5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Hij verklaarde alles Zijn discipelen in het bijzonder.
Markus 4:34
Wat is de eigenlijke betekenis van het woord discipel? Het betekent eigenlijk een leerling, iemand die onder een leermeester staat, wiens onderworpen en volgzame leerling hij geworden is, en van wie hij steeds onderricht ontvangt. En dus is een discipel van Christus iemand die door de Heere Jezus in Zijn school is toegelaten, die Hij persoonlijk wil onderwijzen, en die daarom van Hem leert zachtmoedig en nederig van hart te zijn. Een discipel van Jezus zit zachtmoedig aan de voeten des Verlossers, terwijl hij de woorden van genade die van Zijn lippen vloeien, in zijn hart ontvangt. Zo zat Maria aan Zijn voeten, die de Heere zeide het beste deel te hebben gekozen. Die plaats nemen ook de heiligen Gods in, volgens de aloude uitspraak: „Immers bemint Hij de volken; al Zijn heiligen zijn in Uw hand; zij zullen in het midden tussen Uw voeten gezet worden; een ieder zal ontvangen van Uw woorden” (Deut. 33:3).
Maar een waar en oprecht discipel luistert niet alleen naar het onderricht zijns Meesters, maar handelt ook zoals Hij wil. Zo vormt een discipel van Jezus zich naar Zijn voorbeeld, en wordt het beeld zijns Meesters gelijkvormig. Een oprecht leerling kenmerkt zich dus door de liefde die hij zijn Meester toedraagt; zo legt een discipel van Jezus de schatten van Christus weg in zijn hart, bepeinst Zijn heerlijke beloften, en verheugt zich in Zijn heerlijke Persoon, Zijn liefde en Zijn bloed. Een discipel van Jezus weerkaatst enigszins het beeld van zijn hemelse Meester; hij draagt het met zich waarheen hij gaat, opdat de mensen het van hem weten dat hij met Jezus geweest is; en evenals, toen Mozes van de berg afkwam, zijn gelaat blonk van de weerschijn der hemelse heerlijkheid die zijn gelaat had beschenen, zo blinkt ook de ware leerling voor de mensen met enige vonken van de heerlijkheid des Zoons Gods.
Enige dier Goddelijke trekken op het hart, de lippen en het leven te dragen, is een discipel van Jezus te zijn. Veel met Jezus te zijn, is aan Jezus gelijk gemaakt te worden; aan Jezus’ voeten te zitten, is Jezus’ woorden in te drinken; aan Jezus’ borst te leunen, is het warme hart van Jezus kloppende van liefde te gevoelen; en bij het gevoelen van dat kloppen klopt ook het hart van de leerling in tedere en innige gemeenschap met Hem; op Jezus te zien, is een gelaat aanschouwen meer doorwond dan dat van de kinderen der mensen, en toch een gelaat stralende van hemelse schoonheid, waardigheid en heerlijkheid. Een discipel van Jezus te zijn, is dus Zijn beeld te dragen; de dingen te doen die welbehagelijk zijn in Zijn ogen, en die te vermijden waarvan Hij een afkeer heeft. Een leerling van Jezus te wezen, is zachtmoedig te zijn zoals Hij; nederig als Hij; vernederd als Hij; zelfverloochenend als Hij; afgescheiden van de wereld als Hij; een leven van gemeenschap met God te leiden, zoals Hij, toen Hij op aarde omwandelde.
Een aardworm uit het stof op te nemen en hem te maken tot een discipel van Jezus, is het grootste voorrecht dat God de mens schenken kan. Een hardnekkige, goddeloze, bedorven weerspanneling aan te nemen en hem in de school van Christus en aan de voeten van Jezus te zetten, is de grootste gunst die God aan een kind des stofs bewijzen kan. Hoe oneindig groot moet die goedheid niet zijn, door welke de Heere Zijn genade wil schenken aan een vreemdeling en een vijand, en hem door Zijn Geest wil buigen en verzachten, opdat hij tot een beeld en een gelijkenis worde van Zijn eigen geliefde Zoon! Wat zijn aardse eer en titels vergeleken bij de gunst, geschonken aan hen wier grondslag in het stof is? Met dit heerlijke voorrecht vergeleken, zinken alle aardse eerbewijzen, ridderkruisen en eretekens, titels en statieklederen geheel in het niet.
’s Heeren goedheid kent geen palen.
God is recht, dus zal Hij door
onderwijzing hen die dwalen,
brengen in het rechte spoor.
Hij zal leiden ’t zacht gemoed
in het effen recht des Heeren:
wie Hem need’rig valt te voet,
zal van Hem zijn wegen leren.
Ps. 25:4
Aan de lezer…
Wanneer u zich afvraagt of u een discipel van Jezus bent, denk dan niet alleen aan iemand die van Hem gehoord heeft, maar aan een leerling die aan Zijn voeten zit en Zijn woorden in het hart ontvangt, zoals Maria deed. Misschien schrikt u als u leest wat een discipel is: zachtmoedig, nederig en zelfverloochenend als Hij. Dan ziet u hoe ver u nog van Zijn beeld af bent, en dat is een eerlijke en goede ontdekking.
Maar bedenk ook wie Hij in Zijn school opneemt: een aardworm uit het stof, een hardnekkige en bedorven weerspanneling, een vreemdeling en een vijand. Hij verklaart alles aan Zijn discipelen in het bijzonder. Hebt u dan weinig geleerd, ga opnieuw aan Zijn voeten zitten. Veel met Jezus te zijn, is aan Hem gelijk gemaakt te worden. Alle aardse eer zinkt in het niet bij dit ene voorrecht: dat Hij zulke armen tot Zijn leerlingen maakt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hij verklaarde alles Zijn discipelen in het bijzonder.
Markus 4:34
Wat is de eigenlijke betekenis van het woord discipel? Het betekent eigenlijk een leerling: iemand die onder een leermeester staat, van wie hij een onderworpen en volgzame leerling is geworden en van wie hij voortdurend onderricht ontvangt. Een discipel van Christus is dus iemand die door de Heere Jezus in Zijn school is toegelaten, die Hij persoonlijk wil onderwijzen, en die daarom van Hem leert zachtmoedig en nederig van hart te zijn. Een discipel van Jezus zit zachtmoedig aan de voeten van de Verlosser en ontvangt in zijn hart de woorden van genade die van Zijn lippen vloeien. Zo zat Maria aan Zijn voeten, van wie de Heere zei dat zij het beste deel had gekozen. Die plaats nemen ook de heiligen van God in, volgens de oude uitspraak: „Immers bemint Hij de volken; al Zijn heiligen zijn in Uw hand; zij zullen in het midden tussen Uw voeten gezet worden; een ieder zal ontvangen van Uw woorden” (Deut. 33:3).
Maar een waar en oprecht discipel luistert niet alleen naar het onderricht van zijn Meester; hij handelt ook zoals Hij wil. Zo vormt een discipel van Jezus zich naar Zijn voorbeeld en wordt hij aan het beeld van zijn Meester gelijkvormig. Een oprecht leerling kenmerkt zich dus door de liefde die hij zijn Meester toedraagt. Zo bewaart een discipel van Jezus de schatten van Christus in zijn hart, overdenkt hij Zijn heerlijke beloften en verheugt hij zich in Zijn heerlijke Persoon, Zijn liefde en Zijn bloed. Een discipel van Jezus weerkaatst iets van het beeld van zijn hemelse Meester. Hij draagt het met zich mee waar hij ook gaat, zodat de mensen aan hem merken dat hij met Jezus geweest is. Toen Mozes van de berg afkwam, blonk zijn gelaat van de weerschijn van de hemelse heerlijkheid die erop had geschenen. Zo blinkt ook de ware leerling voor de mensen met enkele vonken van de heerlijkheid van de Zoon van God.
Enkele van die Goddelijke trekken op het hart, de lippen en in het leven dragen: dat is een discipel van Jezus zijn. Veel met Jezus zijn, is aan Jezus gelijk gemaakt worden. Aan Jezus’ voeten zitten, is Jezus’ woorden indrinken. Aan Jezus’ borst leunen, is het warme hart van Jezus voelen kloppen van liefde; en wie dat kloppen voelt, diens hart klopt ook in tedere en innige gemeenschap met Hem. Op Jezus zien, is een gelaat aanschouwen dat meer doorwond is dan dat van de kinderen van de mensen, en toch een gelaat dat straalt van hemelse schoonheid, waardigheid en heerlijkheid.
Een discipel van Jezus zijn, is dus Zijn beeld dragen: de dingen doen die welbehaaglijk zijn in Zijn ogen en de dingen vermijden waarvan Hij een afkeer heeft. Een leerling van Jezus zijn, is zachtmoedig zijn zoals Hij, nederig zoals Hij, vernederd zoals Hij, zelfverloochenend zoals Hij, afgescheiden van de wereld zoals Hij. Het is een leven van gemeenschap met God leiden, zoals Hij deed toen Hij op aarde rondwandelde.
Een aardworm uit het stof opnemen en tot een discipel van Jezus maken, is het grootste voorrecht dat God een mens kan schenken. Een hardnekkige, goddeloze, bedorven weerspanneling aannemen en hem in de school van Christus en aan de voeten van Jezus zetten, is de grootste gunst die God een kind van het stof kan bewijzen. Hoe oneindig groot moet de goedheid zijn waardoor de Heere Zijn genade wil schenken aan een vreemdeling en een vijand, en hem door Zijn Geest wil buigen en verzachten, zodat hij een beeld en gelijkenis wordt van Zijn eigen geliefde Zoon! Wat zijn aardse eer en titels, vergeleken bij de gunst die bewezen wordt aan hen wier grondslag in het stof is? Vergeleken met dit heerlijke voorrecht zinken alle aardse eerbewijzen, ridderkruisen en eretekens, titels en statiekleren volkomen in het niet.
’s Heeren goedheid kent geen palen.
God is recht, dus zal Hij door
onderwijzing hen die dwalen,
brengen in het rechte spoor.
Hij zal leiden ’t zacht gemoed
in het effen recht des Heeren:
wie Hem need’rig valt te voet,
zal van Hem zijn wegen leren.
Ps. 25:4
Aan de lezer…
Wanneer u zich afvraagt of u een discipel van Jezus bent, denk dan niet alleen aan iemand die van Hem gehoord heeft, maar aan een leerling die aan Zijn voeten zit en Zijn woorden in zijn hart ontvangt, zoals Maria deed. Misschien schrikt u wanneer u leest wat een discipel is: zachtmoedig, nederig en zelfverloochenend zoals Hij. Dan ziet u hoe ver u nog van Zijn beeld af staat, en dat is een eerlijke en goede ontdekking.
Maar bedenk ook wie Hij in Zijn school opneemt: een aardworm uit het stof, een hardnekkige en bedorven weerspanneling, een vreemdeling en een vijand. Hij verklaart alles aan Zijn discipelen in het bijzonder. Hebt u nog weinig geleerd, ga dan opnieuw aan Zijn voeten zitten. Veel met Jezus zijn, is aan Hem gelijk gemaakt worden. Alle aardse eer zinkt in het niet bij dit ene voorrecht: dat Hij zulke armen tot Zijn leerlingen maakt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And when they were alone, He expounded all things to His disciples.
Mark 4:34
What is the exact meaning of the word “disciple”? It means “a learner”, one who is under a teacher, whose submissive and devoted pupil he has become, and from whom he receives continual instruction. And thus a disciple of Christ is one who is admitted by the Lord Jesus into His school, whom He Himself condescends personally to instruct, and who therefore learns of Him to be meek and lowly of heart.
A disciple of Jesus is one who sits meekly at the Redeemer’s feet, receiving into his heart the gracious words which fall from His lips. This was Mary’s happy posture, whom the Lord commended for choosing the better part. Such is also the posture of all the saints of God, according to the ancient declaration, “Yes, He loved the people; all His saints are in your hand; and they sat down at your feet, every one shall receive of your words” (Deut. 33:3).
But a true and sincere disciple not only listens to his Master’s instructions, but acts as He bids. So a disciple of Jesus is one who copies his Master’s example, and is conformed to his Master’s image. A sincere disciple is also characterized by the love which he bears to his Master; so a disciple of Jesus is one who treasures up the words of Christ in his heart, ponders over His precious promises, and delights in His glorious Person, love, and blood. A disciple of Jesus is one who bears some reflection to the image of his heavenly Master; he carries it about with him wherever he goes, that men may take knowledge of him that he has been with Jesus; and as when Moses came down from the mount his face shone from the reflection of the heavenly glory which had streamed upon his countenance, so does the true disciple shine before men with some sparkles of the glory of the Son of God. To have some of these divine features stamped upon the heart, lip, and life, is to be a disciple of Jesus.
To be much with Jesus is to be made like unto Jesus; to sit at Jesus’ feet is to drink in Jesus’ words; to lean upon Jesus’ breast is to feel the warm heart of Jesus pulsating with love; and to feel this pulsation, causes the heart of the disciple to beat in tender and affectionate unison; to look up to Jesus, is to see a face more marred than the sons of men, yet a face beaming with heavenly beauty, dignity, and glory. To be a disciple, then, of Jesus, is to copy His example; to do the things pleasing in His sight; and to avoid the things which He abhors. To be a disciple of Jesus, is to be meek as He was; humble as He was; lowly as He was; self-denying as He was; separate from the world as He was; living a life of communion with God, as He lived when He walked here below.
To take a worm of the earth and make him a disciple of Jesus is the greatest privilege God can bestow upon man. To select an obstinate, ungodly, perverse rebel, and place him in the school of Christ and at the feet of Jesus, is the highest favor God can bestow upon any child of the dust. How unsurpassingly great must be that kindness whereby the Lord condescends to bestow His grace on an alien and an enemy, and to soften and meeken him by His Spirit, and thus cause him to grow up into the image and likeness of His own dear Son. What are earthly honors and titles when compared with the favor thus conferred upon those whose foundation is in the dust? Compared with this high privilege, all earthly honors, titles and robes, sink into utter insignificance.
To the reader…
When you ask yourself whether you are a disciple of Jesus, do not think only of someone who has heard of Him, but of a learner who sits at His feet and receives His words into his heart, as Mary did. Perhaps you are startled when you read what a disciple is: meek, lowly and self-denying as He was. Then you see how far you still are from His image, and that is an honest and good discovery.
But consider also whom He takes into His school: a worm of the earth out of the dust, an obstinate and perverse rebel, an alien and an enemy. He expounds all things to His disciples in private. If you have learned little as yet, go and sit at His feet again. To be much with Jesus is to be made like unto Jesus. All earthly honours sink into nothing beside this one privilege: that He makes such poor ones His disciples.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas a Sus discípulos en particular declaraba todo.
Marcos 4:34
¿Cuál es el significado exacto de la palabra “discípulo”? Significa “uno que aprende”, uno que está bajo un maestro, del cual se ha hecho alumno sumiso y devoto, y del cual recibe instrucción continua. Y así, un discípulo de Cristo es uno que es admitido por el Señor Jesús en Su escuela, a quien Él mismo se digna instruir personalmente, y que por tanto aprende de Él a ser manso y humilde de corazón.
Un discípulo de Jesús es uno que se sienta mansamente a los pies del Redentor, recibiendo en su corazón las palabras de gracia que caen de Sus labios. Esta fue la feliz postura de María, a quien el Señor alabó por haber escogido la buena parte. Tal es también la postura de todos los santos de Dios, según la antigua declaración: “Aun amó los pueblos; todos Sus santos en Tu mano; ellos también se llegaron a Tus pies; recibieron de Tus dichos” (Deuteronomio 33:3).
Pero un discípulo verdadero y sincero no solo escucha las instrucciones de su Maestro, sino que obra como Él manda. Así, un discípulo de Jesús es uno que copia el ejemplo de su Maestro y es conformado a la imagen de su Maestro. Un discípulo sincero se caracteriza también por el amor que tiene a su Maestro; así, un discípulo de Jesús es uno que atesora las palabras de Cristo en su corazón, medita en Sus preciosas promesas y se deleita en Su gloriosa Persona, Su amor y Su sangre. Un discípulo de Jesús es uno que lleva algún reflejo de la imagen de su Maestro celestial; lo lleva consigo dondequiera que va, para que los hombres le reconozcan que ha estado con Jesús; y así como, cuando Moisés descendió del monte, su rostro resplandecía por el reflejo de la gloria celestial que había bañado su semblante, así el verdadero discípulo resplandece delante de los hombres con algunos destellos de la gloria del Hijo de Dios. Tener algunos de estos rasgos divinos grabados en el corazón, en los labios y en la vida, es ser discípulo de Jesús.
Estar mucho con Jesús es ser hecho semejante a Jesús; sentarse a los pies de Jesús es beber las palabras de Jesús; recostarse sobre el pecho de Jesús es sentir el cálido corazón de Jesús latiendo de amor; y sentir ese latido hace que el corazón del discípulo lata al unísono, con ternura y afecto; alzar los ojos a Jesús es ver un rostro más desfigurado que el de los hijos de los hombres, y sin embargo un rostro que irradia hermosura, dignidad y gloria celestiales. Ser discípulo de Jesús es, pues, copiar Su ejemplo; hacer las cosas agradables delante de Él; y evitar las cosas que Él aborrece. Ser discípulo de Jesús es ser manso como Él lo fue; humilde como Él lo fue; modesto como Él lo fue; abnegado como Él lo fue; separado del mundo como Él lo fue; viviendo una vida de comunión con Dios, como Él la vivió cuando anduvo aquí abajo.
Tomar un gusano de la tierra y hacerlo discípulo de Jesús es el mayor privilegio que Dios puede otorgar al hombre. Escoger a un rebelde obstinado, impío y perverso, y ponerlo en la escuela de Cristo y a los pies de Jesús, es el más alto favor que Dios puede otorgar a cualquier hijo del polvo. ¡Cuán insuperablemente grande debe ser aquella bondad por la cual el Señor se digna otorgar Su gracia a un extranjero y enemigo, ablandarlo y amansarlo por Su Espíritu, y hacerle así crecer hasta la imagen y semejanza de Su propio amado Hijo! ¿Qué son los honores y títulos terrenales comparados con el favor así conferido a aquellos cuyo fundamento está en el polvo? Comparados con este alto privilegio, todos los honores, títulos y togas de la tierra se reducen a una completa insignificancia.
Al lector…
Cuando se pregunta usted si es discípulo de Jesús, no piense solo en alguien que ha oído hablar de Él, sino en uno que aprende, que se sienta a Sus pies y recibe Sus palabras en el corazón, como hizo María. Quizá se sobresalte al leer lo que es un discípulo: manso, humilde y abnegado como Él lo fue. Entonces ve cuán lejos está todavía de Su imagen, y ese es un descubrimiento sincero y bueno.
Pero considere también a quién recibe Él en Su escuela: un gusano de la tierra sacado del polvo, un rebelde obstinado y perverso, un extranjero y enemigo. A Sus discípulos en particular les declara todo. Si ha aprendido usted poco todavía, vaya y siéntese de nuevo a Sus pies. Estar mucho con Jesús es ser hecho semejante a Jesús. Todos los honores terrenales se reducen a nada al lado de este único privilegio: que Él haga discípulos Suyos a los que son tan pobres.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Het lijden en sterven van Christus
Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes, Denwelken Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onze Zaligmaker.
Titus 3:5,6
De ziel moet worden gereinigd van haar vuil en schuld in het bloed en de liefde van het Lam, en er moeten zich zuivere gedachten, zuivere principes, zuivere voorliefden, zuivere verlangens, zuiver geloof, hoop en liefde in bevinden. Zuiver, omdat ze zijn ingeplant door Degene Die volmaakte zuiverheid is. En waar de genade in het hart is, is, zoals de apostel zegt in vers 5, „het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes”. Het hart wordt gewassen, omdat het hart vervuild is door schuld en zonde, en die moeten worden verwijderd. U weet dat de melaatse van vroeger niet alleen werd gereinigd door het aanbrengen van bloed aan zijn voet, vinger en oor, maar door in het bad te worden gewassen.
Zo werden ook de priesters, als ze een offerande in de tempel deden, niet alleen met het bloed besprenkeld, maar ook in water gewassen, een prachtig beeld om te laten zien dat de heilige Gods niet slechts met het verzoenende bloed van het Lam wordt besprenkeld om zijn geweten van vuil te zuiveren, maar ook wordt gewassen in het wasvat van de Heilige Geest, opdat hij geheel rein worde. Wat een schouwspel was dat voor de discipel Johannes toen het hart van zijn geliefde Heere werd doorboord met de Romeinse speer, en bloed en water naar buiten kwamen. Bloed om te boeten voor de zonde, water om te heiligen. Uit hetzelfde hart kwam het bloed om te zuiveren en de schuld van de zonde weg te nemen, en het water om te wassen door wedergeboorte.
Dus als het de Heere behaagt om de last van schuld op een zondaarsgeweten te leggen, leert Hij niets anders dan het wassen en het toepassen van het verzoenende bloed, en reinigt Hij het vervolgens door de vernieuwing van de Heilige Geest. En als hij aldus wordt geheiligd middels de invloeden en werkingen van de Heilige Geest aan zijn hart, wordt hij niet alleen besprenkeld, maar ook gewassen, en stroomt er liefde uit een zuiver hart, daar het hart is gezuiverd door de liefde Gods die erin komt.
Lezen: Titus 3
Aan de lezer…
Soms drukt de last van een bevlekt geweten zwaar op u, en verlangt u niet alleen vergeven, maar ook rein te zijn. Dan wijst dit woord u de weg. De Heere maakt zalig, niet uit de werken der rechtvaardigheid die wij gedaan hebben, maar naar Zijn barmhartigheid. Zoals de melaatse niet alleen met bloed besprenkeld, maar ook in het bad gewassen werd, zo wordt de ziel gereinigd door het verzoenende bloed van het Lam en gewassen door de vernieuwing des Heiligen Geestes.
Uit het doorboorde hart van de Heere Jezus kwamen bloed en water: bloed om de schuld weg te nemen, water om te heiligen. Daar is niets bij wat u moet aanbrengen. Klaagt u over uw onreinheid, breng haar dan juist daarheen. Hij, Die de last van de schuld op uw geweten legt, leert u ook het bloed kennen dat reinigt. En waar Zijn liefde in het hart komt, stroomt er weer liefde uit een gezuiverd hart.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes, Denwelken Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onze Zaligmaker.
Titus 3:5,6
De ziel moet worden gereinigd van haar vuil en schuld in het bloed en de liefde van het Lam. Er moeten zuivere gedachten, zuivere beginselen, zuivere genegenheden, zuivere verlangens, en een zuiver geloof, een zuivere hoop en liefde in haar zijn. Zuiver, omdat ze zijn ingeplant door Hem Die volmaakte zuiverheid is. En waar de genade in het hart is, daar is, zoals de apostel in vers 5 zegt, „het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes”. Het hart wordt gewassen, omdat het bevuild is door schuld en zonde, en die moeten worden weggedaan. U weet dat de melaatse van vroeger niet alleen werd gereinigd doordat er bloed aan zijn voet, duim en oor werd gestreken, maar ook doordat hij in het bad werd gewassen.
Zo werden ook de priesters, wanneer ze in de tempel een offer brachten, niet alleen met het bloed besprenkeld, maar ook met water gewassen. Dat is een prachtig beeld, dat laat zien dat de heilige van God niet alleen met het verzoenende bloed van het Lam wordt besprenkeld om zijn geweten van vuil te zuiveren, maar ook wordt gewassen in het wasvat van de Heilige Geest, zodat hij geheel rein wordt. Wat een gezicht was dat voor de discipel Johannes toen het hart van zijn geliefde Heere met de Romeinse speer werd doorstoken en er bloed en water uitkwamen! Bloed om voor de zonde te verzoenen, water om te heiligen. Uit hetzelfde hart kwam het bloed om te reinigen en de schuld van de zonde weg te nemen, en het water om te wassen door de wedergeboorte.
Wanneer het de Heere dus behaagt de last van de schuld op het geweten van een zondaar te leggen, leert Hij hem niets anders kennen dan het wassen in en het toepassen van het verzoenende bloed. Daarna reinigt Hij het door de vernieuwing van de Heilige Geest. En wanneer hij zo wordt geheiligd door de invloeden en werkingen van de Heilige Geest in zijn hart, wordt hij niet alleen besprenkeld, maar ook gewassen. Dan stroomt er liefde uit een rein hart, omdat het hart gezuiverd is door de liefde Gods die erin komt.
Lezen: Titus 3
Aan de lezer…
Soms drukt de last van een bevlekt geweten zwaar op u, en verlangt u er niet alleen naar vergeven, maar ook rein te zijn. Dan wijst dit woord u de weg. De Heere maakt zalig, niet uit de werken der rechtvaardigheid die wij gedaan hebben, maar naar Zijn barmhartigheid. Zoals de melaatse niet alleen met bloed besprenkeld, maar ook in het bad gewassen werd, zo wordt de ziel gereinigd door het verzoenende bloed van het Lam en gewassen door de vernieuwing des Heiligen Geestes.
Uit het doorstoken hart van de Heere Jezus kwamen bloed en water: bloed om de schuld weg te nemen, water om te heiligen. Daar is niets bij wat u zelf moet aanbrengen. Klaagt u over uw onreinheid, breng haar dan juist daarheen. Hij, Die de last van de schuld op uw geweten legt, leert u ook het bloed kennen dat reinigt. En waar Zijn liefde in het hart komt, stroomt er weer liefde uit een gezuiverd hart.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
He saved us, by the washing of regeneration, and renewing of the Holy Ghost; which He shed on us abundantly through Jesus Christ our Saviour.
Titus 3:5,6
The soul must be cleansed from its filth and guilt in the blood and love of the Lamb. There must be in it pure thoughts, pure principles, pure affections, pure desires, and a pure faith, a pure hope and love. Pure, because they are implanted by Him Who is perfect purity. And where grace is in the heart, there is, as the apostle says in verse 5, “the washing of regeneration, and renewing of the Holy Ghost.” The heart is washed, because it is defiled by guilt and sin, and these must be put away. You know that the leper of old was not only cleansed by having blood put upon his foot, his thumb and his ear, but also by being washed in the bath.
So, too, the priests, when they offered a sacrifice in the temple, were not only sprinkled with the blood, but also washed with water. That is a beautiful figure, showing that the saint of God is not only sprinkled with the atoning blood of the Lamb to purge his conscience from filth, but is also washed in the laver of the Holy Spirit, so that he becomes wholly clean. What a sight was that for the disciple John, when the side of his beloved Lord was pierced with the Roman spear, and forthwith came there out blood and water! Blood to atone for sin, water to sanctify. Out of the same heart came the blood to cleanse and take away the guilt of sin, and the water to wash by regeneration.
When, then, it pleases the Lord to lay the burden of guilt upon a sinner’s conscience, He teaches him to know nothing but the washing in and application of the atoning blood. After that He cleanses it by the renewing of the Holy Ghost. And when he is thus sanctified by the influences and operations of the Holy Spirit in his heart, he is not only sprinkled, but also washed. Then love flows out of a pure heart, because the heart is purified by the love of God coming into it.
Reading: Titus 3
To the reader…
Sometimes the burden of a defiled conscience presses heavily upon you, and you long not only to be forgiven, but also to be clean. Then this word shows you the way. The Lord saves, not by works of righteousness which we have done, but according to His mercy. As the leper was not only sprinkled with blood but also washed in the bath, so the soul is cleansed by the atoning blood of the Lamb and washed by the renewing of the Holy Ghost.
From the pierced side of the Lord Jesus came blood and water: blood to take away guilt, water to sanctify. There is nothing in it that you must bring yourself. Do you mourn over your uncleanness? Then bring it to that very place. He Who lays the burden of guilt upon your conscience also teaches you to know the blood that cleanses. And where His love comes into the heart, love flows out again from a purified heart.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Nos salvó, por el lavacro de la regeneración, y de la renovación del Espíritu Santo; el Cual derramó en nosotros abundantemente por Jesucristo nuestro Salvador.
Tito 3:5, 6
El alma ha de ser limpiada de su inmundicia y de su culpa en la sangre y el amor del Cordero. Ha de haber en ella pensamientos puros, principios puros, afectos puros, deseos puros, y una fe pura, una esperanza y un amor puros. Puros, porque son implantados por Aquel que es la pureza perfecta. Y donde hay gracia en el corazón, hay, como dice el apóstol en el versículo 5, “el lavacro de la regeneración, y de la renovación del Espíritu Santo”. El corazón es lavado, porque está contaminado por la culpa y el pecado, y estos tienen que ser quitados. Usted sabe que el leproso de antaño no solo era purificado poniéndole sangre sobre el pie, el pulgar y la oreja, sino también lavándose en el baño.
Así también los sacerdotes, cuando ofrecían un sacrificio en el templo, no solo eran rociados con la sangre, sino también lavados con agua. Es una hermosa figura, que muestra que el santo de Dios no solo es rociado con la sangre expiatoria del Cordero para limpiar su conciencia de inmundicia, sino que también es lavado en la fuente del Espíritu Santo, de modo que queda enteramente limpio. ¡Qué espectáculo fue aquel para el discípulo Juan, cuando el costado de su amado Señor fue abierto con la lanza romana, y luego salió sangre y agua! Sangre para expiar el pecado, agua para santificar. Del mismo corazón salió la sangre para limpiar y quitar la culpa del pecado, y el agua para lavar por la regeneración.
Cuando, pues, agrada al Señor poner la carga de la culpa sobre la conciencia de un pecador, le enseña a no conocer nada sino el lavamiento en la sangre expiatoria y su aplicación. Después la limpia por la renovación del Espíritu Santo. Y cuando es así santificado por las influencias y operaciones del Espíritu Santo en su corazón, no solo es rociado, sino también lavado. Entonces el amor fluye de un corazón puro, porque el corazón es purificado por el amor de Dios que entra en él.
Lectura: Tito 3
Al lector…
A veces la carga de una conciencia contaminada pesa mucho sobre usted, y anhela no solo ser perdonado, sino también ser limpio. Entonces esta palabra le muestra el camino. El Señor salva, no por obras de justicia que nosotros hayamos hecho, sino por Su misericordia. Así como el leproso no solo era rociado con sangre sino también lavado en el baño, así el alma es limpiada por la sangre expiatoria del Cordero y lavada por la renovación del Espíritu Santo.
Del costado traspasado del Señor Jesús salió sangre y agua: sangre para quitar la culpa, agua para santificar. No hay en ello nada que usted mismo deba aportar. ¿Se lamenta por su impureza? Llévela entonces precisamente a ese lugar. El que pone la carga de la culpa sobre su conciencia le enseña también a conocer la sangre que limpia. Y donde Su amor entra en el corazón, el amor vuelve a fluir de un corazón purificado.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Maar wij zien Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen de dood smaken zou.
Hebreeën 2:9
Hoe wonderlijk is het, dat Hij, Die als de Zoon van God de engelen formeerde (Kol. 1:16), minder dan dezen worden zou en zelfs behoefte hebben zou aan hun dienst en ook door hen gediend werd (Matth. 4:11). O diepte van vernedering, waartoe de gezegende Verlosser nederbukte; in welke nederbukking de zuivere, smetteloze, heilige, menselijke natuur, die Hij had aangenomen in vereniging met Zijn Goddelijke Persoon als de Zoon van God, tot haar laagste punt werd gebracht. En laat ons het zorgvuldig in onze gedachten vastleggen, dat vernedering geen vermindering is. Onze Heere „vernederde Zichzelf” door een vrijwillige daad van alles overtreffende genade; en het lag evenmin in de macht van mensen of van omstandigheden om Hem van Zijn heerlijkheid te ontdoen, dan een leugenachtig getuige Hem van Zijn schuld kon overtuigen. De vlekkeloze zuiverheid van Zijn geheiligde menselijke natuur, in vereniging met Zijn Goddelijke natuur, vervuld met en opgehouden door de Heilige Geest, bewaarde Hem voor vermindering in Zijn diepste vernedering.
De doornenkroon en de purperen mantel, het spottend knielen van de Romeinse soldaten en de honende spot der Joodse priesters verminderden de heerlijkheid van onze lijdende Heere niet. Zijn heilige gehoorzaamheid aan Zijns Vaders wil in het drinken van de bittere kelk, Zijn zachtmoedige gestalte onder de grofste beledigingen, Zijn bedaarde onderwerping onder het zware lijden, hetwelk God of mensen Hem oplegden, blonken des te meer uit onder iedere poging om Hem smaadheid aan te doen. Het is allerkostelijkst eens neder te mogen blikken in sommige van die diepe vernederingen, waarin de Verlosser Zich inliet, en te zien dat in de diepste diepten van de arbeid Zijner ziel, toen Hij werd uitgestort als water en Zijn hart, doorpriemd met droefheid en smart, werd als was, Hij onder dit alles was de heerlijke Zoon Gods, hoewel Hij toch was de lijdende Zoon des mensen. En dat Hij dezelfde Jezus was, gisteren hangende aan het kruis, Die Hij heden is aan de rechterhand van Zijn Vader, waar Hij voor eeuwig zijn zal in het Koninkrijk der heerlijkheid.
Aan de lezer…
U die soms bespot of gering geacht wordt om uw geloof, en meent dat uw verdrukking u iets ontneemt, zie dan op Jezus, Die een weinig minder dan de engelen geworden is vanwege het lijden des doods. De doornenkroon, de purperen mantel en de spot verminderden Zijn heerlijkheid niet; Zijn zachtmoedigheid en gehoorzaamheid blonken er des te meer onder uit. Vernedering is geen vermindering. Ook toen Zijn hart als was werd, bleef Hij de heerlijke Zoon Gods.
En deze Jezus, gisteren hangende aan het kruis, is heden met heerlijkheid en eer gekroond aan de rechterhand van Zijn Vader. Hij heeft door de genade Gods de dood gesmaakt, en de Vader heeft Hem verhoogd. Zie dan niet op uw eigen laagte, maar op Hem. Wij zien Hem nog niet met het oog, maar het geloof ziet Hem, en wie Hem zo ziet, wordt in zijn eigen vernedering getroost.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar wij zien Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen de dood smaken zou.
Hebreeën 2:9
Hoe wonderlijk is het dat Hij, Die als de Zoon van God de engelen gemaakt had (Kol. 1:16), minder zou worden dan zij, en zelfs hun dienst nodig zou hebben en ook door hen gediend werd (Matth. 4:11). O, diepte van vernedering, waartoe de gezegende Verlosser Zich neerboog! In die neerbuiging werd de zuivere, smetteloze, heilige menselijke natuur, die Hij had aangenomen in vereniging met Zijn Goddelijke Persoon als de Zoon van God, tot haar laagste punt gebracht. Laten we dit zorgvuldig in onze gedachten vastleggen: vernedering is geen vermindering. Onze Heere „vernederde Zichzelf” door een vrijwillige daad van alles overtreffende genade. Het lag evenmin in de macht van mensen of omstandigheden om Hem van Zijn heerlijkheid te beroven, als het in de macht van een leugenachtige getuige lag om Hem van schuld te overtuigen.
De vlekkeloze zuiverheid van Zijn geheiligde menselijke natuur, in vereniging met Zijn Goddelijke natuur, vervuld met en gedragen door de Heilige Geest, bewaarde Hem ervoor dat Hij in Zijn diepste vernedering verminderd werd. De doornenkroon en de purperen mantel, het spottende knielen van de Romeinse soldaten en de honende spot van de Joodse priesters verminderden de heerlijkheid van onze lijdende Heere niet. Zijn heilige gehoorzaamheid aan de wil van Zijn Vader bij het drinken van de bittere kelk, Zijn zachtmoedige houding onder de grofste beledigingen en Zijn kalme onderwerping onder het zware lijden dat God of mensen Hem oplegden, blonken des te meer uit bij iedere poging om Hem te smaden.
Het is zeer kostbaar om eens te mogen neerblikken in sommige van die diepe vernederingen waarin de Verlosser Zich begaf. Dan zien we dat Hij in de diepste diepten van de arbeid van Zijn ziel, toen Hij werd uitgestort als water en Zijn hart, doorboord met droefheid en smart, werd als was, onder dit alles de heerlijke Zoon van God was, hoewel Hij toch de lijdende Zoon des mensen was. En we zien dat Hij dezelfde Jezus was, gisteren hangend aan het kruis, Die Hij vandaag is aan de rechterhand van Zijn Vader, waar Hij voor eeuwig zal zijn in het Koninkrijk der heerlijkheid.
Aan de lezer…
U die soms bespot of gering geacht wordt om uw geloof, en meent dat uw verdrukking u iets ontneemt: zie dan op Jezus, Die een weinig minder dan de engelen geworden is vanwege het lijden des doods. De doornenkroon, de purperen mantel en de spot verminderden Zijn heerlijkheid niet; Zijn zachtmoedigheid en gehoorzaamheid blonken er des te meer onder uit. Vernedering is geen vermindering. Ook toen Zijn hart als was werd, bleef Hij de heerlijke Zoon van God.
En deze Jezus, gisteren hangend aan het kruis, is vandaag met heerlijkheid en eer gekroond aan de rechterhand van Zijn Vader. Hij heeft door de genade van God de dood gesmaakt, en de Vader heeft Hem verhoogd. Kijk dan niet naar uw eigen laagte, maar naar Hem. Wij zien Hem nog niet met het oog, maar het geloof ziet Hem, en wie Hem zo ziet, wordt in zijn eigen vernedering getroost.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“But we see Jesus, Who was made a little lower than the angels for the suffering of death, crowned with glory and honour; that He by the grace of God should taste death for every man.”
Hebrews 2:9
How wondrous that He Who, as the Son of God, made the angels, should be made inferior to them, and even need and receive their ministering aid and support. O the depths of humiliation to which the blessed Redeemer stooped, carrying down into their lowest point that pure, spotless, holy humanity which He had assumed into union with His divine Person as the Son of God! And let us ever bear carefully in mind that humiliation is not degradation. Our blessed Lord “humbled Himself” by a voluntary act of surpassing grace; and it was no more in the power of men or circumstances to debase Him of His glory than of lying witnesses to strip Him of His innocency. The spotless purity of His sacred humanity, as in union with His divine nature, and as filled with and upheld by the Holy Spirit, preserved it from degradation in its lowest humiliation.
The crown of thorns and the purple robe, the mocking knee of the Roman soldier and the taunting scoff of the Jewish priest, though they called forth the grace, did not tarnish the glory of our suffering Lord. His holy obedience to His Father’s will in drinking the bitter cup, His meek dignity amid the worst of insults, and His calm resignation to all the weight of suffering which God or man laid upon Him, all shone forth the more conspicuously under every attempt to dishonor Him.
It is most sweet and blessed to look down, as it were, into some of those depths of humiliation into which the Redeemer sank, and to see that in the lowest depths of His soul travail, when He was poured out like water, and His heart, broken with grief and sorrow, was melted within Him like wax, He was, in the midst of all, the glorious Son of God, though then the suffering Son of man; and that He was the same Jesus yesterday when hanging on the cross, as He is today at the right hand of His Father, and will be forever in the realms of heavenly bliss.
To the reader…
You who are sometimes mocked or thought little of because of your faith, and who feel that your affliction takes something from you: look to Jesus, Who was made a little lower than the angels for the suffering of death. The crown of thorns, the purple robe and the mockery did not diminish His glory; His meekness and obedience shone out all the more beneath them. Humiliation is not degradation. Even when His heart became like wax, He remained the glorious Son of God.
And this Jesus, yesterday hanging on the cross, is today crowned with glory and honor at the right hand of His Father. By the grace of God He tasted death, and the Father has exalted Him. Do not look, then, at your own lowliness, but to Him. We do not yet see Him with the eye, but faith sees Him, and whoever sees Him so is comforted in his own humiliation.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Empero vemos coronado de gloria y de honra, por el padecimiento de muerte, a aquel Jesús que es hecho un poco menor que los ángeles, para que por gracia de Dios gustase la muerte por todos.
Hebreos 2:9
¡Cuán maravilloso es que Aquel que, como Hijo de Dios, hizo a los ángeles, fuese hecho inferior a ellos, y aun necesitase y recibiese su ministerio de ayuda y sostén! ¡Oh, las profundidades de humillación a las que se rebajó el bendito Redentor, llevando hasta su punto más bajo aquella humanidad pura, inmaculada y santa que había asumido en unión con Su Persona divina como Hijo de Dios! Y tengamos siempre presente con cuidado que la humillación no es degradación. Nuestro bendito Señor “se humilló a Sí mismo” por un acto voluntario de gracia incomparable; y no estaba más en el poder de los hombres o de las circunstancias despojarlo de Su gloria que en el de los testigos falsos despojarlo de Su inocencia. La pureza inmaculada de Su sagrada humanidad, en unión con Su naturaleza divina, y llena del Espíritu Santo y sostenida por Él, la preservó de la degradación en su más profunda humillación.
La corona de espinas y el manto de púrpura, la rodilla burlona del soldado romano y la mofa insultante del sacerdote judío, aunque hicieron resplandecer Su gracia, no empañaron la gloria de nuestro Señor sufriente. Su santa obediencia a la voluntad de Su Padre al beber la copa amarga, Su mansa dignidad en medio de los peores insultos, y Su serena resignación a todo el peso del sufrimiento que Dios o el hombre pusieron sobre Él, todo ello resplandeció tanto más visiblemente bajo cada intento de deshonrarlo.
Es dulcísimo y bienaventurado mirar hacia abajo, por así decirlo, en algunas de aquellas profundidades de humillación en las que se hundió el Redentor, y ver que en las más hondas profundidades de la aflicción de Su alma, cuando fue derramado como aguas, y Su corazón, quebrantado de pena y tristeza, se derretía dentro de Él como cera, Él era, en medio de todo, el glorioso Hijo de Dios, aunque entonces el sufriente Hijo del hombre; y que Él era el mismo Jesús ayer, cuando colgaba de la cruz, que lo es hoy a la diestra de Su Padre, y que lo será para siempre en las regiones de la dicha celestial.
Al lector…
Usted que a veces es objeto de burla o de menosprecio por causa de su fe, y que siente que su aflicción le quita algo: mire a Jesús, Quien fue hecho un poco menor que los ángeles por el padecimiento de muerte. La corona de espinas, el manto de púrpura y la burla no disminuyeron Su gloria; Su mansedumbre y obediencia resplandecieron aún más bajo ellos. La humillación no es degradación. Aun cuando Su corazón se volvió como cera, Él siguió siendo el glorioso Hijo de Dios.
Y este Jesús, que ayer colgaba de la cruz, está hoy coronado de gloria y de honra a la diestra de Su Padre. Por la gracia de Dios gustó la muerte, y el Padre lo ha exaltado. No mire, pues, a su propia bajeza, sino a Él. Todavía no lo vemos con los ojos, pero la fe lo ve, y quien así lo ve es consolado en su propia humillación.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl