Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

5 november Korenaren uit de volle oogst

Jezus antwoordde en zeide tot hem: Indien iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken.
Johannes 14:23

Er zijn twee grote levensvragen die elke christen voor zijn ziel hoort te onderzoeken. De eerste is: gelooft hij in Christus? Heeft de Heilige Geest Christus aan zijn ziel bekendgemaakt? Heeft hij Jezus omvat met de armen van een levend geloof? De tweede vraag die hij voor zijn ziel moet onderzoeken, is: woont hij in Christus? Dat kan hij weten als hij een getuigenis heeft dat Christus in hem woont, en als hij de vruchten voortbrengt die uit die inwoning voortvloeien.

Als Christus in hem woont, zal zijn hart niet zijn als de onderste molensteen. Dan zal hij de wereld niet liefhebben, noch de dingen van de tijd en van de zinnen. Dan kan hij de afgoden niet beminnen en daar gelukkig bij zijn, of de dingen doen die goddeloze leraren zonder schroom en zonder wroeging doen. Jezus in de ziel is een Gast Die Zich bekend zal maken; ja, als Hij er woont, is Hij er Koning. Hij is Heerser in Sion, en als Hij in het hart komt, komt Hij als Koning.

Omdat Hij de wettige Vorst van de ziel is, bestuurt Hij daarom haar vermogens en maakt Hij haar gehoorzaam aan Zijn scepter. Want: „Uw volk zal zeer gewillig zijn op de dag Uwer heirkracht” (Psalm 110:3). „HEERE, onze God! andere heren, behalve Gij, hebben over ons geheerst; doch door U alleen gedenken wij Uws Naams” (Jesaja 26:13).

De Heer is groot, een heerlijk God,
een Koning, die het zaligst lot,
ver boven alle goön kan schenken!
Het diepst van ’s aardrijks ingewand,
het hoogst gebergt’ is in zijn hand:
’t Is al gehoorzaam op zijn wenken.

Ps. 95:2

Aan de lezer…

Hier worden u twee vragen voorgelegd voor uw eigen ziel: gelooft u in Christus, en woont Hij in u? Misschien schrikt u terug, omdat u zoveel liefde voor de wereld en de dingen van de tijd in uw hart bespeurt, en vreest u dat het nog als de onderste molensteen is. Sla die vraag niet over, maar breng haar eerlijk bij Hem.

Want waar Hij woont, is Hij geen stille Gast. Hij maakt Zich bekend, en Hij komt als Koning, Die de vermogens van de ziel buigt onder Zijn scepter. Kunt u met het volk van de Heere zeggen: „Andere heren, behalve Gij, hebben over ons geheerst; doch door U alleen gedenken wij Uws Naams”? Dan is dat zelf al een teken van Zijn heirkracht in u. Hij heeft beloofd te komen tot wie Hem liefhebben en bij hen woning te maken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

5 november 365 dagen met Philpot

Een hoog vertrek

En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor de verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid. En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen die U zoeken.
Psalm 9:10-11

Gods liefdevolle goedheid en tedere barmhartigheid maken deel uit van de Naam van God. Dat heeft Hij laten zien door Zijn eniggeboren Zoon te geven. „Hieraan hebben wij de liefde gekend, dat Hij Zijn leven voor ons gesteld heeft” (1 Joh. 3:16). Welnu, als we iets hebben geproefd van de liefdevolle goedheid en tedere barmhartigheid van God, al is het maar een klein beetje; als Zijn genegenheid ooit op onze ziel is gevallen zoals dauw op een tak; als dit verborgen geheim van de Heere ooit over onze tent is geweest — dan kennen we dat deel van de Naam van de Heere. En als we die kennen, kunnen we er ons vertrouwen op stellen. We weten dat Hij betrouwbaar is, een steun voor de ziel die weet dat de liefdevolle goedheid en tedere barmhartigheid van God van eeuwigheid tot eeuwigheid zijn (Ps. 103:17).

Een ander deel van Zijn Naam is Zijn oneindige en onuitsprekelijke wijsheid. Kan Hij Zich vergissen? Heeft Hij Zich ooit vergist? Heeft de Heere, bij alle moeite en verscheidenheid van omstandigheden die de kinderen van God benauwd hebben, ooit een verkeerde stap gezet? Hij heeft de natuur verbijsterd, de rede in verwarring gebracht en onze plannen op hun kop gezet. Misschien heeft Hij juist gedaan wat wij het meest vreesden, en elke natuurlijke bedoeling en neiging van ons hart gedwarsboomd. Maar kunnen we zeggen dat Hij Zich heeft vergist? Dat Hij een fout heeft gemaakt? Dat Hij onverstandig heeft gehandeld? Dat Hij niet heeft gedaan wat goed is voor ons geestelijk welzijn?

Klagend, opstandig, ongelovig hart, zwijg! Zal de mens, de dwaze mens, een aardse worm, een schepsel van één dag, zijn nietige stem verheffen en zeggen dat God een fout kan maken?

Lezen: Jesaja 41:1-14

Aan de lezer…

Hoe beproevend is het als de Heere uw plannen op hun kop zet, en misschien juist doet wat u het meest vreesde! Komt er dan een klagend, opstandig, ongelovig hart in u op dat fluistert dat Hij Zich vergist heeft? Wees eerlijk: zulke gedachten leven ook in de kinderen van God. Maar laat dat hart voor Hem zwijgen, want wie zijn wij, aardse wormen, schepselen van één dag, dat wij zouden zeggen dat God een fout kan maken?

Zijn wijsheid is oneindig, en Zijn liefdevolle goedheid en tedere barmhartigheid zijn van eeuwigheid tot eeuwigheid. Hebt u daar ooit iets van geproefd, al was het maar als dauw op een tak, dan kent u iets van Zijn Naam. Stel dan uw vertrouwen op Hem, ook waar u Zijn weg niet begrijpt. Hij heeft Zijn eniggeboren Zoon gegeven, en Hij zal met u geen verkeerde stap zetten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

5 november Door Baca’s vallei

Een tijd om te wenen, en een tijd om te lachen.
Prediker 3:4

Weent een mens maar één keer in zijn leven? Loopt de tijd van wenen niet min of meer door het hele leven van een christen heen? Gaat het treuren niet gelijk op met zijn bestaan in deze aardse tabernakel? Want een mens is tot moeite geboren, zoals de vonken van vurige kolen omhoog vliegen. Er is een tijd om te doden en een tijd om te genezen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen. Deze moeten gelijk oplopen met het leven van een christen, net zo goed als een tijd om te wenen en een tijd om te lachen, een tijd om te kermen en een tijd om op te springen.

Levende zielen zullen vele tijden van wenen kennen. Zij zullen vaak moeten zuchten en kermen over hun ellendige hart en met tranen van goddelijke droefheid treuren over hun afkeren van God. Zij zullen moeten wenen over hun verbroken afgoden, over hun verwelkte hoop en vervlogen verwachtingen, en ook omdat zij door hun ongehoorzaamheid, vleselijkheid en gelijkvormigheid aan de wereld de Geest van God zo bedroefd hebben. Soms smelten zij van berouw aan de voeten van een stervende Middelaar, en worden zij enigszins geleid op het pad dat Jezus gegaan is als een Man van smarten en verzocht in krankheid. Zij moeten soms de afval betreuren van vrienden die in hun ogen veel geschikter waren voor het Koninkrijk van God dan zijzelf; zij wenen menigmaal wanneer belijders de wrede pijlen van laster op hen afschieten. Ook treuren zij over de lage stand van Sion: hoe weinigen er zijn die de Heere werkelijk dienen met aangenaamheid en goddelijke vrees, en die de leer in alle dingen versieren.

Maar boven alles zullen zij moeten wenen over de inwendige ijdelheden van hun verdorven natuur. Zij wenen dat zij de God Die zij wensen te beminnen en te aanbidden zo beledigd hebben; dat zij de Zaligmaker, Die hen kroont met goedertierenheid en barmhartigheden, zo links kunnen laten liggen en Hem hun rug hebben toegekeerd; en bovendien dat zij zo weinig gedacht hebben aan de lering en het onderwijs die de Heilige Geest hun heeft meegedeeld. Gods kinderen kennen menige tijd van wenen. En als er in de bevinding van de ziel één gemoedsgesteldheid is waarnaar meer verlangd wordt dan naar een andere, dan is het te mogen wenen aan Jezus’ voeten.

Wij hebben twee voorbeelden waarin de Heere Zich kwam openbaren aan wenenden. Het ene was de vrouw die een zondares was, die achter Hem stond en Zijn voeten met tranen nat maakte; het andere was Maria Magdalena, die buiten bij het graf stond te wenen. O, wat verschilt het wenen van de gekastijde geest van een kind van God van de verharde, dorre vermetelheid van een hoogmoedige belijder! Wat verschillen de gevoelens van een kind van de Heere dat verbroken van hart is van de lichtzinnigheid, de ijdelheid, de leegheid en de wereldsgezindheid van honderden die in een belijdenis van godsdienst leven! Hoe verschillend is een treurende heilige, die in een eenzame hoek zijn afwijkingen betreurt, van een zorgeloze belijder, die zichzelf in alles rechtvaardigt, de zonde maar licht acht en, hoe lichtzinnig hij ook handelt, nooit voelt dat zijn geweten daardoor gewond wordt. „Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden.”

Aan de lezer…

Kent u dat? Uw leven lijkt meer een tijd van wenen dan een tijd van lachen. Treurt u over uw ellendig hart, over verwelkte hoop en vervlogen verwachtingen, en bovenal hierover dat u de Geest van God zo bedroefd en de Zaligmaker uw rug toegekeerd hebt? Schaam u niet voor die tranen voor Zijn aangezicht. Zij zijn iets heel anders dan de verharde, dorre vermetelheid van wie de zonde maar licht acht.

Denk aan de vrouw die een zondares was, en aan Maria Magdalena bij het graf: aan wenenden kwam de Heere Zich openbaren. Ween dan, als het moet, maar ween aan Jezus’ voeten, in die eenzame hoek waar niemand u ziet dan Hij. Hij heeft gezegd: „Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden”, en ook voor u zal de tijd om te lachen komen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina