Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

5 december Korenaren uit de volle oogst

Wat ziet gijlieden de Sulammith aan? zij is als een rij van twee heiren.
Hooglied van Salomo 6:13

Bent u niet vaak een raadsel voor uzelf? Nu eens warm, dan weer koud. Het ene halfuur vernedert u uzelf, het volgende verheft u uzelf. Vandaag hebt u de wereld lief en baadt u er als het ware in, morgen roept, kermt en zucht u om een lieflijke openbaring van de liefde van God. Voordat u uw kamer verlaat, ligt u op uw knieën met een diep besef van uw nietigheid, bedekt met schaamte en verwarring; voordat u onder aan de trap bent, zit u vol trots en eigenwaarde. Zolang u in de eenzaamheid bent, wilt u de wereld van u afwerpen en alles geven voor één teug van Jezus; midden in uw bezigheden grijpt u haar met beide handen aan. Wat een raadsel bent u! Geraakt door liefde, geprikkeld door vijandschap; weinig wijsheid en veel dwaasheid; aardsgezind en toch naar de hemel getrokken; voortsnellend en toch traag; vol traagheid en toch het koninkrijk nemend met geweld!

Zo leidt de Geest ons, door een werking die wij wel mogen voelen maar niet precies kunnen beschrijven, in de verborgenheid van de twee naturen, die „rij van twee heiren”. Die twee zijn voortdurend met elkaar in strijd en worstelen in hetzelfde hart, zodat de ene mens niet meer van de andere kan verschillen dan dezelfde mens van zichzelf verschilt. Maar spreken de natuur, het verstand en de rede dit niet tegen? Ontkennen de wijzen en verstandigen dit niet? „Er moet een trapsgewijze vooruitgang zijn,” zeggen zij, „in heiligheid; er moet een trapsgewijze verbetering onzer natuur plaatshebben, totdat eindelijk alle zonde is uitgeroeid en wij volmaakt worden gelijk Christus.”

Maar de verborgenheid van het koninkrijk der hemelen is deze: ons vleselijk gemoed ondergaat geen verandering, maar voert een voortdurende oorlog tegen de genade. Daarom geldt: hoe dieper wij wegzinken in zelfvernedering onder het besef van onze onreinheid, hoe hoger wij stijgen in de kennis van Christus. En hoe zwarter wij zijn in ons eigen oog, hoe lieflijker de Heere Jezus ons toeschijnt.

Hij, die uw naam in waarheid kent,
zal, Heer, op U in zijn ellend’
vertrouwen, wijl Gij nooit liet zuchten
hen, die gelovig tot U vluchten.

Ps. 9:10

Aan de lezer…

Bent u een raadsel voor uzelf, lezer? Nu eens op uw knieën in schaamte, en een uur later weer vol trots; nu eens zuchtend om een openbaring van Gods liefde, en straks weer met beide handen aan de wereld vastgeklemd? U schrikt ervan en vraagt zich af of iemand die zo is, wel een kind van God kan zijn. Wees eerlijk over die strijd, maar laat hij u niet tot wanhoop brengen.

Want dat is juist de rij van twee heiren: twee naturen in hetzelfde hart, die voortdurend met elkaar in strijd zijn. Het vleselijk gemoed wordt niet beter; het voert zijn oorlog tegen de genade zolang u leeft. Maar hoe dieper u onder het besef van uw onreinheid wegzinkt, hoe hoger u stijgt in de kennis van Christus. Hoe zwarter u in uw eigen oog bent, hoe lieflijker de Heere Jezus u toeschijnt. Hij laat hen die gelovig tot Hem vluchten, nooit tevergeefs zuchten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

5 december 365 dagen met Philpot

Wendt u naar Mij toe

Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! Want Ik ben God en niemand meer.
Jesaja 45:22

De Heere zegt: „Zie op Mij, wordt behouden” (Eng. Vert.). Eén blik betekent dus verlossing. Om gered te worden is het niet nodig talloze schatten van eigen gerechtigheid te verzamelen, een grote hoeveelheid goede werken bijeen te brengen, een zekere voorraad vroomheid op te bouwen, of ons op te werken naar het toppunt van menselijke heiligheid. Eén blik van het geloof is genoeg: een oog dat door goddelijk onderwijs geopend is om te zien Wie en wat Jezus is. Daarom roept Hij „de einden der aarde” op om zich te wenden naar Zijn Persoon, Zijn bloed, Zijn gerechtigheid en Zijn liefde, en in Hem alles te zien wat we nodig hebben en alles wat we begeren. En als we ons naar Hem toe wenden, zoals Hij ons uitnodigt, en zien Wie Hij is en hoe genoegzaam Hij is voor elke nood, dan wensen we geen andere verlossing en geen andere Verlosser.

Hoe vaak lijken we geen enkele echte godsvrucht te hebben en geen enkele echte troost te genieten! Hoe vaak zijn onze kenmerken uitgewist en vertroebeld, en is ons verstand in diepe duisternis gehuld! Hoe vaak verbergt de Heere Zich, zodat we Hem niet kunnen aanschouwen en niet bij Hem kunnen komen! En hoe vaak verdwijnt de vaste grond waarop we dachten te staan onder onze voeten! Wat is dit een pijnlijk pad om te gaan, maar wat levert het veel op! Wanneer we tot de bedelstaf gebracht zijn, leren we de waarde kennen van Christus’ heerlijke rijkdom.

Hoe slechter we over ons eigen hart denken, en hoe bedrieglijker en slechter we het bevinden, des te meer vertrouwen we op Zijn getrouwheid. En hoe zwarter we onszelf vinden, des te schoner en aantrekkelijker wordt Hij in onze ogen. Als wij wegzinken, rijst Jezus op; als wij zwak worden, geeft Hij Zijn kracht; als wij in gevaar komen, brengt Hij redding; als wij in verzoeking komen, maakt Hij de strik los; en als wij in duisternis opgesloten zitten, laat Hij het licht van Zijn aangezicht schijnen.

Lezen: Jesaja 52

Aan de lezer…

Kent u dat? U denkt dat u eerst iets moet verzamelen voordat u op Christus mag zien: een voorraad goede werken, een zekere mate van vroomheid, een trede hoger op de ladder van heiligheid. Hoe vaak lijkt u juist niets van dat alles te hebben! Uw kenmerken zijn uitgewist, de Heere verbergt Zich, en de grond waarop u dacht te staan, zakt onder uw voeten weg. Het is een pijnlijk pad; ik zeg niet dat het licht is.

Maar hoor wat de Heere zegt: „Zie op Mij, wordt behouden.” Eén blik van het geloof is genoeg. Ook een arme aan de bedelstaf mag zien op Zijn Persoon, Zijn bloed, Zijn gerechtigheid en Zijn liefde. Hoe zwarter u uzelf vindt, hoe schoner Hij u zal toeschijnen. Als u wegzinkt, rijst Hij op; als u zwak bent, geeft Hij kracht; en zit u in duisternis, dan kan Hij het licht van Zijn aangezicht weer over u laten opgaan.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

5 december Door Baca’s vallei

Want die de Heere liefheeft, kastijdt Hij; en Hij geselt een iegelijke zoon, die Hij aanneemt.
Hebreeën 12:6

Zegt Jakobus niet: „Zalig is de man, die de verzoeking verdraagt”? En ook: „Acht het voor grote vreugde wanneer gij in velerlei verzoekingen valt”? Waarom? Is er dan blijdschap in de verzoekingen, en genoegen in smart? Nee, helemaal niet. Maar in de verlossing van de Heere, in de kracht van God om de ziel eruit te helpen, daarin is blijdschap. Daarom moeten wij over een donker pad gaan, wil het licht kostbaar zijn voor onze ogen. Wij moeten wegen van beproeving leren kennen, willen wij de aangenaamheid van de beloften, met kracht toegepast, werkelijk kunnen smaken; wij moeten verzoekingen doorstaan om de zoetheid van de verlossing te kunnen genieten.

En wees ervan verzekerd dat dit de weg is waarin God met Zijn volk handelt. Is uw geweten eerlijk gemaakt? Spreekt die vermaner in uw binnenste de waarheid? Vertel mij eens wat hij zegt. Zegt hij niet: „Weinig beproevingen, weinig vertroostingen; weinig smarten, weinig genietingen; weinig moeilijkheden, weinig bewijzen van God; weinig kwellingen, weinig ontdekkingen van de liefde en het bloed”?

Zegt de apostel niet: „Want gelijk het lijden van Christus overvloedig is in ons, alzo is ook door Christus onze vertroosting overvloedig” (2 Corinthe 1:5)? En zegt hij niet: „En onze hoop van u is vast, als die weten, dat gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden, gij ook alzo gemeenschap hebt aan de vertroosting”? En zegt hij ons niet zorgvuldig te letten op wat de Heere tot Zijn volk spreekt, namelijk dat het tot het deel van een kind behoort kastijdingen te moeten ondergaan? Hij zegt: „Mijn zoon, acht niet klein de kastijding des Heeren, en bezwijk niet als gij van Hem bestraft wordt; want die de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijk zoon, die Hij aanneemt. Indien gij de kastijding verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als zonen; want wat zoon is er, die de vader niet kastijdt? Maar indien gij zonder kastijding zijt — o ernstig woord, en hoe toepasselijk op duizenden! — welke allen deelachtig zijn geworden, dan zijt gij bastaarden en niet zonen.”

Aan de lezer…

Hier wordt gesproken tot u die over een donker pad gaat en zich afvraagt waarom de Heere u zo kastijdt. Er is geen blijdschap in de smart zelf, en dat hoeft u ook niet te veinzen. Maar laat uw geweten eens eerlijk spreken: waren uw vertroostingen niet het zoetst juist na de zwaarste beproeving, en leerde u de liefde en het bloed niet het best kennen in de nood?

Zo handelt God met Zijn volk. De kastijding is geen teken dat Hij u verworpen heeft, maar het deel van een kind. „Die de Heere liefheeft, kastijdt Hij.” Acht Zijn kastijding dan niet klein, en bezwijk niet als u door Hem bestraft wordt. Hij gedraagt Zich tegenover u als een Vader. En wacht op Zijn verlossing, want daarin ligt de blijdschap; zoals het lijden overvloedig is, zo zal door Christus ook uw vertroosting overvloedig zijn.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina