5 de junio
O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jacob; nog zal hij daaruit verlost worden.
Jeremia 30:7
Die „dag van benauwdheid” is wanneer de zonde als een zware last op het geweten van een mens gelegd wordt; wanneer de schuld hem neerdrukt in het stof des doods; wanneer zijn ongerechtigheden hem aanstaren en groter in getal schijnen dan de haren van zijn hoofd; wanneer hij vreest voor eeuwig in de bodemloze afgrond der hel geworpen te zullen worden en zijn deel te hebben met de verdoemden. Die „dag van benauwdheid” is niet letterlijk een dag, een deel des tijds, beperkt door het op- en ondergaan der zon, een ruimte van vier-en-twintig uren. De wijzers van een klok of de schaduw van een zonnewijzer kunnen geen geestelijke benauwdheid bepalen. Een dag betekent hier een tijd, lang of kort; hetzij een dag, een week, een maand of een jaar.
En daar de tijd niet in lengte kan gemeten worden, zo ook kunnen die benauwdheden niet gemeten worden in hun diepte. De alleenwijze God deelt verschillende maten van bezoekingen aan Zijn volk uit. Allen zinken niet tot op dezelfde diepte en allen stijgen niet tot dezelfde hoogte. Allen drinken niet even diep uit de beker, en toch gaan allen, elk naar zijn mate, door die dag der benauwdheid, waarin hun vleselijke godsdienst in flarden gescheurd, hun eigengerechtigheid te schande gemaakt, hun ijdele hoop verijdeld en zijzelf tot de toestand van de melaatse gebracht worden en roepen: „Onrein! onrein!”
Zolang een mens die dag van benauwdheid niet doorstaan; zolang hij niet min of meer die oefeningen der ziel ervaren en schuld en verdoemenis in zijn geweten gevoeld heeft; zolang hij in die engte niet geworsteld heeft, de lompen der eigengerechtigheid hem niet van het lichaam gescheurd zijn, kan hij niets bij ervaring weten van de kracht van Jezus’ zoenbloed, noch de kracht gevoelen van de opstanding van Christus.
’k Schatte mij geheel verloren,
’k mocht van geen vertroosting horen.
Als mijn ziel aan God gedacht,
loosd’ ik niet dan klacht op klacht.
Ps. 77:2
Aan de lezer…
Vandaag wordt gesproken tot wie in die dag der benauwdheid is; bent u daar thans? Drukt de schuld u neer in het stof, schijnen uw ongerechtigheden talrijker dan de haren van uw hoofd, en vreest u dat er voor u geen uitkomst meer is? Dan bent u niet alleen. Niet allen drinken even diep uit de beker, maar allen die de Heere de Zijnen noemt, gaan, elk naar zijn mate, door die engte, waarin de lompen der eigengerechtigheid worden afgescheurd en de mond slechts roepen kan: „Onrein! onrein!”
Zie dan het tweede deel van de tekst niet over: „nog zal hij daaruit verlost worden.” De benauwdheid is niet het einde, maar de weg waarlangs de ziel leert wat Jezus’ zoenbloed vermag en wat de kracht is van Zijn opstanding. Hoe lang of hoe diep uw nacht ook is, de alleenwijze God heeft er de maat van bepaald. Hij legt niet meer op dan Hij bedoelt, en Hij leidt Jacob er weer uit.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jacob; nog zal hij daaruit verlost worden.
Jeremia 30:7
Die „dag van benauwdheid” is er wanneer de zonde als een zware last op het geweten van een mens gelegd wordt. Dan drukt de schuld hem neer in het stof van de dood, staren zijn ongerechtigheden hem aan en lijken ze talrijker dan de haren van zijn hoofd. Dan vreest hij voor eeuwig in de bodemloze afgrond van de hel geworpen te worden en zijn deel te krijgen met de verdoemden. Die „dag van benauwdheid” is niet letterlijk een dag, een stuk tijd dat begrensd wordt door het op- en ondergaan van de zon, een periode van vierentwintig uur. De wijzers van een klok of de schaduw van een zonnewijzer kunnen geen geestelijke benauwdheid afmeten. Een dag betekent hier een tijd, lang of kort, of het nu een dag is, een week, een maand of een jaar.
En zoals die tijd niet in lengte te meten is, zo zijn ook die benauwdheden niet in hun diepte te meten. De alleenwijze God deelt Zijn volk verschillende maten van beproeving toe. Niet allen zinken even diep en niet allen stijgen even hoog. Niet allen drinken even diep uit de beker. Toch gaan allen, ieder naar zijn mate, door die dag van benauwdheid, waarin hun vleselijke godsdienst aan flarden wordt gescheurd, hun eigengerechtigheid te schande wordt gemaakt en hun ijdele hoop wordt verijdeld. Dan worden zij zelf in de toestand van de melaatse gebracht en roepen: „Onrein! onrein!”
Zolang een mens die dag van benauwdheid niet heeft doorstaan, zolang hij niet in meer of mindere mate die zielsoefeningen heeft ervaren en schuld en verdoemenis in zijn geweten heeft gevoeld, zolang hij niet in die engte heeft geworsteld en de lompen van de eigengerechtigheid niet van zijn lichaam zijn gescheurd, kan hij niets uit ervaring weten van de kracht van Jezus’ zoenbloed. Evenmin kan hij de kracht voelen van de opstanding van Christus.
’k Schatte mij geheel verloren,
’k mocht van geen vertroosting horen.
Als mijn ziel aan God gedacht,
loosd’ ik niet dan klacht op klacht.
Ps. 77:2
Aan de lezer…
Vandaag wordt gesproken tot wie in die dag van benauwdheid is; bent u daar nu? Drukt de schuld u neer in het stof, lijken uw ongerechtigheden talrijker dan de haren van uw hoofd, en vreest u dat er voor u geen uitkomst meer is? Dan bent u niet alleen. Niet allen drinken even diep uit de beker, maar allen die de Heere de Zijnen noemt, gaan ieder naar zijn mate door die engte. Daar worden de lompen van de eigengerechtigheid afgescheurd en kan de mond alleen nog roepen: „Onrein! onrein!”
Zie dan het tweede deel van de tekst niet over: „nog zal hij daaruit verlost worden.” De benauwdheid is niet het einde, maar de weg waarlangs de ziel leert wat Jezus’ zoenbloed vermag en wat de kracht is van Zijn opstanding. Hoe lang of hoe diep uw nacht ook is, de alleenwijze God heeft er de maat van bepaald. Hij legt niet meer op dan Hij bedoelt, en Hij leidt Jacob er weer uit.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Alas! for that day is great, so that none is like it: it is even the time of Jacob’s trouble; but he shall be saved out of it.
Jeremiah 30:7
This “day of trouble” is when sin is laid as a heavy burden upon a man’s conscience; when guilt presses him down into the dust of death, when his iniquities stare him in the face, and seem more in number than the hairs of his head; when he fears he shall be cast forever into the bottomless pit of hell, and have his portion with the hypocrites.
This “day of trouble” is not literally a day, a portion of time meted out by the rising or setting sun, a space of twenty-four hours. The hands of a clock, or the shadow of a dial, cannot regulate spiritual troubles. A day here means a season, be it long or short; be it a day, week, month, or year. And as the season cannot be measured in length, so the trouble cannot be measured in depth.
The only wise God deals out various measures of affliction to His people. All do not sink to the same depth, as all do not rise to the same height. All do not drink equally deep of the cup; yet all, each in their measure, pass through this day of trouble, wherein their fleshly religion is pulled to pieces, their self-righteousness marred, their presumptuous hopes crushed, and they brought into the state of the leper, to cry, “Unclean, unclean.” Until a man has passed through this day of trouble, until he has experienced more or less of these exercises of soul, and known guilt and condemnation in his conscience; until he has struggled in this narrow pass, and had his rags of creature righteousness torn away from him, he can know nothing experimentally of the efficacy of Jesus’ atoning blood, nor feel the power of Christ’s resurrection.
To the reader…
Today these words are spoken to those who are in that day of trouble; are you there now? Does guilt press you down into the dust, do your iniquities seem more in number than the hairs of your head, and do you fear there is no way out for you any more? Then you are not alone. Not all drink equally deep of the cup, but all whom the Lord calls His own pass, each in his measure, through that narrow place. There the rags of self-righteousness are torn away and the mouth can only cry, “Unclean, unclean!”
Do not overlook, then, the second part of the text: “but he shall be saved out of it.” The trouble is not the end, but the way by which the soul learns the efficacy of Jesus’ atoning blood and the power of His resurrection. However long or deep your night may be, the only wise God has fixed its measure. He lays on no more than He intends, and He brings Jacob out of it again.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¡Ah, cuán grande es aquel día! tanto, que no hay otro semejante a él: tiempo de angustia para Jacob; mas de ella será librado.
Jeremías 30:7
Este “día de angustia” es cuando el pecado es puesto como una carga pesada sobre la conciencia de un hombre; cuando la culpa lo abate hasta el polvo de la muerte, cuando sus iniquidades le miran a la cara y parecen más en número que los cabellos de su cabeza; cuando teme ser arrojado para siempre al abismo sin fondo del infierno y tener su parte con los hipócritas.
Este “día de angustia” no es literalmente un día, una porción de tiempo medida por la salida o la puesta del sol, un espacio de veinticuatro horas. Las agujas de un reloj o la sombra de un cuadrante no pueden regular las angustias espirituales. Un día significa aquí una época, sea larga o corta; sea un día, una semana, un mes o un año. Y así como la época no puede medirse en longitud, tampoco la angustia puede medirse en profundidad.
El único sabio Dios reparte diversas medidas de aflicción a Su pueblo. No todos se hunden a la misma profundidad, como no todos se elevan a la misma altura. No todos beben igualmente hondo de la copa; sin embargo, todos, cada uno en su medida, pasan por este día de angustia, en el cual su religión carnal es hecha pedazos, su justicia propia estropeada, sus esperanzas presuntuosas aplastadas, y son llevados al estado del leproso, para clamar: “¡Inmundo, inmundo!” Hasta que un hombre ha pasado por este día de angustia, hasta que ha experimentado más o menos estos ejercicios del alma y ha conocido la culpa y la condenación en su conciencia; hasta que ha luchado en este paso estrecho y le han sido arrancados los harapos de la justicia de la criatura, no puede conocer nada por experiencia de la eficacia de la sangre expiatoria de Jesús, ni sentir la virtud de la resurrección de Cristo.
Al lector…
Hoy estas palabras se dirigen a quienes están en ese día de angustia; ¿está usted ahí ahora? ¿Le abate la culpa hasta el polvo, parecen sus iniquidades más en número que los cabellos de su cabeza, y teme que ya no hay salida para usted? Entonces no está solo. No todos beben igualmente hondo de la copa, pero todos los que el Señor llama Suyos pasan, cada uno en su medida, por ese lugar estrecho. Allí son arrancados los harapos de la justicia propia y la boca solo puede clamar: “¡Inmundo, inmundo!”
No pase por alto, pues, la segunda parte del texto: “mas de ella será librado”. La angustia no es el final, sino el camino por el cual el alma aprende la eficacia de la sangre expiatoria de Jesús y la virtud de Su resurrección. Por larga o profunda que sea su noche, el único sabio Dios ha fijado su medida. No pone más de lo que Él se propone, y saca de nuevo a Jacob de ella.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl