5 de diciembre
Wat ziet gijlieden de Sulammith aan? zij is als een rij van twee heiren.
Hooglied van Salomo 6:13
Zijt gij niet dikwijls een raadsel voor uzelf? Nu eens warm, daarna koud; uzelf het ene half uur verlagende, het volgende uzelf verheffende; de wereld liefhebbende en u er als ’t ware heden in badende, morgen roepende, kermende en zuchtende om een lieflijke openbaring van de liefde Gods; met een diep gevoel van nietigheid, bedekt met schaamte en verwarring, op uw knieën voordat gij uw kamer verlaat; vol trotsheid en gevoel van eigen waarde voordat gij onder aan de trap zijt; de wereld verwachtende en alles willende geven voor een teug van Jezus zolang gij in de eenzaamheid zijt; haar met beide handen aangrijpende te midden uwer bezigheden. Welk een raadsel zijt gij! Getroffen door liefde, geprikkeld door vijandschap; weinig wijsheid en veel dwaasheid bezittend; aardsgezind en toch getrokken naar de hemel; voorwaarts spoedende en toch vertragende; vol traagheid en toch het koninkrijk nemende met geweld!
En aldus leidt ons de Geest, door een werking die wij mogen gevoelen, maar niet juist kunnen beschrijven, in de verborgenheid der twee naturen, die „rij van twee heiren,” die voortdurend met elkander in strijd zijn en in dezelfde boezem worstelen; zodat de ene mens niet meer van de andere verschillen kan dan dezelfde mens van zichzelf verschilt. Maar spreken de natuur, het verstand en de rede dit niet tegen? Ontkennen de wijzen en voorzichtigen dit niet? „Er moet een trapsgewijze vooruitgang zijn,” zeggen zij, „in heiligheid; er moet een trapsgewijze verbetering onzer natuur plaatshebben, totdat eindelijk alle zonde is uitgeroeid en wij volmaakt worden gelijk Christus.”
Maar de verborgenheid van het koninkrijk der hemelen is deze, dat ons vleselijk gemoed geen verandering ondergaat, maar een immer voortdurende krijg voert tegen de genade; en dus, hoe dieper wij zinken in zelfvernedering onder een gevoel onzer onreinheid, des te hoger stijgen wij in een kennis van Christus; en hoe zwarter wij zijn in ons eigen oog, des te liefelijker schijnt ons de Heere Jezus toe.
Hij, die uw naam in waarheid kent,
zal, Heer, op U in zijn ellend’
vertrouwen, wijl Gij nooit liet zuchten
hen, die gelovig tot U vluchten.
Ps. 9:10
Aan de lezer…
Bent u een raadsel voor uzelf, lezer? Nu eens op uw knieën in schaamte, en een uur later weer vol trotsheid; nu eens zuchtend om een openbaring van Gods liefde, en straks weer met beide handen aan de wereld vastgeklemd? U schrikt ervan en vraagt of iemand die zo is, wel een kind van God kan zijn. Wees eerlijk over die strijd, maar laat hij u niet doen wanhopen.
Want dat is juist de rij van twee heiren: twee naturen in dezelfde boezem, die voortdurend met elkander in strijd zijn. Het vleselijk gemoed wordt niet beter; het voert zijn krijg tegen de genade zolang u leeft. Maar hoe dieper u onder het gevoel van uw onreinheid wegzinkt, des te hoger stijgt u in de kennis van Christus. Hoe zwarter u in uw eigen oog bent, hoe liefelijker de Heere Jezus u toeschijnt. Hij laat hen die gelovig tot Hem vluchten, nooit tevergeefs zuchten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wat ziet gijlieden de Sulammith aan? zij is als een rij van twee heiren.
Hooglied van Salomo 6:13
Bent u niet vaak een raadsel voor uzelf? Nu eens warm, dan weer koud. Het ene halfuur vernedert u uzelf, het volgende verheft u uzelf. Vandaag hebt u de wereld lief en baadt u er als het ware in, morgen roept, kermt en zucht u om een lieflijke openbaring van de liefde van God. Voordat u uw kamer verlaat, ligt u op uw knieën met een diep besef van uw nietigheid, bedekt met schaamte en verwarring; voordat u onder aan de trap bent, zit u vol trots en eigenwaarde. Zolang u in de eenzaamheid bent, wilt u de wereld van u afwerpen en alles geven voor één teug van Jezus; midden in uw bezigheden grijpt u haar met beide handen aan. Wat een raadsel bent u! Geraakt door liefde, geprikkeld door vijandschap; weinig wijsheid en veel dwaasheid; aardsgezind en toch naar de hemel getrokken; voortsnellend en toch traag; vol traagheid en toch het koninkrijk nemend met geweld!
Zo leidt de Geest ons, door een werking die wij wel mogen voelen maar niet precies kunnen beschrijven, in de verborgenheid van de twee naturen, die „rij van twee heiren”. Die twee zijn voortdurend met elkaar in strijd en worstelen in hetzelfde hart, zodat de ene mens niet meer van de andere kan verschillen dan dezelfde mens van zichzelf verschilt. Maar spreken de natuur, het verstand en de rede dit niet tegen? Ontkennen de wijzen en verstandigen dit niet? „Er moet een trapsgewijze vooruitgang zijn,” zeggen zij, „in heiligheid; er moet een trapsgewijze verbetering onzer natuur plaatshebben, totdat eindelijk alle zonde is uitgeroeid en wij volmaakt worden gelijk Christus.”
Maar de verborgenheid van het koninkrijk der hemelen is deze: ons vleselijk gemoed ondergaat geen verandering, maar voert een voortdurende oorlog tegen de genade. Daarom geldt: hoe dieper wij wegzinken in zelfvernedering onder het besef van onze onreinheid, hoe hoger wij stijgen in de kennis van Christus. En hoe zwarter wij zijn in ons eigen oog, hoe lieflijker de Heere Jezus ons toeschijnt.
Hij, die uw naam in waarheid kent,
zal, Heer, op U in zijn ellend’
vertrouwen, wijl Gij nooit liet zuchten
hen, die gelovig tot U vluchten.
Ps. 9:10
Aan de lezer…
Bent u een raadsel voor uzelf, lezer? Nu eens op uw knieën in schaamte, en een uur later weer vol trots; nu eens zuchtend om een openbaring van Gods liefde, en straks weer met beide handen aan de wereld vastgeklemd? U schrikt ervan en vraagt zich af of iemand die zo is, wel een kind van God kan zijn. Wees eerlijk over die strijd, maar laat hij u niet tot wanhoop brengen.
Want dat is juist de rij van twee heiren: twee naturen in hetzelfde hart, die voortdurend met elkaar in strijd zijn. Het vleselijk gemoed wordt niet beter; het voert zijn oorlog tegen de genade zolang u leeft. Maar hoe dieper u onder het besef van uw onreinheid wegzinkt, hoe hoger u stijgt in de kennis van Christus. Hoe zwarter u in uw eigen oog bent, hoe lieflijker de Heere Jezus u toeschijnt. Hij laat hen die gelovig tot Hem vluchten, nooit tevergeefs zuchten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
What will ye see in the Shulamite? As it were the company of two armies.
Song of Solomon 6:13
Are you not often a mystery to yourself? Warm one moment, cold the next; abasing yourself one hour, exalting yourself the following; loving the world, full of it, steeped up to your lips in it today; crying, groaning, and sighing for a sweet manifestation of the love of God tomorrow; brought down to nothingness, covered with shame and confusion, on your knees before you leave your room; filled with pride and self-importance before you have got down stairs; despising the world, and willing to give it all up for one taste of the love of Jesus when in solitude; trying to grasp it with both hands when in business.
What a mystery are you! Touched by love, and stung with enmity; possessing a little wisdom, and a great deal of folly; earthly-minded, and yet having the affections in heaven; pressing forward, and lagging behind; full of sloth, and yet taking the kingdom with violence!
And thus the Spirit, by a process which we may feel but cannot adequately describe, leads us into the mystery of the two natures, that “company of two armies,” perpetually struggling and striving against each other in the same bosom. So that one man cannot more differ from another than the same man differs from himself.
But do not nature, sense, and reason contradict this? Do not the wise and prudent deny this? “There must be a progressive advance,” they say, “in holiness; there must be a gradual amendment of our nature until at length all sin is rooted out, and we become as perfect as Christ.” But the mystery of the kingdom of heaven is this—that our carnal mind undergoes no alteration, but maintains a perpetual war with grace—and thus, the deeper we sink in self-abasement under a sense of our vileness, the higher we rise in a knowledge of Christ; and the blacker we are in our own view, the more lovely does Jesus appear.
To the reader…
Are you a mystery to yourself, reader? One moment on your knees in shame, and an hour later full of pride again; now sighing for a manifestation of God’s love, and soon grasping the world with both hands again? You are alarmed at it and wonder whether anyone who is like that can be a child of God at all. Be honest about that conflict, but do not let it drive you to despair.
For that is just the company of two armies: two natures in the same heart, perpetually at war with each other. The carnal mind does not get better; it wages its war against grace as long as you live. But the deeper you sink under a sense of your vileness, the higher you rise in the knowledge of Christ. The blacker you are in your own eyes, the more lovely the Lord Jesus appears to you. He never lets those who flee to Him in faith sigh in vain.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¿Qué veréis en la Sulamita? Como la reunión de dos campamentos.
Cantar de los Cantares 6:13
¿No es usted a menudo un misterio para sí mismo? Caliente un momento, frío al siguiente; humillándose una hora, exaltándose la siguiente; amando el mundo, lleno de él, empapado en él hasta los labios hoy; clamando, gimiendo y suspirando mañana por una dulce manifestación del amor de Dios; reducido a la nada, cubierto de vergüenza y confusión, de rodillas antes de salir de su cuarto; lleno de orgullo y de presunción antes de haber bajado la escalera; despreciando el mundo y dispuesto a renunciar a todo él por una sola probada del amor de Jesús cuando está a solas; intentando asirlo con ambas manos cuando está en sus negocios.
¡Qué misterio es usted! Tocado por el amor y aguijoneado por la enemistad; poseyendo un poco de sabiduría y muchísima necedad; de mente terrenal y, sin embargo, con los afectos en el cielo; avanzando y rezagándose; lleno de pereza y, sin embargo, arrebatando el reino por la fuerza.
Y así el Espíritu, por un proceso que podemos sentir pero no describir adecuadamente, nos introduce en el misterio de las dos naturalezas, esa “reunión de dos campamentos” que perpetuamente luchan y combaten el uno contra el otro en el mismo pecho. De modo que un hombre no puede diferir más de otro que lo que el mismo hombre difiere de sí mismo.
Pero ¿no contradicen esto la naturaleza, los sentidos y la razón? ¿No lo niegan los sabios y entendidos? “Tiene que haber un avance progresivo en la santidad”, dicen; “tiene que haber una enmienda gradual de nuestra naturaleza hasta que al fin todo pecado sea desarraigado y lleguemos a ser tan perfectos como Cristo”. Pero el misterio del reino de los cielos es este: que nuestra mente carnal no sufre alteración alguna, sino que mantiene una guerra perpetua con la gracia; y así, cuanto más hondo nos hundimos en la humillación bajo el sentido de nuestra vileza, tanto más alto nos elevamos en el conocimiento de Cristo; y cuanto más negros somos a nuestros propios ojos, tanto más hermoso aparece Jesús.
Al lector…
¿Es usted un misterio para sí mismo, lector? ¿Un momento de rodillas avergonzado y una hora después otra vez lleno de orgullo; ahora suspirando por una manifestación del amor de Dios, y pronto otra vez asiendo el mundo con ambas manos? Eso le alarma y se pregunta si alguien que es así puede ser en absoluto un hijo de Dios. Sea honrado acerca de esa lucha, pero no deje que le lleve a la desesperación.
Porque eso es precisamente la reunión de dos campamentos: dos naturalezas en el mismo corazón, perpetuamente en guerra la una con la otra. La mente carnal no mejora; libra su guerra contra la gracia mientras usted viva. Pero cuanto más hondo se hunde bajo el sentido de su vileza, tanto más alto se eleva en el conocimiento de Cristo. Cuanto más negro es usted a sus propios ojos, tanto más hermoso le parece el Señor Jesús. Él nunca deja suspirar en vano a los que huyen a Él por la fe.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl