Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

5 juni Korenaren uit de volle oogst

O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jacob; nog zal hij daaruit verlost worden.
Jeremia 30:7

Die „dag van benauwdheid” is er wanneer de zonde als een zware last op het geweten van een mens gelegd wordt. Dan drukt de schuld hem neer in het stof van de dood, staren zijn ongerechtigheden hem aan en lijken ze talrijker dan de haren van zijn hoofd. Dan vreest hij voor eeuwig in de bodemloze afgrond van de hel geworpen te worden en zijn deel te krijgen met de verdoemden. Die „dag van benauwdheid” is niet letterlijk een dag, een stuk tijd dat begrensd wordt door het op- en ondergaan van de zon, een periode van vierentwintig uur. De wijzers van een klok of de schaduw van een zonnewijzer kunnen geen geestelijke benauwdheid afmeten. Een dag betekent hier een tijd, lang of kort, of het nu een dag is, een week, een maand of een jaar.

En zoals die tijd niet in lengte te meten is, zo zijn ook die benauwdheden niet in hun diepte te meten. De alleenwijze God deelt Zijn volk verschillende maten van beproeving toe. Niet allen zinken even diep en niet allen stijgen even hoog. Niet allen drinken even diep uit de beker. Toch gaan allen, ieder naar zijn mate, door die dag van benauwdheid, waarin hun vleselijke godsdienst aan flarden wordt gescheurd, hun eigengerechtigheid te schande wordt gemaakt en hun ijdele hoop wordt verijdeld. Dan worden zij zelf in de toestand van de melaatse gebracht en roepen: „Onrein! onrein!”

Zolang een mens die dag van benauwdheid niet heeft doorstaan, zolang hij niet in meer of mindere mate die zielsoefeningen heeft ervaren en schuld en verdoemenis in zijn geweten heeft gevoeld, zolang hij niet in die engte heeft geworsteld en de lompen van de eigengerechtigheid niet van zijn lichaam zijn gescheurd, kan hij niets uit ervaring weten van de kracht van Jezus’ zoenbloed. Evenmin kan hij de kracht voelen van de opstanding van Christus.

’k Schatte mij geheel verloren,
’k mocht van geen vertroosting horen.
Als mijn ziel aan God gedacht,
loosd’ ik niet dan klacht op klacht.

Ps. 77:2

Aan de lezer…

Vandaag wordt gesproken tot wie in die dag van benauwdheid is; bent u daar nu? Drukt de schuld u neer in het stof, lijken uw ongerechtigheden talrijker dan de haren van uw hoofd, en vreest u dat er voor u geen uitkomst meer is? Dan bent u niet alleen. Niet allen drinken even diep uit de beker, maar allen die de Heere de Zijnen noemt, gaan ieder naar zijn mate door die engte. Daar worden de lompen van de eigengerechtigheid afgescheurd en kan de mond alleen nog roepen: „Onrein! onrein!”

Zie dan het tweede deel van de tekst niet over: „nog zal hij daaruit verlost worden.” De benauwdheid is niet het einde, maar de weg waarlangs de ziel leert wat Jezus’ zoenbloed vermag en wat de kracht is van Zijn opstanding. Hoe lang of hoe diep uw nacht ook is, de alleenwijze God heeft er de maat van bepaald. Hij legt niet meer op dan Hij bedoelt, en Hij leidt Jacob er weer uit.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

5 juni 365 dagen met Philpot

Christus’ zitten ter rechterhand Gods

Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige, en Hij is een verzoening voor onze zonden.
1 Johannes 2:1-2

We zijn geneigd de voorspraak van de Heere Jezus Christus als onze grote Hogepriester uit het oog te verliezen, en ook te vergeten dat we zo’n Vriend daarboven hebben. We geloven deze waarheden vast, we zijn erin verankerd en we hebben geen andere hoop dan wat ermee verbonden is en eruit voortkomt. Maar er zijn tijden van duisternis en nood: wanneer de schuld van herhaald afdwalen zwaar op het geweten drukt, wanneer de mist van ongeloof zich samenpakt boven de fundamenten van onze hoop, wanneer onze kenmerken vertroebeld zijn en we onze tekenen maar vaag zien. Dan hebben we een levende Voorspraak nodig, Die onze zaak kan bepleiten, omdat wij dat zelf niet kunnen. Hij biedt voor ons Zijn bloed en gehoorzaamheid aan, Zijn lijden, offer en dood, en zo maakt Hij ons tot overwinnaars over elke beschuldiging en elke tegenstander.

De duivel stond aan de rechterhand van Jozua, de hogepriester, om hem te weerstaan (Zach. 3:1). De verklager van de broeders klaagde hen dag en nacht aan voor onze God (Op. 12:10). Noch Jozua noch de broeders konden ook maar één woord tot hun eigen verdediging inbrengen, en toch traden beiden als overwinnaars naar voren door de hulp van de Heere en het bloed van het Lam. Zo overwinnen arme, schuldige zondaars nu door de kracht van hun hemelse Voorspraak. Omdat we dan het gewicht en de last van de zonde voelen, maar ook door het geloof zien dat onze grote Hogepriester binnen het voorhangsel is ingegaan, gaan onze ogen, handen en harten allemaal naar Hem uit.

Wanneer men dit zo door het geloof beseft, ligt er een bijzondere kracht in deze gelovige blik op onze hemelse Voorspraak, die verlangens en smeekbeden uit de ziel naar Hem toe trekt. Ja, in deze levende en dagelijkse omgang met Jezus in de hemel ligt het leven en de kracht van de godsvrucht besloten.

Lezen: Zacharia 3

Aan de lezer…

Misschien drukt de schuld van herhaald afdwalen nu zwaar op uw geweten. De mist van ongeloof hangt over uw hoop, uw kenmerken zijn vertroebeld, en wanneer de verklager u aanklaagt, weet u geen enkel woord tot uw verdediging in te brengen. Wees dan niet verbaasd; zo is het de heiligen voor u ook gegaan. Ook zij stonden met de mond gesloten.

Toch traden zij als overwinnaars naar voren, niet door hun eigen pleidooi, maar door het bloed van het Lam. U hebt, lezer, een levende Voorspraak, Die binnen het voorhangsel is ingegaan en Die uw zaak bepleit nu u het zelf niet kunt. Laat uw ogen, handen en hart naar Hem uitgaan. In die dagelijkse, levende omgang met Hem in de hemel ligt het leven en de kracht van de godsvrucht besloten, ook voor een ziel die zichzelf niets meer kan toespreken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

5 juni Door Baca’s vallei

Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus.
Hebreeën 10:19

Niets anders kan een levende ziel tevredenstellen dan in te gaan in het heiligdom. Hij heeft behoefte aan gemeenschap met God, de heilige, heilige, heilige Heere der legerscharen. Hij heeft niet te maken met een God Die ver weg is, een afgod, een god in wie hij niet gelooft en op wie hij geen enkele hoop heeft, die hij niet liefheeft; een die niet zien, niet horen en niet verlossen kan; een god van zijn eigen verwarde begrip. Zijn hart is gericht op een heilige en geheiligde gemeenschap met de God van hemel en aarde, de God Die Zich in zekere mate aan zijn ziel geopenbaard heeft als de God en Vader van de Heere Jezus Christus. Met Hem heeft hij te doen, tot Hem moet hij komen, met Hem moet hij een heilige gemeenschap onderhouden.

Hij voelt dat hij staat voor de ogen van een hartdoorzoekend God, voor Wiens altijd geopende oren hij zijn gebeden uitstort. Hij ziet op naar Zijn barmhartigheid en genade; hij smeekt om Zijn medelijden. Hij verlangt naar Zijn zaligheid, hij zoekt Zijn liefde en hij stelt Zijn tegenwoordigheid boven alles op prijs. Zo moet hij binnengaan in het heilige der heiligen, want daar woont God, en tot God naderen is binnengaan in het heilige der heiligen. Wie zo voelt en handelt, is een ware Israëliet, in wie geen bedrog is. Hij is iemand van de rechte besnijdenis, die God in de Geest dient, zich in Christus Jezus verheugt en geen vertrouwen stelt in het vlees.

Anderen zijn tevreden met de voorhoven van het huis, met de uitwendige bouw ervan, met de beschilderde ramen, met de gebeeldhouwde kerkbanken, met de lange zijbeuken van de kerk, met lippenwerk om God te eren. Maar de levendgemaakte ziel gaat boven dit alles uit, naar het binnenste heiligdom. De hogepriester bleef op de grote Verzoendag niet bij het volk in de voorhoven, en ook niet bij de priesters in het heilige, maar hij ging verder en begaf zich achter het voorhangsel in het heilige der heiligen. Zo doet ook het kind van God. Hij blijft niet staan in het buitenste voorhof bij de goddelozen, en ook niet in het heilige bij de belijders, om daar tevreden te zijn terwijl er nog een voorhangsel is tussen de Heere en zijn ziel.

Maar hij probeert te komen tot de onmiddellijke tegenwoordigheid van God, waar hij iets mag ervaren van Zijn genade, iets mag zien van Zijn heerlijkheid, iets mag ontmoeten van Zijn barmhartigheid en iets mag smaken van Zijn kracht. En dat doet hem voortgaan in het allerheiligste.

Aan de lezer…

Bent u tevreden met de voorhoven? Met het uitwendige van de godsdienst, met een gewoonte, met lippenwerk? Of is er in uw hart iets dat daarmee niet tevreden kan zijn: een verlangen naar God Zelf, naar Zijn tegenwoordigheid, Zijn barmhartigheid en Zijn liefde? Dan kent u wat ik bedoel. Een levende ziel kan niet rusten zolang er nog een voorhangsel is tussen de Heere en haar.

Maar hoe zou zo’n arm, zondig mens ooit het heilige der heiligen durven binnengaan, voor de ogen van een hartdoorzoekend God? Niet door eigen waardigheid, maar „door het bloed van Jezus”. Daar ligt alle vrijmoedigheid. U mag komen zoals u bent, want het bloed spreekt voor u. Ga dan voorwaarts, met uw gebeden en uw nood. Iets van Zijn genade te ervaren en iets van Zijn heerlijkheid te zien is meer waard dan alle voorhoven van de wereld.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina