5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het Manna, dat verborgen is.
Openbaring 2:17
Hoe dikwijls is Gods Woord een verzegeld boek voor u; hoe vaak hoort gij van de kansel de meest bemoedigende predikatie, en toch wordt gij er niet door bemoedigd; hoe vaak hoort gij u Christus voorstellen in Zijn Persoon, Zijn bloed en Zijn rechtvaardigmaking, en gij gaat heen zoals gij gekomen zijt, zonder enige merkbare verlichting. Wat is daarvan de reden? Omdat gij overwonnen zijt. Ongeloof, slavernij, duisternis, ongevoeligheid drukken op uw geest, en dit alles weerhoudt u door het Manna gevoed te worden. Maar somtijds komt er een woord van genade over al die heuvelen en bergen van ongeloof, slavernij, twijfel en vrees heen, en als dit woord in uw hart valt, heft gij de kreet der overwinning aan over al uw vijanden en al uw vrees. Dan opent zich Gods Woord in al zijn liefelijkheid en zaligheid. De Heere des huizes brengt het verborgen Manna tevoorschijn, en het Woord van God wordt liefelijk en kostelijk gemaakt voor de ziel.
Somtijds leest gij Gods Woord als een droge en dorre taak, om uw geweten te bevredigen. Wanneer is dat? Wanneer gij verzonken zijt in ongeloof en slavernij. Maar op andere tijden wordt Gods Woord met genot gelezen, en uw hart verheugt en verblijdt zich. Dat is als gij het kunt geloven; en alzo verandert het geloof Gods Woord in Manna.
Maar zo gij dor zijt, dan is Gods Woord ook dor; zijt gij dodig, dan is het Woord ook dodig; zijt gij koel en zonder leven, dan is het Woord ook zo. Maar wanneer het toneel verandert, wanneer de wolken worden verstrooid, dan ziet gij licht in Gods licht; dan is het een gezegende Bijbel, een kostbaar boek, vol schone beloften en bemoedigende uitnodigingen. Op deze wijze wordt het Manna gegeven aan hem die overwint.
Welzalig zij, die naar zijn reine leer
in Hem hun heil, hun hoogst geluk beschouwen,
die Sions Vorst erkennen voor hun Heer;
welzalig zij, die vast op Hem betrouwen!
Ps. 2:7
Aan de lezer…
Wat een woord: het verborgen Manna! Is de Bijbel u de laatste tijd een droog boek geworden? Leest u hem als een plicht om uw geweten te bevredigen, en hoort u de meest bemoedigende predikatie zonder dat uw hart erdoor verlicht wordt? Ik verberg het niet: bent u dor, dan is ook het Woord dor voor u. Ongeloof, duisternis en ongevoeligheid kunnen zo zwaar op de geest drukken, dat het Manna onaangeroerd blijft liggen.
Laat u daardoor toch niet van het Woord afhouden. Want somtijds komt er een woord van genade over al die bergen van twijfel en vrees heen, en valt het in uw hart. Dan wijken de wolken, en wordt de Bijbel opnieuw een kostbaar boek, vol schone beloften. De Heere des huizes brengt het verborgen Manna tevoorschijn. Wacht daarom op Hem, en vraag Hem om geloof, want het geloof is het dat Zijn Woord voor uw ziel tot Manna maakt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het Manna, dat verborgen is.
Openbaring 2:17
Hoe vaak is Gods Woord voor u een verzegeld boek! Hoe vaak hoort u van de kansel de meest bemoedigende prediking, en toch wordt u er niet door bemoedigd! Hoe vaak hoort u Christus voorgesteld worden in Zijn Persoon, Zijn bloed en Zijn rechtvaardigmaking, en gaat u weg zoals u gekomen bent, zonder enige merkbare verlichting! Wat is daarvan de reden? Dat u overwonnen bent. Ongeloof, slavernij, duisternis en ongevoeligheid drukken op uw geest, en dat alles weerhoudt u ervan door het Manna gevoed te worden.
Maar soms komt er een woord van genade over al die heuvels en bergen van ongeloof, slavernij, twijfel en vrees heen. Wanneer dat woord in uw hart valt, heft u de overwinningskreet aan over al uw vijanden en al uw vrees. Dan opent Gods Woord zich in al zijn lieflijkheid en zaligheid. De Heere van het huis brengt het verborgen Manna tevoorschijn, en het Woord van God wordt voor de ziel lieflijk en kostbaar gemaakt.
Soms leest u Gods Woord als een droge en dorre taak, om uw geweten tevreden te stellen. Wanneer is dat? Wanneer u verzonken bent in ongeloof en slavernij. Maar op andere momenten leest u Gods Woord met vreugde, en uw hart verheugt en verblijdt zich. Dat is wanneer u het kunt geloven; zo verandert het geloof Gods Woord in Manna.
Maar als u dor bent, dan is Gods Woord ook dor. Bent u doods, dan is het Woord ook doods. Bent u koel en zonder leven, dan is het Woord dat ook. Maar wanneer het toneel verandert en de wolken verdreven worden, dan ziet u licht in Gods licht. Dan is het een gezegende Bijbel, een kostbaar boek, vol schone beloften en bemoedigende uitnodigingen. Zo wordt het Manna gegeven aan hem die overwint.
Welzalig zij, die naar zijn reine leer
in Hem hun heil, hun hoogst geluk beschouwen,
die Sions Vorst erkennen voor hun Heer;
welzalig zij, die vast op Hem betrouwen!
Ps. 2:7
Aan de lezer…
Wat een woord: het verborgen Manna! Is de Bijbel u de laatste tijd een droog boek geworden? Leest u hem als een plicht om uw geweten tevreden te stellen, en hoort u de meest bemoedigende prediking zonder dat uw hart erdoor verlicht wordt? Ik verberg het niet: bent u dor, dan is ook het Woord voor u dor. Ongeloof, duisternis en ongevoeligheid kunnen zo zwaar op de geest drukken, dat het Manna onaangeroerd blijft liggen.
Laat u daardoor toch niet van het Woord afhouden. Want soms komt er een woord van genade over al die bergen van twijfel en vrees heen en valt het in uw hart. Dan wijken de wolken, en wordt de Bijbel opnieuw een kostbaar boek, vol schone beloften. De Heere van het huis brengt het verborgen Manna tevoorschijn. Wacht daarom op Hem en vraag Hem om geloof, want het is het geloof dat Zijn Woord voor uw ziel tot Manna maakt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
To him that overcometh will I give to eat of the hidden manna.
Revelation 2:17
How often God’s Word is to you a sealed book; how often you hear from the pulpit the most encouraging preaching, yet get no encouragement from it; how often you hear Christ held forth in His Person, blood and righteousness, and go away as you came, without any sensible relief. What is the reason? Because you are overcome. Unbelief, bondage, darkness of mind, insensibility rest upon your spirit, and all these keep you from feeding upon the manna.
But sometimes a gracious word comes over all these hills and mountains of unbelief, bondage, doubt and fear, and as this word drops into your heart, you begin to shout victory over all your foes and fears. Then the Word of God begins to open itself up in its sweetness and blessedness. The Lord of the house brings out the hidden manna, and the Word of God is made sweet and precious to the soul.
Sometimes you read the Word of God as a dry and barren task to satisfy conscience. When is that? When you are shut up in unbelief and bondage. But at other times the Word of God is read with pleasure, and it is to you the joy and rejoicing of your heart. This is when you can believe it; and thus faith turns the Word of God into manna.
But if you are barren, then the Word of God is barren; if dead, the Word is dead; if cold and lifeless, the Word is so too. But when the scene changes, when the clouds are dispersed, then you see light in God’s light. Then it is a blessed Bible, a precious book, full of sweet promises and encouraging invitations. It is in this way the manna is given to the overcomer.
To the reader…
What a word: the hidden manna! Has the Bible become a dry book to you lately? Do you read it as a duty to satisfy your conscience, and do you hear the most encouraging preaching without your heart being lightened by it? I will not hide it: if you are barren, the Word is barren to you as well. Unbelief, darkness and insensibility can press so heavily on the spirit that the manna lies untouched.
Yet do not let that keep you away from the Word. For sometimes a word of grace comes over all those mountains of doubt and fear and drops into your heart. Then the clouds part, and the Bible becomes a precious book again, full of sweet promises. The Lord of the house brings out the hidden manna. So wait upon Him and ask Him for faith, for it is faith that turns His Word into manna for your soul.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Al que venciere, daré a comer del maná escondido.
Apocalipsis 2:17
¡Cuán a menudo la Palabra de Dios es para usted un libro sellado; cuán a menudo oye desde el púlpito la predicación más alentadora, y sin embargo no recibe ningún aliento de ella; cuán a menudo oye presentar a Cristo en Su Persona, Su sangre y Su justicia, y se va como vino, sin ningún alivio sensible! ¿Cuál es la razón? Que usted está vencido. La incredulidad, la servidumbre, las tinieblas de la mente y la insensibilidad pesan sobre su espíritu, y todo esto le impide alimentarse del maná.
Pero a veces una palabra de gracia viene por encima de todas estas colinas y montañas de incredulidad, servidumbre, duda y temor, y al caer esta palabra en su corazón, usted comienza a cantar victoria sobre todos sus enemigos y temores. Entonces la Palabra de Dios comienza a abrirse en su dulzura y bienaventuranza. El Señor de la casa saca el maná escondido, y la Palabra de Dios se hace dulce y preciosa para el alma.
A veces lee usted la Palabra de Dios como una tarea seca y estéril para satisfacer la conciencia. ¿Cuándo sucede eso? Cuando está encerrado en la incredulidad y la servidumbre. Pero otras veces la Palabra de Dios se lee con placer, y es para usted el gozo y la alegría de su corazón. Eso sucede cuando puede creerla; y así la fe convierte la Palabra de Dios en maná.
Pero si usted está estéril, la Palabra de Dios está estéril; si muerto, la Palabra está muerta; si frío y sin vida, la Palabra lo está también. Pero cuando cambia la escena, cuando se disipan las nubes, entonces ve la luz en la luz de Dios. Entonces es una Biblia bendita, un libro precioso, lleno de dulces promesas e invitaciones alentadoras. De esta manera se da el maná al que vence.
Al lector…
¡Qué palabra: el maná escondido! ¿Se le ha vuelto la Biblia últimamente un libro seco? ¿La lee usted como un deber para satisfacer su conciencia, y oye la predicación más alentadora sin que su corazón sea aliviado por ella? No lo ocultaré: si usted está estéril, la Palabra también le resulta estéril. La incredulidad, las tinieblas y la insensibilidad pueden pesar tanto sobre el espíritu que el maná queda sin tocar.
Sin embargo, no deje que eso le aleje de la Palabra. Porque a veces una palabra de gracia viene por encima de todas esas montañas de duda y temor y cae en su corazón. Entonces se abren las nubes, y la Biblia vuelve a ser un libro precioso, lleno de dulces promesas. El Señor de la casa saca el maná escondido. Espere, pues, en Él y pídale fe, porque es la fe la que convierte Su Palabra en maná para su alma.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Het lijden en sterven van Christus
Uitgewist hebbende het handschrift dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende.
Kolossenzen 2:14
Als we bij het kruis staan van onze gezegende Heere en „Het is volbracht!” horen uit de mond van Degene Die niet kan liegen, kunnen we, indien we zijn gezegend met het levende geloof, zien dat de wet volledig is vervuld, de vloek ervan volkomen is doorstaan, de zonde voor eeuwig is opgeruimd, de gerechtigheid van God ruimschoots is vervuld, al Zijn volmaaktheden schitterend in harmonie zijn gebracht, Zijn heilige wil volmaakt is gehoorzaamd, de loutering volkomen is verwezenlijkt, de verlossing barmhartig tot stand is gebracht en de Kerk voor eeuwig is behouden. Hier zien we de zonde in haar donkerste kleuren, en heiligheid in haar volmaakte schoonheid. Hier zien we de liefde Gods in haar tederste vorm, en de toorn Gods in zijn hevigste uitdrukking. Hier zien we de heilige mensheid van de gezegende Verlosser als het ware opgeheven tussen hemel en aarde, om aan engelen en mensen het schouwspel van de verlossende liefde te tonen en op hetzelfde ogenblik, door dezelfde daad van de lijdende gehoorzaamheid en het bloedoffer van de Zoon van God, het eeuwige en onveranderlijke ongenoegen van de Almachtige tegen de zonde en de strenge eisen van Zijn onbuigzame rechtvaardigheid, en tegelijk het tedere mededogen en de grenzeloze liefde van Zijn hart voor de uitverkorenen van de genade te openbaren. Hier, en alleen hier, worden vergeving en vrede verkregen; hier, en alleen hier, stromen boetvaardig verdriet en godzalige smart uit hart en ogen; hier, en alleen hier, wordt de zonde beteugeld en gedood, heiligheid overgebracht, de dood overwonnen, de duivel op de vlucht gejaagd, en beginnen het geluk en de hemel te ontstaan in de ziel.
O, wat een hemelse zegeningen, wat een genade, en wat een toekomstige heerlijkheid stromen door de mensheid van de Zoon van God! Wat een heilige ontmoetingsplaats voor berouwvolle zondaren en een God Die zonden vergeeft! Wat een heilzame plek voor schuldige, maar berouwvolle en terugkerende afvalligen; wat een deur van hoop in het dal van Achor voor degenen die zichzelf veroordelen en mishagen; wat een veilige plaats voor zoekende zielen, en wat een gezegend toevluchtsoord voor al Gods kinderen in dit tranendal!
Lezen: Efeze 2:1-16
Aan de lezer…
Ligt er, lezer, een handschrift tegen u, een lange rekening van schuld die u niet kunt voldoen? Het geweten houdt haar u voor, en de wet eist volle betaling. Maar zie wat er aan het kruis gebeurd is: de Heere Jezus heeft het handschrift dat tegen ons was uitgewist, uit het midden weggenomen en aan het kruis genageld. Toen Hij riep: „Het is volbracht!”, was de wet vervuld, de vloek gedragen en de zonde voor eeuwig opgeruimd.
Wat aan het kruis genageld is, kan u niet meer worden voorgehouden als een schuld die nog openstaat. Bent u een schuldige, berouwvolle afvallige, een zoekende ziel die zichzelf veroordeelt? Dan is daar uw veilige plaats, een ontmoetingsplaats met een God Die zonden vergeeft. Kom met uw rekening, hoe groot ook. Hier, en alleen hier, worden vergeving en vrede verkregen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Uitgewist hebbende het handschrift dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende.
Kolossenzen 2:14
Als we bij het kruis van onze gezegende Heere staan en „Het is volbracht!” horen uit de mond van Hem Die niet kan liegen, kunnen we, als we gezegend zijn met het levende geloof, zien wat daar geschied is. De wet is volledig vervuld, haar vloek is volkomen gedragen, de zonde is voor eeuwig weggedaan, de gerechtigheid van God is ruimschoots voldaan, al Zijn volmaaktheden zijn heerlijk met elkaar in harmonie gebracht, Zijn heilige wil is volmaakt gehoorzaamd, de verzoening is volkomen tot stand gebracht, de verlossing is barmhartig uitgevoerd en de Kerk is voor eeuwig behouden. Hier zien we de zonde in haar donkerste kleuren en de heiligheid in haar volmaakte schoonheid. Hier zien we de liefde Gods in haar tederste vorm en de toorn Gods in zijn hevigste uitdrukking.
Hier zien we de heilige mensheid van de gezegende Verlosser als het ware opgeheven tussen hemel en aarde. Zo wordt aan engelen en mensen het schouwspel van de verlossende liefde getoond. Op hetzelfde ogenblik en door dezelfde daad van de lijdende gehoorzaamheid en het bloedoffer van de Zoon van God wordt het eeuwige en onveranderlijke ongenoegen van de Almachtige tegen de zonde geopenbaard, en ook de strenge eisen van Zijn onbuigzame gerechtigheid. En tegelijk worden het tedere mededogen en de grenzeloze liefde van Zijn hart voor de uitverkorenen van de genade geopenbaard. Hier, en alleen hier, worden vergeving en vrede verkregen; hier, en alleen hier, stromen boetvaardig verdriet en godzalige droefheid uit hart en ogen; hier, en alleen hier, wordt de zonde beteugeld en gedood, wordt heiligheid meegedeeld, de dood overwonnen, de duivel op de vlucht gejaagd, en beginnen het geluk en de hemel in de ziel.
O, wat een hemelse zegeningen, wat een genade en wat een toekomstige heerlijkheid stromen door de mensheid van de Zoon van God! Wat een heilige ontmoetingsplaats voor berouwvolle zondaren en een God Die zonden vergeeft! Wat een heilzame plek voor schuldige, maar berouwvolle en terugkerende afvalligen; wat een deur van hoop in het dal van Achor voor hen die zichzelf veroordelen en mishagen; wat een veilige plaats voor zoekende zielen, en wat een gezegend toevluchtsoord voor al Gods kinderen in dit tranendal!
Lezen: Efeze 2:1-16
Aan de lezer…
Ligt er, lezer, een handschrift tegen u, een lange rekening van schuld die u niet kunt voldoen? Het geweten houdt haar u voor, en de wet eist volle betaling. Maar zie wat er aan het kruis gebeurd is: de Heere Jezus heeft het handschrift dat tegen ons was uitgewist, uit het midden weggenomen en aan het kruis genageld. Toen Hij riep: „Het is volbracht!”, was de wet vervuld, de vloek gedragen en de zonde voor eeuwig weggedaan.
Wat aan het kruis genageld is, kan u niet meer worden voorgehouden als een schuld die nog openstaat. Bent u een schuldige, berouwvolle afvallige, een zoekende ziel die zichzelf veroordeelt? Dan is daar uw veilige plaats, een ontmoetingsplaats met een God Die zonden vergeeft. Kom met uw rekening, hoe groot ook. Hier, en alleen hier, worden vergeving en vrede verkregen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Blotting out the handwriting of ordinances that was against us, which was contrary to us, and took it out of the way, nailing it to His cross.
Colossians 2:14
If we stand by the cross of our blessed Lord and hear “It is finished!” from the lips of Him Who cannot lie, we may, if blessed with a living faith, see what was there accomplished. The law is fully satisfied, its curse completely borne, sin for ever put away, the justice of God amply satisfied, all His perfections gloriously harmonised, His holy will perfectly obeyed, atonement fully made, redemption mercifully accomplished, and the Church eternally saved. Here we see sin in its blackest colours and holiness in its perfect beauty. Here we see the love of God in its tenderest form and the wrath of God in its most fearful expression.
Here we see the holy humanity of the blessed Redeemer lifted up, as it were, between heaven and earth. Thus the spectacle of redeeming love is displayed to angels and men. At the same moment, and by the same act of the suffering obedience and bloody sacrifice of the Son of God, the eternal and unchangeable displeasure of the Almighty against sin is revealed, and also the strict demands of His inflexible justice. And at the same time the tender compassion and boundless love of His heart toward the election of grace are revealed.
Here, and here alone, are pardon and peace obtained; here, and here alone, do penitent sorrow and godly grief flow from heart and eyes; here, and here alone, is sin subdued and mortified, holiness communicated, death vanquished, the devil put to flight, and happiness and heaven begun in the soul.
O what heavenly blessings, what grace and what future glory flow through the humanity of the Son of God! What a holy meeting-place for penitent sinners and a sin-pardoning God! What a healing spot for guilty, yet penitent and returning backsliders; what a door of hope in the valley of Achor for the self-condemned and self-loathing; what a safe place for seeking souls, and what a blessed refuge for all the children of God in this vale of tears!
Reading: Ephesians 2:1-16
To the reader…
Is there, dear reader, a handwriting against you, a long account of debt which you cannot pay? Conscience holds it before you, and the law demands full payment. But see what happened at the cross: the Lord Jesus has blotted out the handwriting that was against us, taken it out of the way, and nailed it to His cross. When He cried, “It is finished!”, the law was fulfilled, the curse borne and sin put away for ever.
What has been nailed to the cross can no longer be held against you as a debt still outstanding. Are you a guilty, penitent backslider, a seeking soul who condemns yourself? Then there is your safe place, a meeting-place with a God Who pardons sin. Come with your account, however great it is. Here, and here alone, are pardon and peace obtained.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Rayendo la cédula de los ritos que nos era contraria, que era contra nosotros, quitándola de en medio y enclavándola en la cruz.
Colosenses 2:14
Si estamos junto a la cruz de nuestro bendito Señor y oímos “¡Consumado es!” de los labios de Aquel que no puede mentir, podemos, si somos bendecidos con una fe viva, ver lo que allí fue consumado. La ley está plenamente satisfecha, su maldición completamente llevada, el pecado quitado para siempre, la justicia de Dios ampliamente satisfecha, todas Sus perfecciones gloriosamente armonizadas, Su santa voluntad perfectamente obedecida, la expiación plenamente hecha, la redención llevada a cabo por misericordia, y la Iglesia salvada eternamente. Aquí vemos el pecado en sus colores más negros y la santidad en su perfecta hermosura. Aquí vemos el amor de Dios en su forma más tierna y la ira de Dios en su expresión más temible.
Aquí vemos la santa humanidad del bendito Redentor levantada, por así decirlo, entre el cielo y la tierra. Así se muestra a ángeles y hombres el espectáculo del amor redentor. En el mismo momento, y por el mismo acto de la obediencia sufriente y del sacrificio sangriento del Hijo de Dios, se revela el eterno e inmutable desagrado del Todopoderoso contra el pecado, y también las estrictas exigencias de Su inflexible justicia. Y al mismo tiempo se revelan la tierna compasión y el amor sin límites de Su corazón hacia la elección de gracia.
Aquí, y solo aquí, se obtienen perdón y paz; aquí, y solo aquí, fluyen del corazón y de los ojos el dolor penitente y la tristeza que es según Dios; aquí, y solo aquí, el pecado es sometido y mortificado, la santidad comunicada, la muerte vencida, el diablo puesto en fuga, y la dicha y el cielo comenzados en el alma.
¡Oh, qué bendiciones celestiales, qué gracia y qué gloria venidera fluyen por la humanidad del Hijo de Dios! ¡Qué santo lugar de encuentro para pecadores penitentes y un Dios que perdona el pecado! ¡Qué lugar de sanidad para rebeldes culpables, pero penitentes y que vuelven; qué puerta de esperanza en el valle de Acor para los que se condenan y se aborrecen a sí mismos; qué lugar seguro para las almas que buscan, y qué bendito refugio para todos los hijos de Dios en este valle de lágrimas!
Lectura: Efesios 2:1-16
Al lector…
¿Hay, querido lector, una cédula contra usted, una larga cuenta de deudas que no puede pagar? La conciencia se la pone delante, y la ley exige el pago completo. Pero vea lo que sucedió en la cruz: el Señor Jesús ha raído la cédula que era contra nosotros, la ha quitado de en medio y la ha enclavado en Su cruz. Cuando clamó: “¡Consumado es!”, la ley fue cumplida, la maldición llevada y el pecado quitado para siempre.
Lo que ha sido enclavado en la cruz ya no puede reclamársele como una deuda todavía pendiente. ¿Es usted un rebelde culpable y penitente, un alma que busca y que se condena a sí misma? Entonces allí está su lugar seguro, un lugar de encuentro con un Dios que perdona el pecado. Venga con su cuenta, por grande que sea. Aquí, y solo aquí, se obtienen perdón y paz.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
En de dienstknecht blijft niet eeuwiglijk in het huis; de zoon blijft er eeuwiglijk.
Johannes 8:35
Het is het onherroepelijk voorrecht van een zoon, dat hij nooit uit het huis wordt geworpen; dat de vereniging tussen vader of moeder en het kind nooit kan verbroken worden. Dit is een zoete vertroosting voor de kerk Gods, dat de zoon eeuwiglijk in het huis blijft, dat hij zal regeren met Christus tot in alle eeuwigheid. Hoe menigmaal wordt een kind van God geschud of hij er wel voor eeuwig in zal blijven, of hij niet zal komen tot het verlies zijner ziel, of er niet een verzoeking op hem af zal komen waarbij het openbaar zal komen dat hij niet anders is dan een bedrieger en een bedrogene. Doch de Heere Zelf zegt: „De zoon blijft er eeuwiglijk.” Laat hem slechts zuigeling zijn, of maar de eerste beginselen des levens in zijn ziel hebben, hij blijft er eeuwiglijk. Hij heeft hetzelfde aandeel in de toegenegenheden des Vaders, is een mede-erfgenaam met Christus, en heeft een recht tot dezelfde erfenis als degenen die een hoger stand beleven, of die zijn ouders zijn wat hun leeftijd betreft.
Maar somtijds kan de zoon wel eens de bepalingen van zijns Vaders huis moede worden. God is een wijs Vader, zowel als een vriendelijk Vader. Hij zal Zijn kinderen met de tederste toegenegenheid behandelen, maar Hij zal het nooit gedogen als zij zich schuldig maken aan oneerbiedigheid jegens Hem. Somtijds worden de zonen verdrietig in huns Vaders huis. Zij worden als de jongste zoon in de gelijkenis, toen hij zijn vader vroeg om het deel des goeds dat hem toekwam; en dit gekregen hebbende, ging hij weg in een vergelegen land, ver van zijns vaders huis, van onder zijns vaders dak, levende overdadiglijk. Dit is de plaats waar velen van Gods kinderen terechtkomen.
Waar de ziel zich niet waarlijk verlevendigd vindt onder de bediening van het Evangelie, denkt zij dat er iets niet in orde is; altijd iets verdrietigs. En het ijdel, afgodisch hart denkt dat er enige genoegens in de wereld te genieten zijn, die onder het dak zijns Vaders niet te vinden zijn. Derhalve onttrekt hij zich geleidelijk aan zijns Vaders huis, zoekt zich enige genoegens te verschaffen uit de dingen van de tijd en het zinnelijke, richt zich enige afgod op en buigt er zich voor neder. Niettegenstaande dit alles blijft de zoon er eeuwiglijk. De Vader van al Zijn volk in Christus onterft Zijn beminde kinderen niet. En ofschoon aardse ouders hun kinderen kunnen onterven, Gods kinderen wordt de erfenis nooit ontzegd.
Een echte Israëliet die in armoede geraakt was en zich verkocht had aan een vreemdeling, moest zijn vrijheid wedergegeven worden in het jubeljaar (Lev. 25:47, 54), en hij moest wederkeren tot zijn eigen huis en erfenis. Zo zal ook de zoon die zijns Vaders huis verlaten heeft en zich verkocht heeft om de zonde na te wandelen en zich te stellen onder die wrede werkmeester, wanneer het jubeljaar komt en de zilveren trompet geblazen wordt, zijn boeien en ketenen afschudden, het livrei der dienstbaarheid afwerpen en tot zijns Vaders huis wederkeren, en hij zal met vreugde onder Zijn dak ontvangen worden. O, wat een ontmoeting! De schuldvergevende Vader en het ongehoorzaam kind. De Vader wegsmeltende in tranen van liefde; de zoon smeltende in tranen van berouw.
Wat dan ook onze omzwerving des harten zij en onze afkerigheid der ziel, hoe zeer wij ons ook mogen van God afkeren, voor zover wij zonen zijn, zullen wij eeuwig in het huis blijven en een onbevlekkelijke, onverwelkelijke erfenis bezitten die niet kan tenietgedaan worden. Zij is in de hemelen weggelegd voor degenen die in de kracht Gods bewaard worden door het geloof tot de zaligheid. En het zal onze zaligheid zijn hier beneden in het huis te blijven, als leden van het huisgezin, zonder daarvan te scheiden, totdat wij zullen komen tot het huisgezin daarboven, tot de algemene vergadering en de gemeente der eerstgeborenen, wier namen zijn in het boek des levens.
Aan de lezer…
Vreest u soms, waarde lezer, dat u er op een dag uitgeworpen zult worden? Dat er een verzoeking op u af zal komen die openbaar maakt dat u slechts een bedrieger en een bedrogene bent? Hoor dan wat de Heere Zelf zegt: „De zoon blijft er eeuwiglijk.” Hij zegt dat niet alleen van de sterke en ervarene, maar ook van de zuigeling die nog maar de eerste beginselen des levens in zijn ziel heeft.
En bent u afgedwaald, hebt u in een vergelegen land genoegens gezocht die onder het dak uws Vaders niet te vinden waren, en u voor een afgod nedergebogen? Dat is bitter, en de Vader gedoogt geen oneerbiedigheid. Maar Hij onterft Zijn beminde kinderen niet. Wanneer de zilveren trompet van het jubeljaar klinkt, mag ook u uw ketenen afschudden en wederkeren. Dan zal Hij, wegsmeltende in tranen van liefde, het ongehoorzame kind met vreugde onder Zijn dak ontvangen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En de dienstknecht blijft niet eeuwiglijk in het huis; de zoon blijft er eeuwiglijk.
Johannes 8:35
Het is het onherroepelijke voorrecht van een zoon dat hij nooit uit het huis wordt geworpen, en dat de band tussen vader of moeder en het kind nooit kan worden verbroken. Dit is een zoete troost voor de kerk van God: de zoon blijft eeuwig in het huis en zal met Christus regeren tot in alle eeuwigheid. Hoe vaak wordt een kind van God heen en weer geschud door de vraag of hij er wel voor eeuwig in zal blijven, of hij zijn ziel niet zal verliezen, of er geen verzoeking op hem af zal komen waardoor openbaar wordt dat hij niets anders is dan een bedrieger en een bedrogene. Maar de Heere Zelf zegt: „De zoon blijft er eeuwiglijk.” Al is hij nog maar een zuigeling, al heeft hij nog maar de eerste beginselen van het leven in zijn ziel, hij blijft er eeuwig.
Hij heeft hetzelfde aandeel in de genegenheid van de Vader, is mede-erfgenaam met Christus en heeft recht op dezelfde erfenis als zij die een hogere staat beleven of die naar leeftijd zijn ouders zijn. Maar soms kan de zoon de regels van het huis van zijn Vader moe worden. God is een wijze Vader, en ook een vriendelijke Vader. Hij zal Zijn kinderen met de tederste genegenheid behandelen, maar Hij zal het nooit toelaten wanneer zij zich schuldig maken aan oneerbiedigheid tegenover Hem.
Soms worden de zonen ontevreden in het huis van hun Vader. Zij worden als de jongste zoon in de gelijkenis, die zijn vader vroeg om het deel van het goed dat hem toekwam. Toen hij dat gekregen had, trok hij weg naar een ver land, ver van het huis van zijn vader, weg onder het dak van zijn vader, en leefde daar overdadig. Dit is de plaats waar veel kinderen van God terechtkomen.
Wanneer de ziel zich onder de bediening van het Evangelie niet werkelijk verlevendigd voelt, denkt zij dat er iets niet in orde is; er is altijd wel iets wat haar mishaagt. En het ijdele, afgodische hart denkt dat er in de wereld genoegens te genieten zijn die onder het dak van de Vader niet te vinden zijn. Daarom trekt hij zich geleidelijk terug uit het huis van zijn Vader, probeert hij zich genoegens te verschaffen uit de dingen van de tijd en van de zinnen, richt hij een afgod op en buigt hij zich daarvoor neer. Ondanks dit alles blijft de zoon er eeuwig. De Vader van al Zijn volk in Christus onterft Zijn geliefde kinderen niet. En hoewel aardse ouders hun kinderen kunnen onterven, wordt Gods kinderen de erfenis nooit ontzegd.
Een echte Israëliet die in armoede was geraakt en zich aan een vreemdeling had verkocht, moest in het jubeljaar zijn vrijheid terugkrijgen (Lev. 25:47, 54) en terugkeren naar zijn eigen huis en erfenis. Zo zal ook de zoon die het huis van zijn Vader verlaten heeft, zich verkocht heeft om de zonde na te lopen en zich onder die wrede slavendrijver heeft gesteld, wanneer het jubeljaar komt en de zilveren trompet wordt geblazen, zijn boeien en ketenen afschudden. Hij zal het livrei van de dienstbaarheid afwerpen en naar het huis van zijn Vader terugkeren, en hij zal met vreugde onder Zijn dak worden ontvangen. O, wat een ontmoeting! De Vader Die de schuld vergeeft, en het ongehoorzame kind. De Vader smelt weg in tranen van liefde; de zoon smelt in tranen van berouw.
Hoe ons hart ook mag afzwerven en onze ziel zich ook mag afkeren, hoezeer wij ons ook van God mogen afwenden: voor zover wij zonen zijn, zullen wij eeuwig in het huis blijven en een onbevlekkelijke, onverwelkelijke erfenis bezitten, die niet teniet kan worden gedaan. Zij is in de hemelen weggelegd voor hen die in de kracht van God bewaard worden door het geloof tot de zaligheid. En het zal onze zaligheid zijn om hier beneden als leden van het huisgezin in het huis te blijven, zonder ervan te scheiden, totdat wij komen bij het huisgezin daarboven, bij de algemene vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, wier namen in het boek des levens staan.
Aan de lezer…
Vreest u soms dat u er op een dag uitgeworpen zult worden? Dat er een verzoeking op u af zal komen die openbaar maakt dat u slechts een bedrieger en een bedrogene bent? Hoor dan wat de Heere Zelf zegt: „De zoon blijft er eeuwiglijk.” Hij zegt dat niet alleen van de sterke en ervaren gelovige, maar ook van de zuigeling die nog maar de eerste beginselen van het leven in zijn ziel heeft.
En bent u afgedwaald, hebt u in een ver land genoegens gezocht die onder het dak van uw Vader niet te vinden waren, en hebt u zich voor een afgod neergebogen? Dat is bitter, en de Vader duldt geen oneerbiedigheid. Maar Hij onterft Zijn geliefde kinderen niet. Wanneer de zilveren trompet van het jubeljaar klinkt, mag ook u uw ketenen afschudden en terugkeren. Dan zal Hij, wegsmeltend in tranen van liefde, het ongehoorzame kind met vreugde onder Zijn dak ontvangen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“And the servant abideth not in the house for ever: but the Son abideth ever.”
John 8:35
It is the irreversible blessing of a son, that he is never to be turned out of the house, that the union between the Parent and the child can never be broken, but that he is to reign with Christ through the ages of one everlasting day. This is a sweet consolation to God’s family that “the son abides forever.” How often is a child of God exercised, whether he shall abide forever, whether he may not draw back to perdition, whether some temptation may not overtake him whereby it shall be made manifest that he is nothing but a deceiver and deceived!
But the Lord Himself says, “the son abides forever;” let him be but a babe, let him have but the first beginning of spiritual life in his soul, he “abides forever;” he has the same interest in the affections of the Father, is a fellow-heir with Christ, and has a title to the same inheritance as those who are of longer standing, and those who are his elders in age.
But sometimes the son may get tired of the restraint of his Father’s house. God is a wise Parent as well as a kind one. He will treat His children with the most tender kindness and intimacy, but He will never allow them to be guilty of disrespect towards Him. Sometimes, then, the sons get weary of their Father’s house; they are like the younger son in the parable, when he asked his father to give him his portion, and when he had gotten it, he went away into a far country, away from his father’s house, from under his father’s roof, and wasted it in riotous living. This is where many of God’s children get.
There is a restraint in God’s house, where the soul is not really blessed with the personal and present enjoyment of gospel truth, and restraint being ever irksome, the vain, idolatrous heart thinks it can derive some pleasure from the world which is not to be found under the roof of the Father. And, therefore, he gradually withdraws his steps from his Father’s house, seeks to derive some pleasure from the things of time and sense, erects some idol, and falls down to worship it.
But notwithstanding all this, “the son abides forever.” The Father of all His people in Christ does not disinherit His dear children; and though earthly parents may disinherit theirs, God’s family are never cast out of the inheritance. The true-born Israelite who had waxed poor and sold himself unto the stranger was to obtain his freedom in the year of jubilee (Leviticus 25:47, 54), and to return to his own house and his own estate. So the son who has departed from his Father’s house, and sold himself under sin, and become a slave to that cruel taskmaster, when the year of jubilee comes, the year of restoration, and the silver trumpet is blown, shakes off his shackles and fetters, casts aside the livery of servitude, returns to his Father’s house, and is received with joy beneath his Father’s roof. O what a meeting! The forgiving Parent, and the disobedient child! The Father dissolved in tears of affection; the child dissolved in tears of contrition!
Whatever, then, be our wanderings of heart, alienation of affection, and backsliding of soul; however we may depart from God, so far as we are sons, we shall “abide in the house forever,” and possess an “inheritance incorruptible and undefiled, and that fades not away, reserved in heaven for those that are kept by the power of God through faith unto salvation.” And it will be our mercy to abide in the house below as members of the family, without departing from it, until reunited to the family above, “the general assembly and church of the firstborn, whose names are written in heaven.”
To the reader…
Do you sometimes fear that one day you will be cast out? That a temptation will come upon you that will make it plain that you are only a deceiver and deceived? Then hear what the Lord Himself says: “The Son abideth ever.” He does not say this only of the strong and experienced believer, but also of the babe who has only the first beginnings of life in his soul.
And have you wandered away, have you sought pleasures in a far country that were not to be found under your Father’s roof, and have you bowed down before an idol? That is bitter, and the Father does not tolerate disrespect. But He does not disinherit His beloved children. When the silver trumpet of the jubilee sounds, you too may shake off your chains and return. Then He, melting in tears of love, will receive the disobedient child with joy beneath His roof.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y el siervo no queda en casa para siempre: el Hijo queda para siempre.
Juan 8:35
Es la bendición irrevocable de un hijo que nunca ha de ser echado de la casa, que la unión entre el Padre y el hijo nunca puede romperse, sino que ha de reinar con Cristo por las edades de un día eterno. Es un dulce consuelo para la familia de Dios que “el hijo queda para siempre”. ¡Cuántas veces es ejercitado un hijo de Dios preguntándose si quedará para siempre, si no retrocederá para perdición, si no le sobrevendrá alguna tentación por la cual se ponga de manifiesto que no es más que un engañador y un engañado!
Pero el Señor mismo dice: “El hijo queda para siempre”; aunque no sea más que un niño, aunque no tenga más que el primer comienzo de la vida espiritual en su alma, “queda para siempre”; tiene la misma parte en los afectos del Padre, es coheredero con Cristo, y tiene derecho a la misma herencia que aquellos que llevan más tiempo y que son mayores que él en edad.
Pero a veces el hijo puede cansarse de la sujeción de la casa de su Padre. Dios es un Padre sabio a la vez que bondadoso. Tratará a Sus hijos con la más tierna bondad e intimidad, pero nunca les permitirá ser culpables de irreverencia hacia Él. A veces, pues, los hijos se cansan de la casa de su Padre; son como el hijo menor de la parábola, cuando pidió a su padre que le diera su parte, y cuando la hubo recibido, se fue a una provincia apartada, lejos de la casa de su padre, de debajo del techo de su padre, y la desperdició viviendo perdidamente. A esto llegan muchos de los hijos de Dios.
Hay una sujeción en la casa de Dios, cuando el alma no está realmente bendecida con el goce personal y presente de la verdad del evangelio; y como la sujeción siempre es fastidiosa, el corazón vano e idólatra piensa que puede sacar del mundo algún placer que no se halla bajo el techo del Padre. Y, por lo tanto, va retirando poco a poco sus pasos de la casa de su Padre, procura sacar algún placer de las cosas del tiempo y de los sentidos, levanta algún ídolo y se postra a adorarlo.
Pero a pesar de todo esto, “el hijo queda para siempre”. El Padre de todo Su pueblo en Cristo no deshereda a Sus amados hijos; y aunque los padres terrenales puedan desheredar a los suyos, la familia de Dios nunca es echada fuera de la herencia. El israelita de nacimiento que se había empobrecido y se había vendido al extranjero había de obtener su libertad en el año del jubileo (Levítico 25:47, 54), y volver a su propia casa y a su propia heredad. Así el hijo que se ha apartado de la casa de su Padre, y se ha vendido al pecado, y se ha hecho esclavo de aquel cruel capataz, cuando llega el año del jubileo, el año de la restitución, y suena la trompeta de plata, sacude sus grillos y cadenas, echa a un lado la librea de la servidumbre, vuelve a la casa de su Padre, y es recibido con gozo bajo el techo de su Padre. ¡Oh, qué encuentro! ¡El Padre perdonador y el hijo desobediente! ¡El Padre deshecho en lágrimas de afecto; el hijo deshecho en lágrimas de contrición!
Sean cuales fueren, pues, los extravíos de nuestro corazón, el alejamiento de nuestros afectos y la rebeldía de nuestra alma; por mucho que nos apartemos de Dios, en cuanto somos hijos, “quedaremos en la casa para siempre”, y poseeremos “una herencia incorruptible, y que no puede contaminarse, ni marchitarse, reservada en los cielos” para los que “son guardados en la virtud de Dios por fe, para alcanzar la salud”. Y será nuestra misericordia permanecer en la casa de aquí abajo como miembros de la familia, sin apartarnos de ella, hasta ser reunidos con la familia de arriba, “la congregación de los primogénitos que están alistados en los cielos”.
Al lector…
¿Teme usted a veces que un día será echado fuera? ¿Que vendrá sobre usted una tentación que pondrá de manifiesto que no es más que un engañador y un engañado? Oiga entonces lo que el Señor mismo dice: “El Hijo queda para siempre.” No lo dice solo del creyente fuerte y experimentado, sino también del niño que tiene apenas los primeros comienzos de vida en su alma.
¿Y se ha extraviado usted, ha buscado en una provincia apartada placeres que no se hallaban bajo el techo de su Padre, y se ha postrado ante un ídolo? Eso es amargo, y el Padre no tolera la irreverencia. Pero Él no deshereda a Sus amados hijos. Cuando suene la trompeta de plata del jubileo, también usted podrá sacudirse sus cadenas y volver. Entonces Él, deshecho en lágrimas de amor, recibirá con gozo al hijo desobediente bajo Su techo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl