4 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
11 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Heere! neig Uw oor, verhoor mij: want ik ben ellendig en nooddruftig.
Psalm 86:1
Welk een uitredding een mens moge ondervonden hebben, laat hem verlost zijn geworden van de diepste hel en zijn voeten overgeplaatst zijn op een vaste rots, zijn gehele leven zal hij deze ervaring hebben door de Heilige Geest in hem gewerkt: hij zal ellendig en nooddruftig zijn. En slechts voor zover hij ellendig en nooddruftig is, zal hij iets bij ervaring willen kennen van de rijkdom van Jezus Christus, of de vertroosting smaken die de Geest Gods alleen aan de dorre en dorstige ziel kan mededelen.
Hoevelen vinden wij er tegenwoordig die rijk zijn en vele goederen bezitten en aan geen ding gebrek hebben, en toch altijd spreken en roemen van de rijkdommen van Christus! Maar wat kunnen zij kennen van de rijkdommen van Christus? Zijn rijkdommen zijn voor „de armen en nooddruftigen”; Zijn bloed is voor de schuldigen; Zijn gerechtigheid is voor de naakten; Zijn volmaakt werk en volbrachte redding is voor hen die telkens en telkens weder Zijn krachtige arm behoeven, om hen van de diepte der hel te verlossen.
En daarom, welke begrippen men moge hebben van de rijkdommen van Christus, van het bloed en de gerechtigheid van Christus en van de heerlijke zaligheid van Christus: er zijn er geen die dit alles weten te schatten; die er met een onuitsprekelijk verlangen naar hijgen; die inderdaad verlangen erbij te leven als bij het brood hunner ziel; die steeds tot God roepen om de liefelijke openbaring ervan; die rusteloos en onvoldaan zijn met het zoete genot ervan — er zijn er geen die dus verlangen en gevoelen, behalve zij die waarlijk „ellendig en nooddruftig zijn”; die van alles zijn ontdaan, ontkleed en beroofd, waarop het vlees kan roemen en waarmede de natuur zich kan verheffen.
Mijn God, Gij hebt mij op mijn klacht
genezen, en mijn smart verzacht!
Gij hebt mijn ziel, door angst beroerd,
als uit het graf weer opgevoerd.
Gij hebt het leven mij geschonken,
ik ben niet in de kuil gezonken.
Ps. 30:2
Aan de lezer…
Schaamt u zich ervoor dat u nog altijd ellendig en nooddruftig bent, ook na alles wat de Heere aan u gedaan heeft? Meent u dat een waar kind van God daar allang boven zou moeten staan? Weet dan dat dit de ervaring is die de Heilige Geest Zelf in Zijn volk werkt, hun gehele leven lang. Wie rijk is en aan geen ding gebrek heeft, kan wel van Christus spreken, maar kent niets van Zijn rijkdom.
Zijn bloed is voor de schuldigen, Zijn gerechtigheid voor de naakten, Zijn krachtige arm voor hen die telkens weer van de diepte verlost moeten worden. Ziet u zich ontdaan van alles waarop het vlees kan roemen? Dan is dit gebed het uwe: „Heere, neig Uw oor, verhoor mij, want ik ben ellendig en nooddruftig.” Juist aan de dorre en dorstige ziel deelt de Geest Gods Zijn vertroosting mede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Heere! neig Uw oor, verhoor mij: want ik ben ellendig en nooddruftig.
Psalm 86:1
Welke uitredding een mens ook ondervonden mag hebben, al is hij verlost uit de diepste hel en zijn zijn voeten op een vaste rots gezet, toch zal hij zijn hele leven deze ervaring hebben, door de Heilige Geest in hem gewerkt: hij zal ellendig en nooddruftig zijn. En alleen voor zover hij ellendig en nooddruftig is, zal hij iets van de rijkdom van Jezus Christus bij ervaring willen kennen, of de vertroosting smaken die alleen de Geest van God aan de dorre en dorstige ziel kan meedelen.
Hoevelen vinden wij er tegenwoordig die rijk zijn, veel goederen bezitten en aan niets gebrek hebben, en toch altijd spreken over de rijkdommen van Christus en daarop roemen! Maar wat kunnen zij weten van de rijkdommen van Christus? Zijn rijkdommen zijn voor „de armen en nooddruftigen”. Zijn bloed is voor de schuldigen, Zijn gerechtigheid is voor de naakten. Zijn volmaakte werk en volbrachte verlossing zijn voor hen die telkens en telkens weer Zijn krachtige arm nodig hebben om hen uit de diepte van de hel te verlossen.
Daarom, welke begrippen men ook mag hebben van de rijkdommen van Christus, van het bloed en de gerechtigheid van Christus en van de heerlijke zaligheid van Christus: er zijn er geen die dit alles werkelijk op waarde weten te schatten, die er met een onuitsprekelijk verlangen naar hijgen, die er werkelijk van verlangen te leven als van het brood voor hun ziel, die steeds tot God roepen om de lieflijke openbaring ervan, en die rusteloos en onvoldaan zijn zonder het zoete genot ervan. Er zijn er geen die zo verlangen en voelen, behalve zij die waarlijk „ellendig en nooddruftig zijn”: zij die ontdaan, ontkleed en beroofd zijn van alles waarop het vlees kan roemen en waarmee de natuur zich kan verheffen.
Mijn God, Gij hebt mij op mijn klacht
genezen, en mijn smart verzacht!
Gij hebt mijn ziel, door angst beroerd,
als uit het graf weer opgevoerd.
Gij hebt het leven mij geschonken,
ik ben niet in de kuil gezonken.
Ps. 30:2
Aan de lezer…
Schaamt u zich ervoor dat u nog altijd ellendig en nooddruftig bent, ook na alles wat de Heere aan u gedaan heeft? Denkt u dat een waar kind van God daar allang boven zou moeten staan? Weet dan dat dit de ervaring is die de Heilige Geest Zelf in Zijn volk werkt, hun hele leven lang. Wie rijk is en aan niets gebrek heeft, kan wel over Christus spreken, maar weet niets van Zijn rijkdom.
Zijn bloed is voor de schuldigen, Zijn gerechtigheid voor de naakten, Zijn krachtige arm voor hen die telkens weer uit de diepte verlost moeten worden. Ziet u zich ontdaan van alles waarop het vlees kan roemen? Dan is dit gebed het uwe: „Heere, neig Uw oor, verhoor mij, want ik ben ellendig en nooddruftig.” Juist aan de dorre en dorstige ziel deelt de Geest van God Zijn vertroosting mee.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Bow down Thine ear, O LORD, hear me: for I am poor and needy.
Psalm 86:1
Whatever deliverance a man may have experienced, let him have been delivered from the lowest hell, and have had his feet placed upon a rock, yet all his life long he will have this experience wrought in him by the Holy Spirit—to be “poor and needy.” And only so far as he is poor and needy, will he want to know anything experimentally of the riches of Jesus Christ, or to taste the consolations which the Spirit of God alone can communicate to the parched and thirsty soul. How many we find in our day, who are “rich and increased with goods and have need of nothing,” and yet they are always speaking and boasting of the riches of Christ. But what can they know of Christ’s riches? His riches are for “the poor and needy;” His blood is for the guilty; His righteousness is for the naked; His perfect work and finished salvation is for those who continually stand in need of His powerful arm to save them from the lowest hell.
And, therefore, whatever notions men may have about Christ’s riches, and Christ’s blood and righteousness, and Christ’s glorious salvation; there are none who prize it, who pant with unutterable longings after it, who really desire to live upon it as the very food of their heart, who are crying unto God continually for the sweet manifestations of it, who are restless and uneasy and dissatisfied without the sweet enjoyment of it—there are none who thus breathe and thus feel, except those who are spiritually “poor and needy,” being stripped and emptied and despoiled of everything that the flesh can boast of, and everything that nature can exalt itself with.
To the reader…
Are you ashamed that you are still poor and needy, even after all the Lord has done for you? Do you think a true child of God ought to have risen above that long ago? Then know that this is the very experience the Holy Spirit Himself works in His people, all their life long. Those who are rich and have need of nothing may well speak about Christ, but they know nothing of His riches.
His blood is for the guilty, His righteousness for the naked, His powerful arm for those who must be delivered out of the depths again and again. Do you see yourself stripped of everything the flesh can boast of? Then this prayer is yours: “Bow down Thine ear, O Lord, hear me: for I am poor and needy.” It is to the parched and thirsty soul that the Spirit of God imparts His consolations.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Inclina, oh Jehová, tu oído, y óyeme; porque estoy afligido y menesteroso.
Salmo 86:1
Cualquiera que sea la liberación que un hombre haya experimentado, aunque haya sido librado del infierno más profundo y sus pies hayan sido puestos sobre una peña, aun así, toda su vida tendrá esta experiencia obrada en él por el Espíritu Santo: la de ser “afligido y menesteroso.” Y solo en la medida en que es pobre y menesteroso querrá conocer algo experimentalmente de las riquezas de Jesucristo, o gustar las consolaciones que solo el Espíritu de Dios puede comunicar al alma reseca y sedienta. ¡Cuántos hallamos en nuestros días que son “ricos, y enriquecidos, y no tienen necesidad de ninguna cosa”, y sin embargo siempre están hablando y jactándose de las riquezas de Cristo! Pero ¿qué pueden saber ellos de las riquezas de Cristo? Sus riquezas son para “el afligido y menesteroso”; Su sangre es para el culpable; Su justicia es para el desnudo; Su obra perfecta y Su salvación consumada son para quienes continuamente tienen necesidad de Su brazo poderoso que los salve del infierno más profundo.
Y por tanto, cualesquiera nociones que tengan los hombres acerca de las riquezas de Cristo, y de la sangre y la justicia de Cristo, y de la gloriosa salvación de Cristo, no hay ninguno que la aprecie, que jadee tras ella con anhelos indecibles, que de veras desee vivir de ella como el alimento mismo de su corazón, que clame continuamente a Dios por sus dulces manifestaciones, que esté inquieto, intranquilo e insatisfecho sin el dulce goce de ella; no hay ninguno que así respire y así sienta, sino quienes son espiritualmente “afligidos y menesterosos”, despojados, vaciados y privados de todo aquello de que la carne puede jactarse y de todo aquello con que la naturaleza puede enaltecerse.
Al lector…
¿Se avergüenza usted de seguir siendo pobre y menesteroso, aun después de todo lo que el Señor ha hecho por usted? ¿Piensa que un verdadero hijo de Dios debería haber superado eso hace mucho? Sepa entonces que esta es precisamente la experiencia que el Espíritu Santo mismo obra en Su pueblo, toda su vida. Los que son ricos y no tienen necesidad de nada bien pueden hablar de Cristo, pero no saben nada de Sus riquezas.
Su sangre es para el culpable, Su justicia para el desnudo, Su brazo poderoso para quienes tienen que ser librados de lo profundo una y otra vez. ¿Se ve usted despojado de todo aquello de que la carne puede jactarse? Entonces esta oración es suya: “Inclina, oh Jehová, Tu oído, y óyeme; porque estoy afligido y menesteroso.” Es al alma reseca y sedienta a la que el Espíritu de Dios comunica Sus consolaciones.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Leren wat nut is
Alzo zegt de Heere, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de Heere, uw God, Die u leert, wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17
De ware leer vernedert de ziel; de valse leer maakt haar verwaand. Vergelijk dit met uw eigen belijdenis en kennis van goddelijke zaken, en kijk wat uw godsdienst in dat opzicht in u heeft gedaan. Heeft uw godsdienst u vernederd? u in uw eigen ogen vernederd? u naar uw eigen mening tot niets teruggebracht? Dan is hij u van nut geweest, en u kunt God dankbaar zijn dat Hij u Zijn eigen bijzondere leer heeft geschonken. Maar heeft uw godsdienst u verwaand gemaakt? u hoog doen opgeven over uzelf? u in gedachten boven de kinderen van God verheven? uw mond met opschepperij, uw hart met hoogmoed gevuld? Dan is dat de leer van de mens; als het de leer van God was, zou deze u hebben vernederd en in het stof hebben doen buigen.
Leringen die ons van nut zijn, zijn dat door ons hart zacht te maken en te doen smelten, zoals Job zegt: „God heeft mijn hart week gemaakt” (23:16); en we lezen deze bijzondere belofte, dat de Heere „het stenen hart uit hun vlees zal wegnemen, en hun een vlesen hart zal geven”, met andere woorden, dat Hij de geest zal doen smelten en verzachten. Kijk nu of u iets van deze gevolgen in uw ziel aantreft, waarvan u gelooft en hoopt dat het een bijzondere lering is. Heeft deze uw geest gesmolten, gebroken, vernederd, opgelost?
Als eeuwige dingen met kracht op uw ziel zijn gekomen; als u glimpen hebt opgevangen van de Heere Jezus Christus; als het Woord Gods met kracht in uw hart is geopend; als u de dienaren van de levende Heere hebt gehoord; als u op uw knieën hebt gelegen voor het aangezicht Gods; als uw ziel zich met goddelijke zaken heeft beziggehouden, is er toen een verzachtend, oplossend, smeltend gevolg opgetreden? Of heeft uw belijdenis daarentegen uw hart verstokt, en in plaats van het zacht te maken in de vreze Gods, een lichtvaardige, lichtzinnige en onverschillige geestesgesteldheid voortgebracht?
Lezen: Ezechiël 11:14-25
Aan de lezer…
Herkent u dit? Een ernstige vraag die zich niet laat afdoen met een snel antwoord: wat heeft uw godsdienst in u gedaan? Heeft uw kennis u verwaand gemaakt, u in gedachten boven Gods kinderen verheven, of heeft zij u in het stof doen buigen? De leer van de mens blaast op; de leer van God vernedert. Laat dit woord u onderzoeken, opdat u zich niet bedriegt.
Misschien zucht u juist dat u zich zo klein, zo arm en zo niets voelt. Ziet dan dat dit niet tegen u getuigt, maar voor u. Waar de Heere het stenen hart wegneemt en een vlesen hart geeft, daar wordt de ziel gesmolten, gebroken en vernederd. Zulk een smelten is Zijn bijzondere lering. Dank Hem daarvoor, en bid dat Hij, Die u leert wat nut is, uw hart week houdt in Zijn vreze.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Alzo zegt de Heere, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de Heere, uw God, Die u leert, wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17
Het ware onderwijs vernedert de ziel; het valse onderwijs maakt haar verwaand. Vergelijk dit met uw eigen belijdenis en kennis van goddelijke zaken, en kijk wat uw godsdienst in dat opzicht in u heeft gewerkt. Heeft uw godsdienst u vernederd? Heeft hij u klein gemaakt in uw eigen ogen? Heeft hij u naar uw eigen oordeel tot niets teruggebracht? Dan is hij u tot nut geweest, en kunt u God dankbaar zijn dat Hij u Zijn eigen bijzondere onderwijs heeft gegeven. Maar heeft uw godsdienst u verwaand gemaakt? Heeft hij u hoog over uzelf doen denken, u in gedachten boven de kinderen van God verheven, uw mond met grootspraak en uw hart met hoogmoed gevuld? Dan is het het onderwijs van een mens; als het het onderwijs van God was, zou het u hebben vernederd en in het stof hebben doen buigen.
Onderwijs dat ons tot nut is, is dat doordat het ons hart zacht maakt en doet smelten, zoals Job zegt: „God heeft mijn hart week gemaakt” (23:16). En we lezen de bijzondere belofte dat de Heere „het stenen hart uit hun vlees zal wegnemen, en hun een vlesen hart zal geven”, met andere woorden, dat Hij de geest zal doen smelten en verzachten. Kijk nu of u iets van deze uitwerkingen aantreft in uw ziel, in wat u gelooft en hoopt dat bijzonder onderwijs is. Heeft het uw geest doen smelten, verbroken, vernederd, doen wegvloeien?
Als eeuwige dingen met kracht op uw ziel zijn gekomen, als u blikken hebt opgevangen van de Heere Jezus Christus, als het Woord van God met kracht in uw hart is geopend, als u de dienaren van de levende Heere hebt gehoord, als u op uw knieën hebt gelegen voor het aangezicht van God, als uw ziel zich met goddelijke zaken heeft beziggehouden: is daar toen een verzachtende, oplossende, smeltende uitwerking van uitgegaan? Of heeft uw belijdenis juist uw hart verhard, en heeft zij, in plaats van het zacht te maken in de vreze Gods, een lichtvaardige, lichtzinnige en onverschillige gesteldheid van de geest voortgebracht?
Lezen: Ezechiël 11:14-25
Aan de lezer…
Herkent u dit? Een ernstige vraag die zich niet laat afdoen met een snel antwoord: wat heeft uw godsdienst in u gewerkt? Heeft uw kennis u verwaand gemaakt en u in gedachten boven Gods kinderen verheven, of heeft zij u in het stof doen buigen? Het onderwijs van een mens blaast op; het onderwijs van God vernedert. Laat dit woord u onderzoeken, zodat u zichzelf niet bedriegt.
Misschien zucht u juist omdat u zich zo klein, zo arm en zo niets voelt. Zie dan dat dit niet tegen u getuigt, maar voor u. Waar de Heere het stenen hart wegneemt en een vlesen hart geeft, daar wordt de ziel gesmolten, verbroken en vernederd. Zo’n smelten is Zijn bijzondere onderwijs. Dank Hem daarvoor, en bid dat Hij Die u leert wat nut is, uw hart week houdt in Zijn vreze.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Thus saith the LORD, thy Redeemer, the Holy One of Israel; I am the LORD thy God which teacheth thee to profit, which leadeth thee by the way that thou shouldest go.
Isaiah 48:17
True teaching humbles the soul; false teaching puffs it up. Compare this with your own profession and knowledge of divine things, and see what your religion has wrought in you in this respect. Has your religion humbled you? Has it made you little in your own eyes? Has it brought you down to nothing in your own estimation? Then it has profited you, and you may thank God that He has given you His own special teaching.
But has your religion puffed you up? Has it made you think highly of yourself, lifted you up in your thoughts above the children of God, filled your mouth with boasting and your heart with pride? Then it is the teaching of man; if it were the teaching of God, it would have humbled you and made you bow down in the dust.
Teaching that profits us does so because it softens and melts our heart, as Job says, “God maketh my heart soft” (23:16). And we read the special promise that the Lord “will take the stony heart out of their flesh, and will give them an heart of flesh”; in other words, that He will melt and soften the spirit. Now see whether you find anything of these effects in your soul, in what you believe and hope is special teaching. Has it melted, broken, humbled your spirit, made it flow down?
When eternal things have come with power to your soul, when you have caught glimpses of the Lord Jesus Christ, when the Word of God has been opened with power to your heart, when you have heard the servants of the living Lord, when you have been on your knees before the face of God, when your soul has been occupied with divine things: has there gone forth from it a softening, dissolving, melting effect? Or has your profession rather hardened your heart, and instead of making it tender in the fear of God, has it produced a light, trifling and careless frame of spirit?
Reading: Ezekiel 11:14-25
To the reader…
Do you recognise this? It is a solemn question that cannot be settled with a quick answer: what has your religion wrought in you? Has your knowledge puffed you up and lifted you in your thoughts above God’s children, or has it made you bow down in the dust? The teaching of man puffs up; the teaching of God humbles. Let this word search you, so that you do not deceive yourself.
Perhaps you sigh just because you feel so small, so poor and so nothing. Then see that this does not witness against you, but for you. Where the Lord takes away the stony heart and gives a heart of flesh, there the soul is melted, broken and humbled. Such melting is His special teaching. Thank Him for it, and pray that He Who teaches you to profit may keep your heart soft in His fear.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Así ha dicho Jehová, Redentor tuyo, el Santo de Israel: Yo Jehová Dios tuyo, que te enseña provechosamente, que te encamina por el camino que andas.
Isaías 48:17
La enseñanza verdadera humilla el alma; la enseñanza falsa la envanece. Compare esto con su propia profesión y conocimiento de las cosas divinas, y vea lo que su religión ha obrado en usted a este respecto. ¿Le ha humillado su religión? ¿Le ha hecho pequeño a sus propios ojos? ¿Le ha reducido a nada en su propia estima? Entonces le ha aprovechado, y puede dar gracias a Dios de que le haya dado Su propia enseñanza especial.
Pero ¿le ha envanecido su religión? ¿Le ha hecho tener un alto concepto de sí mismo, le ha elevado en sus pensamientos por encima de los hijos de Dios, ha llenado su boca de jactancia y su corazón de orgullo? Entonces es enseñanza de hombre; si fuera enseñanza de Dios, le habría humillado y le habría hecho inclinarse en el polvo.
La enseñanza que nos aprovecha lo hace porque ablanda y derrite nuestro corazón, como dice Job: “Dios ha ablandado mi corazón” (23:16). Y leemos la promesa especial de que el Señor “quitará el corazón de piedra de su carne, y les dará corazón de carne”; en otras palabras, que derretirá y ablandará el espíritu. Vea ahora si halla algo de estos efectos en su alma, en lo que usted cree y espera que es enseñanza especial. ¿Ha derretido, quebrantado y humillado su espíritu, lo ha hecho deshacerse?
Cuando las cosas eternas han venido con poder a su alma, cuando ha vislumbrado al Señor Jesucristo, cuando la Palabra de Dios ha sido abierta con poder a su corazón, cuando ha oído a los siervos del Señor viviente, cuando ha estado de rodillas delante del rostro de Dios, cuando su alma ha estado ocupada en las cosas divinas: ¿ha salido de ello un efecto que ablanda, disuelve y derrite? ¿O más bien su profesión ha endurecido su corazón, y en vez de hacerlo tierno en el temor de Dios, ha producido un estado de espíritu ligero, frívolo y descuidado?
Lectura: Ezequiel 11:14-25
Al lector…
¿Reconoce usted esto? Es una pregunta solemne que no puede despacharse con una respuesta rápida: ¿qué ha obrado en usted su religión? ¿Le ha envanecido su conocimiento y le ha elevado en sus pensamientos por encima de los hijos de Dios, o le ha hecho inclinarse en el polvo? La enseñanza de hombre envanece; la enseñanza de Dios humilla. Deje que esta palabra le escudriñe, para que no se engañe a sí mismo.
Quizá suspire usted precisamente porque se siente tan pequeño, tan pobre y tan nada. Vea entonces que esto no testifica contra usted, sino a su favor. Donde el Señor quita el corazón de piedra y da un corazón de carne, allí el alma es derretida, quebrantada y humillada. Tal derretimiento es Su enseñanza especial. Dele gracias por ello, y ore para que Aquel que le enseña provechosamente mantenga su corazón blando en Su temor.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
In Dewelke alle schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn.
Kolossenzen 2:3
Welke arme, blinde dwazen zijn wij van nature! Hoe ongenoegzaam is al onze aardse wijsheid en al onze natuurlijke kennis om ons in de waarheid te leiden. Wanneer de ziel in waarheid onder de Goddelijke onderwijzing verkeert, hoe onkundig gevoelen wij ons dan wat betreft elke eenvoudige zaak die wij wensen te weten! Welk een deksel van onwetendheid is er voortdurend op ons hart, wat een wolken van donkerheid hangen er gedurig over onze geest! De eenvoudigste waarheden van Gods Woord schijnen in de diepste duisternis verborgen te zijn, en de ziel kan noch de waarheid, noch haar persoonlijk aandeel daaraan zien.
Nu, wanneer iemand in deze gestalte verkeert, dan gaat hij niet tot de Heere met vleiende lippen of met een bedrieglijke tong, en dan gaat hij de Heere niet vragen hem wijsheid te geven, alleen daarom dat hij gehoord heeft dat anderen dit van God gevraagd hebben, of omdat hij in de Bijbel leest dat Christus van God tot wijsheid geworden is voor Zijn volk; maar hij gaat als een arme, blinde dwaas, als een volkomen onkundige, als een totaal onbekwame om één enkele geestelijke waarheid uit zichzelf te verstaan, als een door en door hulpbehoevende, om de kern der ware godzaligheid te kunnen beoefenen, om te kunnen indringen in de verborgenheden van de ware godsdienst, of in het hart van Christus.
Want het is niet genoeg voor de ziel dat zij enige leerstellingen ontvangt in haar hoofd, of dat zij tevreden is met een gezonde geloofsbelijdenis, of dat dit haar als een overtuigde van haar onkunde bevredigen kan. Neen, niets kan de ziel bevredigen dan de Goddelijke verlichting, waardoor zij het licht ziet in Gods licht. De geestelijke wijsheid moet haar worden medegedeeld, waardoor zij gewaar wordt dat zij wordt wijs gemaakt tot zaligheid; dat zalvend licht moet schijnen in haar hart, want dit is de enige sleutel voor de evangeliewaarheid; en het is haar tot een bewijs dat zij de waarheid kent door een Goddelijke toepassing daarvan in de ziel.
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor u, als u zich een arme, blinde dwaas voelt, juist waar u het meest verlangt te weten. Ligt er een deksel op uw hart, zodat de eenvoudigste waarheden van Gods Woord u in duisternis verborgen schijnen, en u uw eigen aandeel daaraan niet kunt zien? Schrik daar niet te zeer van. Het is vaak het eerste merkteken dat de ziel onder Goddelijke onderwijzing verkeert.
Ga dan niet met vleiende lippen tot de Heere, alsof u iets meebracht, maar als een volkomen onkundige en door en door hulpbehoevende. Een gezonde geloofsbelijdenis in het hoofd kan u niet bevredigen; alleen het zalvend licht in het hart. In Christus zijn alle schatten der wijsheid en der kennis verborgen. Wat u in uzelf mist, ligt in Hem weggelegd, en Hij is het Die u het licht doet zien in Gods licht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In Dewelke alle schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn.
Kolossenzen 2:3
Wat zijn wij van nature arme, blinde dwazen! Hoe tekort schiet al onze aardse wijsheid en al onze natuurlijke kennis om ons in de waarheid te leiden. Wanneer de ziel werkelijk onder Goddelijke onderwijzing staat, hoe onkundig voelen wij ons dan over elk eenvoudig ding dat wij willen weten! Wat een deksel van onwetendheid ligt er voortdurend op ons hart, wat een wolken van donkerheid hangen er steeds over onze geest! De eenvoudigste waarheden van Gods Woord lijken in de diepste duisternis verborgen te zijn, en de ziel kan de waarheid niet zien, en ook niet haar persoonlijk aandeel daarin.
Wanneer iemand in die toestand verkeert, gaat hij niet naar de Heere met vleiende lippen of met een bedrieglijke tong. Hij vraagt de Heere dan niet om wijsheid alleen omdat hij gehoord heeft dat anderen God daarom gevraagd hebben, of omdat hij in de Bijbel leest dat Christus voor Zijn volk van God tot wijsheid geworden is. Nee, hij gaat als een arme, blinde dwaas, als iemand die volkomen onkundig is en totaal niet in staat om uit zichzelf ook maar één geestelijke waarheid te verstaan. Hij gaat als iemand die door en door hulpbehoevend is, om de kern van de ware godzaligheid te kunnen beoefenen, om te kunnen doordringen in de verborgenheden van de ware godsdienst, of in het hart van Christus.
Want het is voor de ziel niet genoeg dat zij enkele leerstellingen in haar hoofd ontvangt, of dat zij tevreden is met een gezonde geloofsbelijdenis, of dat dit haar, nu zij van haar onkunde overtuigd is, zou kunnen bevredigen. Nee, niets kan de ziel bevredigen dan de Goddelijke verlichting, waardoor zij het licht ziet in Gods licht. De geestelijke wijsheid moet haar worden meegedeeld, waardoor zij merkt dat zij wijs gemaakt wordt tot zaligheid. Dat zalvend licht moet in haar hart schijnen, want dat is de enige sleutel tot de evangeliewaarheid. En het is voor haar een bewijs dat zij de waarheid kent, doordat die waarheid op Goddelijke wijze in de ziel wordt toegepast.
Aan de lezer…
Hier staat een woord voor u, als u zich een arme, blinde dwaas voelt, juist waar u het meest verlangt te weten. Ligt er een deksel op uw hart, zodat de eenvoudigste waarheden van Gods Woord voor u in duisternis verborgen lijken, en u uw eigen aandeel daarin niet kunt zien? Schrik daar niet te veel van. Het is vaak het eerste kenmerk dat de ziel onder Goddelijke onderwijzing staat.
Ga dan niet met vleiende lippen naar de Heere, alsof u iets meebracht, maar als iemand die volkomen onkundig en door en door hulpbehoevend is. Een gezonde geloofsbelijdenis in het hoofd kan u niet bevredigen; alleen het zalvend licht in het hart. In Christus zijn alle schatten der wijsheid en der kennis verborgen. Wat u in uzelf mist, ligt in Hem weggelegd, en Hij is het Die u het licht doet zien in Gods licht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In Whom are hid all the treasures of wisdom and knowledge.
Colossians 2:3
What poor, blind fools are we by nature! How insufficient is all our earthly wisdom and all our natural knowledge, to guide us into the truth! When the soul really is under divine teaching, how ignorant it feels as to every single thing it desires to know! What clouds of darkness perpetually hang over the mind! What a veil of ignorance seems continually spread over the heart! The simplest truths of God’s Word seem hidden in the deepest obscurity, and the soul can neither see the truth, nor see nor feel its personal interest in it.
Now, when a man is here, he does not go to the Lord with lying lips and a mocking tongue, and ask Him to give him wisdom, merely because he has heard that other persons have asked it of God, or because he reads in the Bible that Christ is made of God “wisdom” to His people; but he goes as a poor, blind fool, as one completely ignorant, as one totally unable to understand a single spiritual truth of himself, as one thoroughly helpless to get into the marrow of vital godliness, into the mysteries of true religion, or into the very heart of Christ. For it is not a few doctrines received into the head, nor a sound creed, that can satisfy a soul convinced of its ignorance. No; nothing can satisfy him, but to have that divine illumination, whereby he “sees light in God’s light;” that spiritual wisdom communicated, whereby he feels himself “made wise unto salvation;” that unctuous light shed abroad in the heart, which is the only key to gospel truth, and is its own blessed evidence, that he knows the truth by a divine application of it to his soul.
To the reader…
Here is a word for you, if you feel yourself a poor, blind fool, just where you most long to know. Is there a veil over your heart, so that the simplest truths of God’s Word seem hidden from you in darkness, and you cannot see your own interest in them? Do not be too alarmed at that. It is often the first mark that the soul is under divine teaching.
Do not go to the Lord, then, with flattering lips, as if you brought something with you, but as one who is completely ignorant and thoroughly helpless. A sound creed in the head cannot satisfy you; only the anointing light in the heart can. In Christ are hid all the treasures of wisdom and knowledge. What you lack in yourself is laid up in Him, and it is He Who makes you see light in God’s light.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En el cual están escondidos todos los tesoros de sabiduría y conocimiento.
Colosenses 2:3
¡Qué pobres y ciegos necios somos por naturaleza! ¡Cuán insuficiente es toda nuestra sabiduría terrenal y todo nuestro conocimiento natural para guiarnos a la verdad! Cuando el alma está de veras bajo la enseñanza divina, ¡cuán ignorante se siente respecto de cada cosa que desea saber! ¡Qué nubes de tinieblas penden continuamente sobre la mente! ¡Qué velo de ignorancia parece estar siempre extendido sobre el corazón! Las verdades más sencillas de la Palabra de Dios parecen escondidas en la más profunda oscuridad, y el alma no puede ver la verdad, ni ver ni sentir su interés personal en ella.
Ahora bien, cuando un hombre está en este punto, no va al Señor con labios mentirosos y lengua burladora a pedirle que le dé sabiduría, meramente porque ha oído que otras personas se la han pedido a Dios, o porque lee en la Biblia que Cristo nos ha sido hecho por Dios “sabiduría” para Su pueblo; sino que va como un pobre y ciego necio, como uno completamente ignorante, como uno totalmente incapaz de entender por sí mismo una sola verdad espiritual, como uno del todo impotente para penetrar en la médula de la piedad vital, en los misterios de la verdadera religión, o en el corazón mismo de Cristo. Porque no son unas cuantas doctrinas recibidas en la cabeza, ni un credo sano, lo que puede satisfacer a un alma convencida de su ignorancia. No; nada puede satisfacerle sino tener aquella iluminación divina por la cual “en Tu luz ve la luz”; aquella sabiduría espiritual comunicada, por la cual se siente “hecho sabio para la salud”; aquella luz llena de unción derramada en el corazón, que es la única llave de la verdad del evangelio y es su propia bendita evidencia de que conoce la verdad por una aplicación divina de ella a su alma.
Al lector…
He aquí una palabra para usted, si se siente un pobre y ciego necio precisamente allí donde más anhela saber. ¿Hay un velo sobre su corazón, de modo que las verdades más sencillas de la Palabra de Dios le parecen escondidas en tinieblas, y no puede ver su propio interés en ellas? No se alarme demasiado por ello. A menudo es la primera señal de que el alma está bajo la enseñanza divina.
No vaya, pues, al Señor con labios lisonjeros, como si trajera algo consigo, sino como uno completamente ignorante y del todo impotente. Un credo sano en la cabeza no puede satisfacerle; solo la luz de la unción en el corazón puede hacerlo. En Cristo están escondidos todos los tesoros de sabiduría y conocimiento. Lo que a usted le falta en sí mismo está guardado en Él, y es Él Quien le hace ver la luz en la luz de Dios.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl