Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

31 juli Korenaren uit de volle oogst

Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.
Hebreeën 11:1

Waar geloof is, daar is hoop. En omdat dit geloof hemelse zaken omvat, omvat de hoop wat het geloof getuigt. Wanneer er nu door een goddelijke kracht in de ziel gewerkt wordt, en het geloof zich uit in het beoefenen van de beloften waarvan het overtuigd is en die het omhelst, ontbrandt de hoop op het genieten ervan. Godsdienst is geen zware, pijnlijke, treurige, vervelende en moeilijke taak of bezigheid, zoals velen denken. Hij heeft zijn beproevingen, verzoekingen, droefheid, snijdend verdriet en drukkende smart; maar hij heeft ook zijn lieflijkheden, zijn vrede, zijn vreugde, zijn genietingen.

En het is de lieflijkheid die we voelen, de genietingen die we smaken en de vreugde die we hebben in de dingen van God, die ons het hoofd omhoog doen houden en ons bemoedigen om te volharden op onze doorreis door de woestijn. Het is niet alles dienstbaarheid, noch gedruktheid van geest, noch hartenleed, noch gedruktheid van de ziel wat de erfgenamen van de belofte voelen. Er zijn teugjes en proefjes, druppels en kruimels, en kortstondige genietingen die, al zijn ze niet lang en blijvend, toch zoet zijn als ze komen, zoet zolang ze duren en zoet in de herinnering als ze voorbij zijn. De Heere geeft wat bemoedigt, versterkt, troost en verblijdt. Hij maakt ons bekwaam om te zien dat er in Hem die schoonheid, die zaligheid en die heerlijkheid is die we gesmaakt, gevoeld en getast hebben, en die we voor geen duizend werelden zouden willen afstaan.

Uw hoop, uw kudde woonde daar.
Uit vrije goedheid waart Gij haar
een vriendelijk beschermer,
en hebt ellendigen dat land,
bereid door uwe sterke hand,
o Israëls Ontfermer!
De Heer gaf rijke juichensstof
om zijne wond’ren en zijn lof
met hart en mond te melden.
Men zag welhaast een grote schaar
met klanken van de blijdste maar
vervullen berg en velden.

Ps. 68:5

Aan de lezer…

Wanneer de weg van de godsdienst voor u een zware, treurige taak geworden is, ziet u soms niets dan beproeving, verzoeking, droefheid en drukkende smart. Dan vraagt u zich af of het ooit anders zal worden. Het is waar: de erfgenamen van de belofte kennen veel hartenleed. Maar het is niet alles dienstbaarheid en gedruktheid. Er zijn ook teugjes en proefjes, druppels en kruimels van de lieflijkheid van de Heere.

Denk dan terug aan die ogenblikken waarin u iets van Zijn schoonheid gesmaakt hebt. Ze duurden misschien niet lang, maar ze waren zoet toen ze kwamen, zoet zolang ze duurden, en ze zijn nog zoet in de herinnering. Ze werden u niet gegeven om ze te vergeten, maar om u het hoofd omhoog te doen houden op de doorreis door de woestijn. Wat u in Hem gesmaakt hebt, zou u voor geen duizend werelden willen afstaan; en Hij Die het gaf, heeft nog meer.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

31 juli 365 dagen met Philpot

Mozes’ zegen over Israël

Toen zeide Mozes tot God: Wie ben ik, dat ik tot Farao zou gaan, en dat ik de kinderen Israëls uit Egypte zou voeren?
Exodus 3:11

Mozes, de man Gods, die aangesteld was om de kinderen van Israël uit Egypte te leiden, kreeg de zwaarste last op zijn schouders gelegd die een sterveling maar kan dragen. Tegelijk werd hem de hoogste eer toevertrouwd die een mens maar kan ontvangen. Het was geen taak die hij op zich nam zonder verkoren, geroepen en gemachtigd te zijn. De genade had zijn hart geraakt en hem geleerd de smaadheid van Christus voor grotere rijkdom te houden dan de schatten van Egypte. Toen Mozes groot geworden was, „weigerde hij een zoon van Farao’s dochter te worden genoemd” (Hebr. 11). Hij zag af van alle eer en genietingen van een aards hof en ging op weg om zijn broeders te bezoeken.

Ik hoef niet te vertellen waarom hij gedwongen was Egypte te verlaten en naar het land Midian te vluchten, waar hij veertig jaar verbleef. En wat een lessen leerde hij daar! Zonder die lessen zou hij volkomen ongeschikt zijn geweest om de kinderen van Israël uit Egypte weg te leiden. Veel jonge mannen die net aan de universiteit zijn afgestudeerd, vinden zichzelf volledig bevoegd om de Kerk van God te leiden. Maar Mozes was niet bekwaam om de kinderen van Israël te leiden — toen hij al veertig jaar oud was en alle geleerdheid van Egypte bezat.

Hij moest veertig jaar de woestijn in, niet alleen om door pijnlijke ervaring de uiterlijke ontberingen te leren kennen. Hij moest ook de verzoekingen en beproevingen, de gevaren en het lijden leren kennen van een woestijnhart. Daar zijn woeste slangen wier beet giftiger is, en felle schorpioenen wier steek scherper is, dan van welke slang of schorpioen ook die zijn slijmerig spoor door het woeste zand trekt. Daar leerde hij de verschrikkingen van God in de wet, waarvan hij later de middelaar was. En daar leerde hij ook de zegeningen van het evangelie, toen hij met het oog van het geloof een vleesgeworden God zag in het brandende braambos, waar hij door de openbaring van eeuwige liefde aan zijn ziel „de vriend van God” werd.

Aan de lezer…

Soms voert de Heere u door een woestijn en begrijpt u niet waarom het zo lang moet duren. Ontdekt u daar de woeste slangen en felle schorpioenen van uw eigen hart, giftiger dan u ooit gedacht had? Zie dan hoe het Mozes ging. Met alle geleerdheid van Egypte was hij nog niet bekwaam; hij moest veertig jaar in de woestijn leren wat hij nergens anders kon leren.

Daar leerde hij de verschrikkingen van God in de wet, maar daar zag hij ook in het brandende braambos de zegeningen van het evangelie, en werd hij een vriend van God door de openbaring van eeuwige liefde. Zo werkt de Heere nog altijd. Wie zich in eigen kracht bekwaam acht, moet klein gemaakt worden; maar wie met Mozes zegt: „Wie ben ik?”, die kan Hij gebruiken en zegenen. Achter de bittere lessen van uw woestijn gaat een liefde schuil die u niet loslaat.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

31 juli Door Baca’s vallei

Doch roepende tot de Heere in de benauwdheid, die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten.
Psalm 107:6

O, wat een genade is het dat er een God is bij Wie wij onze toevlucht kunnen nemen! Een God Die hoort en het gebed beantwoordt! En wat een zaligheid is het om in staat gesteld te worden zijn belaste geest in Zijn schoot uit te storten. Let op de woorden: „Doch roepende tot de Heere in de benauwdheid.” Als u in benauwdheid bent, dan hebt u hier een voldoende waarborg om daarmee naar God te gaan. Maak het uzelf niet moeilijk met de vraag of u uitverkoren of niet uitverkoren bent. De Heere stelt u niet voor die vraag, en u hoeft dat ook zelf te laten.

Het antwoord zal u het beste laten zien aan welke kant van de lijn u staat. Zegt Hij niet: „Roept Mij aan in de dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen en gij zult Mij eren”? Bent u in een dag van benauwdheid? Dan hebt u hier een zekere waarborg dat u naar God kunt gaan. Als u verwaardigd wordt te zuchten en tot de Heere te roepen, dan is er leven in uw ziel. God heeft u door Zijn gezegende Geest levend gemaakt, als Hij een zucht in uw hart gegeven heeft.

Denk aan de man in Ezechiël, op wie de Heere het zegel van Zijn goedkeuring zette. Het waren degenen die zuchtten en uitriepen over al de gruwelen die zij zagen en opmerkten in zichzelf en in anderen (Ezechiël 9:4). Als de Heere dan een zucht en een roep in uw ziel gelegd heeft, omdat u de gruwelen in uw hart opmerkt, dan bent u een van hen op wie Hij Zijn zegel gezet heeft. Geheiligde benauwdheden zijn wel de grootste zegeningen. Een van hun gezegende vruchten is dat zij ons ervoor bewaren neer te zinken op onze droesem en stil en gerust te zijn in Sion.

Zou er bij zorgeloze, wereldsgezinde, hoogmoedige, hebzuchtige belijders, verzonken in vleselijkheid en dood, ooit een zuchten of roepen in hun ziel gevonden worden? Zij mogen een vormelijk gebed hebben — een morgengebed, een avondgebed, een gezinsgebed — zo rond als een bal en zo koud als met Kerstmis. Stijf en bevroren in het vlees zijn zij ijs in zichzelf, en waar zij komen, brengen zij die kou met zich mee. Maar de Heere laat Zijn volk niet wandelen op zo’n koude, levenloze, bevroren weg, met alleen wat vormelijke vroomheid, wat lippendienst en gebeden die op een oude, versleten schoen lijken, omdat ze zo veel gebruikt zijn. Hij zendt hun verdrukkingen, beproevingen en benauwdheden, brengt hen in de woestijn en oefent hen grondig op het pad van de verdrukking. En onder dat alles ondersteunt Hij hen en wekt Hij een roepen in hun ziel, dat Hij zeker zal verhoren.

Aan de lezer…

U die in benauwdheid bent en daarbij gekweld wordt door de vraag of u wel uitverkoren bent: maak het uzelf daarmee niet moeilijk. De Heere stelt u niet voor die vraag; Hij zegt eenvoudig: „Roept Mij aan in de dag der benauwdheid.” Uw benauwdheid zelf is een voldoende waarborg om naar Hem toe te gaan, en het antwoord zal u beter laten zien aan welke kant van de lijn u staat dan al uw gepieker.

Kunt u niet meer dan zuchten over de gruwelen die u in uw eigen hart opmerkt? Dat zuchten is geen teken van de dood, maar van leven; God Zelf heeft het in uw hart gelegd. Een koude, vormelijke belijder zucht niet. Daarom zendt de Heere Zijn volk benauwdheden, zodat zij niet neerzinken op hun droesem. Roep dan, ook al is het met een gebroken stem; want Hij wekt geen roepen in een ziel dat Hij niet zeker zal verhoren.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina