5 de septiembre
Heere! neig Uw oor, verhoor mij: want ik ben ellendig en nooddruftig.
Psalm 86:1
Welk een uitredding een mens moge ondervonden hebben, laat hem verlost zijn geworden van de diepste hel en zijn voeten overgeplaatst zijn op een vaste rots, zijn gehele leven zal hij deze ervaring hebben door de Heilige Geest in hem gewerkt: hij zal ellendig en nooddruftig zijn. En slechts voor zover hij ellendig en nooddruftig is, zal hij iets bij ervaring willen kennen van de rijkdom van Jezus Christus, of de vertroosting smaken die de Geest Gods alleen aan de dorre en dorstige ziel kan mededelen.
Hoevelen vinden wij er tegenwoordig die rijk zijn en vele goederen bezitten en aan geen ding gebrek hebben, en toch altijd spreken en roemen van de rijkdommen van Christus! Maar wat kunnen zij kennen van de rijkdommen van Christus? Zijn rijkdommen zijn voor „de armen en nooddruftigen”; Zijn bloed is voor de schuldigen; Zijn gerechtigheid is voor de naakten; Zijn volmaakt werk en volbrachte redding is voor hen die telkens en telkens weder Zijn krachtige arm behoeven, om hen van de diepte der hel te verlossen.
En daarom, welke begrippen men moge hebben van de rijkdommen van Christus, van het bloed en de gerechtigheid van Christus en van de heerlijke zaligheid van Christus: er zijn er geen die dit alles weten te schatten; die er met een onuitsprekelijk verlangen naar hijgen; die inderdaad verlangen erbij te leven als bij het brood hunner ziel; die steeds tot God roepen om de liefelijke openbaring ervan; die rusteloos en onvoldaan zijn met het zoete genot ervan — er zijn er geen die dus verlangen en gevoelen, behalve zij die waarlijk „ellendig en nooddruftig zijn”; die van alles zijn ontdaan, ontkleed en beroofd, waarop het vlees kan roemen en waarmede de natuur zich kan verheffen.
Mijn God, Gij hebt mij op mijn klacht
genezen, en mijn smart verzacht!
Gij hebt mijn ziel, door angst beroerd,
als uit het graf weer opgevoerd.
Gij hebt het leven mij geschonken,
ik ben niet in de kuil gezonken.
Ps. 30:2
Aan de lezer…
Schaamt u zich ervoor dat u nog altijd ellendig en nooddruftig bent, ook na alles wat de Heere aan u gedaan heeft? Meent u dat een waar kind van God daar allang boven zou moeten staan? Weet dan dat dit de ervaring is die de Heilige Geest Zelf in Zijn volk werkt, hun gehele leven lang. Wie rijk is en aan geen ding gebrek heeft, kan wel van Christus spreken, maar kent niets van Zijn rijkdom.
Zijn bloed is voor de schuldigen, Zijn gerechtigheid voor de naakten, Zijn krachtige arm voor hen die telkens weer van de diepte verlost moeten worden. Ziet u zich ontdaan van alles waarop het vlees kan roemen? Dan is dit gebed het uwe: „Heere, neig Uw oor, verhoor mij, want ik ben ellendig en nooddruftig.” Juist aan de dorre en dorstige ziel deelt de Geest Gods Zijn vertroosting mede.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Heere! neig Uw oor, verhoor mij: want ik ben ellendig en nooddruftig.
Psalm 86:1
Welke uitredding een mens ook ondervonden mag hebben, al is hij verlost uit de diepste hel en zijn zijn voeten op een vaste rots gezet, toch zal hij zijn hele leven deze ervaring hebben, door de Heilige Geest in hem gewerkt: hij zal ellendig en nooddruftig zijn. En alleen voor zover hij ellendig en nooddruftig is, zal hij iets van de rijkdom van Jezus Christus bij ervaring willen kennen, of de vertroosting smaken die alleen de Geest van God aan de dorre en dorstige ziel kan meedelen.
Hoevelen vinden wij er tegenwoordig die rijk zijn, veel goederen bezitten en aan niets gebrek hebben, en toch altijd spreken over de rijkdommen van Christus en daarop roemen! Maar wat kunnen zij weten van de rijkdommen van Christus? Zijn rijkdommen zijn voor „de armen en nooddruftigen”. Zijn bloed is voor de schuldigen, Zijn gerechtigheid is voor de naakten. Zijn volmaakte werk en volbrachte verlossing zijn voor hen die telkens en telkens weer Zijn krachtige arm nodig hebben om hen uit de diepte van de hel te verlossen.
Daarom, welke begrippen men ook mag hebben van de rijkdommen van Christus, van het bloed en de gerechtigheid van Christus en van de heerlijke zaligheid van Christus: er zijn er geen die dit alles werkelijk op waarde weten te schatten, die er met een onuitsprekelijk verlangen naar hijgen, die er werkelijk van verlangen te leven als van het brood voor hun ziel, die steeds tot God roepen om de lieflijke openbaring ervan, en die rusteloos en onvoldaan zijn zonder het zoete genot ervan. Er zijn er geen die zo verlangen en voelen, behalve zij die waarlijk „ellendig en nooddruftig zijn”: zij die ontdaan, ontkleed en beroofd zijn van alles waarop het vlees kan roemen en waarmee de natuur zich kan verheffen.
Mijn God, Gij hebt mij op mijn klacht
genezen, en mijn smart verzacht!
Gij hebt mijn ziel, door angst beroerd,
als uit het graf weer opgevoerd.
Gij hebt het leven mij geschonken,
ik ben niet in de kuil gezonken.
Ps. 30:2
Aan de lezer…
Schaamt u zich ervoor dat u nog altijd ellendig en nooddruftig bent, ook na alles wat de Heere aan u gedaan heeft? Denkt u dat een waar kind van God daar allang boven zou moeten staan? Weet dan dat dit de ervaring is die de Heilige Geest Zelf in Zijn volk werkt, hun hele leven lang. Wie rijk is en aan niets gebrek heeft, kan wel over Christus spreken, maar weet niets van Zijn rijkdom.
Zijn bloed is voor de schuldigen, Zijn gerechtigheid voor de naakten, Zijn krachtige arm voor hen die telkens weer uit de diepte verlost moeten worden. Ziet u zich ontdaan van alles waarop het vlees kan roemen? Dan is dit gebed het uwe: „Heere, neig Uw oor, verhoor mij, want ik ben ellendig en nooddruftig.” Juist aan de dorre en dorstige ziel deelt de Geest van God Zijn vertroosting mee.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Bow down Thine ear, O LORD, hear me: for I am poor and needy.
Psalm 86:1
Whatever deliverance a man may have experienced, let him have been delivered from the lowest hell, and have had his feet placed upon a rock, yet all his life long he will have this experience wrought in him by the Holy Spirit—to be “poor and needy.” And only so far as he is poor and needy, will he want to know anything experimentally of the riches of Jesus Christ, or to taste the consolations which the Spirit of God alone can communicate to the parched and thirsty soul. How many we find in our day, who are “rich and increased with goods and have need of nothing,” and yet they are always speaking and boasting of the riches of Christ. But what can they know of Christ’s riches? His riches are for “the poor and needy;” His blood is for the guilty; His righteousness is for the naked; His perfect work and finished salvation is for those who continually stand in need of His powerful arm to save them from the lowest hell.
And, therefore, whatever notions men may have about Christ’s riches, and Christ’s blood and righteousness, and Christ’s glorious salvation; there are none who prize it, who pant with unutterable longings after it, who really desire to live upon it as the very food of their heart, who are crying unto God continually for the sweet manifestations of it, who are restless and uneasy and dissatisfied without the sweet enjoyment of it—there are none who thus breathe and thus feel, except those who are spiritually “poor and needy,” being stripped and emptied and despoiled of everything that the flesh can boast of, and everything that nature can exalt itself with.
To the reader…
Are you ashamed that you are still poor and needy, even after all the Lord has done for you? Do you think a true child of God ought to have risen above that long ago? Then know that this is the very experience the Holy Spirit Himself works in His people, all their life long. Those who are rich and have need of nothing may well speak about Christ, but they know nothing of His riches.
His blood is for the guilty, His righteousness for the naked, His powerful arm for those who must be delivered out of the depths again and again. Do you see yourself stripped of everything the flesh can boast of? Then this prayer is yours: “Bow down Thine ear, O Lord, hear me: for I am poor and needy.” It is to the parched and thirsty soul that the Spirit of God imparts His consolations.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Inclina, oh Jehová, tu oído, y óyeme; porque estoy afligido y menesteroso.
Salmo 86:1
Cualquiera que sea la liberación que un hombre haya experimentado, aunque haya sido librado del infierno más profundo y sus pies hayan sido puestos sobre una peña, aun así, toda su vida tendrá esta experiencia obrada en él por el Espíritu Santo: la de ser “afligido y menesteroso.” Y solo en la medida en que es pobre y menesteroso querrá conocer algo experimentalmente de las riquezas de Jesucristo, o gustar las consolaciones que solo el Espíritu de Dios puede comunicar al alma reseca y sedienta. ¡Cuántos hallamos en nuestros días que son “ricos, y enriquecidos, y no tienen necesidad de ninguna cosa”, y sin embargo siempre están hablando y jactándose de las riquezas de Cristo! Pero ¿qué pueden saber ellos de las riquezas de Cristo? Sus riquezas son para “el afligido y menesteroso”; Su sangre es para el culpable; Su justicia es para el desnudo; Su obra perfecta y Su salvación consumada son para quienes continuamente tienen necesidad de Su brazo poderoso que los salve del infierno más profundo.
Y por tanto, cualesquiera nociones que tengan los hombres acerca de las riquezas de Cristo, y de la sangre y la justicia de Cristo, y de la gloriosa salvación de Cristo, no hay ninguno que la aprecie, que jadee tras ella con anhelos indecibles, que de veras desee vivir de ella como el alimento mismo de su corazón, que clame continuamente a Dios por sus dulces manifestaciones, que esté inquieto, intranquilo e insatisfecho sin el dulce goce de ella; no hay ninguno que así respire y así sienta, sino quienes son espiritualmente “afligidos y menesterosos”, despojados, vaciados y privados de todo aquello de que la carne puede jactarse y de todo aquello con que la naturaleza puede enaltecerse.
Al lector…
¿Se avergüenza usted de seguir siendo pobre y menesteroso, aun después de todo lo que el Señor ha hecho por usted? ¿Piensa que un verdadero hijo de Dios debería haber superado eso hace mucho? Sepa entonces que esta es precisamente la experiencia que el Espíritu Santo mismo obra en Su pueblo, toda su vida. Los que son ricos y no tienen necesidad de nada bien pueden hablar de Cristo, pero no saben nada de Sus riquezas.
Su sangre es para el culpable, Su justicia para el desnudo, Su brazo poderoso para quienes tienen que ser librados de lo profundo una y otra vez. ¿Se ve usted despojado de todo aquello de que la carne puede jactarse? Entonces esta oración es suya: “Inclina, oh Jehová, Tu oído, y óyeme; porque estoy afligido y menesteroso.” Es al alma reseca y sedienta a la que el Espíritu de Dios comunica Sus consolaciones.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl