
Haar kracht gegeven.
Al ’s aardrijks vorsten zullen, HEER,
Uw lof en eer
Alom doen horen;
Wanneer de rede van Uw mond,
Op ’t wereldrond,
Hun klinkt in d’ oren.

Ps. 138:2

Aan de lezer…

Twijfelt u of het werk in uw ziel wel echt is? Vreest u dat wat u meende te ontvangen misschien geen wezenlijk werk van genade was? Ik zeg u eerlijk: niet elk kind van God dat werkelijk van de dood gered is, kan met volle zekerheid zeggen: „Gij hebt mijn ziel gered van de dood.” Uw twijfel bewijst dus niet dat u erbuiten staat. Een mens kan gered zijn en het nog niet ten volle weten.

Maar stel u daar ook niet tevreden mee. Zoek de Heere om meer: om een gewaarwording van Zijn vergevende liefde, om Jezus met kracht aan uw ziel geopenbaard, om het bloed der besprenging dat het geweten reinigt van dode werken. Bid om de Geest der aanneming, Die doet roepen: „Abba, Vader.” Wanneer de Heere Zich zo openbaart, zal ook uw mond vol vertrouwen kunnen belijden wat uw hart nu nog bevend hoopt: Hij heeft mijn ziel gered.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

6 maart 365 dagen met Philpot

Zaligmaken dat verloren was

Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.
Lukas 19:10

God schiep Adam naar Zijn beeld, naar Zijn eigen gelijkenis, en een korte tijd (hoe lang weten we niet) behield hij de reinheid waarin hij geschapen was. Maar onze eerste vader en ons verbondshoofd viel, naar het verborgen voornemen van God, uit die hoge staat, en omdat wij in zijn lendenen waren, vielen wij in hem en met hem. En o, wat een val was dat! De val van de mens was volledig. Kortom, hij viel zo diep als hij kon.

Hij viel uit het beeld van God. Hij viel uit de hoge staat waarin hij geschapen was en raakte volkomen vervreemd van zijn Schepper. Hij zonk helemaal weg tot in de diepste diepten van het kwaad, zodat er niets goeds, reins of onschuldigs in hem overbleef. Maar wat is dit moeilijk te geloven! Wanneer we zoveel beminnelijks in de menselijke natuur aantreffen, en duizenden in wie geen genade en godsvrucht is toch genegenheid tonen, hoe moeilijk is het dan te geloven, en hoe wreed klinkt het om te zeggen, dat de mens in zijn wezen en van zijn geboorte af een door en door slecht schepsel is!

Dit komt echter voort uit twee dingen. Ten eerste: men ziet niet of vergeet dat natuurlijke en geestelijke dingen eeuwig van elkaar onderscheiden zijn. De natuur is op haar best toch natuur; vlees is op zijn hoogst nog steeds vlees. En ten tweede: de samenleving kan niet bestaan zonder tedere genegenheid in het menselijk hart. Maar het is beslist een vergissing om de werkelijkheid en diepte van de zondeval te ontkennen of te verzachten omdat de een aardig is, een ander beminnelijk en een derde boeiend.

Alle ware inzicht in en kennis van de zondeval komt voort uit het onderwijs van de Geest, Die ons doet inzien dat in ons, dat is in ons vlees, geen goed woont. Dat gebeurt echter altijd naar de mate waarin de reinheid en heiligheid van Gods wezen geopenbaard wordt, en Gods heilige wet in haar breedte en geestelijkheid aan de ziel wordt toegepast. Dat zal alle dromen over menselijke reinheid en volmaaktheid afdoende verdrijven. Juist doordat zo onze diepgewortelde kwaal wordt blootgelegd, voelt een ziel zich onder de eerste lessen van de Geest verloren.

Als hij zich „verloren” voelt, welke hulp, kracht en wijsheid kan er dan in hem gevonden worden? Maar als deze ervaring niet door de vinger van God in zijn hart geschreven is, heeft het Evangelie voor hem geen betekenis. Hij heeft nooit, nee, nooit de kracht van het Evangelie in zijn ziel gevoeld; in zijn hart is hij een Farizeeër. Zijn geloofsbelijdenis mag vrije genade zijn, maar de vrije wil is in een of andere vorm de afgod van binnen.

Maar als hij in het diepst van zijn ziel weet dat hij „verloren, verloren, verloren” is, en beseft dat het schepsel niet kan behouden, dan is dit de mens en dit de plaats waar de Verlosser en de verlossing komen. En hij, en hij alleen, zal met gretige oren de vreugdevolle klank van de verlossing door genade verwelkomen en aannemen.

Lezen: Genesis 3

Aan de lezer…

Als u om u heen, en misschien ook in uzelf, zoveel beminnelijks ziet, valt het u misschien zwaar te geloven dat de val zo diep was; het klinkt hard te zeggen dat er in ons vlees geen goed woont. Toch is het waar. De natuur is op haar best nog natuur, en het vlees op zijn hoogst nog vlees. Zo leert de Geest het de ziel, wanneer Hij haar iets laat zien van Gods heiligheid en van de breedte van Zijn wet.

Is die les ook bij u begonnen, en voelt u zich verloren, verloren, verloren? Wanhoop dan niet aan de Heere, maar aan uzelf. Want juist dit is de mens, en dit is de plaats, waar de Verlosser en de verlossing komen. Wie zo ontdekt is, hoort met gretige oren de vreugdevolle klank van de verlossing door genade, en vindt in Christus wat in hemzelf nooit te vinden was.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

6 maart Door Baca’s vallei

Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij.
Romeinen 4:16

Wij lezen in het bijzonder dat het geloof een gave van God is. Het is de grote hoofdgenade in de ziel. Het is het voornaamste rad, dat alle andere raderen in het hart doet draaien. Het is het oog, het oor en de hand van de nieuwe mens van de genade. Alleen voor zover wij geloof hebben en de Heere het geloof in oefening brengt, hebben wij ook een waar, geestelijk gevoel.

Maar wat maakt dat ik het geloof, de gave van het geloof, zo hoog acht? Het is de kennis van de smart van het ongeloof en van de werking daarvan in de ziel. Is dat niet heel natuurlijk? Wat maakt dat ik de gezondheid zo op prijs stel? Is het niet dat ik een zwak, ziekelijk lichaam heb? Wat doet mij de rust zo waarderen? Vermoeidheid. Wanneer stel ik gemak zo op prijs? Wanneer ik pijn heb. Wat doet mij het voedsel zo hoog schatten? Het is de honger. En waarom waardeer ik een kop koud water? Omdat ik dorst heb.

Door deze omstandigheden ken ik niet alleen de waarde ervan, maar geniet ik ook de zegen wanneer ik ze mag ontvangen en ze mij gegeven worden. Zo is het in het geestelijke net als in het natuurlijke. Wat zou ik van het geloof weten als ik het geloof niet in oefening kende, en als ik niet dagelijks in meerdere of mindere mate de werking van het ongeloof moest opmerken: van trouweloosheid, van de vragen van het verdorven verstand en van het zaad van mijn ongelovig hart? Wanneer de ziel op en neer geworpen wordt (en vaak wordt zij op deze zee van het ongeloof heen en weer geslingerd), dan leert zij de haven van het geloof waarderen. En wanneer de Heere in Zijn barmhartigheid de ziel een weinig geloof geeft, en het geloof werkelijkheid begint te worden, zich bewust wordt en zich voedt met de waarheid zoals die in Jezus is, dan weten wij wat het geloof is doordat wij het bezitten.

Wat een genade is het dat de Heere de gave van het geloof kan schenken. Hier zijn arme zielen die zwoegen, tobben, werken, steunen en zuchten, verdrukt door het ongeloof, die geweldige reus in het hart, die zijn duizenden en tienduizenden verslagen heeft. Wat zinken onze zielen soms diep weg onder dit vreselijke ongeloof! Maar ook: wat waarderen wij het geloof des te meer als het binnenstroomt!

Al het neergedrukt worden door het ongeloof doet het geloof des te hoger opklimmen, en al die somberheid maakt de veranderingen des te dierbaarder. Zoals het op en neer geworpen worden van de zeeman op zee, met alle gevaren en ellende van de reis, de kalme haven zo aangenaam maakt, zo wordt de heilige kalmte van het levend geloof in de ziel des te dierbaarder, naarmate de golven van het ongeloof zich in de ziel hebben laten gelden.

Aan de lezer…

Lezer, wordt u op en neer geworpen op de zee van het ongeloof? Zwoegt en zucht u onder die geweldige reus in het hart, die al zovelen heeft neergeslagen? Schaam u niet om het eerlijk te zeggen. Zoals de dorstige de waarde van een kop koud water kent en de vermoeide de rust leert waarderen, zo leert juist de ziel die het ongeloof kent, het geloof hoogachten.

Het geloof is een gave van God, niet iets dat u in uzelf kunt opwekken. „Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij.” Dat is uw troost: de zaligheid hangt niet aan de kracht van uw geloof, maar aan de genade van Hem Die het geeft. Roep dan tot Hem om een weinig geloof. Wanneer Hij het schenkt, zult u de stille haven na de storm des te dierbaarder vinden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina